Zondag 25/09/2022

Rops en Rodin in Namen: een gelijkspel op topniveau

Het Ropsmuseum slaagt er telkens weer in om de eigen collectie in het zonnetje te zetten met boeiende tijdelijke tentoonstellingen. Vandaag speelt Félicien Rops er een onverwachte thuiswedstrijd tegen Auguste Rodin, het goddelijke monster van de Franse beeldhouwkunst.

Zelfs wie vertrouwd is met de kunst uit de negentiende eeuw, zal verbaasd opkijken als hij vaststelt dat de Naamse tekenaar Félicien Rops (1833-1898) en Auguste Rodin (1840-1917) elkaar goed hebben gekend. Meer nog: motieven uit hun werk huppelen vrolijk over en weer, als in een pas de deux van wederzijdse beïnvloeding en inspiratie.

De kunstenaars waren samen te gast op de eerste salon van het baanbrekende Brusselse kunstenaarsgezelschap Les XX in 1884, en ze zouden dat een-tweetje met plezier overdoen. Maar er is dus meer aan de hand. Rodin en Rops kenden en bewonderden elkaars oeuvre. Uit de tientallen tekeningen en plaasters die in Namen werden verzameld - met dank aan het Parijse Musée Rodin, dat zelden geziene bruiklenen toestond - blijkt zelfs dat Rodin graag leentjebuur speelde bij de Belg die naar de lichtstad was geëmigreerd en er een van de populairste en best betaalde illustratoren werd.

Wanneer ze elkaar precies hebben ontmoet, is onbekend. Vermoedelijk stapte Rodin op een avond in 1884 binnen in Rops' werkkamer, met het verzoek diens tekeningen en etsen te bekijken. Dat mocht. Een gemeenschappelijke kennis, de schrijver en salonanarchist Octave Mirbeau, berichtte Rops 's anderendaags dat Rodin diep onder de indruk was van zijn vrijmoedige tekeningen. Voortaan zou ook hij embrassements humains maken: schaamteloze naakten en innige vrijscènes.

Enkele dagen later troonde de beeldhouwer Rops mee naar zijn eigen atelier, waar hij hem het immense ontwerp van zijn Hellepoort liet zien. Het gezelschap werd er stil van, en iemand noteerde dat de anders zo luidruchtige cynicus Rops zijn hoofd op een muurtje liet rusten en een traan wegpinkte. Zijn eigen schoonheidsideaal was hier in klei uitgevoerd, op ware grootte.

Faunen en nonnen

Over dat ideaal is nog altijd heel wat te doen. Rops was een trouwe leerling van de dichter Baudelaire, voor wie hij het prachtige frontispice van de bundel Les Épaves had getekend, en schoonheid mocht dus pijn doen. Skeletten, duiveltjes, erop los neukende faunen, hitsige nonnen en modellen die met zichzelf (en elkaar) aan de slag gaan, bevolken zijn oeuvre.

Dat hij met zijn kwalitatief hoogstaande en soms grimmige pornografische catalogus hoog scoorde bij Rodin, wiens reputatie van gretige minnaar meer dan een eeuw later nog altijd overeind blijft, mag niemand verbazen. Wie zich in Namen onderdompelt in de beeldenwereld van beide kunstenaars, ziet hoe lijven rijmen en hoort hoe een gestalte natrilt als de echo van een andere. Natuurlijk zijn Rodin en Rops - zelfs hun familienamen vormen een fraaie alliteratie - niet de enigen die vrouwenlichamen naar hun hand hebben gezet alsof ze gewillige poppetjes zijn, maar zoals zij heeft niemand anders het gedaan.

Tot 8 januari 2012 in het Ropsmuseum, rue Fumal 12, Namen. Dinsdag tot zondag, van 10 tot 18 uur. Toegang 3 euro. www.museerops.be

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234