Dinsdag 27/09/2022

SAMEN NAAR BOVEN

''Mooi bloesje heb je aan', zegt mijn tandarts. 'Het is van Turkije', zeg ik apetrots'

Mijn lijf is terug in New York, maar in mijn hoofd reis ik nog door Turkije. Gek is dat. Je denkt aan iets waar je vroeger geen aandacht aan besteedde en plots word je er overal aan herinnerd. Zo valt me een film op in SoHo die ik eerder straal genegeerd zou hebben, maar die me nu voor het eerst in maanden naar de bioscoop lokt. Crossing the Bridge: Sounds of Istanbul, dompelt me onder in de muzikale scene en de straten van de stad waar ik een week geleden nog in dwaalde. Een uitnodiging van de Frick Collection voor een tentoonstelling van de 18de-eeuwse Zwitserse schilder Liotard zou vorige maand nog in de papiermand zijn beland. Maar nu ben ik geïntrigeerd, want ik lees dat hij "le peintre turc" werd genoemd omdat hij zijn hart had verpand aan Istanboel en het liefst al zijn modellen in Turkse klederdracht schilderde. Tijdens mijn reis heb ik het afscheidsfeestje gemist van mijn collega van het Algemeen Dagblad, die na zes jaar New York zijn werkterrein verplaatst naar... Istanboel. Voor hij en zijn vrouw vertrekken, komen ze nog eens langs. Ik denk eraan de enkele Turken die ik ken in New York dan ook te vragen. Zoals Ipek, een meisje uit Ankara dat ik vorige zomer ontmoette bij mijn vriend Bart. Die was toen net zelf terug uit Turkije, waar hij het slagveld van Gallipoli was gaan fotograferen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog sneuvelden daar honderdduizenden soldaten. Hoeveel precies kan ik niet achterhalen, de schattingen lopen uiteen, maar in elk geval zoveel dat Gallipoli veranderde in een poel van bloed. Op een nacht waarop een ster dicht bij de maan stond, weerspiegelde die bloedpoel de hemel en die reflectie hebben de Turken op hun vlag gezet: een maan en een ster tegen een bloedrode achtergrond. Dit werd beweerd door een Turkse straatmuzikant in de film die ik in SoHo zag, en wie ben ik om aan zijn woorden te twijfelen?

Ik koop zelden spullen op reis, maar nu eet ik soep uit een kleurig aarden potje dat ik in Istanboel heb gekocht. Ik kijk tv vanop een tapijtje dat ik in Capadocië kocht en slaap onrustig onder een blauwe sprei met spiegeltjes uit dezelfde streek. "Mooi bloesje heb je aan", zegt mijn tandarts. "Het komt van Turkije", zeg ik apetrots over het kledingstuk dat ik beschamend goedkoop in een achterbuurt van Istanboel op de kop tikte. "Turkije!", roept de tandarts. "Konden de mensen je daar begrijpen?" Hij is al de derde Amerikaan die me dit vraagt. Natuurlijk begrepen de mensen me daar, de ene al wat meer dan de andere. Ik kwam verbazend veel Turken tegen die zich uit de slag trokken in het Frans, Engels, Nederlands en vooral Duits. Wie klaagt dat immigranten de taal van hun gastland niet willen leren? Ik moest aan meer dan één vlot Duits sprekende Turk bekennen dat mijn eigen Duits tekortschoot. Aan de Turkse Rivièra sloegen we verschrikt op de vlucht voor de chaotische drukte in Side, een plaats die Tom zich van een reis van 25 jaar geleden herinnerde als een idyllisch vissersdorpje. Een halfuur verder belandden we in een hotel niet ver van zee met zwembad en gratis bar. We krijgen er een mooie kamer voor 55 euro, alle maaltijden inbegrepen. We blijven er drie dagen hangen. De manager is Duits. Ongeveer alle gasten zijn dat ook, op enkele Turkse mannen na die met hun Duitse vrouwen en kinderen op vakantie zijn. Al het Turkse personeel spreekt vlot Duits. Wat verderop is er een winkelstraat waar iedereen Duits spreekt en met euro's betaalt. Met Engels kom je er niet ver. Het is alsof Hitler gewonnen heeft en Duits de internationale voertaal is geworden.

Gelukkig is er nog de universele gebarentaal. In Uchisar houdt een Turkse toeriste in moslimtenue hijgend halt tijdens de lange klim naar de burcht op de top van de reusachtige rots waar de dorpsbewoners vroeger in grotten huisden. Ik bied de vrouw mijn arm aan. "Kom", zeg ik in het Nederlands, "we gaan samen naar boven." Ze haakt lachend haar arm in de mijne en we zijn weg. Boven moet ik op de foto met de hele familie. Wat later wil de papa nog met mij alleen poseren: hij slaat zijn arm om mijn blote schouders en zijn vrouw, met wie ik daarnet de trap opliep, maakt de foto. Ter afscheid geeft ze me drie zoenen. Ik voel ze nog altijd op mijn wangen, zo teder.

In Istanboel lopen we het binnentuintje in van een moskeetje dat verscholen ligt tussen de overwoekerde graven van Eyup. Er zitten mensen te babbelen, te eten en thee te drinken. Een oude vrouw doet teken naar de jongen die thee rondbrengt dat hij ons ook een glaasje moet brengen. Er valt niets anders te doen dan te gaan zitten op een bankje en te genieten. Gedurende een naïeve seconde denk ik: waarom kunnen de dingen niet altijd zo simpel zijn? Later op de dag zien we aan de fontein bij de moskee van Eyup het zoveelste Turkse jongetje dat verkleed is als prins. Tom maakt een vragend gebaar naar de ouders, of hij een foto van de familie mag nemen. Ze poseren trots. Ik weet intussen dat het prinsenpakje betekent dat de besnijdenis van het jongetje wordt gevierd, maar gebeurt die ingreep dezelfde dag? Ik probeer het de vader te vragen, met mijn handen. Tom bladert in zijn woordenboekje en vraagt: "Bugün?" - vandaag. Vader maakt een kapgebaar ter hoogte van zijn penis en wijst met zijn duim over zijn schouder: "Dün" - gisteren. Vandaar dat de kleine al kon lachen voor de foto.

Ik heb me vannacht met slaperige overmoed voorgenomen om Turks te leren. "Ik heb in het begin verschillende maanden voltijds Turkse les gevolgd", vertelt journalist Dirk Vermeiren me. Hij woont sinds vier jaar in Istanboel. "Turks is een moeilijke taal. Na twee jaar begon het te vlotten, maar pas nu klikt het." Dat belooft.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234