Zaterdag 02/07/2022

InterviewSarah Hauben (16)

Sarah Hauben, dochter van tv-maker Arnout: ‘Het is wellicht atypisch voor iemand van mijn leeftijd, maar schermen? Nee, dank u!’

‘Stan is op reis, ik zit op internaat. Geen idee of papa en mama het daar moeilijk mee hebben, maar ik kan me voorstellen dat het weleens leuk is om van je kinderen af te zijn (lacht).’ Beeld Marco Mertens
‘Stan is op reis, ik zit op internaat. Geen idee of papa en mama het daar moeilijk mee hebben, maar ik kan me voorstellen dat het weleens leuk is om van je kinderen af te zijn (lacht).’Beeld Marco Mertens

‘Ik ben best jaloers als ik hem zie vertrekken’, zegt Sarah Hauben over haar vader Arnout, de reporter die van wandelen zijn broodwinning heeft gemaakt en nu te zien is in Dwars door de Lage Landen op Eén. Zelf blijft ze dichter bij huis: ze gaat naar de topsportschool in Vilvoorde, waar haar leven al sinds haar 12de in het teken van volleybal staat. ‘Ik was verrast dat de trainers iets in me zagen: zo goed vond ik mezelf niet.’

Evelien Roels

Sarah Hauben is net 16 jaar geworden, maar noem haar niet onervaren. Ze geeft dit interview met de rust en de flair van een doorgewinterd schermgezicht. Met haar 1 meter 86 had ze ook een goede basketbalster kunnen zijn, maar het is het volleybal waar haar hart van vol is en haar mond van overloopt. “Dat kan ook niet anders als je op de topsportschool zit, het is heel intensief. We hebben vier uur les per dag en elke namiddag sporten we, voornamelijk bal- en krachttraining. In het weekend is het match. We vallen nooit stil.”

Niet iedereen raakt zomaar binnen op de topsportschool. Hoe is jou dat gelukt?

Sarah Hauben: “Ik ben altijd heel sportief geweest. Als kind speelde ik al tennis, ging ik zwemmen en dansen. Mijn broer Stan speelde volleybal, en zo ben ik daar ook mee begonnen, bij een klein ploegje in Brussel. Ieder jaar spelen de provincies tegen elkaar, en op mijn 10de werd ik geselecteerd voor het team van Vlaams-Brabant. Dat zijn de wedstrijden waar de trainers van de topsportschool naar komen kijken om spelertjes met potentieel te spotten.

“Op mijn 12de kreeg ik het bericht dat ze mij hadden opgemerkt en me de kans wilden geven om naar de topsportschool te gaan. Ik viel compleet uit de lucht, echt waar. Ik vond mezelf niet zo goed. Bij mijn eigen club mocht ik niet zo vaak spelen, maar blijkbaar zagen de trainers toch iets in mij.”

Heb je getwijfeld?

Hauben: “O ja, ik vond het een heel moeilijke beslissing. Ik was 12, kwam net uit het zesde leerjaar. Ik stond op het punt om naar het middelbaar te gaan, wat op zich al best een grote stap is. Ik had me al ingeschreven in een andere school, waar ook al mijn vriendinnen naartoe zouden gaan. Het idee om nog te veranderen, om naar een school te gaan waar ik niemand zou kennen, in een andere stad waar ik ook nog eens op internaat zou moeten gaan, overweldigde me. En ik twijfelde aan mezelf: was ik wel goed genoeg?

“Eerst dacht ik het niet te doen. Maar de twijfel bleef knagen. Sport was – toen al – mijn hele leven, en ik besefte dat het een unieke kans was. Ik heb heel last minute besloten om er toch voor te gaan. Ik wist dat ik anders spijt zou krijgen, en ik wilde niet de rest van mijn leven moeten denken: wat als?”

Wat vonden je ouders? Voor hen was het vast ook een grote stap om hun jongste op internaat te zien vertrekken.

Hauben: “Zij stonden er meteen achter en moedigden me zelfs aan om het te doen. Ze wisten dat het me goed zou bevallen. Ik hou van het gevoel om ergens vol voor te gaan, om het uiterste uit mezelf te halen. De grens nét boven mijn comfortzone leggen en zo telkens weer een stapje verder raken: ik word daar intens gelukkig van. En dan zit je in de topsportschool natuurlijk helemaal op je plaats.”

Was het een grote aanpassing?

Hauben: “In het begin wel, maar het wende snel. In de lagere school was ik altijd de speelvogel van de groep geweest, alleen de turnles vond ik echt leuk. In die zin kwam ik dus echt op mijn plek terecht. Ook het internaat deed me goed. Ik ben heel chaotisch, kom altijd en overal te laat, neem de verkeerde boeken mee naar de verkeerde les, dat soort dingen. Op internaat is alles hypergestructureerd. Opstaan, naar school vertrekken, les volgen, sporten, studie, drie kwartier pauze, naar bed. En de volgende dag weer exact hetzelfde. Ik zie mensen die het daar moeilijk mee hebben, of er zelfs door afhaken, maar voor mij werkt dat, het geeft rust in mijn hoofd.”

Je papa zat vroeger ook op internaat. ‘Ik was een varken’, verklaarde hij de keuze van zijn ouders in een interview.

Hauben (lacht): “Dat zou wel kunnen. Ik weet nu al dat ik later hetzelfde zal zeggen – niet van dat varken, maar dat het internaat me goed heeft gedaan. Het helpt me mijn dagen in te delen en elke dag iets nuttigs te doen.”

‘Trainers komen vooral hard over bij mensen die niet in de sport leven. Ze zullen nooit iets zeggen om je af te breken, te kwetsen of te kleineren. Het is altijd bedoeld om je beter te maken.’ Beeld Marco Mertens
‘Trainers komen vooral hard over bij mensen die niet in de sport leven. Ze zullen nooit iets zeggen om je af te breken, te kwetsen of te kleineren. Het is altijd bedoeld om je beter te maken.’Beeld Marco Mertens

In de wolken

Moet je veel opgeven voor je sport?

Hauben: “Het is niet zo dat we nooit mogen uitgaan of nooit eens een pintje drinken, maar we moeten wel weten wanneer. De avond voor een belangrijke wedstrijd of stage zullen we niet gaan feesten, maar tijdens de vakanties kom ik graag buiten. Ik vind het niet zo erg om daar rekening mee te houden, het hoort erbij als je de top wilt bereiken.”

Daar lijk je goed naar op weg: sinds 2019 speel je bij de Young Yellow Tigers, het nationale jeugdvolleybalteam van België.

Hauben: “De dag waarop ik de selectie van de jeugdploeg haalde, was fantastisch. Toen ik wat later te horen kreeg dat ik ook mocht meetrainen met de U19 – de junioren – was ik helemáál in de wolken. Dat is waar je het voor doet, hè. Een plekje bij de Yellow Tigers is voor ons allemaal de grootste droom. Maar ik ben realistisch: om daar te raken, moet je hárd werken en dan nog is het lang niet voor iedereen weggelegd.”

Hoe schat je je kansen in?

Hauben: “Ik weet het echt niet. Ik zit in de goede richting. Maar er is geen enkele zekerheid. Ik blijf gewoon keihard mijn best doen en dan zien we wel.”

Is de topsport een harde wereld?

Hauben: “Ja, maar ook weer niet té hard. Trainers kunnen stevige feedback geven, maar ik denk dat die vooral hard overkomt bij mensen die niet in de sport leven. Wij weten dat een trainer nooit iets zegt om je af te breken, te kwetsen of te kleineren. Sommige uitspraken kunnen misschien wel hard aankomen, maar ze zijn altijd bedoeld om je beter te maken en om je te laten groeien als persoon. Dat is ook in het belang van de trainers zelf: speelsters die goed in hun vel zitten, zullen automatisch ook beter spelen.”

In december ontplofte er toch een klein bommetje toen drie speelsters van de Yellow Tigers – Valérie Courtois, Hélène Rousseaux en Freya Aelbrecht – in de Canvas-documentaire De prijs van de winnaar getuigden over de aanpak van hun coach Gert Vande Broek. Ze beschuldigden hem van psychologisch grensoverschrijdend gedrag.

Hauben: “Daar weet ik niets over, ik heb nooit bij hem getraind.”

Lees ook

‘Worden jullie gesponsord door obesitas?’:bondscoach volleybalvrouwen onder vuur voor emotioneel misbruik

Waarom de brullende sportcoach niet meer aanvaard wordt: ‘Mensen haken af en je verliest talent’

De Australische tennisster Ashleigh Barty, nummer 1 van de wereld, kondigde zopas aan dat ze op 25-jarige leeftijd een punt zet achter haar carrière, deels omdat ze de druk van de topsport niet meer aankan. Kun jij je daar iets bij voorstellen?

Hauben: “Als tennisser sta je er min of meer alleen voor. Dat is anders in het volleybal, wij hebben altijd het team om op terug te vallen. We steunen en begrijpen elkaar. In een sport waar je alleen speelt, moet je dat missen, en dan kan ik begrijpen dat het soms moeilijk is.

“Ik heb ongelooflijk veel geluk met het team waarin ik op school ben terechtgekomen. Dat komt misschien ook omdat we zoveel tijd met elkaar doorbrengen: we zitten de hele week samen in de klas en op internaat, op zaterdag is er meestal een match en op zondag keren we alweer terug naar het internaat. We maken al het goede en slechte samen mee, dat maakt onze band ontzettend sterk.”

Jullie hebben hetzelfde doel: een plekje bij de nationale ploeg veroveren. Maakt dat jullie tot concurrenten?

Hauben: “Soms is het moeilijk, bijvoorbeeld wanneer je zelf wordt opgesteld voor een wedstrijd en je vriendin niet, of omgekeerd. Als je nadien in de groep over de match praat, voel je de spanning. Maar we worden daar op school goed in begeleid. Een topsportpsycholoog leert ons omgaan met stress, tegenslagen en verlies.”

Lapland en Hawaï

Had je vóór je selectie voor de topsportschool al een idee welke richting je uit wilde met je leven?

Hauben: “Totaal niet. Ik was natuurlijk nog jong, maar ik had geen idee.”

Je vader is een bekend tv-gezicht.

Hauben: “Dat heeft voordelen. Op stage maakte ik ooit per ongeluk het geheugenkaartje van de camera van een vriend stuk. Hij zei: ‘Je kunt het goedmaken met een gesigneerd boek van je vader.’ Dat heb ik dan zo geregeld (lacht).

“Leerkrachten en vrienden vragen geregeld naar hem. Ik vind dat totaal niet erg, integendeel. Ik vind het tof wat hij doet.”

Zou zijn job iets voor jou zijn?

Hauben: “Ik denk het wel. Ik ben vaak jaloers als ik hem zie vertrekken. Filmen, reizen, onderweg met mensen praten… Dat zou ik ook graag doen. Wie weet, ooit. Ik heb het hem al gezegd: als het in de sport niet lukt, kom ik werken bij De chinezen (het productiehuis van Hauben, red).”

En dan samen een avontuurlijk reisprogramma maken?

Hauben: “O ja, dat zou héél cool zijn. Maar zolang ik aan topsport doe, is het niet haalbaar: we hebben niet zoveel vakantie. In de zomer liggen de lessen stil, maar de trainingen gaan gewoon door en meestal is er ook een EK of een stage.”

Het reizen lijkt jouw familie in het bloed te zitten. We hadden je broer Stan graag mee aan tafel gehad voor dit interview, maar hij zit voor een jaar in het buitenland.

Hauben: “Hij heeft in juni zijn middelbaar afgerond. Voor hij gaat verder studeren, wilde hij een sabbatjaar inlassen om goed na te denken over zijn toekomst. Hij trekt rond met de rugzak. Mama en papa waren dus ineens een beetje kinderloos: Stan op reis en ik op internaat. Ik weet niet of ze het daar moeilijk mee hebben, maar ik kan me inbeelden dat het weleens leuk kan zijn om van je kinderen af te zijn (lacht).

“Ik vind het geweldig wat Stan doet. Als ik ooit met volleybalpensioen ben, wil ik ook voor langere tijd weggaan. Finland, Lapland, het noorderlicht zien, hiken in Noorwegen… Zalig. Al hou ik ook van chille vakanties, in Hawaï op het strand of zo. Dat zijn echt mijn droombestemmingen. Het zijn de genen van papa, denk ik. Al is mama ook een reiziger, ze heeft in verschillende landen gewoond.”

Ze is afkomstig uit Afrika, las ik op haar website.

Hauben: “Mijn grootouders waren Belgen, ze hebben hier lang gewoond. Tot mijn opa, een arts, een jobaanbieding kreeg uit Afrika. Ze zijn vertrokken en hebben achtereenvolgens in Congo, Rwanda en Burundi gewoond. Toen mama 16 was, verhuisden ze naar Zwitserland en nadien terug naar België. Mama is later nog enkele maanden naar Zuid-Afrika gegaan om er schilderlessen te nemen.

“Ik heb Afrika nog niet gezien, maar ik zou er heel graag eens naartoe gaan. Mama praat er zo mooi over. Volgens haar is de manier van leven er totaal anders dan in België, veel vrijer, en was het een grote aanpassing toen ze naar hier verhuisde. Mijn nonkels en tante praten er ook geregeld over. Mijn grootouders leven helaas niet meer, ik denk dat zij ook heel boeiende verhalen hadden.”

Je mama is kunstenares en informaticus.

Hauben: “Ze maakt prachtige schilderijen. Op dat vlak lijk ik meer op haar dan op papa: ik teken en schilder ook graag, en volgens mama heb ik talent. Het probleem is dat ik veel te ongeduldig ben. Na tien minuten moet het voor mij klaar zijn, terwijl mama soms maanden aan een doek werkt. Het blijft bij mij dus meestal bij kleine tekeningetjes in mijn schoolboeken, maar het ontspant me wel.

“In haar job als informaticus lijk ik totaal niet op haar, ik zit écht niet graag achter de computer. Het is wellicht atypisch voor iemand van mijn leeftijd, maar schermen? Nee, dank u!”

Hebben je ouders je streng opgevoed?

Hauben: “Streng maar rechtvaardig. Ik was als kind vrij heftig en, volgens mijn ouders, héél slordig. Daar konden ze niet goed tegen. Als ik weer eens iets kwijtraakte in de chaos, kon ik ze kwaad krijgen.

“Verder hechten ze belang aan de basiswaarden: eerlijkheid, respect... Als ze me zouden betrappen met een sigaretje – wat niet gauw zal gebeuren – zouden ze heel teleurgesteld zijn. Ik heb de keuze gemaakt voor topsport, en dan verwachten ze dat ik er voluit voor ga.”

Hechten ze belang aan goede schoolresultaten?

Hauben: “Ja, maar zonder er te veel druk op te leggen. In de lagere school had ik altijd een goed rapport, maar sinds ik op de topsportschool zit, is goede resultaten halen een grotere uitdaging. In het begin van het jaar deed ik nog aso, toen was het altijd kantje boord. Nu doe ik tso en gaat het stukken beter. Je moet op twee zaken focussen, hè. Veel meisjes die ik ken worstelen daarmee.”

null Beeld Marco Mertens
Beeld Marco Mertens

De hel op aarde

Volg je de actualiteit?

Hauben: “In het weekend kijk ik soms met mijn ouders naar het nieuws. Tijdens de week zie ik de actualiteit passeren op sociale media. Op Instagram volg ik NWS, een VRT-account met nieuws voor jongeren.”

De voorbije twee jaar werden we overspoeld door corona. Hoe heb jij die crisis beleefd?

Hauben: “Het internaat was een tijdje gesloten, dat was pittig. Zonder volleybalveld kun je niet behoorlijk trainen. Ik trok me uit de slag in onze tuin, maar Brusselse tuinen zijn een postzegel groot, dat is niet hetzelfde. Verder viel het mee. Ik kan niet zeggen dat ik bang was of zo. Ik vond het zelfs wel fijn om nog eens zo vaak thuis te zijn bij ons gezin.

“Toen het internaat weer openging, vormden we een bubbel met de ploeg. We mochten dus ook weer gewoon knuffelen en zo. Veel mensen waren daar jaloers op: zij zaten helemaal alleen binnen, wij mochten weer samen zijn, al moesten we voortdurend getest worden. Wedstrijden hebben we een jaar lang niet mogen spelen, maar intussen verloopt alles weer normaal.”

Was je bang om een achterstand op te lopen?

Hauben: “Ik heb er wel over getwijfeld, maar intussen blijkt dat we niet minder ver staan dan de vorige generaties. Gelukkig maar.

“Achterstand is een grote angst van elke sporter. Een vriendin van me is al lang geblesseerd, ik denk vaak aan haar. Ik kan me niet voorstellen hoe het is als je zo lang moet stilzitten en niet kunt sporten. Als je me vraagt naar mijn hel op aarde, dan is het dat: andere mensen zien doorgaan en groeien, en zelf noodgedwongen achterblijven. Het kan zo snel gebeurd zijn. Je voet verzwikken, je vinger breken: niet zo erg, maar je zit er meteen door aan de kant.”

Intussen domineert de oorlog in Oekraïne de actualiteit, en die heeft ook een impact op de sport. De Europese Volleybalconfederatie heeft de nationale ploegen van Rusland en Wit-Rusland uitgesloten van de Europese competities. Het WK volleybal voor mannen, dat in augustus in Rusland zou plaatsvinden, wordt verplaatst naar een andere locatie.

Hauben (knikt): “En ons EK-kwalificatietoernooi zou dit jaar plaatsvinden in Wit-Rusland, maar dat gaat ook niet door. Het is heel erg wat er allemaal gebeurt.

“Vorig jaar speelden we een toernooi in een poule met Oekraïne en Wit-Rusland. We hebben die Oekraïners gesproken, we hebben high fives gegeven. We hebben zoveel gemeenschappelijk. Als ik dan bedenk hoe moeilijk ze het nu hebben, raakt dat me enorm. Dat hadden wíj kunnen zijn.”

Wat hoop je voor de toekomst?

Hauben: “Ik heb één droom: ooit mogen spelen bij de Yellow Tigers. Dat is mijn doel, het is waar ik elke dag naartoe werk. Al mijn klasgenoten zullen je hetzelfde antwoord geven, het is de reden waarom we op de topsportschool zitten.”

Je hebt geen plan B?

Hauben: “Mocht het niet lukken, dan zou ik het ook mooi vinden om Liga A te spelen (de hoogste volleybalklasse in België, red.). Als ik maar het uiterste uit mezelf kan halen, het gevoel heb dat ik alles wil geven voor mijn club.”

Een akelige slotvraag: wat als er morgen bij jou een hartafwijking wordt vastgesteld en je nooit meer zou mogen sporten?

Hauben (gruwelt): “O, dan zou ik echt… Ik denk dat ik nog wel een andere hobby zou kunnen vinden, maar ik zou het heel, héél erg vinden. Je werkt elke dag om beter te worden, als dan ineens alles zou ophouden… Doe me er maar liever niet aan denken. En nu moet je me helaas excuseren: straks match!”

Dwars door de Lage Landen, Eén, maandagavond

© Humo

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234