Zondag 03/07/2022

Schilderkunst

'Meesterlijke Middeleeuwen' belooft dé expo van 2002 te worden: een voorsmaakje

Meesters op vierkante centimeters

In september 2002 opent in Leuven een ambitieuze tentoonstelling over zeven eeuwen miniatuurkunst. Meer dan honderd topstukken uit Europese en Noord-Amerikaanse collecties zullen een overzicht bieden van de schilderkunst tussen 800 en 1475 - kunst op perkament die doorgaans in boeken verscholen zit. In de aanloop naar de tentoonstelling worden momenteel zes manuscripten uit de Koninklijke Bibliotheek in Brussel onderzocht en gerestaureerd. De Morgen ging al eens poolshoogte nemen en sprak met de organisatoren.

Brussel / Eigen berichtgeving

Eric Rinckhout

De schilderkunst in de lage landen begint niet bij Jan van Eyck. Misschien werd er vóór hem nauwelijks op paneel geschilderd, toch waren er al eeuwenlang miniaturisten aan het werk. Zij illustreerden op kunstige wijze de fraai gekalligrafeerde handschriften: zij voegden het beeld bij het woord. Maar de geschilderde schoonheid van deze vaak anoniem gebleven kunstenaars hangt niet te prijken in paleizen en kerken: zij waren meesters van de vierkante centimeters en hun kleine schilderijtjes zitten verstopt in boeken die op hun beurt weer verstopt zitten in de archieven van musea en bibliotheken.

Volgend jaar komt daar verandering in als 130 werken tijdelijk het licht mogen zien in Leuven. Werken uit Baltimore, Berlijn, Brussel, Antwerpen, New York en Sint-Petersburg zullen ons tonen wat er zich van 800 tot 1475 - van Karel de Grote tot Karel de Stoute - tussen Nederrijn en Noordzee op artistiek vlak heeft afgespeeld. De miniaturisten zijn de directe voorlopers van Campin en Van Eyck, Memling en Van der Weyden.

"In Meesterlijke Middeleeuwen brengen we alleen topstukken", zegt Jan Van der Stock (KU Leuven), organisator van de expositie. "Onze bruikleengevers zijn niet de minsten, waardoor de onderhandelingen soms lang duren en vaak ter plaatse moeten worden gevoerd." Dat verklaart ook deels de lange voorbereidingstijd: inmiddels is men al twee jaar bezig. Van der Stock heeft al behoorlijk wat ervaring: hij maakte onder meer de grensverleggende tentoonstellingen Stad in Vlaanderen (1991) en Verhaal van een metropool (Antwerpen 1993). Ook Vlaamse miniaturen voor vorsten en burgers (Sint-Petersburg, Florence en Antwerpen, 1996-'97) stelde hij mee samen: die tentoonstelling was een soort voorloper van Meesterlijke Middeleeuwen.

"In de eerste plaats willen we schoonheid laten zien", zegt tentoonstellingscommissaris Bert Cardon (KU Leuven). "We kiezen voor een puur esthetische benadering, informatie krijgt de bezoeker via een audiogids, en de historische verklaringen worden samengevat in de catalogus. We willen de toeschouwer leren kijken en genieten. Al te veel bezoekers lezen alleen maar de bordjes met informatie en wandelen dan voort."

Dat neemt niet weg dat de tentoonstelling ook een verhaal vertelt: miniaturen maakten in die zeven eeuwen immers een grondige verandering door. De vroegste, Karolingische periode, staat in het licht van de mens, later worden kleur en lijn belangrijk. In de vijftiende eeuw trachten de miniaturisten de suggestie van ruimtelijkheid na te streven - gelijktijdig met de Vlaamse primitieven in hun paneelschilderkunst. Maar op het eind van de vijftiende eeuw krijgt het verluchte handschrift zware concurrentie van het gedrukte boek en de schilderkunst - de stedelijke burgerij wint meer en meer aan belang, de eerste grote boeken- en schilderijencollecties worden aangelegd. Toch zullen de miniaturen tussen 1500 en 1550 nog een schitterende nabloei meemaken, maar dat is stof voor een andere tentoonstelling - het J. Paul Getty Museum in Los Angeles is daar blijkbaar mee bezig voor het jaar 2003.

De twee grootste bruikleengevers voor Meesterlijke Middeleeuwen zijn het Walters Art Museum in Baltimore (dertien manuscripten) en de Koninklijke Bibliotheek in Brussel met zestien handschriften. Van die zestien zullen er zes onderzocht, geconserveerd en zo nodig gerestaureerd worden. Op een totaal budget van 52 miljoen frank voor de tentoonstelling wordt ongeveer 2 procent besteed aan de conservering van het roerend erfgoed. Daarmee willen de samenstellers van de tentoonstelling een signaal geven en een daad stellen.

Lieve Watteeuw, van het Gentse restauratieatelier Duodecimo, is momenteel bezig met het onderzoek van Pèlerinage de la Vie Humaine, een handschrift dat dateert van circa 1400 en afkomstig is uit Artois - nu in Noord-Frankrijk gelegen maar in die tijd beter bekend als Artesië, een deel van het graafschap Vlaanderen.

Het boek werd oorspronkelijk vervaardigd voor een Artesische familie maar belandde later in de bibliotheek van de Bourgondische hertog Filips de Goede in Brussel. Die hertogelijke collectie vormt de kern van de huidige Koninklijke Bibliotheek, wat meteen de verklaring is waarom die zoveel uitgelezen handschriften bezit.

De Pèlerinage wordt al voor de vijfde keer 'gerestaureerd' - hoewel Lieve Watteeuw liever van 'conservatie' of 'consolidatie' spreekt. Men wil een boek nu immers in de eerste plaats behouden zoals het is en behoeden voor verdere aftakeling.

Het boek heeft een bewogen geschiedenis achter de rug: geconfisqueerd door de Fransen, meegenomen naar Parijs, teruggebracht naar België, tijdens een brand uit het raam gegooid, in 1837 gebonden in zijn huidige kalfsleren band, en begin twintigste eeuw opnieuw gerestaureerd maar niet herbonden. Het boekblok is inmiddels gebroken en moet worden hersteld. Het kalfsleer is zwak en gedegradeerd - het is nog niet zeker of het behouden zal blijven.

Het klinkt onwaarschijnlijk maar de tekst en de miniaturen zelf hebben in die zes eeuwen slechts minimale schade opgelopen. Opvallend is nog altijd de kwaliteit van het schilderwerk: gedetailleerd, levendig, plastisch en helder van kleur. Bovendien hebben de kalligrafen zich in de verluchte letters uitgeleefd: hoofdletters zijn versierd met art-nouveauachtige krullen, serpentines slingeren zich door de marge van het handschrift, hier en daar hebben letters zelfs gezichtjes en droedels erbij gekregen. Het bladgoud heeft nog niets van zijn glans verloren.

Enkele helletaferelen vertonen een boschiaanse kwaliteit én gruwel: zondaars zijn opgehangen aan vleeshaken die hun tong, ogen of andere lichaamsdelen doorboren, terwijl onder hun naakte vege lijf een vrolijk vuurtje wordt gestookt. Ook in de hemelse scènes vallen de hoogst individuele koppetjes van de engelen op. Hier waren meesters aan het werk. Ze schilderden met honing en eiwit, en gebruikten op modernistische wijze de kleur van het perkament om de gezichtjes in te vullen.

Op enkele bladzijden ontdekte Lieve Watteeuw spatjes kaarsvet: stille getuigen dat het stichtende manuscript bij kaarslicht gelezen en herlezen werd. Was het avond- of bedlectuur? Hier en daar trof ze ook hoofdhaar en schilfertjes aan. Het is trouwens al voorgevallen dat in een oud handschrift een pen verstopt zit, of een insectje en een verdroogd bloemetje.

Hoewel perkament zeer fragiel is en snel reageert op klimatologische wijzigingen is het nog steeds in prima conditie. Voor de duidelijkheid: perkament heeft niets met papier te maken. Het wordt gemaakt van dierenhuiden: kalveren, honden maar bij voorkeur lammeren. Soms zie je dat er huid van oudere lammeren werd gebruikt: het dier had zich geschaafd of gekneusd en die wondjes werden door de veertiende-eeuwse perkamentmaker zorgvuldig genaaid. Gave bladzijden wijzen op jonge lammetjes.

Op sommige plekken trekt het perkament samen, alsof het boek ooit waterschade heeft opgelopen. "Neen", reageert Lieve Watteeuw. "Dat is de liesstreek van het lam. De huid zat daar geplooid en dat zie je dus ook aan het perkament." Op verscheidene plaatsen is het perkament wat doorschijnender: daar zat het vel om de knoken van het achtereind van het dier. De Pèlerinage is een omvangrijk handschrift. "Ik vermoed dat men voor het perkament toch wel honderdtwintig lammeren geslacht heeft", zegt Lieve Watteeuw nog.

Meesterlijke Middeleeuwen loopt van 21 september tot 8 december 2002 in Museum Vander Kelen-Mertens, Vanderkelenstraat, Leuven. Inlichtingen en reserveringen: 016/22.45.64. Inmiddels is er een uitvoerig geïllustreerde en zeer informatieve website: mm.leuven.be.

'Ik vermoed dat men voor het perkament toch wel honderdtwintig lammeren

geslacht heeft'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234