Zondag 02/10/2022

Schuld en liefde

Kende ik het ploegje schoenpoetsers dat altijd op de hoek van de straat in Kigali-centrum rondhing als onderdanige, zacht jammerende hoopjes, zodra Marieke ten tonele verschijnt, veranderen ze in jakhalzen. Marieke uit Bergen op Zoom was al aan haar vierde Rwandese vriendje bezig, wist tout Kigali. Eén van die minnaars was een nederige straatveger geweest, dus iedere Rwandees heeft kennelijk een kans. We worstelen ons door de muur van mannen en jongens heen, weten de auto te vinden en terwijl Marieke het contactsleuteltje omdraait, tasten handen door de portierraampjes naar onze borsten. "Niet doen, joh", zegt ze met een lieve glimlach en tegen mij, ontroerd: "Dat mensen zo aardig zijn gebleven na alles wat we ze hen hebben aangedaan, da's toch ongelooflijk, he."

Marieke is één van de tienduizenden westerse hulpverleners die de rampgebieden op de wereld afreizen. De meesten zijn jong, hebben zojuist een hoge opleiding afgerond en lopen over van goede wil. In de overgrote meerderheid zijn ze ook blank en daarmee van bij de geboorte reeds behept met een schuldgevoel. Het besef dat de armoe in Afrika historisch gezien de schuld van het Westen is en de schaamte daarover ten opzichte van de slachtoffers van die uitbuiting zitten er diep in bij de jongelui.

De hulpverleners die in het kielzog van de Verenigde Naties in Rwanda belandden, troffen de grootste slachtoffers van allemaal aan: het Tutsi-volk, arm en bovendien ernstig beschadigd door een oorlog die het Westen volgens de eigen geschiedenisleer had moeten, maar niet heeft willen voorkomen. De meisjes en jongens die voor de meer dan 200 internationale hulporganisaties in Rwanda werken, zijn door de confrontatie met deze superslachtoffers van de weeromstuit zelf superwesterling geworden. Van 9 tot 5 verlenen ze de hulp waarvoor ze werden ingehuurd, maar de missie waar ze hun ziel en zaligheid in leggen, is de Wiedergutmachung van de onmetelijk grote schuld. De Tutsi's, ook sinds de paplepel overtuigd van de werkelijke schuldigen aan hun ellendige toestand, aanvaarden de zorg met grote vanzelfsprekendheid. De wetenschap dat de aflossingen de schulden toch nooit helemaal zullen dekken, biedt sommige jonge, ambitieuze exemplaren de gelegenheid de blanken schaamteloos uit te buiten.

Mariekes nieuwe vriendje speelt gitaar en zij staat tussen het publiek dat in grote getale voor het podium dringt. Daarop een rastaorkest dat meezingers over het falen van de VN componeerde. "Fuck Boutros-Ghali", luidt een refrein en het publiek zingt mee, Marieke en haar VN-collega's het hardst. Het falen van een hele internationale gemeenschap heeft de blanke clientèle van de kroeg deemoedig op zich genomen. "We mogen blij zijn dat de kroegbaas ons überhaupt binnenlaat", verzekert Marieke me.

Na een weekje verkering liggen zijn gedragen sokken al in haar wasmand en nog een week later is hij zelf ook in haar appartement in Kigali ingetrokken. Dat haar VN-salaris door hem en zijn vriendenclubje opgezopen wordt, vindt ze niet meer dan rechtvaardig: "Ik verdien veel te veel", zegt ze. Haar VN-jeep verwordt tot een taxi om het rastaorkest naar optredens te vervoeren, maar ook dat vindt ze normaal: Tutsi's hebben geen auto's omdat de VN er te veel heeft, zo luidt haar redenering. In de vierde week van hun verkering belooft ze hem te zullen bezorgen wat hij het liefste wil: een visum voor Nederland. Ze knippert niet eens met haar ogen als blijkt dat ze daartoe met hem zal moeten trouwen.

"Wat trek je aan?", vraag ik. "Oh, een spijkerbroek", zegt ze zorgeloos. "We hoeven alleen maar even op en neer naar het stadhuis om het register te tekenen." Het feestcomité dat haar Tutsi opgericht heeft, blijkt anders besloten te hebben. De moeder van de bruidegom komt langs om haar een traditioneel Afrikaans trouwgewaad aan te meten, van taft en zijde, in het blauw. De pup van de waakhond rolt onbesuisd door de achtertuin met een teenslipper van de werkster tussen zijn scherpe tandjes geklemd. Hij gaat rakelings langs het graf van de oorspronkelijke bewoonster van Mariekes woning. Ze ligt begraven op de plek waar de Interahamwe haar in 1994 heeft kunnen vermoorden.

De poort gaat knarsend open. De bruidegom komt de tuin binnenstrompelen, nog versuft van het vrijgezellenfeest gisteravond. Iedereen was er, vertelt hij met schorre stem. Eerst hebben ze zijn onderbroek ritueel verbrand en toen was er bananenbier geweest. Marieke had zich al afgevraagd waar hij uithing, maar is blij te horen dat het leuk was. "Om twee uur worden we op het stadhuis verwacht", zegt hij en stommelt de tuin weer uit.

De hitte is opgelopen tot 40 graden. Door het feestcomité is er geen kleedster voor een onwetende uit Nederland voorzien. In de tuin staat de bruid met de blauwe lellen stof te worstelen. Ze weet niet wat de boven- en onderkant is, laat staan hoe het kant in de creatie past en ze heeft nog anderhalf uur.

Als de bruidegom weer opduikt, is ze nog steeds in de weer met het gewaad. Geïrriteerd wikkelt hij haar in. Het kant hangt nu als een toga over haar schouder. Het haar wordt met een vals blinkende, plastic broche opgespeld, als een gebutste Mercedes de tuin inrijdt. Hij is geleend van iemands oom, een kolonel in het Rwandese leger. In toeterende pick-ups, uitpuilend van familie en vrienden, gaat het in konvooi op weg naar het met kogels doorzeefde stadhuis. Ambtenaren lopen expres de trouwzaal in en uit om haar schaamteloos te bekijken.

Na afloop van de plechtigheid wordt de bruid op de traditionele eresofa neergeplant, een ouderwets model met zilveren biezen langs het Franse lelie-dessin. Hij staat midden op het gazon voor de afgehuurde feestzaal. Honderden mensen schuifelen voorbij om te feliciteren. "Wie zijn dat allemaal?", vraag ik. Ze weet het niet zeker. Nichten, ooms, halfbroers van aangetrouwde neven, gelooft ze.

Vreemd zijn ook de cadeautjes. "Hij was dolblij met die koeien", zegt de bruid ontredderd. "Hij heeft er twee gekregen. Weet jij wat daar de bedoeling van kan zijn?" "U trotseerde de sneeuw, zwom over zeeën en rivieren en doorkruiste wouden. Nu zijn we familie", spreekt één van de ooms haar glunderend toe. Marieke kijkt nietsvermoedend voor zich uit: de speech is in het Rwandees. 'Is that a gun in your pocket, or are you just happy to see me?', schiet een gouwe ouwe van Mae West door me heen als ik na in een pirouette rondgeslingerd te zijn, tegen het bekken van een neef van de bruidegom crash. Verderop danst het bruidspaar en ik zie ook twee collega's van Marieke in de armen van Tutsi's voorbijzwieren. We worden verlangend nagekeken: veel heren in Kigali hopen op een trend. "Al mijn broers en zusters zijn uitgemoord", hoor ik de hese stem van de neef in mijn oor. Hij perst zijn onderste helft nog wat knusser tegen me aan. Het was zijn gun, weet ik nu zeker.

Linda Polman

Tekening Leo Timmers

Linda Polman is auteur van boeken over Zaïre, Haïti en de VN-missies in Somalië, Rwanda en Haïti.Trouwen met je neef, of hoe de Palestijnen met ultramoderne technologie een eeuwenoude traditie in stand houden.

Morgen, in de 12de etappe van De Versiertoer.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234