Woensdag 10/08/2022

Sla, nepspinazie en tomaten

Vanaf vandaag vindt u in het tuincentrum het tweede pakket Plat du Jardin-zaden: kropsla 'Wonder der Vier Jaargetijden', Nieuw-Zeelandse spinazie, kardoen volle doornloze, dop- en sluimerwt Carouby Sugar en tomaat 'Marmande'.

Kropsla Wonder der Vier Jaargetijden

Wonder der Vier Jaargetijden is een sla die een mooie, niet te vaste krop vormt. De vlezige bladeren zijn donker rood-groen en licht gebobbeld. De binnenste bladeren zijn gladder en zachter en geel-groen gekleurd.

Deze kropsla wordt meteen ter plaatse gezaaid op rijen die 30 cm van elkaar liggen. Na het opkomen uitdunnen, zodat er één plantje per 25 cm overblijft. U kunt deze sla ook voorzaaien in een bak en ze dan ter plaatse uitzetten zodra ze 3 à 5 blaadjes hebben. Let er bij het verplanten op dat u de kraag van de jonge plantjes niet ingraaft en geef veel water na het verplanten.

Wonder der Vier Jaargetijden is een sla die niet gemakkelijk zal opschieten en dus vanaf de lente tot laat in de zomer kan worden gezaaid. Zaai ze vanaf mei wel bij voorkeur op een licht beschaduwde, eerder koele plaats. Geef bij droog weer regelmatig water om opschieten te voorkomen. Zaai liever om de paar weken kleine hoeveelheden in plaats van alles ineens zodat u niet alle slaplanten op hetzelfde moment moet oogsten.

Kropsla kan ook perfect op een balkon of een terras worden gekweekt in een bloembak of een gewone bloempot. Verdeel enkele zaadjes over de bloempot en dun ze geleidelijk aan uit zodat u uiteindelijk één plant per pot overhoudt. De uitgedunde slaatjes kunnen uiteraard al in een slaatje worden verwerkt. In een bloembak kunt u meerdere plantjes behouden. Zorg er alleen voor dat ze ongeveer 20 à 25 cm van elkaar staan. Geef bij droog weer regelmatig water, zodat de plantjes niet verdrogen.

Volle doornloze Kardoen Kardoen is een vrijwel onbekende groente die vroeger heel veel werd gekweekt. Het is een vaste plant die met zijn mooie, diep ingesneden grijs-groene blad erg decoratief is. Het is een distelachtige plant die nauw verwant is aan de artisjok. In tegenstelling tot de artisjok zijn het echter niet de bloemen die worden gegeten, maar de (gebleekte) stengels. Het vormt een fikse plant die in één seizoen tot één meter breed en hoog kan worden. In ons klimaat sterft hij in de winter meestal af, tenzij hij wordt beschermd en het niet al te hard vriest. Kardoen wordt in mei ter plaatse gezaaid in kuiltjes op ongeveer 1 m van elkaar. Vul de kuiltjes met goed verteerde compost. Leg een drietal zaden in elk kuiltje. Na het opkomen behoud je alleen de sterkste plant.

Kardoen heeft een goed bemeste, stikstofrijke en vochthoudende grond nodig. Tijdens de groei moet er om de twee weken wat extra stikstofmest worden gegeven. Om de grond rond de plant vochtig te houden, brengt u best een mulchlaag aan (bijvoorbeeld grasmaaisel). Het is een warmteminnende plant, kies dus een zonnige standplaats.

Het bleken gebeurt door de bladeren eind augustus bijeen te binden met jute of stevig karton. Doe dit alleen bij droog weer, anders bestaat het gevaar dat de stengels rotten. De voet van de plant aanaarden tot 20 à 30 cm. Na een drietal weken zijn de stengels klaar voor consumptie. De gebleekte stengels worden bereid zoals bleekselder met een kaas- of tomatensaus.

Zaaien in een kuip op het terras is niet ideaal gezien de omvang van de plant en de noodzaak om te bleken.

Nieuw-Zeelandse Spinazie

De Nieuw-Zeelandse Spinazie (Tetragonia tetragonioides) is geen spinazie maar een vaste plant die het goed doet op droge grond en in de zon en daarom een ideale vervanger is voor de klassieke spinazie als die het in de zomermaanden laat afweten. De smaak is iets zachter dan die van spinazie, maar even fijn. Hoewel het een uiterst makkelijke en zeer lekkere groente is, wordt ze zelden gekweekt en is ze niet of nauwelijks te koop.

Tetragonia is, zoals de Nederlandse naam suggereert, inheems in Nieuw-Zeeland, maar ook in Australië, Tasmanië, de vele eilanden in de Stille Oceaan tot in China en Zuid-Amerika. Hij werd pas in 1770 ontdekt door Sir Joseph Banks, die als botanicus meereisde met de beroemde Captain Cook. Op die eerste reis werd de spinazie niet gegeten, maar bij een later bezoek aan Nieuw-Zeeland ontdekte Cook dat het een waardevolle bron van vitamine C was waarmee scheurbuik onder de bemanning kon worden bestreden. Hij gaf het bevel om een hele bootlading vol van deze planten te verzamelen. In het begin van de 19de eeuw vond de Tetragonia als groente ingang in Europa.

Hoewel het een vaste plant is wordt hij in de moestuin meestal als eenjarige geteeld. Hij wordt gezaaid op het einde van het voorjaar. Men kan ze ook binnenshuis voorzaaien en ze dan na 15 mei buiten uitplanten. Omdat de zaden traag kiemen is het aan te raden om ze 24 uur te laten weken in water en ze dan pas te zaaien. Zaaien op rijen in kuiltjes op zo'n 80 cm van elkaar. Leg drie à vier zaadjes in elke kuil, zo'n 2 cm diep. Tetragonia kan tot 70 à 80 cm hoog en breed worden.

De toppen van de scheuten worden afgeknepen als ze ongeveer 10 cm lang zijn, zodat ze zijscheuten vormen. De bladeren kunnen worden gekookt of gestoofd en smaken even fijn als spinazie. De jonge lichtzure blaadjes en stengeltoppen kunnen ook rauw worden gegeten in een slaatje. Pluk er de hele zomer van, de plant zal steeds nieuw blad en nieuwe scheuten vormen.

Ze gedijen het best in volle zon op een lichte, goed doorlaatbare grond. Bij gebrek aan een moestuin kunt u ze ook in een grote pot op het terras of balkon zaaien.

Erwt Carouby Sugar

De erwt Carouby Sugar is een zeer mooie, decoratieve plant met heel zoete erwten.

De vliesloze peulen worden best geplukt als ze nog jong zijn en worden dan in hun geheel gegeten (dus met de sluimen). Best is ze slechts heel even te koken zodat ze nog licht krokant zijn, maar ze zijn ook rauw zeer lekker. Als de erwten iets dikker zijn, kunnen ze ook worden gepeuld en bereid als gewone erwten. Ze hebben dan een heel typische, sterke, zoete smaak. Ze verkleuren bij het koken licht bruingrijs. U hoeft erwten niet eerst in water te koken. Stoof ze op een zacht vuurtje samen met een kropsla en een nootje boter en een eetlepeltje water. Zo behouden ze al hun smaak. Stoof eventueel ook enkele uitjes of een sjalotje mee.

Plant ze op rijen op een afstand van ongeveer 60 à 70 cm, leg de erwten in de rijen op ongeveer 10 cm van elkaar, zo'n 2 à 3 cm diep. Ze gedijen het best in de zon en vereisen een vruchtbare, losse en matig bemeste grond. Ze worden in mei gezaaid. Het is een hoge erwt (tot 1,5 m), dus moet er rijshout of een andere steun worden gebruikt.

U kunt deze erwten ook kweken in een grote kuip. Maak langs de rand kleine kuiltjes waarin u drie à vier erwten legt. Steek lange bamboestokken in de pot en bind ze bovenaan samen. In het begin een beetje helpen bij het vasthaken.

Tomaat Marmande

De tomaat Marmande is een smaakvolle vleestomaat die vooral in Frankrijk zeer geliefd is. Zij wordt liefst als buitentomaat gekweekt en bloeit redelijk vroeg. Ze rijpt ook vroeg waardoor zij goed is aangepast aan ons klimaat en zelfs zal rijpen tijdens een eerder koele zomer. Maar buitenteelt van tomaten is altijd een gok.

De vruchten van Marmande zijn vrij groot, lichtjes afgeplat en sterk geribd. Ze staan in trossen van drie tot zes bij elkaar.

Tomaten worden voorgezaaid in een serre of binnenshuis (op een zeer lichte plaats!). Zaai in een bakje (van bijvoorbeeld isomo) in een luchtig mengsel van potgrond met een beetje zand. Strooi de zaadjes zeer dun uit, bedek ze met een fijn laagje zand en druk aan. Besproei en leg er glas met krantenpapier over. Zorg voor een temperatuur van 20-25° C. Zodra de kiempjes boven de grond komen, het papier wegnemen en luchten door blokjes tussen het glas en de bak te steken. Na een tiental dagen kunnen de jonge plantjes verspeend worden. Plant ze in een bak of in potjes met eenzelfde grondmengsel met wat tomatenmest.

Na nog eens twee weken worden ze weer verplant in perspotjes of in kleine potjes van ongeveer 10 cm doorsnee in goed verteerde compost of potgrond. Plant zo diep mogelijk. Tijdens de hele kweekperiode moeten ze heel licht staan en mogen ze nooit uitdrogen. In de weken voor het planten moeten de plantjes 'afgehard' worden: ze moeten geleidelijk wennen aan de buitentemperaturen.

Na 1,5 maand en zeker na 15 mei kunnen ze buiten uitgeplant worden op rijen, 80 cm van elkaar en op 50 cm in de rijen. Zet bij het planten gelijk een stevige stok van 1,5 m naast de plant waaraan hij later kan worden vastgebonden. Bedek de grond rond de plant met een mulchlaag. Tijdens de groei moeten de zijscheuten regelmatig uitgeknepen ('gediefd') worden om één stam te behouden. Bij buitenteelt moet de top van de plant op het eerste blad na drie bloemtrossen worden weggenomen zodat de tomaten voor de eerste vorst kunnen rijpen.

U kunt deze tomaat ook op het balkon in een grote kuip, of in een speciale plastic plantzak, uitplanten.

De lijst van tuincentra waar de Plat du Jardin-zaden te koop zijn en waar u met uw kortingbonnen terecht kunt, vindt u op de internetsite www.groen.net

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234