Donderdag 30/06/2022

InterviewMarguerite van den Berg

Sociologe Marguerite van den Berg valt het arbeidsethos aan: ‘Je moet tijd terugstelen van je baas’

Marguerite van den Berg:  Beeld Marijn Smulders
Marguerite van den Berg:Beeld Marijn Smulders

In haar boek Werk is geen oplossing maakt de Nederlandse sociologe Marguerite van den Berg (38) brandhout van ons al dan niet opgelegde arbeidsethos. We werken veel te hard en worden massaal uitgebuit. ‘We moeten collectief staken.’

Lieven Desmet

In de avonduren nog snel even de laptop openklappen en die laatste mails beantwoorden. Een telefoontje plegen voor het werk in het weekend. ‘En wat doet u voor werk?’ is een van de eerste vragen geworden wanneer we iemand ontmoeten. Sterker nog, heel veel mensen lijken zich met hun job te identificeren. Zijn we het vanzelfsprekend gaan vinden dat we met z’n allen zo veel en zo hard werken? “We hebben steeds minder vrije tijd, zien onze vrienden haast niet, iedereen loopt uitgeput rond. Waarom pikken we dit eigenlijk?”, zegt Marguerite van den Berg.

Werk is geen oplossing, maar een probleem, stelt de sociologe. “We proberen onze bestaanszekerheid in de stabiliteit van werk te verankeren, maar juist werk is nu buitengewoon onbetrouwbaar. Het vraagt altijd meer van ons, verandert voortdurend de voorwaarden en is het liefst vaag over de toekomst. We zijn steeds meer gaan werken en krijgen daar steeds minder zekerheid voor terug.”

In Werk is geen oplossing poneert Marguerite van den Berg dat het anders kan én moet. Zij deelt verhalen over onzekerheid en roept zelfs op tot daden van verzet. “We moeten collectief staken!”

Uw boek vertrekt vanuit uw persoonlijke ­ervaringen met de coronapandemie?

“Ik doe al jaren onderzoek naar werk en kwetsbaarheid op het werk, maar de pandemie maakte het vraagstuk wel urgenter, ook voor mij. Ik denk dat de globale gezondheidscrisis voor heel veel mensen het begrip werk op scherp heeft gezet. Tijdens de lockdowns werd er enorm veel gevraagd van werkende mensen, onder wie ikzelf. Thuiswerken bijvoorbeeld, waarbij ook nog de zorg voor de kinderen kwam, wat voor extra druk zorgde.

“Anderen konden dan weer helemaal niet van thuis uit werken, en werden gewoon op de werkvloer verwacht. Ook dat leidde tot veel extra druk. Ook tijdens de pandemie werd ons gevraagd ons werk centraal te stellen in ons leven.”

Het boek is dus niet uit een soort rancune naar uw werkgever geschreven, want u maakt af en toe wel duidelijk dat de relatie soms gespannen is?

(lacht) “Neen, dat zou ik zeker niet zo zeggen. Maar ik probeer natuurlijk wel zelf ook het onderscheid te maken tussen mijzelf, als werknemer, en mijn rol aan de universiteit. Zo kan ik op mijn manier ook spreken over de universiteit van Amsterdam als werkgever. Want dat is juist iets wat ik heel graag met dit boek duidelijk wil maken: het gaat niet alleen over de allerslechtste banen en de kwetsbaarste mensen. We hebben het hier over iedereen die voor zijn inkomen voor een baas moet werken. Niet iedereen deelt precies dezelfde ervaringen. Niet iedereen is even kwetsbaar en onzeker. Wel is bijna iedereen die ik ken, moe. En daarom vond ik het nuttig om aan te geven dat dat ook voor mij, met een relatief bevoorrechte positie, geldt.”

MARGUERITE VAN DEN BERG

socioloog en universitair hoofddocent aan de Universiteit van Amsterdam

haar onderzoek focust op werk, arbeidsmarkt­relaties, de stad en gender

geboren in 1981

publiceerde in 2018 Gender in the Post-Fordist Urban, over genderrevolutie in stadsplanning en openbaar beleid

haar jongste boek heet Werk is geen oplossing (2021), over hedendaags werk en onzekerheid

Die stelling, iedereen is moe, komt bijna als een mantra terug in het boek. Speelt hier niet vooral het effect van de pandemie een rol?

“Ik zie het als een refrein in mijn boek, ‘Iedereen is moe, niemand heeft tijd’, omdat dit opnieuw iets is wat heel veel mensen vandaag voelen. Maar vergis u niet: ook vóór de pandemie meldden veel mensen zich al bij hun arts met klachten over vermoeidheid of burn-out. Maar door deze pandemie zal het er zeker niet beter op geworden zijn.”

U stelt dat werk steeds meer van ons vraagt, terwijl we steeds minder zekerheid terugkrijgen.

“In West-Europa bouwde men na de Tweede Wereldoorlog aan de verzorgingsstaten. De verzorgingsstaat bracht enkele decennia stabiliteit en ankers van zekerheid voor burgers, de staat en de markt: werkgelegenheid, belastingopbrengsten, collectieve arrangementen voor zorg en ­wonen.

“Maar dat samenhangende pakket dat de architecten van verzorgingsstaten voor ogen hadden, is steeds minder intact. Zekerheid is steeds meer onder druk komen te staan en voor velen is nu duidelijk geworden dat ze misschien wel nooit een vaste baan of een eigen huis zullen hebben. De vangnetten die burgers ooit beloofd werden, zijn lang niet zo zeker meer of zelfs helemaal weggevallen: de vaste baan waarvan het salaris een gezin kan onderhouden, de zekerheid van een pensioen, een gefinancierde studie, een ziektekostenverzekering. Terwijl veel mensen wel nog die verwachting hebben.”

We worden uitgebuit, schrijft u. Dat klinkt wel erg hard?

“Hiervoor grijp ik terug naar de definitie van Karl Marx over de uitbuiting van de arbeidersklasse door het kapitalistische systeem. We moeten eigen­lijk maar een klein deel van de dag werken om in ons levensonderhoud te voorzien. Om bijvoorbeeld voedsel, kleding en onderdak te kopen. Toch werken we met z’n allen veel langer dan die paar uur. Dat zijn de uren die de baas van je afneemt, omdat dat nu eenmaal is hoe een bedrijf of een organisatie in een kapitalistisch systeem winst maakt.”

Hard en veel werken is toch niet hetzelfde als uitgebuit worden?

“Om het probleem met werk te duiden, kunnen we geen onderscheid maken. We mogen niet doen alsof er alleen problemen zijn in de categorie van de slechtbetaalde banen. Want dat is niet waar. Ook ik werk veel meer dan wat strikt noodzakelijk is om in mijn levensonderhoud te voorzien. En dat geldt voor iedereen.

“Dat is ook hoe we winsten creëren. Zonder die meerarbeid van ons allen is er ook geen meerwaarde. Zonder die meerarbeid kan er ook niet zoveel winst gemaakt worden. Mijn boek is een oproep om dat gemeenschappelijke te zien, zodat we ons ook gemeenschappelijk daartegen kunnen verzetten.”

Die meerwinst is anderzijds ook de reden waarom we die nieuwe smartphone kunnen kopen, of een skivakantie kunnen boeken bijvoorbeeld. Die meerwinst vloeit niet alleen in de zakken van de aandeelhouders.

“Ik zou hier heel voorzichtig zijn met het gebruik van het woord ‘we’. Want u hebt het over een specifieke groep mensen, in relatieve welvaart, in een specifiek tijdperk in de geschiedenis. Maar er zijn heel veel mensen, ook in West-Europa, die ontzettend moeten worstelen om in hun primair levensonderhoud te voorzien. En dan heb ik het nog niet eens over al die mensen elders in de wereld die verschrikkelijk worden uitgebuit, juist opdat wij die nieuwe smartphone zouden kunnen kopen.

“Ik maak dus een keuze qua perspectief, om al die soorten arbeid, dus ook de stikster in Bangladesh, aan elkaar te verbinden. Want dat is voor mij de eerlijke manier om te zien hoe kapitalisme werkt en hoe we onze rol als werknemer daarin kunnen zien. En ook hoe we ons kunnen verzetten.”

Verzetten?

“Ja! Want juist dat is deprimerend, dat er geen alternatief zou zijn. Werken zoals we nu doen, hebben we niet altijd zo gedaan, wat betekent dat we er ook weer van af kunnen.” (lacht)

Door ‘neen’ te zeggen tegen onze baas, of door tijd terug te stelen, schrijft u?

“Rookpauzes rekken, privédingen printen op het werk: het zijn kleine alledaagse acties, zonder vakbond, zonder te vragen om meer of beter werk. Het is een manier om minder werk te doen. Een brief schrijven in de tijd van de baas. Middelen van de baas en zijn tijd inzetten voor iets dat niet productief is, althans niet productief voor de baas. Het is een vorm van terugstelen van de tijd.”

'Vakbonden missen alle kansen om op te komen voor werkenden, ze zijn vooral bezig om op te komen voor hun leden.' Beeld Marijn Smulders
'Vakbonden missen alle kansen om op te komen voor werkenden, ze zijn vooral bezig om op te komen voor hun leden.'Beeld Marijn Smulders

Het is ergens grappig, maar ook heel conflictueus natuurlijk. U roept ook letterlijk op tot staken?

“Ja, maar dat lijkt me ook heel goed. Hier moet ik er wel bij zeggen dat ik de ‘baas’ in deze niet als een specifiek of individueel persoon zie; de baas is voor mij meer een principe of een machtsrelatie. En het is belangrijk om het conflict te zoeken met die baas, want die besteelt ons voortdurend. Dat moet maar eens afgelopen zijn.

“Ik zoek dus naar manieren om dat conflict vorm te geven. Het mooiste zou natuurlijk zijn om dat in collectieve vorm te doen, en daar kunnen de vakbonden een rol in spelen. Het is ook historisch gezien de enige manier waarop we zaken hebben afgedwongen, dat we zoiets als een weekend hebben.”

De eerste eis van de vakbonden is vaak juist ‘werkzekerheid’. Zijn ze dan verkeerd?

“Absoluut. Ze missen alle kansen om op te komen voor werkenden, en zijn vooral bezig om op te komen voor hun leden. Dat is helemaal fout in de huidige arbeidsmarkt. Dat is een model dat misschien in de jaren 60 nuttig was. Maar op dit moment is er voor heel veel mensen geen sprake van enige zekerheid op het werk. Vakbonden moeten voor díé mensen opkomen, willen ze relevant zijn.”

Voor veel mensen is werk met hun identiteit verbonden. Of een kans tot zelfontplooiing?

“Werk heeft een dominante plaats in onze samenleving ingenomen. We mogen dat niet als onvermijdelijk beschouwen. Ik wil juist aangeven dat er andere manieren zijn dan werk om ons leven zin te geven. Of dat er heus nog andere plekken zijn om aan zelfontplooiing te doen dan deze die verbonden zijn aan onze werkplekken.

“Eigenlijk wil ik samen op zoek gaan naar hoe we dat best vorm kunnen geven, want ik vind het zelf ook moeilijk. Uit onderzoek blijkt dat als we ons dusdanig vereenzelvigen met ons werk dat het een deel van onze identiteit wordt, we juist dan ontzettend kwetsbaar zijn.”

Er is toch niets verkeerd met een zekere passie voor je werk?

“Het wordt dan wel heel lastig om voor jezelf een deftig salaris te eisen als je het deels uit een vorm van liefde of passie doet. Neen, het is belangrijk om onderscheid te maken tussen het werk en jezelf.”

Dat vrouwen aan de arbeidsmarkt konden deelnemen, heeft hen toch onafhankelijker gemaakt?

“Ik constateer dat een bepaalde vorm van feminisme dominant is geworden waarbij werk als een vorm van emancipatie wordt gezien. Ik denk dat er veel meer vormen van feminisme mogelijk zijn die bevrijding centraal stellen. Het is toch een rare kronkel om die bevrijding in werk te zoeken? Dat is bij uitstek een hiërarchische machtsverhouding en dus per definitie niet de plek waar je vrijheid gaat vinden.

“Werk zou ons emanciperen en onafhankelijk maken. Zo draaien ook gesprekken over feminisme steeds om hetzelfde saaie en uitgeputte idee dat alle vrouwen de arbeidsmarkt op moeten. En dat terwijl niet werken voor veel vrouwen al lang geen optie meer is. Zeggen dat de emancipatie van vrouwen via betaalde arbeid moet plaatsvinden, getuigt voor mij van heel weinig verbeelding.”

We worden als werknemers ook tegen elkaar opgezet?

“Een simpel voorbeeld om dat te illustreren zijn de flexkantoren met bel fauteuils, statafels enzovoort. Op stations zie je mensen sjouwen met rolkoffers waarin hun draagbare kantoor zit. Op kantoren met kantoortuinen en een clean­deskpolicy is niemand zeker van een rustige werkdag. Mensen komen extra vroeg om de kans op een fijn plekje te vergroten. Werkenden concurreren met elkaar om wat welbeschouwd een basisbehoefte is voor werk: een plek waar dat kan.

“De verplichting om alles op te ruimen voor het naar huis gaan communiceert bovendien: mooi dat je hier werkt, maar we willen er zo weinig mogelijk van terugvinden. Reken op niets, jij moet hier zijn als wij dat willen, maar je mag hier niet altijd zijn.

“Nou ja, het is dan ook mooi om te zien dat heel wat mensen daartegen alledaagse vormen van verzet hebben. Ze zetten een foto­kader op hun desk, ze maken dat flexkantoor persoonlijker, waarmee ze laten zien dat ze wel degelijk zichtbaar zijn en ruimte opeisen. Een kleine daad van verzet tegen het systeem.”

null Beeld rv
Beeld rv

Als consument wil ik mijn online bestelde pakje het liefst ’s anderendaags al in de bus, als werknemer wil ik liefst een 9-tot-5-baan. Die twee komen in conflict?

“Mja, maar ik denk dat we moeten oppassen om een individueel moreel probleem te creëren. De vraag die gesteld moet worden, is: wat voor wereld willen we samen maken? Daarbij kunnen we ons dan afvragen wat we nodig hebben om te leven. En misschien komen we dan wel tot de conclusie dat we dat pakje niet nodig hebben, maar wel meer tijd zonder betaald werk. Maar ik constateer dat we met z’n allen nu zo hard aan het werk zijn dat we zelfs niet eens aan die fundamentele vraag toekomen.”

Weet u intussen al waarom we het pikken?

“Omdat we dus niet aan de fundamentele vragen toekomen. We zijn te druk bezig met werken. En dan niet alleen in de vorm van betaalde uren, want daarnaast werken we ook nog eens veel uren voor de baas: overwerken, of ’s avonds thuis nog mails beantwoorden. Loskoppelen van het werk, daar slagen we niet meer in, waardoor we ook minder tijd voor politiek handelen hebben. Pas als we grenzen aan werk zullen stellen, komen we er misschien samen toe om de vragen te stellen die ertoe doen.”

“Al moet ik mijzelf hier een klein beetje corrigeren, want er is hier in Nederland op dit eigenste moment wel wat protest aan de gang. Protesten voor een toegankelijkere woningmarkt, met de claim dat we een woning nodig hebben om te leven en dat die op de huidige markt niet te krijgen is. Een eigen woning nu is niet meer betaalbaar. Dat is dan een begin van een antwoord.”

Uw boek past een beetje in de hele degrowth-­beweging?

“Zeker. Ik maak er maar een klein thema van in het boek, maar het is in ieder geval duidelijk dat de aarde deze manier van leven niet aankan. Ik denk dat het heel belangrijk is om dat aan de mensen duidelijk te maken. Dat wat ze meemaken in hun privésfeer – vermoeidheid, geen tijd – ze aan de grotere vraagstukken moeten verbinden. Dat de reden voor die collectieve vermoeidheid wel degelijk verband houdt met de reden waarom de aarde uitgeput raakt. Dat heeft allebei te maken met ons kapitalistisch systeem dat zoveel energie uit ons trekt. Niet alleen uit mij als mens, maar ook uit de planeet. Het is dus in het belang van ons én de wereld om grenzen aan het werk te stellen.”

U ziet heil in zogeheten commons, een platform om samen dingen te doen?

“Dat doen we nu al natuurlijk. Er zijn heel veel vormen van alledaagse commons te vinden als we erop letten. We lenen spullen uit aan elkaar, passen op elkaars kinderen, zorgen voor de buurvrouw, geven advies of luisteren naar wat een ander nodig heeft. We hebben veel voor elkaar over. Misschien kunnen we daarop bouwen en het verder versterken.

“In de eerste golf van de pandemie was er een korte opleving van bereidheid van mensen om iets voor elkaar te doen. Mensen wilden graag voor elkaar koken, boodschappen doen of de hond uitlaten. Dat is een hoopvolle gedachte, een goed begin. We kunnen klein beginnen met commons, door bijvoorbeeld gebruikte spullen niet meteen te koop aan te bieden op sites, maar door te geven. Of gewoon, door iets te doen voor anderen zonder daar meteen iets voor terug te verlangen.”

Ik betrap er u in uw boek op dat u ook niet snel een grote kentering ziet?

“Neen, maar we moeten wel ernstig nemen wat mensen al aan het doen zijn om tegenwicht te bieden. Wat buiten de markt en buiten de staat plaatsvindt. Al die initiatieven hebben natuurlijk de nodige mits en maren, en er zal zeker wel altijd iets op af te dingen vallen, maar laten we eens serieus kijken naar de alternatieven die sommigen al voorstellen. Al is het nog zo klein, ik heb geprobeerd om dat te laten zien en eruit te leren.

“We moeten voor een alternatief niet steeds naar de overheid kijken. Ja, het is ingewikkeld, en ja, het roept weerstand op bij mensen. Zeker als het om dingen gaat die ons heel na aan het hart liggen. Het is vaak ook makkelijker om bij de wereld te blijven zoals hij nu is ingericht, maar de vraag is dan wel: waar draaien we in mee en waar ben je medeverantwoordelijk voor?”

Marguerite van den Berg, Werk is geen oplossing, Aup Educatief, 144 p., 17,50 euro.

De vijf tips van Marguerite van den Berg:

1. Heb aandacht voor de gevoelens die werk bij jou en anderen oproept.

2. Staak!

3. Vertel verhalen over werkweigering.

4. Doe dingen die geen werk zijn.

5. Experimenteer met commons.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234