Donderdag 06/10/2022

InterviewAdeline Otto

Socioloog Adeline Otto over groeiende armoede: ‘Sommige maatregelen zijn niet alleen inefficiënt, maar ook niet rechtvaardig’

Protest van de 'gele hesjes' in Brussel in 2018, ontstaan na de verhoging van de brandstofaccijns. Adeline Otto: 'De kloof tussen de gele hesjes en de mensen met een bakfiets is ook een sociale kloof is, het gaat om meer dan louter inkomen.' Beeld RV - Tim Dirven
Protest van de 'gele hesjes' in Brussel in 2018, ontstaan na de verhoging van de brandstofaccijns. Adeline Otto: 'De kloof tussen de gele hesjes en de mensen met een bakfiets is ook een sociale kloof is, het gaat om meer dan louter inkomen.'Beeld RV - Tim Dirven

De stijgende energieprijzen zijn een gevaar voor onze samenleving, zo waarschuwt socioloog Adeline Otto (KU Leuven). ‘Onze politici geven iedereen een beetje water met de gieter in plaats van één groep onder te dompelen.’

Pieter Gordts

750 euro per maand. Dat is de prijs die een gemiddeld gezin nu als maandelijks voorschot krijgt wanneer ze nieuwe energiecontracten voor gas en elektriciteit moeten afsluiten. Voor veel mensen is dat een immens bedrag. Steeds meer waarschuwen OCMW’s en armoedeorganisaties dat ook lage middenklassers bij hen komen aankloppen. Ook de jaarlijkse armoedebarometer toont dat: vanaf het najaar van 2021 is de vraag naar voedselhulp sterk gestegen. “De cijfers van de Voedselbanken tonen nog maar het topje van de armoede-ijsberg”, waarschuwt de barometer.

Het verbaast sociologe Adeline Otto (KU Leuven) niet. Samen met haar collega en armoede-expert Wim Van Lancker (KU Leuven) schreef ze een boek over de twee groepen die aan het ontstaan zijn in onze samenleving. “Wie zijn basisbehoeftes kan afdekken, kan zich bezighouden met een ‘luxeprobleem’ zoals het klimaat”, zegt Otto. “De ander groep is vooral bezig met één ding: het einde van de maand halen. Dus zien we een kloof ontstaan. Samen met Wim heb ik dat de kloof tussen de gele hesjes en de mensen met een bakfiets genoemd. Wat veel mensen over het hoofd zien, is dat die opdeling ook een sociale kloof is. Het gaat om meer dan louter inkomen: het gaat om jobs, sectoren waar mensen in werken, waarden, attitudes, cultuur, enzovoort.”

Vergroten de stijgende energieprijzen de kloof tussen die twee?

Otto: “Ja, sowieso. Neem nu de maatregel van de overheid om de btw op elektriciteit van 21 procent naar 6 procent te brengen. Dat lijkt veel. Maar voor mensen die geen hoog loon hebben, weegt dat niet op tegen het feit dat de energiefactuur exponentieel gestegen is. Aan de andere kant helpt deze maatregel ook mensen met een hoger inkomen en goede werkvoorwaarden, ook al vangt de automatische loonindexering hun gestegen energieprijzen onmiddellijk op. Dat is niet alleen inefficiënt maar ook niet rechtvaardig. Omdat de maatregel met belastingen wordt gefinancierd, steunt de groep met een laag inkomen het bewezen hogere energieverbruik en de CO2-uitstoot van de hogere klassen. Als ik zo’n maatregel zie, dan snap ik dat die groep mensen zich niet gehoord voelt.”

Verschuift de grens ook naar boven? Nu al horen we verhalen van (lage) middenklassers die aankloppen bij het OCMW.

“De middenklasse dreigt inderdaad minder sterk te worden als deze crisis lang aanhoudt en het beleid niet goed ingrijpt. Het resultaat is dan een verdere polarisering in de inkomens.”

Helpt de verlenging van het sociaal energietarief de onderste groep?

“Niet noodzakelijk. Op korte termijn kan dat zeker een verarming van de lage middenklasse voorkomen. Maar aan dat tarief zijn ook een aantal moeilijkheden verbonden. Zo wordt het sociale energietarief gekoppeld aan een verhoogde tegemoetkoming voor gezondheidszorg: wie dat laatste krijgt, ontvangt ook automatisch het sociale energietarief. Maar niet iedereen die recht heeft op die verhoogde tegemoetkoming heeft dat sociale energietarief eigenlijk nodig. Er is een groep die perfect zou kunnen rondkomen zonder. Bovendien weten we uit onderzoek dat ongeveer 50 procent van de mensen die wel recht hebben op een soms bitternodige verhoogde tegemoetkoming die niet opneemt.”

Waarom niet?

“Omdat ze bijvoorbeeld niet weten dat ze er recht op hebben. Of omdat de administratie die dat met zich meebrengt een drempel vormt. Of soms zelfs gewoon uit schaamte voor het stigma. Maar als ze uitkeringen niet aanvragen, hebben ze geen toegang tot het sociaal tarief. Al lost de overheid dat verlies aan hulp voor de gestegen energieprijzen nu wel op via het basispakket energie.”

Wat vindt u van die maatregel?

“Ik vind de inkomensgrens te hoog. Omgerekend komt het voor alleenstaanden bijvoorbeeld neer op een inkomensgrens van ongeveer 3.000 euro per maand. Wie meer verdient, komt er niet voor in aanmerking. Wel, ik noem mensen die zoveel verdienen geen lage middenklasse meer. Het zijn weer eens politici die iedere kiezer een stuk van de taart proberen te geven. Dat zou ik niet gedaan hebben. Ik zou meer gegeven hebben aan de mensen die het meer nodig hebben qua inkomen. Kortom, dit beleid is niet doelgericht.

“Een tweede probleem dat ik zie, is dat deze maatregel het sociale niet aan het ecologische koppelt. Het is geen prikkel voor huurders en nog minder voor verhuurders om het energieverbruik aan te pakken. Ook helpt het niet om over te schakelen naar koolstofarme energiebronnen. Dat zou wel kunnen door bijvoorbeeld het sociaal energietarief op korte termijn enkel te geven als je gebruikmaakt van groene energieleveranciers die voldoende hernieuwbare energie produceren.”

Wat u eigenlijk zegt, is dat de overheid zich te veel richt op het helpen betalen van de factuur, niet op het helpen isoleren van huizen. Wat zou daar wel bij helpen?

“Door bijvoorbeeld de huurprijs van slecht geïsoleerde woningen niet te laten indexeren. Zo geef je de verhuurder de impuls om dat aan te pakken. Of door een uitbreiding van huurpremies voor kwaliteitsvolle en energiezuinige woningen. Op dat vlak ben ik het met econoom Gert Peersman (UGent) eens. Hij zei in De Standaard dat de maatregelen nu gewoon extra olie op het vuur van een verhitte markt gooien als we het energieverbruik altijd maar blijven betalen.”

Wat denkt u dan van een overwinstbelasting voor energiebedrijven?

“Op zich vind ik dat een goed idee: je neemt geld ‘van boven’ en gebruikt dat om te herverdelen. Maar ik ben een beetje bang dat je hetzelfde verhaal als altijd zult krijgen: dat het geld weer uitgegeven wordt aan zaken met een groot mattheuseffect en dus gaat naar mensen die het eigenlijk niet nodig hebben.”

Hoe bedoelt u?

“Subsidies voor warmtepompen of zonnepanelen zijn mooi. Maar de facto doen heel wat mensen die investering in hun eigen woning ook zonder subsidie: omdat ze weten dat het hen op lange termijn iets oplevert. Bovendien hebben die mensen een voldoende hoog inkomen want elke subsidie eist nog steeds een grote eigen inbreng.”

Is het anderzijds niet logisch dat de overheid die middenklasse wil beschermen en hen door de energiecrisis wil loodsen, al was het maar om de economie in stand te houden?

“Natuurlijk is dat belangrijk. Politici weten ook dat daar hun kiezers zitten. Maar we moeten het probleem ook durven uit te leggen: het probleem zit niet bij de middenklasse. We moeten het geld bij de sterkste schouders halen – zij zijn ook de grootste vervuilers – en meer geven aan wie het nodig heeft. Anders kunnen we de klimaatverandering niet aanpakken, dat gaat niet in twee snelheden. De ene groep heeft zonnepanelen en een bedrijfswagen en de andere groep moet maar zien wat ze kunnen doen. Om de doelstelling te halen dat we de opwarming willen beperken tot 1,5 graden Celsius moeten we iedereen mee krijgen.

“Ik denk dat wat wij beschreven als de gele hesjes op een bepaald ogenblik zullen zeggen: ‘Dit gaat niet. Jullie verzamelen geld via een overwinstbelasting maar dat komt terecht bij mensen die het niet nodig hebben.’ Onze politici geven iedereen een beetje water met de gieter in plaats van één groep onder te dompelen. Ze voeren dus geen doelgericht beleid.”

Kortom, u vindt dat de overheid te veel probeert de hele bevolking te helpen?

“Eigenlijk richt de overheid zich nog te veel op mensen die de gestegen energieprijzen zelf nog kunnen dragen. Natuurlijk is het moeilijk voor iedereen nu. Ook ik voel de stijging van de energieprijzen. Maar ik heb wel nog altijd een buffer. Bovendien wordt mijn loon geïndexeerd, en dan nog eens elke maand. Dat is niet voor iedereen het geval.

“Bekijk het in verhouding: er zijn mensen voor wie het nu écht moeilijk is. Bij hen staat het water niet langer aan de lippen, ze gaan kopje-onder. Bij hen gaat het niet meer om het kunnen betalen van de energiefactuur maar om te kunnen eten, echt de basisbehoeftes dus. Dat moeten we durven zeggen: ‘Ja, dit doet pijn voor iedereen, maar het wordt nog veel pijnlijker als we dit niet rechtvaardig oplossen.’”

Denkt u dat energieprijzen mensen naar extremere partijen duwen?

“Het is perfect mogelijk. Die extremistische partijen zijn ook wakker: ook zij zullen met dit thema aan de slag gaan, zij het op een populistische manier.

“De vraag is: welke stem heeft meer invloed op de beleidskeuzes, die van de groep gele hesjes of die van de bakfietsers? Vaak wordt gezegd dat mensen niet willen dat er klimaatmaatregelen genomen worden. Wel, enquêtes tonen dat iedereen snapt dat er een probleem is en beseft dat maatregelen nodig zijn. Maar dan hangt het ervan af welke maatregelen je neemt en vooral, of die ervoor zorgen dat de groep gele hesjes geholpen worden of niet. Geef je hen het gevoel dat ze afgeschreven zijn, dan dreigt de kloof tussen beide groepen zich te weerspiegelen in verkiezingsresultaten. Dat zou betekenen dat we weer een moeilijke regeringsvorming krijgen. Dat is de dreiging waar we nu voor staan: onze samenleving dreigt te verzanden in een schisma waarin we geen enkel probleem kunnen oplossen omdat we geen regeringen meer kunnen vormen.”

Welke maatregelen zouden dan wel goed zijn?

“Een bundel doelgericht beleid met de focus op ‘de vervuiler betaalt’ en ‘geef meer aan wie meer nodig heeft’. Daarnaast focussen we nog te vaak op individuele gedragsaanpassingen, zoals het ontraden van vliegreizen. Eigenlijk moeten we naar een ‘ecosociaal beleid’ met structurele oplossingen. Denk aan een warmtepomp op buurtniveau om verschillende huishoudens te voorzien. De boodschap is: we moeten de klimaatverandering structureel aanpakken. Je mag niet enkel focussen op het sociale of het ecologische, je moet de twee samen aanpakken.”

Uw onderzoek toont nochtans dat daar geen draagvlak voor is in België.

“Dat klopt. Uit een analyse van enquêtegegevens die ik gedaan heb, blijkt dat er een kloof gaapt tussen wie zich wil inzetten voor het sociale verhaal en wie zich wil inzetten voor het ecologische verhaal. Eigenlijk is dat het verschil tussen de gele hesjes en de mensen met een bakfiets. Dat zijn twee gescheiden werelden. Maar juist om de twee werelden te verzoenen, hebben we een geïntegreerde aanpak nodig.”

Wat wel opvalt is dat de gelehesjesbeweging in 2018 en 2019 op gang kwam na de verhoging van de brandstofaccijns. Dat ging om een prijsverhoging die in het licht van vandaag summier was. Waarom zien we dan vandaag – nog – geen protest?

“(denkt na) Ik denk dat het probleem nu complexer is. De energiecrisis is nu ontstaan of versterkt door een externe schok op de energiemarkt: de oorlog in Oekraïne. Dat zorgt ervoor dat mensen de overheid moeilijker kunnen aanwijzen als zondebok. Bovendien is die overheid nog bezig met het aanpakken van het probleem. Dat is anders dan in 2018, toen het eigenlijk ging om een door de overheid geïnitieerde beleidskeuze die bedoeld was om het gedrag van mensen te veranderen: we verhogen de taks op benzine zodat mensen de wagen minder nemen.

“Maar dat betekent niet dat de onrust niet nog kan komen. Bijvoorbeeld als de inflatie verder aangewakkerd wordt. Of als beleidskeuzes als ontoereikend, ineffectief of onrechtvaardig ervaren worden. Zodra overheden snelle en ingrijpende maatregelen moeten nemen door de klimaatverandering, zouden burgers kunnen beginnen te twijfelen aan het vermogen van onze (democratische) regeringen om in basisgoederen te voorzien zoals veiligheid, toegang tot betaalbaar en proper water, voeding, energie, enzovoort. In het slechtste geval zou dat er zelfs toe kunnen leiden dat burgers zich afwenden van democratische principes en kiezen voor extremere partijen of zelfs autocratische structuren. Daarom zijn de keuzes die de overheid vandaag maakt zo belangrijk.”

BIO

Socioloog Adeline Otto (40), postdoctoraal onderzoeker aan de KU Leuven

Studeerde politieke wetenschappen en rechten in Leipzig, Berlijn en Parijs

Behaalde een doctoraat in de sociale wetenschappen aan de KU Leuven

Onderwijst daar het vak Solidarity in European Welfare States

Schreef samen met collega en armoede-expert Wim Van Lancker het boek Waarom gele hesjes niet met een bakfiets rijden

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234