Zaterdag 13/08/2022

GetuigenissenExamenblunders

‘Sommigen studenten namen weleens pepmiddelen. Ze konden geen 30 seconden stilzitten en raasden een kwartier lang als bezeten door mijn bureau’

null Beeld REUTERS
Beeld REUTERS

Na een korte blokperiode begon deze week de examenperiode. Het zijn niet alleen voor studenten spannende tijden: ook de professoren slaan weleens aan het blunderen. We spraken met docenten over hun memorabelste kemels en die van hun studenten.

Sam Ooghe

Iedereen flatert weleens. Laat ons die geruststellende boodschap maar meteen toetsen bij één van de meest gevreesde professoren van de Universiteit Gent: docent politicologie Carl Devos. En ja hoor:

Devos: “Enkele jaren geleden kreeg ik tijdens een vergadering telefoon van de woordvoerder van de universiteit: of ik Radio 2 te woord wilde staan over het examen van die voormiddag? Ik viel uit de lucht. Blijkbaar was er op sociale media ophef ontstaan na enkele berichten van studenten.”

Wat was er aan de hand?

Devos: “De helft van het examen bestaat uit meerkeuzevragen. Vóór het examen schudden we de goede en de foute antwoorden door elkaar, maar blijkbaar was mijn medewerker dat vergeten: veel studenten kregen in de gaten dat het goede antwoord op álle vragen antwoord A was. Voor studenten die dat doorhadden, was het het makkelijkste examen van hun leven. Ze zeiden achteraf dat ze op sommige vragen het antwoord wel wisten, maar B of C hadden ingekleurd, omdat ze niet geloofden dat het altijd A kon zijn. Ze vermoedden dat ik hen wilde doen twijfelen, maar dat was niet zo.”

In 2019 was het juiste antwoord tijdens het examen met meerkeuzevragen van het vak Engelse taalvaardigheid aan de Universiteit Gent óók steeds A. Dat examen werd stopgezet.

Devos: “Bij ons telden de resultaten wel mee – de meerkeuzevragen wegen maar voor de helft door, de andere helft zijn open vragen.

“Het incident heeft me nog lang achtervolgd. Een student speelde niet veel later mee in een quizprogramma op VTM en zei: ‘Ik zal maar A antwoorden, want op het examen van professor Devos was dat ook altijd goed.’ We drillen het er sindsdien in bij onze medewerkers: vergeet niet de antwoorden door elkaar te schudden!»

Stijn Baert, professor arbeidseconomie UGent: “Enkele jaren geleden was een assistent niet zo vertrouwd met het printernetwerk van de faculteit, waardoor hij op willekeurige printers examensleutels afdrukte. In een gebouw vol studenten! (lacht) Dat was niet onze beste zet, maar de oplossingen zijn gelukkig niet bij de studenten terechtgekomen.”

Jo Leroy, hoogleraar veterinaire fysiologie en biochemie UAntwerpen: “Ik bereidde net vóór corona met een collega het herexamen voor, maar door een vergissing kregen de studenten exact dezelfde meerkeuzevragen voorgeschoteld als tijdens de eerste zittijd, amper anderhalve maand ervoor. Ik kon wel door de grond zakken. In het examenlokaal zetten mijn collega en ik een pokerface op. We trokken ons even terug en beslisten niets te zeggen aan de studenten. Tot onze grote verrassing waren de slaagcijfers niet hoger dan gewoonlijk.

“Tijdens mondelinge examens begin ik soms te dagdromen. Plots besef ik dat ik werkelijk niets heb gehoord van wat de student heeft verteld. Na vier dagen non-stop mondelinge examens afnemen is dat ook menselijk. Zeker in de namiddag is de focus soms minder. Op zo’n moment mag je vooral niet uit gemakzucht een 13 op 20 geven. Dan speel ik open kaart: ‘Excuseer, maar kunt u dat even opnieuw vertellen?’”

Carl Devos en Hendrik Vos. Beeld Saskia Vanderstichele
Carl Devos en Hendrik Vos.Beeld Saskia Vanderstichele

GLAZEN VULLEN

Sommige studenten zien eruit als wandelende lijken tijdens de examenperiode. Leidt dat tot komische situaties?

Devos: “Ik heb eens meegemaakt dat de ogen van een student wegdraaiden tijdens een mondeling examen. Hij viel flauw en knalde met zijn voorhoofd op mijn bureau. Die jongen heeft er een flinke bloedneus aan overgehouden. Een andere keer viel een student van vermoeidheid gewoon achterover op de grond.”

Peter Vermeir, klinisch professor geneeskunde UGent: “Toen een studente flauwviel in het auditorium, vroeg ik de jongeman naast haar om in te grijpen. Zijn eerste reactie: ‘Zal ik mond-op-mondbeademing starten?’

“Tijdens een ander examen viel een student die de hele nacht had gestudeerd, in slaap op de schouder van de studente naast hem. Ze was zo verlegen dat ze niet durfde te reageren. We hebben hem stevig door elkaar moeten schudden om hem wakker te krijgen, tot groot jolijt van de andere studenten.”

Devos: “In de jaren 90 gebruikten studenten weleens pepmiddelen zoals Captagon. Sommigen konden op het mondeling examen geen dertig seconden stilzitten en raasden een kwartier lang als bezeten door mijn bureau.”

Leroy: “Ik zie het meteen als zulke studenten binnenkomen: ze zijn hyperalert, hun ogen zijn bloeddoorlopen en hun pupillen zijn veel groter dan normaal. Andere studenten hebben zoveel stress dat ze meteen onbedaarlijk beginnen te huilen of te hyperventileren. Er staat altijd een doos zakdoekjes op mijn bureau. Gelukkig kan ik ze altijd geruststellen en kunnen ze hun examen toch afleggen.”

Hendrik Vos, professor Europese politiek UGent: “Sommigen geven mij een hand die kletsnat van het zweet is. Die zenuwachtigheid is nochtans niet nodig, want ik geef niet snel een onvoldoende.”

Leroy: “Heel bijzonder was het mondelinge examen van een studente die onophoudelijk gromde, zoals een nerveuze hond. Ik was op mijn hoede: zou ze me bijten als ik een antwoord niet goed genoeg vond? (lacht) Wellicht was het een tic nerveux waar ze last van had als ze hard nadacht. Haar examen was heel goed, en ze paste met haar gegrom ook wel mooi in de richting diergeneeskunde.”

Jullie kennen ook de boutade: draag nooit een minirokje op het examen, want dan heb je de stof niet onder de knie.

Leroy: “De meeste studenten zijn keurig gekleed, maar sommigen zijn doodvermoeid en hebben zich dagen niet gewassen. Ooit kwam er een student het lokaal binnen en de stank was werkelijk niet te harden. Het was zo’n zweetgeur die drie uur blijft hangen. Dat wilde ik mezelf en de volgende studenten niet aandoen. Ik heb dus gedaan alsof ik toe was aan een koffie en een wandeling, en stelde voor om het examen buiten te doen, op geruime afstand van mijn bureau.”

Devos: “Zeker in de zomer durven studenten in strandkledij binnen te waaien, zoals shorts en sandalen. Die stuur ik meteen weg. Eén student kwam enkele uren later terug: hij was een kostuum gaan kopen. ‘Ik moest dat toch hebben van mijn moeder.’”

Leroy: “Anderen trekken om het even wat aan, zo lijkt het wel. Er kwam eens een student binnen met een T-shirt waarop stond: ‘Niet lullen, maar bierglazen vullen’.”

Mieke Calus, opleidingshoofd dierenzorg VIVES: “Sommige studenten in VIVES hebben hun examens in hetzelfde gebouw waar ze op kot zitten, en komen op hun sokken het lokaal binnen.”

Vos: “Anderen dossen zich soms uit alsof het hun huwelijksdag is. Dan zit ik daar zelf een beetje gegeneerd in mijn jeans en T-shirt.”

Baert: “Tijdens de coronaperiode konden we via de webcam binnenkijken bij de studenten thuis of op kot. Sommigen zagen er niet altijd fris gewassen uit, en hun kamer was niet zelden een rommeltje. Dat mag ons oordeel niet beïnvloeden, maar de eerste indruk blijft toch de belangrijkste.”

Albert Glor, lector kmo-management HOGent: “Wees maar zeker dat examinatoren ook nieuwsgierig kijken naar het onopgemaakte bed vol kleren op de achtergrond. Wij zijn ook maar mensen.”

Een vraag op een schriftelijk examen kan een student onbeantwoord laten, op een mondeling examen is dat lastiger.

Glor: “‘Wat weet je nog over dit onderwerp?’ vroeg ik een student eens. ‘Dat we dat gezien hebben in de les.’ Waarop een ongemakkelijke stilte volgde. ‘En dat is het zo’n beetje.’ Of tijdens een herexamen in september: ‘Ik heb het ooit geweten, maar ik heb dat in januari geblokt.’ Zulke studenten geef ik nog 1 op 20 voor hun eerlijkheid.”

Haalt u daar plezier uit?

Glor: “Natuurlijk. Vorig jaar stuurde een student me een bachelorproef door met de boodschap: ‘Mijn excuses voor de vele spelfouten. Ik had me voornamelijk geconcentreerd op de inhoud. U vind de aangepaste versie in bijlage.’ Die dt-fout! (lacht)

Calus: “In onze opleiding schrijven studenten soms ‘paart’ in plaats van ‘paard’. Ik kan leven met een dt-fout, maar we zitten in de richting dierenzorg, hè.”

Saskia Merre, lector voedings- en dieetkunde Erasmus Hogeschool: “Op het examen voedingsleer moeten studenten een veganistisch dieet samenstellen voor een patiënt. Iemand antwoordde: ‘Een belegd broodje met groentjes, mayonaise, appelmoes en kaas.’ Dan zijn ze zo creatief om een wansmakelijke combinatie te verzinnen, en is het niet eens veganistisch. (lacht) Anderen raden zwangere vrouwen aan om alleen de tonic uit hun dagelijkse gin-tonic te schrappen. Elke dag een glaasje alcohol, dat moet wel kunnen, vinden ze.”

Vos: “Vroeger was ik weleens geïntimideerd door studenten die de leerstof extreem goed leken te beheersen. Intussen heb ik door dat dat een strategie is: sommigen verdiepen zich in één detail en vertellen daar ongevraagd een lang verhaal over, in de hoop dat ik daaruit afleid dat ze de rest van de leerstof ook tot in de kleinste details kennen.”

Krijgt u soms het voorstel om van een 9 op 20 een 10 op 20 te maken?

Devos: “Na een slecht mondeling examen liet een student me weten dat zijn vader verzekeringsagent was: ‘We kunnen wel praten over een goed prijsje.’ Ik mocht kiezen tussen een brandverzekering of een levensverzekering. Ik heb hem meteen gezegd dat hij blij mocht zijn dat ik hem niet aangaf bij de deontologische commissie, en dat hij beter zijn vader zou opvolgen als verzekeringsagent in plaats van politieke wetenschappen te studeren. Ik denk dat hij die raad heeft opgevolgd, want ik heb hem nooit meer gezien.”

Baert: “Tussen de kladpapieren die studenten samen met hun examen moeten indienen, vond ik ooit een flirterige boodschap van een studente. Ik was een goede lesgever, maar een nog toffere man, had ze geschreven: ‘Het zou fijn zijn als onze wegen nog eens zouden kruisen.’ Het was een niet mis te verstaan verzoek voor een afspraakje. Ik heb het maar zo gelaten.”

Mario Wyns, lector elektronica-ICT aan de Odisee Hogeschool, liet ons weten dat studenten ook grappen op het examenformulier noteren. ‘Waarom konden The Beatles niet manillen met hun vieren?’ las hij ooit op een formulier. Het antwoord: ‘Paul McCartney.’

Baert: “(lacht) Studenten gebruiken hun kladpapier ook om zich even te ontspannen tijdens het examen. We zien elk semester tekeningen, spelletjes en persoonlijke boodschappen: soms grapjes, maar even vaak verontschuldigingen omdat het examen niet naar verwachting ging. ‘Maar dat is niet uw schuld, hoor, professor.’”

Hendrik Vos. Beeld Thomas Sweertvaegher
Hendrik Vos.Beeld Thomas Sweertvaegher

CURSUS ACHTER DE POT

Leggen sluwe studenten jullie vaak in de luren?

Merre: “Omdat ik een tweede opleiding heb gevolgd na enkele jaren werken, was ik een volwassen student onder de studenten. Geloof me: docenten die denken dat er niet veel gefraudeerd wordt, hebben het gewoon niet door. Veel studenten houden de examinator als een roofdier in de gaten: zodra de aandacht verslapt, slaan ze aan het spieken en gaan de examen- en kladbladen van bank tot bank.”

Baert: “Het valt me op dat de spiekmethodes grotendeels dezelfde zijn als vijftien jaar geleden. Fluisteren op de laatste rij, formules oprollen en in een pen verstoppen, kladpapier doorgeven onder de bank…”

Devos: “Tijdens lange examens begeleidt een toezichthouder studenten tot aan de deur van de toiletten, maar verder natuurlijk niet. Enkele semesters geleden ontdekte ik achter een toiletpot een samenvatting van de cursus: een slimmerik had op de pot gespiekt. Maar wie had het toilet gebruikt, en wanneer? Ik herinnerde me dat ik iemand had begeleid die wel héél lang op de pot had gezeten, maar dat wil nog niets zeggen. De student is er dus mee weggekomen.”

Mia Gemers, lector bedrijfsmanagement PXL Hogeschool: “Een student zei me ooit met een zielige blik dat hij zijn project met een dag vertraging had moeten uploaden, want hij was erg ziek geweest. Ik wees naar zijn hand en zei: ‘Wat doet die stempel van een fuif dan op je hand?’”

Calus: “In mijn examen zat ooit een student met hoogtechnologisch spiekmateriaal: oortjes en een microfoontje, bijna onzichtbaar voor ons. Hij fluisterde de vragen tegen zijn partner in crime, die elders de antwoorden opzocht en doorgaf. Nu mogen de studenten alleen nog rudimentaire rekentoestellen meebrengen. Zelfs horloges zijn verboden.”

Glor: “Tijdens de virtuele corona-examens was spieken makkelijker, maar sommige studenten hebben ook toen geblunderd. Om er zeker van te zijn dat niemand spiekte via de computer, moest elke student het scherm delen, zoals wanneer iemand een presentatie geeft op Zoom of Skype. Een studente volgde keurig de procedure en scoorde bij haar eerste vraag 4 op 5. Maar er was iets raars aan de hand: ik zag in de glazen van haar bril toch powerpointslides. Ik zei: ‘Mevrouw, kunt u uw powerpoint afsluiten?’ Ze schrok. ‘U ziet toch dat mijn scherm leeg is?’ Ik herhaalde: ‘Uw powerpoint, mevrouw.’ Ze bloosde en de slides verdwenen met één klik uit haar brillenglazen. Wellicht had ze een tweede scherm of een tablet boven haar laptop geplaatst.”

Merre: “Studenten met dyslexie of een beperking krijgen meer tijd om het examen af te werken. Ze komen naar het lokaal met een attest in een doorzichtig mapje. Sommigen leggen thuis een blad op dat mapje en schrijven er van alles op. Als ze hard genoeg drukken met hun balpen, staat die tekst op het mapje. Tijdens het examen leggen ze er een papier op, zodat de toezichthouders niets in de gaten hebben.”

Vos: “Toen ik zelf student was, had ik de neiging om te laten spieken. Wie het risico durfde te nemen en ermee wegkwam zonder betrapt te worden, beschikte over kwaliteiten die gehonoreerd mochten worden, vond ik.”

Devos: “Als student legde ik in de jaren 80 een examen geschiedenis af bij een hardhorige professor. Een medestudent riep de antwoorden luid door het auditorium, want de arme docent kon dat toch niet horen. Koppig als ik was, wilde ik niet naar hem luisteren, maar hij bleek de leerstof uitstekend te beheersen: hij haalde een beduidend hogere score dan ik, net als meer dan de helft van de aanwezige studenten. Die student is trouwens zelf professor geworden.”

Stijn Baert. Beeld rv
Stijn Baert.Beeld rv

LAMA’S OP DE VLUCHT

Een aparte categorie examens zijn de stationsproeven in de opleidingen verpleegkunde, geneeskunde en diergeneeskunde. Studenten moeten dan een patiënt, mens of dier, behandelen voor het oog van de examinatoren.

Vermeir: “De studenten moeten de ene na de andere proef afwerken, dus ze komen soms stijf van de stress aan bij mijn station. Zenuwen en scherpe naalden zijn geen goede combinatie: ik zie studenten vaak in hun eigen hand prikken in plaats van in de oefenpop. Eén student zette zoveel kracht op een ampul dat hij zich sneed en zwaar begon te bloeden. Anderen gaan hardhandig om met de pop, waardoor het kunstbloed eruit gutst. Dan melden we aan de wachtenden: ‘Even geduld, we zijn nog bloed aan het opdweilen.’ Dan zie je ze lijkbleek worden. (lacht)

“Sommige studenten kunnen van de zenuwen zelfs hun medische handschoenen niet aantrekken. Die vliegen soms als een elastiek door het lokaal, niet zelden in mijn richting. Ooit vloog een handschoen recht in mijn linkeroog. Misschien zou ik beter een American football-helm opzetten voor het examen.”

Leroy: “Ik kijk elk jaar reikhalzend uit naar de stationsproeven in de grote dierenstal. Omdat dieren onvoorspelbaar zijn, maak ik er weleens een circus van. Ik laat bijvoorbeeld het deurtje van het lamahok openstaan, waarna die dieren meteen het hazenpad kiezen. Dan moet de student ze achter slot en grendel zien te krijgen, terwijl die lama’s de examens van de andere studenten verstoren.

“Drie jaar geleden hadden we een boerenpaard in de stal, een dier van zo’n 1.000 kilo, met een eigen willetje. Studenten moesten het aan een touw in een cirkel laten lopen om na te gaan of het niet mankte, maar enkelen kregen het dier niet onder controle of hielden het touw te krampachtig vast. Dan ging het paard onverbiddelijk aan de haal met de student. Sommigen vlogen hulpeloos door de stal. (lacht) We grijpen natuurlijk in vóór het gevaarlijk wordt: er is tijdens de examens nog nooit een mens of een dier gewond geraakt.”

Saskia Merre. Beeld rv
Saskia Merre.Beeld rv

Sommige studenten geneeskunde moeten slechtnieuwsgesprekken oefenen met acteurs. Ik hoorde van een arts dat ze tijdens haar opleiding moest praten met een nabestaande van iemand die verongelukt was met zijn motorfiets. Die vroeg: ‘Dat moet nogal een klap geweest zijn, zeker?’

Vermeir: “(lacht) Ze drukken zich inderdaad weleens ongelukkig uit. Zeker als een mannelijke acteur een vrouw met een vaginale schimmel speelt. De acteurs gaan helemaal op in hun rol. Na een hele examendag heeft onze patiënt met een banale griep ook nog huwelijksproblemen en een verhouding met de buurvrouw.

“Tijdens een examen moet je soms kunnen lachen. Het is een geladen moment en humor ontmijnt dat dan. Toen een bloednerveuze student het lipje van een infuus verwijderde, zei hij: ‘Ik verwijder nu het slipje.’ Ik zei: ‘Dat mag, maar liever niet op het examen.’ Anderen vragen om ambiance in plaats van een ambulance. Als we op zulke momenten samen lachen, zie je de stress van hun schouders vallen. Vaak doen ze het daarna voortreffelijk.”

Devos: “De huidige generatie studenten beseft ook beter dan ooit tevoren dat een slecht examen niet het einde van de wereld is. Volgens sommigen kun je de opleiding toch niet voltooien binnen de termijn van vijf jaar, dus vinden ze een slecht cijfer niet zo’n ramp. Ik ga niet akkoord met die redenering, maar het neemt wel de spanning weg bij hen.”

Baert: “Mijn belangrijkste tip: slaap voldoende. Zo vermijd je de kans op black-outs tijdens het examen drastisch, dat heeft onderzoek uitgewezen.”

Gemers: “Ontspan ’s avonds voldoende. Ga je broer pesten, ga wandelen met de hond, drink een pint met kotgenoten of ga een halfuur in bad weken. Slaaptekort leidt tot extra stress. En tot blunders die je in de pers doen belanden.”

© Humo

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234