Zondag 25/09/2022

'Soms schaam ik me voor Nederland'

Youp van 't Hek (58) is boos. Dat is hij al zijn hele leven. Dus stapt de cabaretier nog steeds het podium op. Foeterend tegen al wat burgerlijk is. Schoppend tegen dat ene besef: dat het zo gedaan kan zijn. 'Ik ben doodsbang voor de dood.' 

Het centrum van Venray ligt er verlaten en uitgeregend bij. Enkel aan de schouwburg heerst een gezellige drukte. Vanavond treedt Youp van 't Hek op en daarvoor lijkt de halve stad het huis uit gekomen. Ook hier, diep in Nederlands Limburg, is Van 't Hek een volksheld, de man die zegt wat iedereen alleen maar durft te denken. Wanneer hij even later het podium opkomt, ligt de hele zaal bij voorbaat in een deuk. Lekker samen lachen met ome Youp: iedereen heeft voorpret.

De volgende twee uur doet de cabaretier wat hij al dertig jaar doet: subliem de boel afzeiken - inclusief zichzelf. In Wigwam, zijn 33ste (!) voorstelling ondertussen, komen de geijkte Van 't Hek-thema's samen: de sleur van het volwassen leven, het verlies van de jeugdidealen, het steeds ongenadiger tikken van de tijd. Het tempo is hoog, zijn vakmanschap onmiskenbaar. Volgende week trekt hij met deze ouderwetse avond Hollands cabaret de grens over. Een mens vraagt zich af waarom. Wie zo ongemeen populair is in Nederland en er tonnen geld schept, heeft België toch niet nodig?

"Zo is dat, maar België heeft míj wel nodig", grapt de cabaretier wanneer ik hem de dag nadien ontmoet in Maastricht. Hij wil het gezellig maken vandaag. Eerst lekker koffie gaan drinken in een leuk café en daarna de voetjes onder tafel in het restaurant van zijn vriend Toine Hermsen. Maar eerst nog even dat Belgiëverhaal afmaken. "Dertig jaar geleden trad ik voor het eerst in België op, in het Fakkeltheater in Antwerpen. Meteen had ik daar plezier in. Ik was toen al populair in Nederland en toch wilde ik ook in België spelen. Noem het veroveringsdrang. Ik ben een van de weinige Nederlandse humoristen die in België succes kennen en ik kan niet ontkennen dat ik dat leuk vind.

"Uiteraard pas ik mijn shows aan het Belgische publiek aan, maar ik overdrijf daar niet in. Door dingen niet te schrappen, maar wel uit te leggen, boor ik soms een tweede laag humor aan. Neem nu zo'n programma als Sterren springen. Daarin springen bekende Nederlanders van een hoge duikplank. Steeds zijn het mensen van wie je niet weet waarom ze nou precies bekend zijn. De 'B in het kwadraat'-categorie, zeg maar, die bereid is voor een beetje geld de grootste vernederingen te ondergaan. Voel je het humoristische potentieel? Het werkt bovendien in twee richtingen. De week daarna kan ik in Nederland weer uitleggen dat ik in België moest vertellen wat voor een bagger wij op tv uitzenden. (lacht)."

Worstelt u soms met uw bekendheid?

"Nee. Ik heb geen enkele last van mijn bekendheid. Weinig mensen hebben een hekel aan mij en een handtekening geven gaat sneller dan er een weigeren. Wel ga ik haast niet meer naar de kroeg. Daar heb ik ook geen behoefte meer aan. Ik ben bekend. Punt. Ik vind dat fijn noch vervelend."

Uw voorstelling is één langgerekte bezwering van uw doodsangst. Hebt u er meer dan gemiddeld last van?

"Dat denk ik niet. Doodsangst is gewoon des mensen. Het feit alleen al dat we bij elke verjaardag 'Lang zal hij leven' zingen. Maar ik geef toe: ik ben doodsbang voor de dood. In september vorig jaar ging ik op zondag op bezoek bij mijn broer. Dinsdag kreeg hij een hartaanval. Dood. Het heeft me erg verdrietig gemaakt, maar ook een zekere kracht gegeven.

"Een vriend van me was rechter. Jarenlang deed hij 's morgens zijn befje om. Tot dat op een dag niet meer lukte. Drie maanden later hebben we hem begraven. Hersentumor. De dood is voor mij erg reëel aan het worden.

"Een tijdje terug zat ik met een vriend te eten. Hij is 78 nu. Het was ontzettend leuk, maar het viel me wel op dat hij om de haverklap zei: 'Die is er niet meer'. Of: 'Hij is ook al overleden'. Zo gaat dat. Als je 78 bent, word je een boompje alleen in het bos. Ik denk ook altijd aan al die mensen die hun hele leven hebben lopen zeuren. En hoe zij, als ze het einde voelen naderen, zichzelf bedenken: 'Waar heb ik al die tijd nou over lopen zeiken?' Geniet toch!, denk ik dan. Leef!"

Leeft u altijd ten volle?

"Nee, dat niet. Maar ik doe wel mijn stinkendste best. Lekker gaan eten, wat kletsen met fijne mensen: met kleine dingen probeer ik van elke dag een leuke dag te maken."

U houdt erg vast aan uw jeugdidealen. Het verzet tegen al wat burgerlijk is, komt in al uw voorstellingen terug.

"Laatst was ik uitzonderlijk nog eens in de kroeg en hoorde ik een man pochen over het vakantiehuis dat hij had gekocht in het buitenland. Er was een zwembad bij. En het dorpje waar het gelegen was, was zo pittoresk. En je kon er de heerlijkste koffie drinken! Waarop zijn gesprekspartner droogweg vroeg: 'Is er ook een kerkhof?' Erg geestig vond ik dat.

"Laten we toch niet zo blazen met z'n allen. Dat eeuwige zeuren ook. Ik kan er niet tegen. Zoveel mensen hebben van hun eigen ongeluk een testbeeld gemaakt. Het ligt ook nooit aan hen. Altijd ligt het aan de wereld.

"Ik heb me altijd verzet tegen al wat burgerlijk is. Ik schrik nog steeds van het uniforme. Opeens beslist iemand dat een rode broek in is en binnen de kortste keren zie je alle chique dokters en advocaten in een rode broek. Ik begrijp dat kameleongedrag niet. Iedereen wil altijd maar 'gewoon' doen. Als kind al ergerde ik me aan mensen die bij ons thuis langskwamen en aan tafel zaten te verkondigen 'hoe het hoorde'. En nog steeds erger ik me. De mensen die nu verkondigen 'hoe het hoort', zien er geen graten in miljoenenbonussen mee te graaien. Zo hoort het dus, denk ik dan."

Op het podium en in uw columns voor NRC Handelsblad zegt u toch ook 'hoe het hoort'?

"Mja, maar de lichtheid waarmee ik dat doe, maakt veel goed. Ik ben en blijf een grappenmaker."

Een grappenmaker met een boodschap, toch?

"Ik vind inderdaad dat je maar best normaal doet tegen je medemens en liefst ook het milieu niet al te erg vervuilt. Ik besef dat het een dunne grens is. Dat het risico reëel is dat ik ook zo'n man word die zegt hoe het hoort. Ik loop de hele tijd over mijn eigen eieren. Daarom ook haal ik mijn boodschap vaak onderuit op het podium. In mijn show roep ik de mensen voor de pauze op knopen door te hakken. Dat doe ik echter met zoveel kwinkslagen en dubbelzinnigheden, dat het meteen het absolute van de boodschap wegneemt. Na de pauze kom ik ook gewoon terug het podium op. Interpreteer: ik ben ook maar een van jullie. Ik heb me nooit boven mijn publiek willen stellen. Ik sta aan de kant. Als tiener al was ik de jongen die nooit de dansvloer opging, maar ernaast een beetje stond te kijken. Nog steeds ben ik die observator aan de zijlijn.

"En ja, er schuilt ook een missionaris in mij. Met de leeftijd echter ben ik milder geworden. Eigenlijk wil ik mijn publiek na mijn show gewoon dat tikje gelukkiger naar huis sturen. Al hoop ik stiekem ook dat als ze daags nadien op een vergadering op het werk hun baas horen lullen, ze aan mij denken. En dat gelul doorprikken."

Nederland en burgerlijkheid leken lange tijd niet samen te gaan. Waar is het fout gelopen met 'gidsland Nederland'?

"Ach, gidsland. Weinig landen waren fouter in de oorlog dan Nederland. En nu zijn we helemaal door de mand gevallen. Geert Wilders en zijn bangebejaardenpartij zijn daar het ultieme symbool van. Zijn aanhangers zijn bang voor mensen met een ander kleurtje, geloof of denkpatroon. Ik weet niet of we altijd al conservatief en angstig geweest zijn. Wel weet ik dat onze mond altijd groter is geweest dan onze daden. Ik schaam me soms voor mijn land. Zelfs de PvdA beknibbelt nu op ontwikkelingshulp. Ga naar New York en San Francisco en je merkt meteen dat ze daar duizend jaar verder staan dan wij.

"Tegelijk denk ik dat het allemaal wel losloopt. We hebben gewoon wat tijd nodig. De generatie van mijn kinderen mengt zich wel vrolijk met alle soorten mensen zonder stil te staan bij afkomst of geloof. Maar we zijn er nog niet. Dat is bij jullie toch ook zo? Zo'n Bart De Wever slaat toch ook aan bij bange, behoudende mensen? Hij pakt hen in met zijn boerenslimheid. Waait wel weer over."

Gelooft u nog in de politiek?

"Ik moet uitkijken dat ik geen zure oude lul word, maar ik sta wel met steeds groter ongeloof naar de politiek te kijken. Het gemak waarmee politici het bedrijfsleven instromen! De socialistische premier Wim Kok was destijds een voorbeeld. Nu blijkt dat hij als commissaris van bankverzekeraar ING de gruwelijkste bonussen en salarissen heeft goedgekeurd."

Dan bloedt uw links hart?

"Elk hart zit links (lacht). Toen ik jong was, had je de zogenaamde '200 van Mertens'. In een speech had vakbondsman Jan Mertens toen gezegd dat de economische macht in Nederland in handen was van ongeveer 200 mensen. Revolutionaire taal was dat. Inmiddels zijn het er wellicht maar 100 meer die de touwtjes in handen houden. En vaak gaat het om ex-politici die 50 nevenfuncties hebben in het bedrijfsleven."

De revolutie heeft nergens toe geleid?

"Precies. En daar word ik somber van. Ik zie het allemaal gebeuren en kijk er met grote ogen naar."

U hebt niet het gevoel dat u actie moet ondernemen?

"Ik moet niet meer doen dan wat ik al doe. Heel wat organisaties vragen me om hun zegsman te worden. Ik snap dat wel, maar ik kan onmogelijk op al hun vragen ingaan. Ik wil vermijden dat mensen denken: daar staat dat kleine mannetje met z'n bril weer. Het publiek mag niet Youp-moe worden. Ik wil gewoon een cabaretier zijn. Een tijd geleden heb ik wel actie ondernomen tegen de slechte werking van de helpdesks van grote bedrijven. Dat bracht een soort revolutie teweeg, maar ik ben er wel bewust na een maand mee gestopt."

Pick your fights, dacht ik over die actie tegen helpdeskterreur. Er zijn toch belangrijkere problemen te bestrijden?

"Het ging me om de machteloosheid van de consument. Al stond ik zelf wel te kijken van de impact die mijn actie had. Het is af en toe goed om een steen in de vijver te gooien. Als ik daarna maar snel weer cabaretier word. Anders zou ik een zielig figuur worden."

Tast uw rijkdom uw geloofwaardigheid niet aan?

"Ik heb vier miljoen boeken verkocht en elke avond speel ik voor uitverkochte zalen. Dus ja: ik heb veel geld. Maar of dat mijn geloofwaardigheid aantast? Ik denk het niet. Ik heb nooit voor een commerciële zender gewerkt. Najib Amhali en Brigitte Kaandorp zijn onlangs overgestapt naar RTL4. Dat zou ik nooit doen. 'Even wachten op die grap, we gaan er even uit voor reclame.' Dat kan toch niet? Dan hou ik er nog liever mee op."

U kunt het zich wel permitteren.

"Ja, maar ook toen ik geen geld had, veroorloofde ik mezelf die vrijheid."

Het geld en het succes hebben u nooit in de weg gezeten?

"Zeker wel. Daarom ook heb ik een stichting opgericht die met een deel van wat ik verdien, goede doelen sponsort. Uiteraard speelt daar een zeker schuldgevoel. In 1989 brak ik door. Opeens kwamen er tonnen geld binnen. Tonnen! Dus schenk ik daar sindsdien een deel van weg."

Omdat de twintigjarige Youp over uw schouder meekijkt?

"Ik ben opgevoed door een Amsterdamse vader, die opgroeide in de volkswijk de Jordaan. Hij heeft me altijd goed wakker gehouden. Hij zei altijd: 'Vergeet nooit wie je was en vergeet nooit goed te doen op de heenweg, want op de terugweg kom je ze allemaal weer tegen (lacht).' Door hem heb ik nooit gezwolgen in mijn succes. Ik heb ook nooit andere vrienden genomen. Sommige Bekende Nederlanders beschouwen enkel andere BN'ers als hun vrienden, maar daar doe ik niet aan mee. Ik ga nog steeds met dezelfde mensen om. Dan gaan we naar een kroeg of een restaurant en roepen ze: 'Youp betaalt!' (lacht)."

In uw column in NRC Handelsblad noemde u Peter Vandermeersch, de hoofdredacteur van die krant nota bene, een mediageile idioot. Uw onvrede met zijn beleid moet diep gezeten hebben.

"Welnee. Ik was enkel boos om dat ene incident dat me tot die column geïnspireerd had: de foute berichtgeving over het ongeluk van prins Friso. Ik was verbijsterd dat mijn krant zo nonchalant en respectloos was omgegaan met het grote menselijke leed dat de koninklijke familie overkwam. Als ik nu mijn boosheid niet opschrijf, ben ik de grootste lafbek die op deze aardbol rondloopt, dacht ik. Toen De Telegraaf een jongetje dat een vliegtuigongeluk had overleefd, lastig viel in het ziekenhuis, had ik daar ook kwaad op gereageerd. Dan moest ik dat nu toch ook doen? Dus schreef ik mijn column. En die werd gepubliceerd. Had Peter dat niet gedaan, dan had ik de samenwerking ook opgezegd. Daarna is Peter bij me thuis langsgekomen en hebben we alles rustig uitgepraat. Hij gaf toen ook toe dat hij een fout had gemaakt."

Was het incident voor u geen teken aan de wand dat NRC Handelsblad 'een rommelig tijdschrift' is geworden, zoals Geert Mak schreef?

"Nee. Ik begrijp dat de tijden veranderen en dus ook de kranten. Ik heb er geen probleem mee dat er een glossy tijdschrift als DeLUXE bij mijn weekendkrant zit. Ik wil me ook niet uitspreken over de positie van Peter op de redactie. Ik kom er bijna nooit. Ik ben zo'n beetje de nar van het NRC, de vreemde eend in de bijt. En wat Geert Mak betreft: ik moest wel lachen met de laconieke reactie van een collega. 'De tijd is voorbij dat je anderhalf jaar lang op kosten van de krant door Europa kan reizen en daarna een boek in eigen naam publiceren', zei hij. Ach, laat ons allemaal maar lullen en discussiëren. Dat brengt leven in de brouwerij."

Ook Theo Maassen bracht onlangs leven in de brouwerij. Met zijn grap over de cafébrand in Volendam zette hij het debat over de grenzen van de humor opnieuw op scherp.

"Terwijl het eigenlijk gewoon een slechte, flauwe en vervelende grap was. Bij mij had hij de try-outs nog niet gehaald. Ik vind Theo hartstikke leuk, alleen die mop niet. Of hij een grens overschreden heeft, weet ik niet. Het is weer zo'n debatje dat door Twitter en Facebook groter is geworden dan het eigenlijk hoorde te worden. Een typisch voorbeeld van de meningendiarree van tegenwoordig. Al die mensen die nu het gevoel hebben dat ze gehoord worden. Tweeten ze naar hun 88 volgers dat ze een beetje grieperig zijn. Nou, fijn om te weten.

"Maar goed, we hadden het over de grenzen van humor. Het is vooral een gevoelskwestie. Je voelt als humorist zelf wel aan wat kan en wat niet. Ik toch. Al heb ik het wel eens meegemaakt dat ik voor de grap pro-PVV-praat verkocht tijdens een eindejaarsconference en ik opeens door de achterban van Wilders op handen gedragen werd. Niet fijn. Ik voelde me even als Koot en Bie met hun Tegenpartij."

Het ergste wat een cabaretier kan overkomen, is dat hij te lang doorgaat, tot haast niemand hem nog grappig vindt. Zult u weten wanneer te stoppen?

"Ik word er niet jonger op. Dat weet ik goed genoeg. Elke kleedkamer heeft een spiegel en op de tram vragen jonge meisjes me wel eens: 'Wilt u gaan zitten?' Wilt u gaan liggen?, denk ik dan. Ik ben me bewust van mijn houdbaarheidsdatum, maar wil best wel een mooie lelijke oude man worden (lacht).

"Bovendien heb ik een erg leuke vrouw. Wij kennen elkaar lang en we kletsen veel. Vaak hebben we het er niet over, maar wel vaak genoeg. Dan vraag ik haar: 'Is het nog reëel wat ik doe?' En zegt zij: 'Ja' (lacht). Ik geloof haar. Ik hoor de mensen lachen, lees de mailtjes waarin ze beschrijven hoe leuk ze het hebben gehad en ik blijf het geweldig vinden. Laat me nog even vasthouden aan dat geluksgevoel."

Wigwam van Youp van 't Hek, 18/3 in de Capitole in Gent, 19 en 20/3 in de Stadsschouwburg van Brugge, 21/3 in de Ancienne Belgique in Brussel en 22/3 in het CC van Hasselt.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234