Woensdag 10/08/2022

Soros wil Amerika redden

De filantroop van Hongaarse origine schrijft een vlijmscherp pamflet tegen de oorlogszuchtige politiek van George Bush en engageert zich op 73-jarige leeftijd voor de democratische verkiezingscampagne. Dit is een miljardair uniek in zijn soort; hij verdient 2 miljoen dollar per dag en geeft er de helft van weg.

Hij is de haai van de financiële wereld die een vriendelijke dolfijn werd, de geldmagnaat die jaarlijks honderden miljoenen dollar over de hele wereld uitstrooit, een minzame oude man met lichtblauwe ogen. Hij praat traag en kiest zorgvuldig zijn woorden in een Engels met nog steeds een zwaar Hongaars accent, ondanks negen jaar in Londen en bijna een halve eeuw in New York. De ramen van zijn kantoor in de hoofdzetel van Soros Fund Management, zijn investeringsfonds, geven uit op Central Park, net als die van zijn appartement op Fifth Avenue. Het hoofdkantoor in New York van zijn liefdadigheidsorganisaties is iets minder luxueus, maar toch.

In zijn recentste boek, The Bubble of American Supremacy (in het Nederlands uitgegeven door Contact als De zeepbel van de Amerikaanse macht), rekent hij op een briljante manier af met de regering-Bush, die gedomineerd wordt door 'extremisten' die overtuigd zijn van de wet van de sterkste. Zij moeten, volgens hem, dringend op hun plaats gezet worden, in het belang van Amerika en de rest van de wereld. Een vurig boek, hij noemt het zelf 'woedend'.

In dit gesprek komt hij milder uit de hoek. Hij erkent dat het team van Bush zijn politiek intussen wat bijgestuurd heeft en dat de neoconservatieven wat van hun macht hebben verloren. De tegenstelling tussen de toon van het boek, snel en scherp, en die van het gesprek, rustig en bedachtzaam, bevestigt wat we al wisten: dit is een complex iemand. Medewerkers die al tien jaar met hem werken, verklaren dat ze hem nog steeds niet helemaal kunnen doorgronden. Allereerst is hij immens rijk (zijn fortuin wordt geschat op 7 miljard dollar, meer dan 5,7 miljard euro), maar er zijn nog rijkere Amerikanen, Russen en zelfs Fransen te vinden.

Wat hem zo anders maakt, is niet wat hij verdient, maar wat hij weggeeft. Hij verdient wellicht om en bij de 2 miljoen dollar per... dag (hij maakt zijn inkomen niet bekend, het cijfer komt uit een aantal eenvoudige berekeningen). Maar hij geeft precies de helft weg. Niet om Sint-Maarten te imiteren, die zijn mantel in tweeën sneed, maar omdat, zoals hij onmiddellijk verduidelijkt, "50 procent het maximum is dat je volgens de Amerikaanse wetgeving mag aftrekken' van je belastbaar inkomen. Weldoener der mensheid, maar net zo goed een verstandig belastingbetaler.

Hij ontzegt zich niets, leeft in weelde, maar heeft geen privé-vliegtuig of meesterwerken in huis. De stijl van Donald Trump, de miljardair die het ook laat zien, die in tijdschriften poseert voor gouden kranen, dat is niets voor hem. Hij loopt niet te koop met zijn geld, of toch zelden. Samen met zijn toekomstige echtgenote, die 25 jaar jonger is dan hij, maakt hij tochtjes in de Rolls door de Londense wijken waar hij vroeger eenzame en moeilijke jaren doorbracht, toen hij werkte als afwasser in een restaurant, als schilder in de bouw en als badmeester in een zwembad.

Tot vandaag overvalt hem, zoals hij het uitdrukt, geregeld "een bevlieging om geld te verdienen". Zijn beste jaren liggen wat dat betreft nochtans achter hem. Zijn beleggingsfonds, dat bijna 13 miljard dollar beheert, wordt intussen voorzichtig bestuurd, en realiseerde in 2003 een groei van 15%. Dat ligt ver onder de buitengewone 122% van 1985, in de gouden jaren van Quantum Fund, toen Soros zijn talenten als bezield speculant ontplooide. Het is ook veel minder dan in 1992, toen hij 10 miljard dollar inzette op de dalende koers van de Britse pond en in 1 dag meer dan 1 miljard dollar verdiende.

Soros inspireerde zich voor de naam van zijn Quantum Fund op de kwantumfysica en het 'onzekerheidsprincipe' van de fysicus Heisenberg, die ervan uitgaat dat het voor de wetenschap onmogelijk is om tegelijkertijd de snelheid en de positie van de deeltjes te bepalen. Quantum Fund nam voortdurend risico's. Het bevond zich offshore op Curaçao (Nederlandse Antillen) en genoot alle mogelijke voordelen van de geldmarkt, waarvan Soros overigens voortdurend de excessen bleef hekelen. Hij kende grote triomfen, maar ook kolossale verliezen.

Soros spreekt zijn spaarpot aan

Zoals op die dag in april 2000 die door Michael Kaufman beschreven wordt in zijn opmerkelijke biografie ('Soros', uitgegeven door Alfred Knopf, New York). Een dag die Soros doorbracht in de arme zwarte wijken van Baltimore bij een stichting tegen armoede en drugbendes. Tot laat in de avond sprak hij met de lokale verantwoordelijken, maar ook met voormalige dealers. De volgende ochtend ontdekten zijn gesprekspartners tot hun stomme verbazing op de eerste pagina van de New York Times dat Soros de vorige avond in een persconferentie bekend maakte dat zijn fonds, door het barsten van de internetzeepbel, 7,6 miljard dollar verloren was. Als onvervalste filantroop achtte hij het niet nodig om er iets over te zeggen of om zijn agenda aan te passen.

Die dag betekende echter een keerpunt. Gedaan met de risico's, Quantum veranderde zijn beleid, zijn directeur, zijn stijl. Hij deed dit op het gevaar af een groot deel van zijn aanzien te verliezen, een aantal middelmatige jaren mee te maken en een hele reeks bestuurders de revue te zien passeren. Soros engageerde namelijk al even snel als hij ontsloeg.

De ironie van het lot wil dat de laatste in die reeks, de voormalige Azië-directeur van Goldmann Sachs, Mark Schwartz heet. En Schwartz is de eerste, echte naam van Soros. De naam die zijn vader droeg voor hij besliste die te veranderen om zijn familie beter te beschermen in een Hongarije dat in 1944 bezet werd door de Duitsers die zich toelegden op de Jodenvervolging. De familie Soros kon ontsnappen dankzij een ingenieus opgezette organisatie, waar ook enkele anderen van konden profiteren. Maar ze ontsnapte maar net aan een catastrofe en de Bevrijding maakte geen einde aan de gevaren. De moeder van Soros werd verkracht door Russische soldaten. In dit Boedapest, eerst bezet door de Duitsers, later door de Russen, toonde de jonge Gysrgy zijn eerste talenten als speculant op de zwarte markt en in de geldhandel. Als jonge knaap van 9 sprak hij voor het eerst zijn spaarpot aan, ten voordele van de Finnen die toen aangevallen waren door het Sovjetleger.

OP ALLE FRONTEN

Veertig jaar later is zijn fortuin gemaakt en ontwaken zijn menslievende instincten pas echt, tot dan had hij alle mogelijke liefdadigheidsoproepen altijd weten te weerstaan. Vreemd genoeg lag zijn eerste actieterrein, in 1979, in Zuid-Afrika en bij de strijd tegen de apartheid waarin hij geïnteresseerd raakte door een Zoulou-vriend. Al snel richt hij zijn aandacht volledig op zijn Oost-Europa om het te bevrijden van het totalitaire juk. Vanaf dat moment is hij aanwezig op alle fronten, de meest heftige en de meest onwaarschijnlijke.

Hij betaalt in Parijs het drukken van clandestiene literatuur voor Polen en het verzenden van tienduizenden boeken en honderden kopieerapparaten naar Hongarije. In 1992 zorgt hij voor de beurzen van 20.000 Russische onderzoekers, 100 miljoen dollar waarvan ze kunnen leven en blijven werken. In datzelfde jaar geeft hij 50 miljoen dollar aan het door Serviërs bezette Sarajevo; het geld wordt gebruikt voor een waterzuiveringssysteem dat noodzakelijk is voor de bevolking om te overleven. Hij brak zijn tanden op een project in China, kreeg een zware klap in Tsjetsjenië en zag in Rusland zijn geld verduisterd door corrupte zakenmannen.

Hij kruiste de degens met dictators - president Alexander Loukatsjenko verdreef de stichting van Soros uit Wit-Rusland - autoritaire leiders als de Kroaat Franjo Tudjman of de Maleisiër Mahathir. Hij werd beroofd door vijftig gewapende mannen die werkten voor de geheime diensten van Poetin. Zijn programma's, waarin hij de afgelopen jaren 5 miljard dollar investeerde, zijn verspreid over een vijftigtal landen, van Mongolië tot Haïti, van Tadzjikistan tot Washington.

Soros schenkt ook meer en meer aandacht aan de Verenigde Staten, zijn tweede vaderland sinds 1956. Hij ijvert voor een menswaardige dood, een verbetering van de situatie in de gevangenissen, het legaliseren van drugs die, volgens hem, minder kwaad doen dan het geweld in naam van de strijd tegen drugs. Vandaag waagt hij zich aan de strijd tegen George Bush en is hoofdsponsor van de democratische verkiezingscampagne.

Wil hij zich in een ander soort strijd gooien? Beginnen zijn huidige projecten (goed voor 150 mensen in New York, bijna evenveel in Boedapest en een uitgave van 470 miljoen dollar in 2003) hem misschien een beetje te vervelen, hij die de bureaucratie altijd al verafschuwde, gek is op improvisatie, snelle beslissingen en 'kicks'? Of is hij zo overtuigd van de inzet van de verkiezingscampagne? Op dit moment, legt hij uit, "is het nog niet duidelijk of de oppermachtige houding van Amerika al dan niet een tijdelijke vlaag van zinsverbijstering is als gevolg van 11 september en de regering-Bush". Maar wanneer het kiezerspubliek opnieuw zijn vertrouwen geeft aan Bush, dan moeten we ons neerleggen bij de feiten. Amerika is dan niet langer 'het land waarin ik wil leven', niet langer een samenleving die in vele opzichten 'veel opener is dan Europa'.

De 'open samenleving' vormt de kern van zijn overtuiging, de basis van zijn filosofie en die van zijn voorbeeld Karl Popper. De man waaraan hij als jonge student in Londen zijn eerste 'filosofische' werken toonde, met een mengeling van oneindig veel lef en schroom die hem nog steeds kenmerkt. Ook zijn jongste boek, tegen Bush, maar ook tegen het 'natuurlijk recht' van de filosoof Leo Strauss en zijn neoconservatieve medestanders, was eveneens een kans om opnieuw aan de slag te gaan op het niveau van de ideeën.

Want daarvan heeft hij nooit afstand gedaan, met het risico belachelijk gemaakt te worden of neerbuigende reacties te krijgen. In zijn beginperiode in New York, toen hij zijn eerste miljoenen binnenhaalde, ronselde hij niet alleen tennispartners, maar ook filosofiestudenten voor 'gespreksbijeenkomsten'. Hij onderbrak zijn carriëre zelfs gedurende twee jaar voor het schrijven van een filosofisch werk, 'De Last van het geweten'. Een boek dat nooit werd uitgegeven, maar waarvan hij enkele exemplaren voorlegde aan 'echte' filosofen, die zijn werk meestal niet ontzagen.

Soros werd wel meer neerbuigend behandeld. Toen hij in 1998 'De Crisis van het mondiale kapitalisme' publiceerde, maakte Robert Solow, Nobelprijswinnaar economie, het werk met de grond gelijk onder de titel 'De Amateur'. En toen hij in datzelfde jaar op een conferentie in Potsdam een nieuw 'Marshallplan' voorstelde om Oost-Europa te helpen na het communistische tijdperk, barstte een vertegenwoordiger van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken publiekelijk in lachen uit, omdat hij het een idioot idee vond...

Hij is de eerste om toe te geven dat hij zich al zwaar vergist heeft. Toen hij de ondergang van het kapitalistisch systeem aankondigde bijvoorbeeld. Of toen hij 1 miljard dollar verloor bij een risicovolle investering in Rusland. Maar hij is er nog steeds heilig van overtuigd dat voor het Oosten een historische kans gemist werd door de weigering van een nieuw 'Marshallplan' voor Oost-Europa en massale hulp aan Rusland. 'En nu is het te laat, we hebben amper nog middelen om de gebeurtenissen in Rusland te beïnvloeden.'

Door zijn aanval tegen de regering Bush, heeft hij zich, alweer, banbliksems op de hals gehaald. Vernietigende opiniestukken, niet alleen in de Wall Street Journal, maar ook in de Washington Post. Om maar te zwijgen van de websites waar Soros 'Lucifer' wordt genoemd, of zelfs 'Jood die Joden haat'. Hijzelf doet die massale aanval af als 'de opmerkelijk goed gecosrdineerde machinerie' van de regering Bush, een 'Orwelliaanse maalmachine', gestuurd door 'fundamentalistische Joden' die de politiek van Bush steunen.

Hij maakte de zaak erger door afstand te houden van de grote Amerikaans-Joodse organisaties en door zeer beperkt in te gaan op hun vraag naar bijdragen. Zijn enige aanzienlijke bijdrage in Isra'l was de financiering van een Palestijns 'mediacentrum' in de bezette gebieden waarvan de directeur, zoals hij het ontgoocheld vertelt, 'aangehouden werd door Arafat voor het centrum vernield werd door het Israëlische leger'. Hij maakte het zichzelf vooral moeilijk in de herfst van 2003, op het moment dat zijn boek verscheen in de Verenigde Staten en tijdens een van de zeldzame keren dat hij op een vergadering van Joodse organisaties aanwezig was. Hij verklaarde dat 'het beleid van de regeringen Bush en Sharon bijdraagt aan de opflakkering van het antisemitisme in Europa', en dat wanneer het beleid verandert, 'ook het antisemitisme zal verminderen'. Nooit verlegen om een tegendraadse opmerking voegde hij eraan toe dat 'zijn eigen activiteiten ongewild het beeld bevestigen van de manier waarop de Joden de wereld besturen.'

Soros is het gewend om klappen te krijgen, en ze ook snel weer te vergeten, net als de vele miljoenen dollar die hij al won en verloor. Hij zal er ongetwijfeld nog meer te verwerken krijgen in de electorale strijd. Is hij op 73-jarige leeftijd in het reine met zichzelf? 'Redelijk', antwoordt hij zonder aarzelen. Hij brengt de psychoanalyse ter sprake die hij op zijn vijftigste aanwendde om het conflict tussen zijn vader en moeder te verwerken. Zijn vader Tidavar had volgens hem een 'enorme invloed' op hem en 'was veel meer filantroop dan hijzelf, maar had ook minder geld, omdat hij veel meer filantroop was...'.

Tidavar Soros schreef een boek in het Esperanto, 'Maskerade, of hoe overleven in een Hongarije dat bezet wordt door de Nazi's'. Zijn zoon liet het vertalen naar het Engels en haast zich om het te schenken aan zijn bezoekers. Zijn moeder Erzebet was meer gereserveerd en bekeerde zich op latere leeftijd tot het katholicisme. Ze was geshockeerd door de uitgaven van haar tweede schoondochter als 'nieuwe rijke'... 'Het kostte me vijftig jaar om daarmee in het reine te komen.'

Soros heeft zich vandaag min of meer teruggetrokken uit de zakenwereld, maar hij blijft actief in de politiek. Eerst aarzelend, nu zeer gedreven, heeft hij ervoor gezorgd dat zijn stichtingen ook na zijn dood blijven bestaan. Hij lijkt ver af te staan van de jongeman die op 17-jarige leeftijd zijn ouders en zijn land verliet. Zoals een van zijn naaste medewerkers het uitdrukt, hij is 'een legende'. Maar hij heeft nog steeds dezelfde ideeën in zijn hoofd.

'Een mislukt filosoof doet een nieuwe poging': dat is de titel die hij zelf gaf aan zijn redevoering in Wenen. Koketterie, zelfspot, maar vooral volharding. Ook al werd 'De last van het geweten', waaraan hij een groot deel van zijn leven gewerkt heeft, nooit gepubliceerd, Soros blijft vasthouden aan zijn filosofie en zijn overtuigingen. Zijn laatste boek toont, tussen de anti-Bush-elementen door, de conceptuele principes die hem altijd dierbaar waren. Onder meer de 'absolute feilbaarheid', of anders gezegd: alles wat de mens doet, is altijd onvolmaakt en gekenmerkt door fouten.

Hijzelf zat er dikwijls volledig naast. Maar dat is geen reden om het op te geven. Integendeel. Wanneer je je vergist, kan je het proberen beter te doen. Met woorden, maar ook met dollars: 'I put my money where my mouth is.' Soros 'praat via zijn geld'. Maar, voegt hij eraan toe, 'door zo weinig mogelijk uit te geven'. Iets meer dan 15 miljoen dollar vandaag. In de hoop anderen te inspireren, zoals in de goede oude tijd van de speculatie, in de hoop dat hij slaagt..

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234