Donderdag 18/08/2022

Spinnen en klauwen

moxie

Moxie, een Brusselse groep die al actief is sinds 1995, heeft zich nooit door geografische grenzen laten inkapselen. Haar debuut-cd Blue Sky Maybe nam ze bijvoorbeeld op in San Francisco, aan het handje van Kyle Stratham van de formatie Fuck. Voor de productie van haar nieuwe plaat, Broken Fantasy, deed ze een beroep Jim Putnam van The Radar Bros, een andere meneer voor wie dromerige gitaarpop al lang geen geheimen meer heeft. Putnams vader was de uitvinder van de studiocompressor, een analoog apparaat dat tijdens de jaren zestig en zeventig in vrijwel iedere Amerikaanse studio zou worden geïnstalleerd. De exemplaren die 'Jim Radar' speciaal voor Moxie naar Brussel liet overvliegen, werden ooit nog gebruikt door The Beach Boys ten tijde van Pet Sounds: goede vibraties gegarandeerd dus.

Wat vooral opvalt aan de tweede langspeler van het kwartet, is het nagenoeg perfecte evenwicht tussen kracht en breekbaarheid; tussen uitbundigheid en intimisme. Vooral de in elkaar gestrengelde gitaren, nu eens tevreden spinnend, dan weer moorddadig klauwend, zorgen voor spanningsbogen waarmee het prettig schieten is. Nummers zoals 'Chameleon', 'Every Morning', 'My Ideal' en 'Secret' zijn zorgvuldig en trefzeker opgebouwd en zitten vol verborgen verleiders, zoals de wisselende zangpartijen van Anne Franssen en Marc Vermeersch. Elders, in 'Love Light' bijvoorbeeld, duiken smaakvolle keyboards- en xylofoonpartijen in het klankbeeld op.

Moxie klinkt intens en poëtisch, verwijst in haar luchtigste momenten ('I.C.U.', 'Happy Buzz') naar de Franse pop uit de jaren zestig en in haar spannendste naar Galaxie 500 of The Velvet Underground. De niet altijd even orthodoxe uitspraak van het Engels en de warrige teksten blijven minpunten, maar na The Grand Piano, Ghinzu en Flexa Lyndo bewijst nu ook Moxie dat de Franstalige gemeenschap in dit land haar achterstand op popgebied langzaam maar zeker begint in te lopen.

(DS)

Moxie, Broken Fantasy, 62 TV/Bang!

daryll-ann

Pastorale stilte

Ooit lag Daryll-Ann onder contract bij hetzelfde label als Smashing Pumpkins, maar ondanks lovende kritieken in de Britse en Amerikaanse pers slaagde de groep uit het Nederlandse Ermelo er nooit in een groot publiek aan zich te binden. Daar waren haar verfijnde, melancholische popsongs blijkbaar net iets te amodieus voor. De critici toonden zich daarentegen gul met superlatieven: het blad Oor riep de cd Weeps zelfs uit tot "een van de beste Nederpopplaten van de jaren negentig". Trailer Tales, de vierde langspeler van Daryll-Ann, is eigenlijk een verkapte soloplaat van zanger-gitarist Jelle Paulusma, want met uitzondering van 'Equally Sympathy' tekende hij voor alle nummers.

De titel verwijst naar de periode waarin hij zich terugtrok in een caravan in Overijssel, om er in alle stilte en totaal isolement, aan de songs te werken die nu op de nieuwe cd staan. Het materiaal klinkt dan ook erg landelijk. Liedjes als 'Swords & Words' en 'Rosemary Girl' vallen op door hun eenvoud, organische instrumentatie en ingetogen toonzetting. Paulusma fungeerde op Trailer Tales zo te horen als een soort regisseur, die zijn muzikanten koos in functie van de sound die door zijn het hoofd spookte. Het resultaat is een aardige, subtiele en introspectieve plaat, waarin altijd een warm hart klopt.

(DS)

Daryll-Ann, Trailer Tales, Excelsior/V2

dead can dance

Sirene met pedante trekjes

Dead Can Dance is altijd een groep van extremen geweest. Ze ontstond in het Australische Melbourne, met als kern multi-instrumentalist Brendan Perry en avant-gardezangeres Lisa Gerrard, maar het succes kwam pas nadat het stel naar Londen verhuisd was en een contract versierd had bij het baanbrekende 4AD-label. Ten behoeve van de fans en eventuele laatkomers is de carrière van het duo nu voorbeeldig samengevat op 1981-1998, een box met drie audio-cd's en een dvd met de film Toward the Within.

Hoewel Dead Can Dance zeven studioplaten opnam, stond haar muziek mijlenver van het popuniversum. Gerrard en Perry lieten zich inspireren door dromen, mythen en vergeten culturen, verdiepten zich in oosterse filosofieën en exploreerden bij voorkeur de wereld van het innerlijke. Hun muzikale ideeën waren beïnvloed door die uit de barok en de renaissance, maar ook mediterrane folk, Afrikaanse ritmen, Arabische gezangen en choralen vonden hun weg naar een idioom dat het midden hield tussen akoestisch en elektronisch, tussen traditioneel en cutting edge.

Brendan Perry was het creatieve brein, maar de grootste troef van Dead Can Dance was ongetwijfeld de hypnotische, woordenloze zang van Lisa Gerrard. De blonde sirene bouwde duizelingwekkende kathedralen met haar stem en appelleerde zo aan het onderbewuste van de luisteraar. Het publiek gaf zich maar al te graag over aan de etherische magie van het duo, dat snel een eigen vocabulaire zou ontwikkelen. Daartoe gebruikte het structuren en instrumenten uit de klassieke muziek, maar ook uit diverse tribale genres. Gelaagde en conceptualistische werkstukken als Spleen & Ideal, Within the Realm of the Dying Sun en Aion werden soms verkeerdelijk met 'gothic rock' geassocieerd, maar Perry's hoogdravende theorieën hadden een minstens even tenenkrullend effect.

Zoals blijkt uit deze collectie heeft Dead Can Dance tijdens haar bestaan heel veel mooie en pure soundscapes geschilderd, die destijds thuishoorden in dezelfde galerij waar ook This Mortal Coil en Cocteau Twins hun kunsten exposeerden. Maar de pedante trekjes, de humorloosheid en de pretentie van het duo stonden het genot net iets te vaak in de weg. Meer Dead dan Dance dus. (DS)

Dead Can Dance, 1981-1998, 4AD /V2.

zornik

Krachtpatserij en epigonisme

Na een opgemerkte finaleplaats in de Rock Rally en drie singles die niet van de radio weg te branden waren, komt het Limburgse trio Zornik nu met zijn eerste langspeler op de proppen. Op The Place Where You Will Find Us hoor je een groep aan het werk die trots en zelfvertrouwen uitstraalt, maar dat hoeft niet echt te verbazen: Zornik werd in een mum van tijd razend populair, mocht al aantreden op enkele grote festivals en kreeg vorig jaar de TMF-award voor grootste belofte toegestopt.

Zanger-gitarist en liedjesschrijver Koen Buyse die, zo wil het cliché, muziek maakt omdat het voor hem "levensnoodzakelijk" is en omdat hij "niets anders kan", weet in ieder geval hoe een goede song in elkaar hoort te zitten. Alleen zoekt hij, bij de opbouw ervan, nog iets te vaak zijn toevlucht tot voorspelbare procédés: de meeste van zijn nummers kennen een ingetogen begin en barsten vervolgens, ter hoogte van het refrein, totaal uit hun voegen. Vergelijk de akoestische versie van 'Hey Girl', die als bonustrack op de cd prijkt, met de overspannen singleversie en je begrijpt wat we bedoelen. 'This Song Is Just For You', op gang getrokken door een gezwollen synthro, is in hetzelfde bedje ziek en tegen het moment je bij 'Go Your Way' bent aanbeland, beginnen de krachtpatserij en de eenvormigheid je behoorlijk op de zenuwen te werken.

Dat het ook subtieler en evenwichtiger kan, bewijst Koen Buyse in rustiger liedjes als 'Sometimes' en 'King of the Town', die de plaat in extremis nog wat zuurstof toedienen. 'Love Affair' en het barokke 'It's So Unreal' waren prima popsingles en 'Once Again' is een muzikale uppercut die ons twee tanden heeft gekost, maar na verscheidene beluisteringen van dit debuut kun je je niet van de indruk ontdoen dat hier iets te nadrukkelijk wordt gelonkt naar wat marketingspecialisten 'de doelgroep' noemen: het jonge volkje dat plaatjes van Muse, Live en de prille Radiohead in het rek heeft staan.

Niet dat we voorlopig redenen hebben om aan de passie en de eerlijkheid van Zornik te twijfelen: het talent ís er en ondanks de hoge dosis pathos en dramatiek in zijn liedjes beschikt Koen Buyse over een stem die, qua souplesse, neigt naar die van Matt Bellamy en Thom Yorke. The Place Where You Will Find Us klinkt bovendien prima, een bewijs dat je ook zonder dure buitenlandse producers de juiste sound te pakken kunt krijgen. Als Zornik er in de toekomst in slaagt zijn krachten een beetje beter te doseren en zijn eigen gezicht te laten zien, beloven we dus onze oren wijdopen te houden. (DS)

Zornik, The Place Where You Will Find Us, Parlophone/EMI

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234