Donderdag 06/10/2022

Sprouse koppelde straatcultuur aan dure kleren

shockchic punkcouture

Hij was de buurman van Debbie Harry, die net de groep Blondie had opgericht. Stephen Sprouse vond haar muziek fantastisch, maar ze wist zich niet te kleden, en hij stak een handje toe. Begin dit jaar zong Debbie Harry nog eens op de opening van de tentoonstelling gewijd aan Sprouse. Zelf was hij er niet bij, hij overleed in 2004. Hij was 50. Hij combineerde onder meer Vuitton en de graffitikunst. Er is nu een boek uit over dit icoon van de eighties, de coolste aller Amerikaanse ontwerpers. Door Agnes Goyvaerts

Als je op eBay 'Stephen Sprouse' intikt, krijg je zowat zeventig items te zien, vooral handtassen en sjaals van Louis Vuitton die door hem onder handen zijn genomen. Het bekendst (en meest gekopieerde accessoire aller tijden) zijn de tassen die met graffiti zijn bewerkt. Zo'n handtas heb je niet onder de 1.000 dollar, een bandana begint bij 250 dollar.

Het is dankzij Louis Vuitton, en dan vooral door zijn artistiek directeur Marc Jacobs, dat Stephen Sprouse opnieuw onder de aandacht kwam. Want hoe 'big' en 'cool' hij in Amerika ook was in de jaren tachtig, een wereldwijde doorbraak heeft hij nooit gekend. Hij sukkelde eerder van faillissement naar bankroet, waarmee hij de bijnaam 'the comeback kid' helemaal waarmaakte. Toch was hij een visionair en vooral een figuur die zichzelf tot mode-icoon verhief.

Merci Blondie

Niet het feit dat hij een bijzonder begaafd tekenaar was (op zijn veertiende kreeg hij al een stageplaats aangeboden bij de bekende Amerikaanse couturier Bill Blass) en dat hij een harde werker was, die echt gevoel voor mode had, zorgden ervoor dat Stephen Sprouse beroemd werd. Het was zijn figuur, en zijn entourage. In 1973 was hij gaan wonen in een loft op de Bowery, boven Debbie Harry. Hij kende haar van het nachtleven, en zij had net samen met Chris Stein de groep Blondie gesticht. Als assistent van de coole Amerikaanse ontwerper, Halston, kwam Sprouse bovendien in contact met Andy Warhol, en diens vrienden. Hij werkte met juwelenontwerpster Elsa Peretti en illustrator Joe Eula. Overdag kleedde hij bekende figuren uit de showwereld, zoals Barbra Streisand, maar 's nachts zocht hij de undergroundclubs op. Terwijl hij bij Halston de dure en glamoureuze kant van het modevak leerde kennen, wilde hij stilaan zijn eigen ding gaan doen. Debbie Harry gaf hem de kans om zijn twee grote liefdes te combineren: mode en muziek. Het was een win-winsituatie: de zangeres maakte indruk met haar verschijning, Stephen kon zijn handschrift tonen aan het publiek dat Blondie's concerten bezocht.

Handschrift is hier het juiste woord, want een van de opvallendste trekjes van Sprouse was dat hij overal op schreef. Zijn adresboek waren zijn armen. "Alles wat in zijn handen viel, wou hij decoreren. Als hij je vriend was, en hij vond dat je mooie schoenen aanhad, dan haalde hij zijn viltstift boven en krabbelde er iets op. En als je niet echt wou dat er op je schoenen werd geschreven, dan zou je je later toch realiseren hoeveel beter ze erdoor waren geworden", schrijft auteur Tama Janowitz in de inleiding tot het boek dat samen met de tentoonstelling over Sprouse verscheen.

Talent en hype

In 1983 is Sprouse klaar voor een eigen collectie. Zijn eerste show, op 1 mei 1984, houdt hij in een nachtclub en heeft meer weg van een rockconcert met gillende meiden, dan van een defilé. Zijn fetisjmodel is Terry Toye, een tot vrouw omgebouwde jongen met lange blonde haren en een mysterieuze blik. Het serieuze nieuwsmagazine Newsweek wijdt een pagina aan de nieuwe naam in de modewereld. Het blad noemt hem 'The Master of shock chic' en het artikel begint aldus: "Wat je ook denkt van zijn kleren, Stephen Sprouse heeft in ieder geval zijn carrière briljant gedesigned."

Hij komt op het goede moment, op de juiste plaats. De Amerikaanse mode is braaf, weinig inspirerend, een beetje oudbakken. "Het was een woestijn", zei de New Yorkse boetiekhoudster Patricia Field. "Alle ontwerpers deden hetzelfde, en dan kwam hij, met een eigen stijl, hoge kwaliteit en iets totaal nieuws." Met zijn verwijzingen naar de sixties, zijn shocking pink, acid groen en graffiti schudt hij iedereen wakker. Hij is de eerste ontwerper die muziek- en straatcultuur weet te koppelen aan dure kleren. Want dat zijn ze wel. Bij Halston heeft hij de chicste materialen en de beste afwerking leren kennen. Hij wil niet minder doen. Eén ding is zeker: wie iets draagt van Stephen Sprouse, wordt gezien. In hetzelfde artikel in Newsweek wordt 'het fenomeen Sprouse' omschreven als "40 procent talent en 60 procent hype."

Punk en pre-grunge

Eigenlijk is hij een wat teruggetrokken, slungelachtige man met een jongensachtig uiterlijk, die zich verschuilt onder zijn pruik en zijn wollen muts. Hij is cool op de manier dat Iggy Pop, Sid Vicious en Lou Reed cool zijn. Hij ademt New York Underground. Zijn mode weet de rusteloze geest te vatten van een generatie die de overgang maakt van de hippie-seventies naar de punk, en pre-grunge van de jaren tachtig. Het pad is geëffend door Andy Warhol en zijn gevolg, Sprouse staat klaar met de volgende generatie.

In 1987 kan hij met financiële steun van Knoll International een eigen winkel openen in Wooster Street. Hetzelfde jaar krijgt hij de toestemming om de camouflageprint van de pas overleden Andy Warhol te drukken op stof, en hij werkt samen met Keith Haring voor een reeks bedrukkingen van Jezus met graffiti. Hoewel hij een veelbesproken en aanbeden ontwerper is, blijft hij zakelijk een ramp. In 1988, nauwelijks een jaar na de opening, moet hij zijn winkels alweer sluiten. Na deze tweede mislukking besluit hij om zich meer op de kunst toe te leggen. Zijn werken zijn zeer verwant aan zijn mode, met zeefdrukken van Sid Vicious, en van Iggy Pop als gekruisigde Christus. Ondertussen blijft hij wel kleren maken voor de tournees van onder andere Axl Rose en Duran Duran.

In 1992 komt hij nog eens terug met een zeer dure, kleine collectie 'Cyber Punk', maar een financieel succes wordt het nooit. In 1995 wordt hij aangesteld als curator voor de kostuums van de nieuwe Rock and Roll Hall of Fame, een rol die hem op het lijf is geschreven. Wanneer hij drie jaar later met financiële steun van een textielfabrikant uit Italië nog eens opnieuw een collectie kan beginnen, is zelfs de belangstelling van de pers nu geluwd.

De logorevolutie

Over naar Parijs. In 1997 gaat het Franse ledermerk Louis Vuitton op zoek naar een designer om zijn imago te verjongen. De talentenjagers ontdekken Marc Jacobs, in 1984 afgestudeerd aan de New Yorkse modeschool Parsons, en stellen hem voor om artistiek directeur te worden.

Tussen Jacobs en de top van Vuitton botert het aanvankelijk niet te best. Jacobs komt een andere wereld binnen, die van de burgerlijke, Parijse chic. Hij moet vernieuwing brengen, maar tegelijk moet hij zich aan de regels van het huis houden. In 2001 komt hij op het idee om de oerklassieke monogram-tassen te laten bewerken. "We overtraden alle wetten dat seizoen. Er was me gezegd dat ik van het monogram moest afblijven. We mochten niet dit en we mochten niet dat, en ik heb lange tijd geprobeerd om me aan die regels te houden. Tot ik op een moment dacht: 'Ik heb naar iedereen hier geluisterd, maar dat is niet de reden waarom ze me hebben ingehuurd. Ik ben naar hier gehaald omdat ze wilden dat ik van Vuitton iets jong en cool en hedendaags zou maken. Als ik dat wil doen, moet ik tot op zekere hoogte de regels doorbreken.' "

Hij neemt contact op met Stephen Sprouse, die naar Parijs komt, en samen beslissen ze om de tassen met beige LV-monogram op bruine ondergrond met graffiti te overschilderen. Het is een gedurfde gok. "Ik wou graffiti doen op Vuitton-tassen, en ik wou niet zomaar graffiti, het moesten die van Stephen zijn", vertelt Jacobs in het boek over Sprouse. "Stephen had de geloofwaardigheid van de straat, maar tegelijk de stijl van iemand die in de mode zit."

Polly Mellen, destijds moderedactrice bij Vogue noemde het 'geniaal': "Stephen nam het logo dat zo'n status uitstraalde, zo elitair is, en nam het naar een andere orde."

Hartstilstand

Louis Vuitton heeft geen spijt gehad. De graffiti-tassen vlogen de winkels uit, er kwamen wachtlijsten. Met Vuitton is de carrière van Sprouse weer even geherlanceerd. Hij maakt nog een collectie voor de Target store in New York, maar in het voorjaar van 2004 overlijdt hij aan een hartstilstand, nadat een jaar eerder longkanker was vastgesteld.

"Stephens stijl was een soort punkcouture", zei Simon Doonan, artistiek directeur van Barneys New York bij zijn dood. "Europa had Jean Paul Gaultier, de Amerikaanse mode had niets vergelijkbaars, tot Stephen kwam en de modescene deed ontploffen. Hij opende zijn winkel in SoHo in een tijd dat het nog gevaarlijk werd geacht om zich daar te vertonen. De mensen van uptown begonnen Stephen te ontdekken, ze ontdekten SoHo en niet veel later werd het een modewijk. "Begin dit jaar heeft Louis Vuitton in New York een tentoonstelling gewijd aan Stephen Sprouse en bij Rizzoli verscheen een lijvig boek met veel foto's over hem. In de nieuwe lentecollectie van Vuitton zitten schoenen, tassen en kleren met de graffiti van Sprouse, en met een door hem getekende roos. Bij de voorstelling waren veel van de oude vrienden en fans aanwezig, van Terry Toye tot Debbie Harry. "Ik heb nog altijd zijn spullen. Ik zal ze mijn hele leven bewaren", zei de Blondie-zangeres. n

INFO The Stephen Sprouse Book, door Roger Padilha en Mauricio Padilha is uitgegeven bij Rizzoli en kost 65 dollar. Meer info op www.rizzoliusa.com.

Eén van de opvallendste trekjes van Sprouse was dat hij overal op schreef.

Zijn adresboek waren

zijn armen

Hij was cool op de manier dat Iggy Pop, Sid Vicious en Lou Reed cool zijn. Hij ademde New York Underground

GRAFFITI Dit jaar bracht Vuitton een hommage uit aan Stephen Sprouse, die in de jaren tachtig graffiti verenigde met het luxemerk en zo het merk verjongde.

BOEKEen van de hippe ontwerpen van Sprouse uit het pas uitgekomen boek van Roger en Mauricio Padilha.

LEGENDARISCH

Een modeshow van Sprouse had meer weg van een rockconcert dan van een defilé.

Alle ontwerpers deden hetzelfde, en dan kwam hij, met een eigen stijl, hoge kwaliteit en iets totaal nieuws

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234