Zondag 02/10/2022

Stemmen uit de folterkamer

Funda Kansu: 'Man of vrouw, oud of jong, uit Tsjetsjenië, Rwanda of Colombia, ieder heeft dezelfde gevoelens. Als iemand je slaat, dan heb je pijn. Als je je geliefden moet achterlaten, dan mis je hen'

Virginie bidt elke dag om een goddelijke verklaring voor de ellendige reeks verkrachtingen die ze onderging, Paul kan niet goed schrijven sinds zijn arm is opengesneden, Ranjat kreeg een knuppel in de aars geramd. In de Stichting voor de Behandeling van Slachtoffers van Foltering in Londen vinden geknakte mensen balsem voor hun littekens. 'Alledaagse feitjes kunnen de herinnering aan de foltering opnieuw wakker schudden: een parkwachter of een postbode in uniform, een hond die blaft in de nacht, het geluid van vuurwerk tijdens de eindejaarsfeesten.' Stemmen uit de folterkamer fluisteren zacht in de kerstnacht.

Marc Peirs / Foto's Dieter Telemans

'Dit litteken stond op de borst van een patiënt. Weet je wat het is?' Dokter John Joyce kijkt me vragend aan. Hij heeft net een tekening gekribbeld in mijn aantekenboekje. Twee rijen ronde puntjes onder elkaar. Daarrond een vlak met bovenaan en onderaan een gebogen lijn en rechts een rechte streep. Geen flauw idee, zeg ik. "De afdruk van een ouderwets strijkijzer. De beul had een gloeiend strijkijzer op de borst van zijn slachtoffer gedrukt."

Dokter Joyce hapt verwoed in zijn appel, tot er niets dan een schriel klokhuis rest. Dit is een snelle lunch na een zoveelste spreekuur. Zopas zag Joyce een jongen uit Sri Lanka: "Geslagen, geschopt, verkracht. 'Dokter, ik ben bang dat je het kan zién dat ik nog maar een halve man ben', zei hij. In zijn cultuur kan zo'n jongen met niemand over de verkrachting praten. Taboe. De beulen weten dat. Dat pijnlijke geheim te moeten meedragen zal het slachtoffer opvreten. Efficiënt hoor."

John Joyce werkt nu drie jaar bij de Medical Foundation for the Care for Victims of Torture. In die tijd zag hij 400 patiënten uit 25 landen de revue passeren. Ze komen op eigen initiatief of ze zijn gestuurd door hun advocaat. Een medisch rapport met bewijzen van foltering is goud waard in de race naar het felbegeerde statuut van politiek vluchteling. "Ik moet alles uit eigen ervaring opsteken", weet dokter Joyce. Grimmig: "De handboeken tonen je niet welk soort foltering welk litteken nalaat. Geen enkele wetenschapper denkt van: 'Oh, laten we eens twintig proefpersonen met een soepele twijg de voetzolen openslaan om te zien wat de langetermijneffecten zijn op het stapvermogen.' Soms zeggen patiënten me dat officieren de beulen de opdracht gaven om te martelen zonder littekens na te laten. Dan krijg je een telefoongids op je hoofd gelegd. Daar wordt een dreun op gegeven. Ontzettend pijnlijk en het laat geen sporen na. Maar meestal is foltering niet zo subtiel. Meestal is het slaan en schoppen en steken en verbranden." Hij gaat tegen de muur staan, de benen gespreid: "Neem de 'papegaaischommel': je armen zijn rond je knieën gebonden en zo word je over een stok gedrapeerd, terwijl je hoofd achterwaarts hangt. Bij veel mensen scheurt een spier in de rug, hier, onder het schouderblad." Wie met sigaretten is bewerkt, heeft ronde littekens van perkamentachtige huid. Elektrische schokken door de geslachtsdelen jagen kan leiden tot vochtophoping rond een teelbal. Een snijwonde van een bajonet laat een ellipsvormig litteken na met scherp afgelijnde randen. Dokter Joyce kent de hele catalogus uit het hoofd. "Het klinkt misschien kil, maar hoe meer patiënten je hebt gezien, hoe beter je weet waar je moet op letten en welke symptomen je moet checken. Ik kan ondersteboven zijn van iemands verhaal, maar dat helpt hem geen stap verder. Wat koopt de patiënt met mijn medelijden en empathie? Wanneer ik een goed medisch rapport maak en de patiënt krijgt politiek asiel, dán heb ik geholpen."

De hoofdzetel van de Medical Foundation for the Care for Victims of Torture is een tot kantoorruimte omgebouwde woning in het noorden van Londen. Ver van de kerstlichtjes, de kerstbomen, de kerstmutsen en de kerstmannen ben ik op bezoek in de 'dossierkamer'. Van elke patiënt worden de gegevens in een individuele map opgeborgen. In dertien jaar tijd hebben de medewerkers van de Stichting 18.500 mappen aangelegd. Een akelige catalogus van menselijk leed, netjes alfabetisch gerangschikt in ijzeren archiefkasten. Dokter Alex Sklan leidt me rond. Deze rustige, robuuste kerel met zachte ogen en zalvende stem staat aan het hoofd van de therapeutische ploeg binnen de Stichting: "Eén op drie patiënten komt alleen langs voor een medisch onderzoek. Hij wil een doktersrapport voor zijn asielaanvraag, of hij maakt zich zorgen over de draagwijdte van zijn letsels. Vaak volstaat het om die mensen gerust te stellen: neen, er is niks vitaals stuk, ja, je zal je pijnlijke arm opnieuw kunnen gebruiken, neen, je bent niet impotent. Maar twee bezoekers op drie hebben behoefte aan meer en diepgaandere therapie." Sklan drukt een vinger op een ingewikkeld schema vol medische en psychologische termen in een spinnenweb van pijltjes en stippellijnen. "Ons uitgangspunt is: een zo rijk mogelijk palet aan behandelingen en steunverlening aanbieden", aldus Sklan. Op de linkerhelft van de dubbele pagina staat een lange lijst 'praktijkdiensten': juridische steun bij asielaanvragen en gezinsherenigingen, hulp bij zoeken van onderdak en op vrijdagnamiddag bedeling van gratis tweedehandse kledij. De rechterkant geeft een overzicht van de medische en psychologische dienstverlening. Achter elke brok vakjargon schuilen pijnlijke praktijkervaringen. Een specialist neus, keel en oren: "Omdat veel slachtoffers van foltering een gebroken neus hebben. Of ze zijn doof gemept." Huwelijks- en sekstherapie: "Bijna iedereen die verkracht is, heeft moeite met haar of zijn seksleven." Een dermatoloog: "Om de littekens te behandelen, voor zover mogelijk." Groepstherapie met lotgenoten: "Een moeder wiens kinderen zijn vermoord kan hier zonder blikken of blozen zeggen dat ze niemand een kind gunt, dat ze verkrampt van jaloezie telkens ze een ouderpaar op straat met een baby ziet wandelen." Gezinstherapie: "Stel je het trauma voor van een kind dat zag hoe vader en moeder werden gemarteld. Of omgekeerd. Ik had onlangs een Afrikaanse man die verplicht werd te applaudisseren terwijl de beulen dreigden zijn zoon op te knopen."

Sommige therapieën zijn bepaald onverwacht. Aromatherapie lijkt zo'n vreemde eend in de bijt. Bloemengeuren verstuiven om folterslachtoffers te helpen? "Zeker wel", zegt Sklan, "want in veel culturen is het not done om over pijnlijke persoonlijke ervaringen te vertellen. Met aromatherapie of massage geven we aandacht aan de patiënt zonder meteen westerse, analytische psychotherapie toe te passen." Een paradepaardje in het aanbod is het Natural Growth-project. In gemeenschappelijke (stads)tuintjes zaaien, planten en oogsten de patiënten bloemen, groenten en vruchten. Tuinieren als therapie: very British indeed? "Nee, het tuinieren is een middel, geen doel. Bezig zijn met de aarde brengt hen tot rust. Verantwoordelijk zijn voor dingen die groeien, geeft hen opnieuw eigenwaarde en een toekomstperspectief", legt Sklan uit. Eén voorbeeld is de Tuin van Herinnering. Op donderdag en vrijdag komen de betrokken patiënten er samen. Een man uit Irak mijmert bij de zelfgeplante witte lelie die hem doet denken aan zijn vroegere vaderland. Andere patiënten vinden rust terwijl ze zwijgend het grasveld netjes houden. Kinderen uit Afghanistan hebben met vijftig witte stenen in de zandbedding het woord peace gevormd. De ernst waarmee de patiënten hun favoriete flora koesteren, maakt me onwennig. Een vreemde plek is dit, een mengeling van tuin, ontmoetingscentrum en meditatieruimte.

In de jaren '70 en begin jaren '80 was bijna heel Latijns-Amerika één groot filiaal van de NV Knekelhuizen. In het Oostblok waren de agenten van de Sovjetrussische veiligheidsdienst KGB en hun socialistische broertjes in de buurlanden berucht voor de hardhandige ondervragingen en de psychologische foltering. Vandaag liggen de Latijns-Amerikaanse militairen aan de ketting, terwijl de KGB en consorten vergelen in de geschiedenisboeken. Toch is het aantal patiënten van de Stichting niet gedaald. "Integendeel", knikt Alex Sklan. "Begin jaren '90 kregen we jaarlijks enkele honderden nieuwe mensen over de vloer. In '98 en '99 waren het er 3.500. De wereld is er met het einde van de Koude Oorlog niet vreedzamer op geworden." Bij elke crisis in Europa spoelt het menselijk wrakhout aan bij de Stichting. Tijdens het hoogtepunt van de oorlog in Kosovo stonden er niet minder dan tweehonderd Albanese Kosovaren op de wachtlijst. Maar alles samen komen de patiënten uit meer dan tachtig landen. De beul heeft vele gezichten: "Soms is hij de reguliere overheid, soms de guerrilla, soms een schimmige misdaadorganisatie. Voor veel Russen bijvoorbeeld is de enig tastbare macht die van de maffia. De maffia ontvoert, slaat, foltert. En voor zigeuners in Polen of Slowakije is de beul vaak een lokale bende neonazi's die hen in elkaar slaat en wegjaagt. In het beste geval is de overheid niet in staat om de burgers te beschermen. In het slechtste geval is ze maar wát blij dat een zootje ongeregeld het vuile werk in haar plaats opknapt. Voor Polen en Slowakije mag je je geld inzetten op de tweede mogelijkheid." Ondanks de intrede van die nieuwe spelers, blijft 'de staat' verantwoordelijk voor de grote meerderheid van de foltergevallen. Verreweg de grootste groep patiënten zijn Turkse Koerden. Turkije, dat op de top van Helsinki de langverwachte principiële toezegging kreeg om lid van de Europese Unie te mogen worden. "Datzelfde Turkije is een folterstaat", zegt Sklan bitter. "Martelen is er endemisch, routineus, ingebakken in de zogenaamde ordehandhaving. Een Koerd neemt al niet meer de moeite om te vertellen dat de politie hem heeft geslagen en geschopt. 'Neen, ik heb geluk gehad', zegt zo'n man: 'Ik ben niet gefolterd.' Want wat er ná de klappen komt, dát is folteren."

Even divers als de herkomst van de slachtoffers zijn de technieken van de beulen. In Punjab in het noorden van India nemen twee beulen je vast, elk aan één kant, en ze scheuren je letterlijk open. In Sri Lanka en Algerije is verkrachting, ook van mannen, een vast onderdeel van de foltersessie. In Nigeria zijn brandende sigaretten veelgebruikt. Fallaca, de voetzolen openranselen, is vanuit de mediterrane regio bij folteraars wereldwijd een favoriet geworden. "Eén zaak hebben folteraars overal ter wereld gemeenschappelijk: hun bedoeling", zegt Sklan. "Het doel is niet om informatie los te peuteren. Ja, natuurlijk willen ze namen van je vrienden en medestanders. Ze zéggen wel dat ze je daarom pijn doen, maar dat klopt niet. Het feit dát je je vrienden verraadt, daar zijn de beulen op uit. Dat zal je opvreten. Daar zal je je leven lang mee zitten. Dat is de bedoeling. Je breken. Vernietigen. Kraken. Iedereen droomt ervan om heldhaftig 'rot op' te zeggen tegen de beul. Maar in het uur van de waarheid gaan we er allemaal onderdoor. Dan verraad je alles en iedereen. Een mens is niet gemaakt om held te zijn."

Vernietiging van mensen, daar heeft Helen Bamber meer dan genoeg van gezien. Haar echtgenoot was een overlevende uit de nazi-concentratiekampen. Eind jaren '70 trok ze in opdracht van Amnesty International op fact finding-missie naar landen waar foltering schering en inslag was: Chili, Argentinië, de USSR, Zuid-Afrika; trieste trips in de slagerijen van de recente geschiedenis. Bambers ploegje was toen welgeteld drie koppen sterk. Daaruit groeide eind '85 de Medical Foundation for the Care for Victims of Torture. Vandaag staat Bamber aan het hoofd van tachtig medewerkers en vrijwilligers. Het jaarlijkse budget van 200 miljoen frank wordt voor het grootste deel bijeengesprokkeld uit individuele donaties. De Stichting geniet morele steun van een hele reeks Sirs en van grootheden uit media en cultuur: van schrijvers als John le Carré, Helen Fielding, Hanif Kureishi en Julian Barnes, van komiek en wereldreiziger Michael Palin, van de Zuid-Afrikaanse bisschop Desmond Tutu. "Ik ben blij met de steun maar ik zou liever hebben dat we intussen overbodig waren", glimlacht Helen Bamber. Een moedertje is ze, gedrongen, open van gezicht, van hart en van oren. "Luisteren", zo vat ze haar taak samen. Want Bamber wil niet alleen een administratief en zakelijk directeur zijn maar ook praten met patiënten. Bamber is vooral deskundig op het gebied van de langetermijneffecten van foltering: "Foltering gaat door nadat de pijn wegebt. Ik ontmoet mensen die met veel moeite uit het land worden gesmokkeld met de hulp van vrienden, familieleden, mensenrechtenstrijders. Altijd blijft er de vraag: wat is er gebeurt met hen die achterbleven? Of gezinnen die ál hun bezittingen verkopen om één zoon of dochter buitengesmokkeld te krijgen. Waar zijn mijn ouders? Mijn broers en zussen? Vorige week kwam een Koerdische man binnen, bevend en huilend. Hij had een krantenknipsel bij zich over een gevecht nabij zijn geboortedorp. 'Leeft mijn familie nog? Wat gaat er nu met hen gebeuren?' Wie kan ontsnappen wordt elke dag opnieuw geplaagd door knagende onrust en schuldgevoelens."

De trauma's blijven opspelen, weet Bamber. "De banaalste feitjes kunnen de herinnering opnieuw wakker schudden: een geur die doet denken aan de cel, een uniform, zelfs van een parkwachter of een postbode, een hond die blaft in de nacht, net als de honden die de gevangenis bewaakten, het geluid van vuurwerk in de eindejaarsperiode." Soms komt de terugslag in uitgesteld relais. Veel Chileense vluchtelingen bijvoorbeeld gaan nu, jàren na de feiten, door een moeilijke catharsis. Vanzelfsprekend leven ze sterk mee met het juridische steekspel rond de uitlevering en mogelijke berechting van Pinochet. De zaak spit herinneringen boven aan toen, en aan Chili, en aan de pijn. Maar er is meer aan de hand, zegt Helen Bamber: "Aangezien ze Gevlucht zijn in de jaren '70, zijn veel Chilenen vandaag veertig à vijftig jaar oud, een leeftijd waarop je een balans opmaakt van je leven tot nu toe. En wat zien die mensen dan? Toen ze hier aankwamen, werden ze met open armen ontvangen. In de ogen van heel progressief Europa waren ze echte helden. Maar vandaag zijn ze vergeten. In hun oude vaderland worden ze beschouwd als spoken uit een naar verleden. De spons erover, zegt de Chileense regering. Hun kinderen zijn intussen opgegroeid in het Verenigd Koninkrijk van Margaret Thatcher. Succes, materiële welstand, dat was de roep van de dag." Bamber huilt. Ze vertelt over de ervaringen van een groep Chilenen in groepstherapie in Sheffield: "Onze kinderen begrijpen ons niet, en wij hen niet", zeggen die mensen. "De kinderen wilden 'normale' ouders, geen vader en moeder die doordrammen over wazige idealen. En hoevelen van hen hebben de geheimen over de folteringen, de vernederingen, de verkrachtingen nooit aan de kinderen verteld? Veel gezinnen maken nu een onvoorstelbaar pijnlijk toenaderingsproces mee. Een kwarteeuw na de foltering blijft het verleden een open zenuw." Wat is dan succesvolle therapie? Of beter: bestààt er iets als succesvolle therapie? "We mogen de slachtoffers in elk geval geen kruk aanbieden waar ze hun leven lang op steunen", zegt Bamber beslist. "Genezen, dat kan niet. Mensen helpen om door te gaan met hun leven, dat is ons doel. Dat ze de herinnering onder controle krijgen in plaats van dat de herinnering met hén aan de haal gaat."

Het is namiddag en de wachtkamer van de Stichting stroomt vol patiënten. De Bosnische Branko met zijn geruite houthakkershemd en zijn door regen en dagelijks gebruik smerig geworden witte sportschoenen. Een jonge zwarte vrouw die met doffe blik het plafond bestudeert. Een zigeunerfamilie wiens jongste een snotneus heeft. Een slanke jongeman uit Sri Lanka met zijn handen onder de bips gevouwen. Allemaal wachten ze geduldig tot ze hun persoonlijke consulent kunnen spreken. De consulenten zijn de duizendpoten die de Stichting draaiend houden: "We geven juridisch advies, hulp bij praktische problemen, psychologische steun en langetermijntherapie", somt Funda Kansu op. "Maar soms is de praktijk akelig eenvoudig: luisteren en troosten. Eén van mijn patiënten is een Rwandese vrouw van 28, Virginie. Tijdens de burgeroorlog zag ze haar hele familie uitmoorden. Ze dwaalde van het ene vluchtelingenkamp naar het andere, viel in handen van soldaten die haar martelden en verkrachtten. Virginie kon vluchten naar Kenia en werd in dienst genomen als huismeid. Maar de man des huizes begon haar te verkrachten. Via via raakte ze in Londen. Ze vond een nieuwe job als meid. En opnieuw werd ze door haar werkgever verkracht. Na een week kon ze het huis uitvluchten en belandde ze bij de Stichting. Ze is hier nu al twee jaar lang patiënt. Ze bidt en bidt, op zoek naar een goddelijke verklaring voor haar ellende. Soms praten we, soms zwijgen we. Vaak kan ik niets anders doen dan haar hand vasthouden terwijl Virginie huilt."

Tijdens het gesprek horen we nu en dan een patiënt de trap opstommelen. Funda en haar collega's beschikken over een vijftal spreekkamertjes op de eerste verdieping: een klein bureau, twee stoelen, een raam met uitzicht op de natgeregende daken van Noord-Londen. Hier moet Kansu inzicht krijgen in de zielenpijn van zoveel patiënten uit zoveel verschillende landen. "Natuurlijk probeer ik de religieuze en culturele achtergrond van mijn patiënten te leren kennen. Maar is dat wezenlijk? Nee toch. Ik kan iederéén begrijpen. Man of vrouw, oud of jong, uit Tsjetsjenië, Rwanda of Colombia, ieder heeft dezelfde gevoelens. Als iemand je slaat, dan heb je pijn. Als je je geliefden moet achterlaten, dan mis je hen." Funda Kansu wil me graag enkele kerstkaarten van patiënten laten zien. Ze neemt koket een lok van haar lange ravenzwarte haar tussen de vingers en haar groene ogen krijgen een twinkel van ontroering: "Kijk, van een Ethiopische man die mij 'lieve zus' noemt. Prachtig toch? Hij is katholiek, ik atheïst. Hij is Ethiopiër, ik kom uit Turkije. Maar we begrijpen elkaar." Op een ander kaartje vertelt een patiënt in moeizame hanenpoten dat het nu veel beter met hem gaat. Hij smeekt Funda om even te mogen langskomen met een persoonlijk dankwoordje. "Ik ben dol op mijn job", vertelt Kansu. "Twintig jaar geleden was ik idealistisch. We zouden van de wereld een betere plek maken voor iedereen. Maar links leed nederlaag na nederlaag. Ik realiseerde me dat globale verandering onmogelijk is. Maar je kan wel één mens helpen. Eén na één. En als je dan ziet dat iemand beter wordt..." Kansu stopt. Stokt. Huilt.

'Ik ben Paul Eya. Ik ben vervolgd en gefolterd." Zo begint Paul zijn verhaal. Paul Eya is een elegante man in Brits tweed. Vanachter zijn getrimde baardje rollen gretig de citaten uit Montesquieu, Fukuyama en Colette Braeckman van Le Soir. Zeven jaar geleden is hij gevlucht uit het toenmalige Zaïre. Vader Eya was opposant tegen Mobutu, maar Paul smeekt zelfs nu nog om de ware identiteit geheim te houden, uit schrik voor mogelijke wraakacties tegen familieleden. "Ik organiseerde een studentenbetoging tegen Mobutu. Ik kende het risico, ja. Maar ik wou liever mijn mening zeggen en de tol betalen dan te zwijgen en te sterven als een bange wezel."

Op een kwade dag moest de tol inderdaad worden betaald : de agenten van Mobutu kwamen Paul oppikken. Bang om te sterven? Beslist: "Nee. Toen de gorilla's van Mobutu me oppakten en in de wagen sleurden om me naar de cel te brengen, toen wel. Ik kon wel in mijn broek plassen van de schrik. Maar eens ze begonnen te slaan en te trappen was ik wég. Het leek alsof het niet mij maar iemand anders overkwam. In mijn gedachten was ik al dood. Je bent alleen bang om te sterven als je denkt dat je gaat sterven, niet als je wéét dat je sterft. Zo voelde het aan. Samen met mij was mijn angst weg." Paul Eya kon ontkomen. Maar zijn verblijf in de cel laat sporen na. Paul stroopt zijn hemd omhoog en laat een lang litteken zien op de linkerarm. De arm is verzwakt. Paul kan hem amper optillen. "Ik ben zo ongenadig geslagen dat ik soms gewoon in elkaar stort terwijl ik over straat loop. Jarenlang overkwam het me elke dag. Dankzij kinesitherapie gaat het nu beter. Nu kunnen soms drie tot zes maanden voorbijgaan zonder vallen." Plots bitter: "Maar ik kan niet zo snel schrijven als anderen, ik kan niet hardlopen, ik kan niet voetballen. Ik ben niet langer normaal. Ik ben niet normààl."

Paul nam de wijk uit Zaïre. Net als veel van zijn landgenoten in de diaspora was hij bang dat de bloedhonden van Mobutu hem in Brussel of Parijs zouden weten te vinden. Dus koos hij voor Londen: "Ik voelde me als een ontwortelde boom. Kijk naar buiten: dit is niet mijn klimaat." Paul Eya had geen papieren, geen familie, geen vrienden, geen onderdak en een gebroken lichaam rond een angstige geest. De Medical Foundation ving hem op. Nog steeds loopt Eya nu en dan binnen voor een versterkende babbel. De Foundation hielp hem ook met allerlei praktische beslommeringen. De medewerkers vonden onderdak, maakten Paul wegwijs in de sociale tegemoetkomingen waar hij aanspraak op kan maken, zochten geld bijeen om hem te laten studeren. Paul Eya bleek een briljante student. Hij grossiert in universitaire diploma's: rechten, politieke wetenschappen, internationale politieke relaties. In november kreeg hij uiteindelijk de belofte dat de Britse overheid zijn papieren in orde brengt. Hoofdschuddend: "Na zeven jaar. Alsof je iemand een brief schrijft en hij doet er zeven jaar over om te antwoorden."

Paul Eya is hoogopgeleid, spreekt Engels en Frans, krijgt een legaal statuut, maar hij vindt geen job. Daarom denkt hij er soms aan om terug te keren naar zijn vaderland. Zijn negatieve avontuur heeft zijn vrijbuitersgeest niet gebroken. Tijdens het gesprek keken Paul Eya's ogen naar de muur, naar de grond, naar het plafond, maar nu kijkt hij me recht aan en plooit zijn gezicht open in een stralende glimlach: "Natuurlijk was ik blij toen Mobutu van zijn troon viel. Voor mij zou zelfs een hond een betere president zijn dan Mobutu. Maar Kabila heeft zich ontpopt tot een potentaat, een dictator, een mislukkeling die delen van het land ten prooi laat vallen aan de buurlanden. Wat kon je beter verwachten van een omhooggevallen cafébaas? Democratie, vrijemarkteconomie, buitenlandse hulp: dat is de aanpak om Kongo uit de duisternis te halen. Ja, ik wil daartoe graag mijn bijdrage leveren." Dat hij in dat land zijn vroegere kwelgeesten misschien terug zal zien, daar heeft hij nu al mee leren leven. "Hen vergeven? Wat kan ik anders doen? Ze zullen nooit voor de rechter komen, dat staat vast. Ik heb gewoon niet de màcht om iets anders te doen dan vergiffenis te schenken."

Superkwelduivel Mobutu kan nooit nog voor de rechter verschijnen. Mobutu's dood vervult Paul Eya met dubbelzinnige gevoelens: "Ik ben blij dat ik lang genoeg leef om hem te zien sterven. Maar zijn dood kwam te vroeg. Hij zal altijd herinnerd worden als president, niet als voormàlig president." Grimmig: "Sese Seko (de tweede en derde naam van Mobutu, MP) betekent 'voor altijd'. Daar heeft hij jammer genoeg gelijk in gekregen. Ik had graag meegemaakt dat hij nog lang had geleefd en tot inkeer was gekomen. Dat hij de wereld rondreisde om de Pinochets en de Milosevic'en van deze wereld te vertellen: 'Wees niet slecht. Kijk naar mij. Ik was slecht, en wat is er van mij geworden? Wees niet slecht. Wees goed.'"

Marc Peirs is medewerker van De Bijsluiter, VRT-radiojournalist en freelance redacteur voor verscheidene media en organisaties. Dieter Tielemans is fotograaf van De Morgen.

Helen Bamber: 'Genezen, dat kan niet. Mensen helpen om door te gaan met hun leven, dat is ons doel. Dat ze de herinnering onder controle krijgen in plaats van dat de herinnering met hén aan de haal gaat'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234