Woensdag 17/08/2022

Symbolen wegen op Noord-Iers vredesproces

'Bloody Sunday'-onderzoek en 'koninklijke' status politie beïnvloeden onderhandelingen

Brussel / Belfast

Reuters / Eigen berichtgeving

Maarten Rabaey

In Londonderry werden gisteren openbare hoorzittingen gestart inzake 'Bloody Sunday', de zondag in 1972 toen 14 ongewapende katholieke burgers werden gedood door het Britse leger. Het nieuwe onderzoek zal zeer belangrijk worden voor het vastgelopen vredesproces, waarin zowel republikeinen als unionisten zijn hervallen in de retoriek van het verleden.

Tientallen familieleden van de 14 ongewapende burgerrechtenactivisten die op 30 januari 1972 gedood werden door kogels van Britse militairen, kwamen gisteren bijeen in de Guildhall van Londonderry om nieuwe getuigenissen te aanhoren over Bloody Sunday. De schietpartij was destijds het vuur aan de lont voor een bloedige campagne van republikeins geweld, de 'Troubles', die meer dan 3.600 levens eisten aan beide zijden in het sektarische conflict tussen katholieken en protestanten.

Het nieuwe onderzoek werd in 1998 door de Britse regering bevolen nadat de verwanten van de slachtoffers, onder wie veel tieners, nieuwe bewijzen hadden aangebracht, die de eerste conclusies uit 1972 ondermijnden. Britse rechters beweerden toen dat de militairen alleen uit zelfverdediging hadden geschoten.

Een tweeduizendtal mensen stapten zondagnacht onder leiding van de verwanten in processie door de straten van de Bogside in Londonderry. Ze volgden de route van de eertijdse burgerrechtenbetoging waarop, zo zeggen de families, de veertien "zonder aanleiding doodgeschoten werden door het leger".

Guildhall, de zaal van de hoorzittingen, was het beoogde eindpunt dat door de burgerrechtenmarcheerders nooit werd bereikt. De symbolische plek zal gedurende twee jaar het toneel zijn van hoorzittingen. Ze werd omgetoverd in een hightechrechtszaal, maar of de volledige waarheid er aan het licht zal komen blijft een open vraag.

De familieleden van de slachtoffers zijn er verontwaardigd over dat de identiteit van de soldaten die deelnamen aan de schietpartij tijdens de hoorzitting geheim blijven. Ze vragen zich ook af hoe het kon dat het Britse leger recent dertien wapens die tijdens Bloody Sunday gebruikt werden vernietigde. Twee wapens die bewaard werden voor de rechtszaak zijn bovendien 'verdwenen'. De vragen over deze delicate kwesties zullen op de hoorzitting gesteld moeten worden aan de huidige bevelhebber van het Britse landleger, generaal Michael Jackson. Zijn ondervraging kan voor vuurwerk zorgen.

In de krant The Independent gaf Jackson, de eerste bevelhebber van de Kfor-troepen in Kosovo, gisteren toe dat hij destijds in Derry deel uitmaakte van het gewraakte regiment 1 Para dat de schoten afvuurde. Jackson was als kapitein rechterhand van de toenmalige commanding officer, luitenant-kolonel Derek Wilford. Hoewel er geen bewijzen zijn dat Jackson iets te maken had met de schietpartij kan de druk om een zondebok te vinden hem in een lastig parket brengen.

Maar het nieuwe onderzoek zal vooral belangrijk worden voor het vredesproces. Dat zit in het slop sinds sinds Londen vorige maand de uitvoering van de Goede Vrijdag-vredesakkoord opschortte omdat het Iers Republikeins Leger (IRA) zijn wapens niet inleverde. Het Noord-Ierse kabinet waarin republikeinse (katholieke) en unionistische (protestantse) partijen de macht deelden, werd ontbonden.

Beide zijden zijn sindsdien hervallen in de dreigende retoriek die ze tijdens de Troubles hanteerden. Daar waar de republikeinen zich vastklampen aan het Bloody Sunday-onderzoek voor het bewijs van hun gelijk, hameren de unionisten op het voortbestaan van de Royal Ulster Constabulary (RUC). Volgens het vredesakkoord moet deze overwegend protestantse politiemacht hervormd worden tot een civiele politie met een evenredig aantal protestanten en katholieken. Maar de Ulster Unionist Party (UUP) eist nu het behoud van de bestaande 'koninklijke' politie als voorwaarde om opnieuw te gaan onderhandelen.

Hoezeer een deel van de grootste unionistische partij aan het radicaliseren is, bleek nog afgelopen weekeinde, toen voorzitter David Trimble het bijna moest afleggen tegen interne 'challenger' Martin Smyth. Deze tegenstander van het Goede Vrijdag-akkoord haalde 43 procent van de stemmen, Trimble 'slechts' 56 procent.

De Britse regering heeft het IRA dringend verzocht alsnog toegevingen te doen om de positie van Trimble, en het Noord-Iers vredesproces, niet verder te verzwakken. De terreurbeweging moest volgens het vredesakkoord ontwapend zijn tegen 22 mei van dit jaar.

Republikeinen en unionisten zijn hervallen in de dreigende retoriek van de Troubles-periode

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234