Woensdag 05/10/2022

't Is niet al tijd dat geld is

een rijk aanbod in het vlekje dat vlaanderen is

Een jaaroverzicht van klassieke muziek is een eigenaardig ding. De traditie wil dat een muziekseizoen vergelijkbaar is met een schooljaar, waardoor pakweg het jaar 2001 uiteenvalt in twee helften, die samen allerminst een geheel vormen. Wat memorabel was, weerspiegelt zich in de lijstjes. We beperken ons hier tot enkele al dan niet relevante mijmeringen van iemand die wat meer concerten bezoekt dan de gemiddelde muziekliefhebber, en daar met een zekere regelmaat een stukje over pleegt.

Brussel / Van onze medewerker

Rudy Tambuyser

Een blik op de door ons meest gesmaakte concerten - en een ietwat bredere op het totaal van de besproken concerten - brengt meteen de hegemonie van enkele organisatoren aan het licht, die niet alleen in de krant heerst maar ook überhaupt. De programma's van de Filharmonische Vereniging van Brussel, deSingel in Antwerpen en de Bijloke in Gent, al dan niet in coproductie met de verschillende afdelingen van het Festival van Vlaanderen gerealiseerd, beheersen - in die volgorde - het veld. Zij hebben de zalen die niet steeds geschikt maar wel groot genoeg zijn om van het uitnodigen van een wereldorkest geen al te hachelijke onderneming te maken.

De Filharmonische brengt het Concertgebouworkest ettelijke keren op de planken, de London Symphony Orchestra, de Philharmonia, Boston Symphony, BBC Symphony, Budapest Festival Orchestra... telkens met de grootste dirigenten en veelal met voortreffelijk resultaat.

DeSingel doet het kalmer aan, maar die moet dan ook zijn tijd en geld spreiden over heel wat meer disciplines. Onder meer Gergiev en de Rotterdamse Filharmonie zorgden er evenwel voor vuurwerk. Benieuwd uitkijken is het natuurlijk naar de invloed die het nieuwe, volgens de verwachtingen uitstekend klinkende Concertgebouw in Brugge zal hebben. Hoe migratiegezind of stekvast zijn concertgangers?

Een groot onderscheid zit nog steeds in de houding tegenover nieuwe muziek. DeSingel steekt behoorlijk zijn nek uit door in zijn vanuit klassiek muzikaal standpunt krap bemeten programmering nieuwe muziek een belangrijke plaats toe te bedelen (Ensemble Modern met Pintscher, Schönberg Ensemble); ook schuwen zij geen programma's die doorgaans weinig voor de hand liggen. Voor de Filharmonische hoort nieuwe muziek nog altijd te zijn ingebed in een klassieker programma, bij voorkeur gebracht door sterren voor wie de zaal sowieso behoorlijk gevuld raakt, formaat Salonen en Boulez. De Stravinski-productie van enkele weken geleden was voor het Brusselse publiek een hele uitdaging, met kopzorgen omtrent de kaartenverkoop als gevolg.

Anderzijds is er de nauwe band tussen de Filharmonische en het nieuwemuziekfestival Ars Musica, dat steevast mooi werk levert. Veel heeft te maken met de subsidiëring van culturele activiteiten: de Filharmonische heeft een sterk Belgische inslag, en doordat de centen door de deelregeringen worden verdeeld, moet zij van concert tot concert zich ervoor hoeden al te 'gevaarlijk' te programmeren. De zaal moet vol. Lupu speelt in deSingel een nooit gehoorde sonate van Enescu, in het Paleis voor Schone Kunsten is dat Brahms. Het is hoe dan ook niet slecht om aan het begin van de 21ste eeuw te bekijken in welke mate het klassieke repertoire van de 20ste eeuw echt repertoire wordt. Nauwelijks. Stravinski, Bartók, Prokofiev, Sjostakovitsj en nu en dan wat van de Tweede Weense School kunnen, in combinatie met het ijzeren repertoire. Boulez moet, liefst door zichzelf. Messiaen is al gevaarlijk. Muzikale spitstechnologie wordt ondergebracht in festivals waar gelijkgestemden samenkomen (Ars Musica, Transit in Leuven, dit jaar Joint Venture in Antwerpen).

Met de oude muziek ligt dat anders: zij is in de grootste mate solvabel geworden. In Gent en Brussel laten kleine organisatoren en ensembles zich niet onbetuigd; het onderscheid tussen beide vervaagt overigens naarmate het gebrachte werk recenter is: de Stichting Logos, De Rode Pomp. Daarbij dient zeker te worden opgemerkt dat keeping up the good work blijkbaar samenhangt met meewarige blikken van wie kaartjes van 3.000 frank - excuseer, ruim 74 euro - weet te slijten. In Brussel onthouden we vzw Nadine, die in Plateau programmeert, gedreven volk als Q-O2, Het Collectief en Black jackets Company. Hardwerkende oude getrouwen als Ictus, Champ d'Action, Prometheus Ensemble, Ensemble Musiques Nouvelles en Hermes Ensemble veroveren stukje bij beetje een occasionele stek in grotere programma's.

Betekenisvol blijft dat, hoewel het einde van het symfonisch orkest al vaak is afgekondigd, de huizen die ze kunnen brengen het publiek kunnen mobiliseren. En dat ze die status kunnen aanwenden om ook voor recitals - overigens door solisten die zich naar waarlijk orkestrale normen laten betalen - en kamermuziekconcerten de nodige belangstelling te wekken. In verband daarmee is het uitkijken naar de Handelsbeurs, de 'nieuwe Gele Zaal' in Gent, die vanaf volgend seizoen met een veelbelovend maar onverdeeld kleinschalig programma komt.

Een belangrijk vraagstuk blijft natuurlijk nog dat van de vaderlandse orkesten, die zich trouwens meer en meer ook tot het jonge volkje richten. Het Koninklijk Filharmonisch Orkest boert om verscheidene redenen niet slecht, van de Beethoven Academie vielen zelfs bijzonder mooie dingen te beluisteren. Het Nationaal Orkest van België kruipt luidens verscheidene commentaren uit zijn veelbesproken put. Het Vlaams Radio Orkest vindt in het lichtere genre een nieuwe adem. Het Symfonieorkest van Vlaanderen, dat zich nochtans enkele malen veelbelovend toonde, treft het slechter: het krijgt nu van de subsidiecommissie te horen dat het met een positie als doorstromingsorkest tevreden moet zijn. Kan men dat verwachten van een professioneel ensemble? Het orkest van de Munt, het beste institutioneel verankerde orkest dat we hebben, is hoe dan ook in goede handen en veilig onder dak.

In elk geval klinkt dit alles de gewone muziekliefhebber als een luxeprobleem in de oren. De discussie over wat mag en moet is er een over centen. Zo was het in 2001, is het wellicht altijd geweest en zal het altijd blijven. U rest slechts een keuze te maken uit het, voor het vlekje dat Vlaanderen is, rijkelijke aanbod. Toch een verzoek: hou de vaak fantastische kamermuziekconcerten in deSingel en het Conservatorium van Brussel wat beter in de gaten.

Het orkest van de Munt, het beste institutioneel verankerde orkest dat we hebben, is in goede handen en veilig onder dak

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234