Zaterdag 01/10/2022

'Te gruwelijk om waar te zijn'

Wat er die bewuste nacht precies is gebeurd met Annick Van Uytsel? Dat weet hij niet meer. Dat hij haar in de struiken sleurde en vastbond met tape? Verzonnen. Ronald Janssen heeft op het assisenproces in Tongeren meer vragen opgeroepen dan beantwoord. Emotioneel, gespannen en bijzonder verward: 'Hoe is het zover kunnen komen? Ik ben blijkbaar iemand met twee persoonlijkheden.'

Verrassend. Bevreemdend. Emotioneel. Verwarrend. Dag één van het proces tegen Ronald Janssen. Een dag van rauwe details, van ruwe confrontaties en rake woorden. 's Morgens, met enige vertraging las openbare aanklager Patrick Boyen de akte van beschuldiging voor. Een round-up van alle feiten, alle onderzoeksdaden en alle details van de drievoudige moord op Shana Appeltans, Kevin Paulus en Annick Van Uytsel. Een stomp in de maag van de volledige rechtszaal, een klap in het gezicht van de nabestaanden. Een mix van walging en woede, ook in de relaiszaal met het videoscherm.
Een triptiek, die akte van beschuldiging. De haast zakelijke beschrijving van de zoektocht naar Annick, het harde relaas van de moorden en de beschrijving van drie jonge, onbeschreven bladen. Bijna zeventig pagina's papier, een drie uur durende discours van Boyen en een platgeslagen publiek. Janssen? Onbewogen. Eén moment van zwakte, bij het voorlezen van zijn moraliteitsonderzoek. "Niemand uit zijn omgeving had ooit een vermoeden dat Ronald Janssen in staat zou zijn tot het plegen van zwaarwichtige feiten." Gesnik bij Janssen. Heel even.
Zvonimir Miskovic, advocaat van Janssen, nam na de akte van beschuldiging het woord met zijn akte van verdediging. Hij wilde nuances aanbrengen in de turf van de openbare aanklager. Scherpe nuances, zo bleek. "Het is aannemelijk dat Annick Van Uytsel vrijwillig meeging met Janssen en dat de twee elkaar al langer kenden." Of nog: "Voor de verkrachting en foltering van Shana Appeltans zijn geen materiële bewijzen." Vader Van Uytsel en vader en zus Appeltans verlieten daarop de zaal.
De advocaten van de slachtoffers dienden Miskovic van repliek. Vermassen: "Kenden zij elkaar? Annick en Janssen kenden elkaar níét. De beschuldigde zegt in een verhoor zelf dat hij haar niet kende. Nooit van tevoren gezien. Als iemand vrijwillig meegaat, waarom moet je ze dan eerst in de struiken sleuren en vastbinden?" Vander Velpen: "Dat Janssen eens aan de familie uitlegt hoe het komt dat hij, een vader met kinderen, zulke mensen kan ombrengen." Een kleine clash onder advocaten. Vander Velpen wilde een antwoord, maar hij kreeg alleen maar meer vragen. Janssen kreeg een micro onder de neus geschoven en sloeg de rechtszaal twee uur lang met verstomming.

Assisenvoorzitter Michel Jordens: "Aanvankelijk ontkende u de feiten, maar kort nadien bekende u toch. Waarom?"
Janssen: (stotterend, aarzelend, zelfs snikkend) "Ik besefte wel wat ik had gedaan, maar ik ontkende dat. Ik had het verborgen voor mezelf. Ik was de moord op Annick Van Uytsel vergeten. En ik besefte dat ik het móést zeggen. Voor mijn kinderen. En ook voor die ouders. En moest ik blijven liegen tegen mijn ex? Dus toen ze me spraken over een huiszoeking bij me thuis voor Annick Van Uytsel zei ik tegen de onderzoeksrechter dat er nog dingen waren. Ik weet dat dat nogal rauw klinkt. Maar voor mezelf had ik twee persoonlijkheden. Terwijl ik daar nochtans niet in geloof. Ik probeer ook niet ontoerekeningsvatbaar te zijn. Ik kijk gewoon terug naar mijn jeugd. Ik kon soms dagen aan een stuk niet slapen. Ik fantaseerde dan gebeurtenissen om in slaap te geraken. Ik zag mijn eigen film van de feiten voor ogen. Ik verdrong het slechte. Vroeger en nu. Ik verdrong de moorden en geloofde mezelf nog ook."

Jordens: "Meneer Janssens, we horen hier in dit soort zaken vaak zeggen: die gebeurtenis staat op mijn geheugen gebrand en dat gaat nooit weg. Bij u is dat net omgekeerd?"
Janssen: (snuit zijn neus) "Het schot van Kevin en Shana, dat komt altijd terug. Bij Annick heb ik gewoon een ander verhaal verteld om er vanaf te zijn. Dat is niet moedwillig. Ik moest mezelf zwart maken. Ik was te maniakaal, waardoor ik de zotste bekentenissen heb afgelegd. Zoals Buttgenbach, dat is gewoon geen waar. Ik moest en moest bekennen."

Jordens: "Kunt u begrijpen dat mensen denken dat u komedie speelt? Dat u nu dingen verzwijgt?"
Janssen: "Ik heb die feiten zomaar bekend - zonder enig bewijs. Wat moet je nog meer? Ik heb de dingen verkeerd aangebracht, zonder slechte bedoeling."

Jordens: "Hoe ging het dan precies, die nacht met Annick?"
Janssen: "Ik was die week een keer of vijf, zes door mijn rug gezakt. Een volledige blokkage. Ik lag volledig plat en kon niet opstaan. Elke beweging deed pijn. Meester Miskovic heeft mijn ziektebriefje van die week getoond. En toen wist ik het weer. Die vrijdag ben ik eindelijk nog eens buiten gegaan. Ik was blij en ben pinten gaan drinken zodat ik goed zou kunnen slapen. Na een paar Duvels op een vergadering ben ik nog op café geweest in Diest met twee dames van zo'n zestig of zeventig jaar. Meer weet ik er gewoon niet over. Ik ben voor mezelf nog niet tot op de bodem kunnen gaan van wat er die avond is gebeurd. Ik heb een beeld van Annick die komt aanwandelen met de fiets. Ze is gewoon met mij meegegaan. (moeder van Annick weent, haar vader verlaat de zaal) De rest weet ik niet. Ik was dronken en verdoofd van de Tranzolan."

Jordens: "Maar u zei eerder in uw verklaringen dat u duidelijk zag hoe Annick daar in de struiken lag vastgebonden?"
Janssen: "Dat is allemaal verzonnen. Mag ik uitleggen waarom? Ik was zo bezeten van: ik moet een verhaal hebben. En dat verhaal paste ik continu aan. Ik dacht: ik moet ze aan de Ring gezien hebben. Dus verklaarde ik dat. Maar dan besefte ik: hoe heb ik haar in de auto gekregen die 200 meter verder stond? Dus dacht ik: ik heb ze vastgemaakt met tape. Maar ik kan me niet herinneren dat ik haar met geweld heb meegenomen. Annick heb ik niet ontvoerd, ik was er fysiek zelfs niet in staat toe. 's Ochtends werd ik wakker en was ik groggy. Ik panikeerde helemaal. Ik zag alleen Annick in een slipje met een bh. Voor de rest weet ik niks. Van seks was geen sprake. Ik was ladderzat.
"Zij verweet me van alles, Annick. Ik wilde haar tegenhouden. Toen ontstond er een vechtpartij en heb ik haar geslagen. Ja, ik zie die slag. En die hamer. Ik sla haar, op de overloop."

Jordens: "Als ze toch vrijwillig meeging, wat is dan de reden van die vechtpartij?"
Janssen: "Dat weet ik niet."

Jordens: "U beseft toch dat die ouders van Annick nu met veel minder naar huis gaan dan ze al wisten?"
Janssen: "Ze zijn toch ook niet gediend met een verzonnen verhaal?"

Jordens: "Wat er met Annick is gebeurd, zit blijkbaar heel ver weg. Hoe zit het met Shana en Kevin - die pesterijen, zijn die van belang?"
Janssen: "Die hebben mijn stoppen doen doorslaan. Dat met de familie Appeltans sleepte al jaren aan. Kevin deed vooral sinds het laatste half jaar mee. Kunnen ze mij nu nooit eens gerust laten, dacht ik? En ja, ik heb gesproken over hun braaksel op mijn terras. (blaast) Maar dat is niet de reden voor wat die avond is gebeurd. Ik heb die avond al mijn problemen op Kevin uitgewerkt. Toen ik daar stond, was het alleen maar de familie Appeltans die door mijn hoofd flitste. Al mijn problemen kregen het gezicht van familie Appeltans.
"Ik ben gewoon ontploft. Alles kwam naar boven, al mijn problemen. Die van vroeger en die van nu. Mijn jeugd, mijn stukgelopen relatie. Waarom toch? Die filmpjes van de feestende Janssen, dat ben ik niet. Dan zoek je een oplossing. Zoals je zegt: ik sla hem op zijn bakkes, je afreageren en je beter voelen."

Jordens: "Maar het lijkt alsof u goed wist wat u moest doen: u nam twee geladen wapens en fles met benzine en vermomming."
Janssen: "Dat van die vermomming heb ik ook uitgevonden."

Jordens: "En de verkrachting van Shana?"
Janssen: "Ja, dat klopt ook niet."

Jordens: "De vaststellingen in het voertuig wijzen er nochtans op dat Shana naakt was."
Janssen: "Ik zie haar niet naakt voor mij. Ik heb die feiten bekend - zonder enig bewijs tegen me. Waarom zou ik dan liegen? Dat verandert toch niets aan de strafmaat. De ouders hebben recht op de waarheid."

Jordens: "Hebt u spijt?"
Janssen: "Natuurlijk spijt het me. Hoe moet je zoiets uitleggen? Daar zijn gewoon geen woorden voor. Ik vind dat ook te gemakkelijk, zeggen dat het me spijt."

Jordens: "Wilt u nog iets zeggen over die feiten?"
Janssen: "Je kunt er zoveel over zeggen: maar het verandert niets. Ik weet dat ik verschrikkelijk veel mensen heb gekwetst, en teleurgesteld, veel mensen ziek gemaakt ook. Dat heb ik niet gewild. De gevolgen ontgaan me echt niet. Ook voor mijn kinderen op school. Wat wenen is gemakkelijk, hé. Zeggen het spijt me; dat is gemakkelijk. Ik zou er mezelf graag voor willen straffen."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234