Dinsdag 16/08/2022

Te oud voor frustraties

De jongste jaren heeft Arno, Belgiës enige geridderde rockzanger, opvallend vaak achteromgekeken. Eerst was er Compil complet, een bloemlezing uit zijn werk met TC Matic, vorig jaar volgde The Best of Arno en als klap op de vuurpijl verschijnt nu een drie cd's omvattende, retrospectieve box die simpelweg Arno werd gedoopt. Een en ander lijkt verdacht veel op een inventaris. 'Nostalgie? Dat is een gevoel dat ik niet ken.'

Brussel

Eigen berichtgeving

Dirk Steenhaut

Ze zijn op één hand te tellen, de artiesten van bij ons die hun werk op zulk een respectvolle manier gebundeld zien. Maar le plus beau d'Ostende heeft zijn actieradius dan ook nooit door taal- of landsgrenzen laten beperken. Als vijftiger palmt Arno moeiteloos alle podia tussen het Kattegat en de Middellandse Zee in en doet hij zijn bijnaam le European cowboy alle eer aan. Aan de hand van drie thematisch ingedeelde cd's (Cinema, Duets en Rarities) en een boekje met interviews en fraaie zwartwitfoto's hebben de samenstellers van de box een natuurgetrouw portret geschilderd van een artiest die tot nader order met niemand te vergelijken valt.

Jammer dus dat in de uitgave ook enkele storende slordigheden zijn geslopen. Zo wordt een van Arno's vroegere groepen in de hoesaantekeningen Tjens-Counter genoemd en stuit je in de credits op Stef Kamil Cartens en Melanie Kafka, terwijl het natuurlijk Carlens en Safka hoort te zijn. Op de muziek valt gelukkig nauwelijks iets af te dingen: de collectie biedt zoveel aangename verrassingen dat zelfs doorgewinterde fans oren te kort zullen komen.

"Oorspronkelijk wilde de platenmaatschappij uitsluitend onuitgegeven werk op de box zetten", legt Arno uit. "Ik ben in heel wat studio's geweest om oude banden op te sporen en zo verzamelde ik er 65 bij elkaar. Alleen bleek dat 85 procent van de tapes, doordat ze zo lang in kelders hadden gelegen, aan elkaar was geplakt. Niet dat die beschadigingen onherstelbaar zijn: EMI heeft een laboratorium in Londen waar je de banden geluidstechnisch kunt laten oplappen. Maar dat is een proces van lange adem. En aangezien ik gemiddeld twintig keer per maand optreed, heb ik weinig tijd.

"Ik heb nochtans fantastische dingen teruggevonden. Vandaag nog stuitte ik op een nummer van Jaap Fischer dat ik ooit eens had vertaald. 'Omdat ik van je hou' leerde ik kennen via Jan Decleir. We hebben het zelfs ooit samen gezongen in de Bourla: ik in het Frans en hij in het Nederlands. Een genie, die Fischer. En zo zijn er nog meer dingen boven water gekomen waarvan ik nu zeg: shit, waarom heb ik dit nooit op een plaat gezet?"

Een van de opmerkelijkste rariteiten die het dit keer wel hebben gehaald, is het behoorlijk aangebrande 'Jus de flûte'. "Dat is van een nachtelijke studiosessie, jaren geleden, met Roland en Ad Cominotto. Ik was ver heen toen, hoor: zo stoned als een kanon. Uit diezelfde periode dateert nog een andere improvisatie, 'Ta moule sent la mer', maar die heb ik bewust niet gebruikt. De kans bestaat immers dat mijn kinderen ook naar die platen luisteren. (lacht)"

Uiteraard heeft Arno, met het oog op de selectie van de tracks, veel van zijn vroegere werk herbeluisterd. Toch is nostalgie hem vreemd. "Ik was wel curieus naar hoe ik vroeger was, en heb ontdekt dat ik eigenlijk nog niets veranderd ben. Het verschil is dat ik intussen weet hoe de dingen marcheren. Vroeger dreef ik louter op gevoel en liet ik meer aan mijn muzikanten over. Vandaag weet ik beter wat ik wil en kan ik het ook beter uitleggen. Dat is de ervaring, hé? Ik doe dit nu al 34 jaar. Het is nog altijd een bordel in me kop, maar ik slaag er nu tenminste in die chaos in banen te leiden.

"Bij TC Matic zei ik soms: 'Kom, we gaan een keer James Brown spelen.' Die gasten konden dat natuurlijk niet: ze luisterden niet naar dezelfde muziek als ik. Ze waren nog jong en zo zwart als aspirine. Ik wist dus dat er iets anders uit voort zou spruiten, maar de combinatie werkte wel. Zelf moest ik trouwens ook mijn eigen stem nog vinden. Nu weet ik: Arno is Arno. En dat aanvaard ik ook."

Op de cd's in de box waagt de zanger zich aan uiteenlopende muzieksoorten, maar welk genre hij ook aanpakt, het klinkt altijd als blues. "Hmm, dat merk je ook aan mijn covers. Ik doe alles op mijn eigen ritme en dat is altijd trager dan het origineel. Tja, de blues, dat zijn mijn roots, hé. Onlangs hebben ze me gevraagd iets te maken voor een hommage aan Serge Regiani. Ik zing 'Sarah', een nummer dat eigenlijk geschreven is door Georges Moustaki, maar ik heb er gelijk een triphopversie van gemaakt. (lacht) Ja, ik heb heel veel covers opgenomen. Meestal zijn het nummers die ik al jaren zing, die hun tijd hebben genomen en een eigen leven hebben geleid. Ze zijn gerijpt en dan moeten ze er ook ineens uitkomen. 'Buena Sera' van Louis Prima, dat is mijn jeugd. Dat zijn de jaren vijftig. En 'Be Bop a Lula' van Gene Vincent zong ik al toen ik vijf was. Dat plakte aan mij, indertijd. Eigenlijk is het kindertaal. Precies daarom heb ik er een kinderkoor bijgehaald."

Op de nieuwe cd-collectie vertolkt Arno liedjes van uiteenlopende songwriters, zoals Salvatore Adamo, Melanie, Randy Newman, Tom Zé, The Beatles, Big Bill Broonzy, Serge Gainsbourg en David Bowie. Zijn dat de artiesten die hem hebben beïnvloed en gekneed?

"Natuurlijk. Ik sta open voor alle soorten muziek. Ik heb nooit modes gevolgd en heb de dingen altijd van een afstand bekeken. Gelukkig maar, want dat is wellicht de reden waarom ik nog altijd muziek maak. In mijn platencollectie had ik niet alleen blues en Captain Beefheart, maar ook Abba, Herman's Hermits, Dean Martin, Perry Como en Franse chansons. Een goeie song is een goeie song. Als je jong bent, neig je vooral naar het alternatieve circuit. Dat is normaal. Maar al die muzikantenpraat in cafés ... Ik weet hoe de business in elkaar zit, hé. Die gasten van Rage Against the Machine zeggen wel 'Fuck the system', maar ze zitten wel bij een multinational. Dat ze eerst eens hun voetjes wassen, zeg."

De Cinema-cd, is gewijd aan Arno's werk voor cineasten als Bertrant Blier, Harry Cleven, Delphine Gleize, Marion Vernoux en Edwin Baily. "In 35 films hebben ze muziek van mij gebruikt", vertelt de zanger niet zonder trots. Nu eens ging het om bestaande nummers, dan weer schreef hij in opdracht. "Als je muziek maakt, doe je dat voor de regisseur, niet voor jezelf. Muziek geeft emotie en soms kleur aan het beeld. 'Il est tombé du ciel' (te horen in 'l'Amour en suspens' van Herman Van Eyken, DS) moest worden gezongen door een verlamde vrouw die in een cabaret zong en bewoog door middel van touwen die door iemand achter de coulissen werden bediend. Dat gegeven dicteert meteen de sfeer en het ritme van de song.

"Het moeilijkste is echter als je muziek moet bedenken voor een film die nog gedraaid moet worden. Dan wordt het enorm abstract, vooral omdat je je moet richten op een scenario dat om de haverklap verandert. Zo moest ik onlangs iets maken voor Alors voilà van Michel Piccoli, een lied voor een meisje dat danst in een kamer. Maar ik wist niet hoe ze eruit zag of wat voor kleren ze droeg. Shit! Michel zei: het moet muziek zijn die nog niet bestaat. Hij krabbelde haastig een gedicht op een stukje papier en daar moest ik het mee doen. Op een ochtend sta ik op met een melodie in mijn hoofd, dus tussen slapen en wakker worden pruts ik wat met een synthesizer en een ritmebox, zet het op een cassette en vlieg naar Lausanne om het Piccoli te laten horen. Hij luistert, klapt in zijn handen en zegt: 'Dat is het! C'est parfait.' (schatert) Je moet een beetje chance hebben, hé.

Vervolg op pagina 30

'Ik heb ooit nog muziek gemaakt voor de opera van Parijs. Ik heb er drie maanden Faust gespeeld'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234