Zaterdag 13/08/2022

Team steen

De een wordt hip bevonden, de ander op eigen bodem verguisd. Maar wat ontwerpers Gerard Kuijpers (links) en Ben Storms bindt, is dat ze allebei keihard kiezen voor brute rotsen, gedolven in eigen land. Samen staan ze in de kijker tijdens het Brusselse festival Design September, in een expo over steen.

BEN STORMS

de marmerman

"Het is hier 800 vierkante meter groot maar ik deel de ruimte met een andere ontwerper. De helft is van mij."

Ben Storms leidt ons door zijn atelier gelegen in de voormalige fabriek van Showtex in Antwerpen-Noord. Het is een gigantisch complex dat nu ingepalmd wordt door een dozijn ontwerpers. In zijn blauw marcelleke, officieel deel van zijn werkplunje, toont Ben de massief stenen werktafel, where the magic happens. Daarop ligt een marmeren tafelblad omgekeerd, met de spiegelende, metalen onderkant naar boven. Een toekomstige tafel van de reeks In Vein.

Met In Vein veroverde Ben een goed deel van de wereld. "Eerst toonde ik de tafel in een zelf opgerichte showroom, Witte Rook genaamd, in Mechelen waar ik toen atelier hield," zegt hij, "maar dat bracht niet op." Tja, In Vein kostte toen 8.000 euro. Niks voor de toevallig passerende hippe vogel. "Ondertussen is de prijs gestegen", lacht hij. "Het was geen realistische prijs. Daarbij verloopt de verkoop nu via galerieën. Eentje in Parijs, Galerie L'Eclaireur, en Bazar Noir in Berlijn. Bazar Noir was trouwens mijn eerste klant."

Wie koopt er eigenlijk zo'n tafel? "Een zakenman uit New York, bijvoorbeeld. Mijn tafel staat nu ergens in een mooi appartement in een zijstraat van Central Park. Dirk Meylaerts, productiedirecteur van de Fondation Galeries Lafayette, heeft er ook een gekocht. Hij heeft de tafel in het kantoor geplaatst waar veel chic volk komt. Nicolas Karakatsanis (de cameraman van o.a. 'Rundskop' en 'The Drop', red.) heeft er ook een."

Zo licht mogelijk

Dankzij In Vein ging het in 2014 opeens snel voor Ben. De tafel trok de aandacht omdat het tafelblad flinterdun is, slechts drie millimeter dik. "Eerst wilde ik een massief blok marmer in zijn ruwheid laten," zegt Ben, "maar zo'n blok weegt drie ton en dat lukte logistiek gezien niet. Dus koos ik voor het tegenovergestelde: marmer zo licht mogelijk maken."

Het tafelblad steunt op twee schragen, maar is aan de onderkant voorzien van een verstevigende staalplaat, anders zou het marmer uiteraard breken. Ben plakt in eerste instantie een marmerplaat van standaard twee centimeter op de metalen onderkant en laat zijn broer, een echte steenkapper, het marmer wegfrezen tot drie millimeter. "Daarna komt de plaat terug bij mij en schuur ik die verder af. Tijdens het productieproces van een aantal weken kan er best wat misgaan, en meestal gebeurt dat op het einde; dat er één krasje op de spiegelende, metalen onderkant verschijnt, bijvoorbeeld. Dan is het afgelopen."

Na de flinterdunne tafel werkt Ben nu aan Inhale, een zwaargewicht van 400 kilo. Inhale bestaat uit niets meer dan een ruwe steenblok die aan de bovenkant en zijkanten is afgevlakt en een opgeblazen voetstuk van metaal. Inderdaad, ook metaal kun je als een plastic zak opblazen. Oskar Zieta deed het al in 2008 voor het Deense designmerk HAY. Hij blies krukjes op.

"Eerst wilde ik de brute steen gewoon op de grond plaatsen maar ik vond dat het werk er dan ook figuurlijk te 'zwaar' zou uitzien. Ik wilde de steen van de grond heffen, maar absoluut géén typisch onderstel. Dus dacht ik aan een soort spiegelend kussen."

Voor Inhale haalde Ben inspiratie bij Gerard Kuijpers, de expogenoot. "Toen ik op school vertelde dat ik wilde werken met marmer, verwees men mij door naar Gerard. Het klikte meteen. Vooral zijn laatste werken zijn erg bruut."

De bruutheid vond hij dus bij Gerard Kuijpers, met een omwegje langs modeontwerper Alexander Wang. Voor zijn eerste Europese winkel in Londen besliste Wang om met de Belgische architect Vincent Van Duysen samen te werken. Van Duysen plaatste twee zwarte marmeren tafeltjes van Kuijpers in de winkel maar zag nog een 'leegte'. Dus nam hij Ben onder de arm voor een Inhale-tafel in dezelfde steen. "Heel die winkel is Belgisch", zegt Ben. "Ik vind het vooral grappig dat Gerard en ik in dezelfde winkel vertegenwoordigd zijn. We zijn goede vrienden maar wisten het niet van elkaar."

Hoe lever je eigenlijk zo'n tafel van 400 kilo? "Alleen, met zo'n klein kraantje erbij." Ah, oké.

Jeugd tussen de stenen

Dat Ben een voorliefde heeft voor steen, is niet vreemd: "Vader handelde in steen en andere recup-materialen. Vroeger werd er nog wel eens een monument afgebroken en konden de materialen herbruikt worden. Maar op een gegeven moment raakte die handel uitgeput en is mijn vader een steenkapperij begonnen in Leest bij Mechelen. Nu runt mijn broer de zaak.

"Als kind bouwde ik kampen tussen de stenen. En ik hielp mee in de zaak. Stenen sorteren, bijvoorbeeld. Dan pak je al die materialen vast en bekijk je ze. Zo heb ik veel geleerd."

Nu werkt Ben vooral met marmer uit België. Vanwaar toch die liefde voor dat materiaal dat we de laatste twee jaar té vaak zien?

"Ik vind marmer echt een oermateriaal. Iedereen kent het en het wordt al duizenden jaren bewerkt. Als ik een tafel van drie millimeter marmer maak, dan wéét iedereen dat dat in feite 'onmogelijk' is. Iedereen is dus meteen verwonderd. Daar doe ik het voor."

Onprofessioneel

De kick zit 'm niet in het gewicht, zegt Ben. "Steen en glas zijn moeilijk te bewerken materialen. Zo onderscheid ik me van andere ontwerpers. Ik krijg vaak de naam 'marmerman' opgespeld, maar ik wil niet per se enkel met steen werken. Ik vind het ook lastig dat het zo veel weegt. Ik hou dus niet per se van zwaarte. Maar ik heb er gewoon geen schrik van. Wacht, ik moet me even concentreren."

Ben trekt aan zijn katrollen om de tafel van zijn werkbank te tillen. "Als de lezers dit zien, zullen zij denken: hoe onprofessioneel is die kerel, met zijn katrolletje? Ten opzichte van andere ateliers heb ik best weinig materiaal. Maar ik vind dat net plezant.

"Ik moet nog twee tafels maken voor de galerie in Parijs en vier stuks voor de expo in Brussel, waarvan één exemplaar van drie meter lang. En ook nog twee Inhales."

Ben, het is 28 augustus. "Ja, ik werk momenteel vijftien uur per dag, zeven op zeven. Best lastig voor de relatie, hè schat!"

Zijn zwangere vrouw, die vandaag naar zijn noeste arbeid komt kijken, kan er nog mee lachen.

GERARD KUIJPERS

de spartaan

"Ik dacht wel dat jij het was. Ik had even de fiets genomen om frisdrank te halen. Ik heb namelijk enkel cava in huis".

En zo springt Gerard van zijn fiets aan de hoge poort van diens über-bohemien atelier te Mechelen. Net voorbij de deur kijken we verwonderd naar zijn collectie steenblokken die in een pakweg vier meter hoog rek staan opgesteld: 'stockmateriaal'. Gerard, een overdreven energieke en goedgemutste man, leidt ons in chaotische lijnen doorheen zijn atelier. Hij begint bij zijn de tuin. Zeshonderd vierkante meter. Maar dat was niet genoeg. "Ik heb het huis hiernaast ook gekocht mét tuin van zevenhonderd vierkante meter", lacht hij. "Die koop heb ik trouwens gesloten net nadat ik bij galerie Yves Gastou heb getekend." Galerie Yves Gastou, vertelt Gerard, is een van de topgalerieën in de wereld op het vlak van kunstig design en vintage. Op hun website treffen we stoelen van Italiaans designer Joe Colombo. Het is zo'n website waarbij je een mailtje moet sturen om prijzen te weten te komen.

De grote reden om het huis ernaast te kopen - wat vóór de Gastou-deal absoluut niet aan de orde kon zijn - is ademruimte. Voorlopig woont Gerard nog steeds midden in zijn atelier. "De kamer waarin ik mijn materialen schuur, is dezelfde ruimte als mijn keuken. En schuren geeft nogal wat stof. Maar tegenwoordig heb ik een vaatwasser én dubbel glas. Daarvoor werd het hier behoorlijk koud."

Belgische goudmijn

Sinds ongeveer twee jaar heeft de man ook warm water. "Ik heb hier zeventien jaar zonder warm water gewoond. In de winter waaide de damp zo van mijn armen af. Kicken." Nog voordat deze bijzondere informatie helemaal tot ons doordringt, staan we in zijn douche: zelf gebouwd op de mezzanine tegenover zijn steenrek waar tevens zijn slaapkamer genesteld is. De douche bestaat uit vier zware, glazen ruiten, that's it.

Franjes en tierlantijntjes zijn niet aan hem besteed. Zijn stijl omschrijft Gerard vaak als 'spartaans'. "Mijn ontwerpen zijn puur. Ik verberg niets van de constructie en gebruik enkel natuurlijke materialen. Ik weet het, voor de meeste jonge designers betekent dat: hout. Voor mij: steen, staal, glas en in beperkte mate rubber."

Gerard is autodidact en op z'n 21ste begonnen. "Toen woonde ik nog in Leuven. Ik had een barkruk nodig en in een vlaag van overmoed heb ik geprobeerd er eentje te ontwerpen. Daar is niets van in huis gekomen. Vervolgens heb ik met een staaldraad een maquette van een stoel gemaakt. Die stoel heb ik ook uitgewerkt. Ik leende de laspost en slijpschijf van mijn broer en ging aan de slag. De stoel ziet er vrij recht uit, vind je niet?" Tussen de rommel tovert hij het prototype van zijn zeer puntige zigzagstoel te voorschijn.

Terug naar zijn tuin. Daar staat een blauwe hardstenen bank die vastgeschroefd is met dikke stalen bouten. "Sommigen vinden mijn ontwerpen te bruut. Maar moest ik de bank ergonomischer ontwerpen, dan zou ik om te beginnen het rugvlak hellend moeten maken. Dan verdwijnen de rechte lijnen." En dat vindt hij niet kunnen.

In twee hoofdruimtes van het atelier staat een twintigtal werken opgesteld, allen bestaande uit ruwe, donkere steenblokken omhooggehouden door een minimalistische stalen constructie. Gerard noemt het keer op keer spartaans, wij vermoeden dat de Vlaamse goegemeente zijn werk eerder associeert met pijnbanken en codewoorden in de trant van duister, kil en koud. Hij kijkt ons ietwat onbegrijpend aan. "Ik vind steen helemaal geen koud materiaal", zegt hij en wrijft over een zwart marmeren blok van 150 kilo. "Het is net erg tactiel. Steen is het materiaal bij uitstek dat tegelijkertijd strak en organisch is. Staal is dan weer stevig, elegant en tijdloos. Dat heb je niet met hout. Steen heeft dan weer een geschiedenis. Zo'n stuk zwart marmer is waarlijk een vergaarbak van fossielen. De steen wordt trouwens ontgonnen bij Namen, op een uurtje van ons. We zitten hier in België op een goudmijn."

Dansende stenen

"Als de steen een millimeter scheef staat, dan is hij voor mij waardeloos", zegt Gerard resoluut terwijl we geconcentreerd naar een sculptuur kijken. De gedachte dat het zware blok kaarsrecht in de lucht wordt gehouden, geeft wel een apart gevoel van spanning. "Het staal en de steen oefenen een enorme spanning uit op elkaar. De steen wil elke seconde vallen, maar één bout van acht millimeter weerhoudt hem daarvan. Daardoor is de sculptuur permanent aan het leven."

In tegenstelling tot bij Ben Storms, is zwaarte voor Gerard erg belangrijk. Met dat gegeven speelt hij in zijn laatste reeks Dancing Stones, waarmee hij Atelier Jespers, waar de expo plaatsvindt, zal bevolken. "Er staan er ook vijf van in de Parijse winkel van Louis Vuitton."

De dansende stenen wegen 20 kilo en staan opgesteld op een dunne stalen stang. Ondanks hun gewicht kun je de stenen met een klein duwtje in beweging brengen, zowel horizontaal als diagonaal. De steen valt niet. "Ik zoek het middelpunt van de steen op en boor vervolgens een gat tot zes millimeter erboven. Daar plaats ik een pijlpunt van gehard staal in een hol stalen plaatje. Op die manier kun je de steen in alle richtingen laten bewegen zonder dat hij valt".

Onder de radar

Parijs is fan, België helaas niet. Gerard timmert al jaren onder de radar aan de weg en toont ons een ouderwetse persmap vol buitenlandse krantenknipsels - best schattig. Zijn echte doorbraak kwam vorig jaar in mei, toen Yves Gastou hem ontdekte. "Gastou zei: 'Zo bruut, dat kan alleen van een Belg komen, dat is die zware lucht van Brel'." (lacht) Enige Belg in zijn persmap: journaliste Monique Bucquoye, verbonden aan Biënnale Interieur Kortrijk. "Zijn contact met het kille materiaal is vertederend", leest Gerard af. Even verder in de persmap: de zigzagstoel gefotografeerd voor een onbekend blad uit New York.

"Ik heb na Parijs op tien Belgische plaatsen geprobeerd, maar ving bot", zegt hij ietwat teleurgesteld. Tja, Gerards werken zijn niet bepaald hip. Als je in 2014 komt aankloppen met minimalistische steen-staalwerken, dan kun je wel verwachten dat de meeste winkels raar opkijken. De trend is namelijk exact het tegenovergestelde: hout, warmte, huiselijkheid, vintage en Scandinavisch. Allemaal erg on-Gerard.

En toch. "Ik heb al eens een tafel van hout gemaakt!" Die tafel, waarvan het tafelblad bestaat uit tegen elkaar geperste houtlatten, staat naast zijn dansende stenen en ziet er eigenlijk best verkoopbaar uit. Ach, zulke houten meubels staan toch niet in de winkel van Louis Vuitton.

Gerard Kuijpers & Ben Storms - Résonance, 12-13/9, Atelier O. Jespers, Erfprinslaan 149, Brussel; atelierjespers.com,
designseptember.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234