Woensdag 19/01/2022

'Techniek is het nieuwe Latijn'

Hardwerkend, maar bescheiden. In Menen zijn het geen clichés, maar wel de bouwstenen van een succesvolle school. Het plaatselijke VTI mag worden gezien als een parel aan de West-Vlaamse onderwijskroon. 'Hier staan de leerlingen na de pauze in een rij en lopen ze in stilte de trappen op.'

"Zie je die kleine ramen, helemaal in de nok van het gebouw?" Ivan Delaere (54) wijst naar boven. "Daar was vroeger de slaapzaal." Hij is pedagogisch directeur van het VTI in Menen, een school die verspreid ligt door het grensstadje, maar voornamelijk huist in een oude rubberfabriek. Aan de boorden van de Leie en op slechts enkele honderden meter van De Barakken, een niemandsland waar in het weekend honderden kooplustige Fransen op zoek gaan naar goedkopere Belgische producten, geeft Delaere mee vorm aan een van de beste technische scholen van Vlaanderen.

Het mag gezegd worden, juist omdat het zo vaak ongezegd blijft. Het technisch secundair onderwijs geeft jongeren een goede basis mee en speelt in op de ongeziene noden van de arbeidsmarkt. Van geschoolde technici tot doorgewinterde ingenieurs - doeners en denkers, zoals Delaere het omschrijft - ze zijn allemaal broodnodig om het Vlaanderen van morgen welvarend te houden. Een observatie die soms ondergesneeuwd geraakt als er opnieuw een discussie wordt gevoerd over het effect van een onderwijshervorming op het vak Latijn.

"En dat terwijl techniek toch al even het nieuwe Latijn is", zegt Delaere, die een directieteam vormt met Frederik Bevernage en Johan Pinoy. "Wie kon het twintig jaar geleden ver brengen? De latinisten. Vandaag hebben de wiskundigen en technici die rol overgenomen. Het evolueert, maar het blijft een uitdaging om de mensen, om ouders, hierop attent te maken. Tien jaar geleden koos geen enkele leerling die in het zesde leerjaar bij de allerbeste behoorde voor het tso. Vandaag wel. En niet een, maar meerdere. Elk jaar opnieuw."

Zo weinig mogelijk C-attesten

Toch vertelt die boodschap niet het volledige verhaal. Het Meense VTI staat weliswaar goed bekend, maar is lang niet altijd de eerste school waar ouders aan denken. "Het VTI is, ook hier in de streek, zeker niet prestigieus", zegt Delaere, die erop wijst dat zijn school 126 leerlingen heeft in het eerste jaar en daarom als middelgroot mag worden gezien. "Wel merken we dat meer en meer leerlingen doorheen de jaren bewust voor ons kiezen. We zien ook dat zij goed scoren vanaf het eerste jaar. Bij andere scholen zie je vaak een omgekeerde piramide, wat komt door de vele zij-instromers die een technische school misschien meer als een negatieve keuze zien. Wij hebben er zo heel weinig."

West-Vlaanderen neemt een uitzonderlijke positie in. De provincie mag het motorblok van het Vlaamse secundair onderwijs genoemd worden. Zowel in het algemeen secundair onderwijs als in het technisch secundair onderwijs behalen de West-Vlamingen vaak de hoogste punten. Van de 34 onderzochte tso-richtingen van waaruit leerlingen naar het eerste jaar op een hogeschool zijn gegaan, behaalden ze liefst 20 keer de beste studieresultaten. Leerlingen die in Menen naar school gingen, doen het afhankelijk van de richting soms zelfs bovengemiddeld goed.

De slogan van het VTI - "Ontdek dé school voor wetenschap en techniek" - mag vanuit dat opzicht niet als ongefundeerde grootspraak worden weggezet. Het lijkt in alles een rustige school. En hoewel dat niet meteen een adjectief is dat je in een verhaal over onderwijs verwacht, voelt het Meense VTI toch zo aan. Op het speelplein houden enkele leerkrachten en een graadcoördinator de wacht. De zon schijnt en zij spelen mee met enkele leerlingen die een basketbal door de ring proberen te krijgen. Zij hebben eventjes pauze. Zo goed als alle andere leerlingen zitten middenin de examens en lopen gehaast over het pleintje op weg naar hun lokaal.

"Als wij het niet eens zijn met hun studiekeuze vragen we een oudercontact", zegt Delaere. "De meeste leerlingen volgen ons advies wel. We zien er wel die overmoedig zijn, maar dat proberen we de kop in te drukken. Oriëntering hoort ook een volledig traject te zijn. Zo geven we zo weinig mogelijk C-attesten, wat niet altijd evident is. Wel willen we iedereen zo snel mogelijk op de juiste plaats krijgen. In het eerste jaar van industriële wetenschappen begonnen we dit jaar met 42 leerlingen. Daar schieten er 36 van over. De anderen zijn naar het eerste jaar techniek gegaan. Zo verliezen ze geen tijd en houden hun studiekansen gaaf. Het is zo fout om leerlingen mee te nemen tot het vijfde jaar om ze dan te laten vallen."

Over de waterval wil Delaere niets horen. Een leerling die geen enkele affiniteit heeft met techniek of wiskunde, maar hier toch na enkele jaren in het aso aanklopt moet veel bereidheid tonen. Niet zozeer om het imago van de school te bewaken, wel omdat het technisch secundair onderwijs geen negatieve keuze zou mogen zijn. Delaere is, zoveel moet intussen duidelijk zijn, een trotse directeur. Trofeeën van olympiades en andere competities staan niet in een kast in de entreehal, maar wel tegen de muren in de grote werkplaats waar de leerlingen draaien, frezen en lassen. Een van de winnende projecten, een handgemaakte carbon fiets waarmee de leerlingen naar Parijs zijn gereden, staat in het trappenhuis.

Stereotypes

Het kenmerkt de West-Vlaamse aard. En hoewel stereotypes vaak (terecht) bestreden worden, gaan ze in dit deel van ons land toch op onderwijskundig vlak wel op. Socioloog Mark Elchardus boog zich jaren geleden al over het grotere studiesucces van West-Vlamingen. Daaruit bleek dat zij minder hoog mikken en een evenwichtiger beeld hebben van hun eigen competenties. Het zorgt ervoor dat West-Vlaamse achttienjarigen sneller kiezen voor een verblijf aan een hogeschool en de universiteit (even) links laten liggen.

"Natuurlijk heeft bescheidenheid ermee te maken. Wij proberen ook duidelijk een onderscheid te maken tussen professionele en academische opleidingen. Vroeger ging 90 procent meteen werken. Nu studeert 60 tot 70 verder aan de hogeschool of elders. Ruim 80 procent van onze tso'ers studeert voort, in tegenstelling tot wat velen denken. Wij geven daarbij wel heel duidelijke adviezen. Wie het maar net haalt voor wiskunde, kan beter geen bachelor gaan doen. De meeste leerlingen kiezen daarom stap voor stap. Zij lassen rustpauzes in, maar halen vaak toch die master. Volgens mij is dat veel lonender dan hoog te springen en dan te vallen."

Delaere beseft ook wel dat 'de technische school' niet bestaat. West-Vlamingen zijn, nog steeds volgens Elchardus, een stuk gezagsgetrouwer en gedisciplineerder. Er heerst daardoor meer rust op school. Het schept, zo geeft de socioloog aan, een nagenoeg ideaal schoolklimaat.

"Een VTI in Antwerpen is een totaal andere school, dat zie ik ook. Hier staan de leerlingen aan het einde van de pauze op de speelplaats in een rij en lopen ze in stilte de trappen op. Zelfs de zesdejaars." Delaere pauzeert even. Hij weet dat wat hij gaat zeggen ouderwets overkomt. "Ik stel mij daar soms vragen bij. Het is uiteindelijk 2017. Mijn Antwerpse collega's trekken zo'n ogen als ik hen dit vertel tijdens onze bijscholingen. Maar als ik op ouderavonden eens pols of we dit moeten veranderen, merk ik dat ouders er zelf naar vragen. Ik denk dat het een gewoonte is. Het kost de leerkrachten ook nauwelijks moeite om dat in stand te houden. De mondigheid is toegenomen, ook hier, maar die discipline is onversneden West-Vlaanderen."

Helaas is dat niet het enige wat vandaag West-Vlaanderen uniek maakt. Nergens in Vlaanderen is het tekort aan arbeidskrachten nijpender, zo werd in april duidelijk. De werkloosheidsgraad ligt er het laagst, terwijl het aantal vacatures op een jaar tijd met liefst 33,5 procent is gestegen. Kmo's maken zich zoveel zorgen dat ze volgens Unizo West-Vlaanderen zelfs overwegen om te verhuizen. Maar voordat het zover is, werpen ze volgens het Meense VTI eerst nog een blik op de schoolbanken.

Bijna elke dag ontvangt de directie vragen van bedrijven om te flyeren of een bezoek in te plannen. Zelfs de adresgegevens van de laatstejaars worden - tevergeefs - opgevraagd, zodat zij persoonlijk warm kunnen worden gemaakt voor een job.

"Vanuit de praktische richtingen krijgen leerlingen vaak na de stage voor de paasvakantie al jobaanbiedingen", zegt Christ Decock, leerkracht Frans en lid van het zorgteam van de school. "Dat verwondert ons niet. Bedrijven hier in de streek moeten werk laten schieten, omdat ze het personeel niet vinden. Het is niet meer vanzelfsprekend om een goede lasser te vinden. We zien het ook bij onze oud-leerlingen in het hoger onderwijs. Jongeren die bijvoorbeeld elektromechanica zijn gaan studeren, hebben al maanden voordat ze hun diploma behalen de jobs voor het uitkiezen. Met een wedde waar wij van achterover vallen en een bedrijfswagen met tankkaart. Ze moeten hard werken, maar ze worden goed gesoigneerd."

Te weinig meisjes

Decock en Delaere verwachten niet dat de vraag naar technisch personeel snel gaat liggen, zeker niet nu de economie weer aantrekt. Wel stellen ze zich vragen bij het Vlaamse beleid. Het STEM-onderwijs, van het bso tot het aso, moet verder gepopulariseerd worden. Vandaag kiezen immers veel te weinig meisjes voor het technisch onderwijs. Op zijn VTI zijn er slechts 21 op een totaal van 700 leerlingen.

"Dat aantal blijft constant, ondanks alle overheidscampagnes", zegt Delaere. "We zien in het zesde leerjaar wel veel interesse bij meisjes, maar als ze thuiskomen wordt dat gefnuikt. 'Je gaat toch niet naar dat VTI', zeggen vooral de moeders dan. Juist daarom had een brede eerste graad een stimulans kunnen zijn. Als je hier een domeinschool met wiskunde-wetenschappen creëert, krijg je automatisch meer meisjes die met techniek in aanraking willen komen. Nu is die stap te groot, ook omdat ze na de eerste twee jaar in het college daar vrienden hebben gemaakt."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234