Zondag 22/05/2022

GetuigenisBedrijfscultuur

‘Telewerk is ook: de duidelijke boodschap krijgen dat je werk er ’s avonds op zit’

Rebecca Persoons heeft het niet onder de markt met telewerken. ‘Ik werk veel meer uren dan op kantoor.’ Beeld Tine Schoemaker
Rebecca Persoons heeft het niet onder de markt met telewerken. ‘Ik werk veel meer uren dan op kantoor.’Beeld Tine Schoemaker

Hoe houden we al dat telewerk gezond, zowel fysiek als mentaal? Veertien organisaties krijgen van Vlaanderen een jaar de tijd en de middelen om het goede voorbeeld te stellen. ‘Zelfzorg is meer dan ’s middags een uurtje lopen.’

Michiel Martin

“Opnieuw vier dagen telewerken, het is toch een klap. Thuis werk ik veel meer uren dan op kantoor”, zegt Rebecca Persoons (46), al ruim tien jaar aan de slag bij Tiense Suikerraffinaderij. De omslag kan moeilijk groter. Voor maart 2020 stond haar telewerkteller op nul dagen, net zoals bij de meesten van haar collega’s. Ze zucht: “Vaak zit ik al om kwart na zeven aan mijn bureau en ’s middags steek ik rap rap een boterham binnen. Er zijn veel dagen dat ik niet eens buiten ben geweest.”

Hr-directeur Eric Stiers geeft het grif toe: “We waren er totaal niet klaar voor.” Initieel werden de telewerkers als ‘luxepaarden’ weggezet door de arbeiders, maar uit interne bevragingen bleek dat de telewerkers zich net heel erg aan hun lot overgelaten voelden en reistijd zagen omgezet in werktijd. Productiviteit was dus niet het probleem, “maar tot een gezondere levensstijl heeft het meestal niet geleid”.

Daar hopen ze de komende maanden werk van te maken. Tiense Suikerraffinaderij is een van de veertien organisaties die na een oproep van het Vlaams Instituut Gezond Leven tot eind 2022 de tijd en de middelen krijgen om een project uit te werken rond gezond telewerken. In totaal gaat het om zo’n 1,5 miljoen euro die door Vlaams minister van Welzijn en gezondheid Wouter Beke (CD&V) zijn vrijgemaakt.

Een gezond telewerkbeleid is geen evident verhaal, zegt Hendrik Delagrange, onderzoeker bij de Stichting Innovatie en Arbeid. De problematiek is breed: uitgesmeerde werktijd, niet-ergonomische bureaustoelen, korte bewegingsmomenten die wegvallen - behalve de afstand naar de koekenkast. Het is ook erg persoonlijk. “En in de privéomgeving kun je niet zomaar beginnen te rommelen”, zegt Delagrange.

Zelfevaluatie

In het Tiense bedrijf hebben ze intussen door dat een digitale afterworkdrink niet de essentie is. Werknemers krijgen er binnenkort via een externe partner zelfevaluaties voorgeschoteld, die nagaan of er op het vlak van burn-out, fysieke fitheid of slaapritme een risico is. Op basis van de resultaten wordt een persoonlijk plan uitgetekend, bijvoorbeeld een cursus over hoe je beter de balans tussen werk en privé kunt bewaken.

Zo lijkt de verantwoordelijkheid om gezond te blijven wel erg bij de individuele telewerker te liggen. “Natuurlijk is zelfzorg meer dan ’s middags een uurtje lopen”, zegt Stiers. “Het is ook de duidelijke boodschap krijgen dat je werk er ’s avonds op zit.” In die zin merkt hij dat ook leidinggevenden “schreeuwen om hulp” met coachen vanop afstand. Ook zij krijgen handvaten aangereikt.

Bij Stad Aalst, waar medewerkers een gelijkaardig platform met zelfscreening en online cursussen aangereikt krijgen, klinkt eenzelfde signaal. Het gaat om details - eet een stuk fruit in plaats van een Mars-reep - maar evengoed om een bredere cultuuromslag. “Het basisidee is: weet dat je bij ons terecht kunt als je op je limieten zit”, zegt schepen Jean-Jacques De Gucht (Open Vld).

‘Mentale energielevels’

Erg concreet klinkt het allemaal niet, als we eerlijk zijn. De veertien projecten, ingediend door zowel industriële bedrijven, universiteiten als lokale besturen, staan bol van de glanzende, Engelse termen - off-job crafting, iemand?

Karlien Devloo (Vlaams Instituut Gezond Leven) geeft toe dat niet elk project al “even strak afgelijnd is”. De bedoeling is dan ook vooral dat organisaties de komende maanden ruimte krijgen om lessen te leren. “Zo kunnen we ook op grotere schaal leren welke richtingen een gezond telewerkbeleid kan uitgaan.”

In die zin valt het brede gamma aan organisaties wel op. Er zitten organisaties tussen waar de cultuuromslag bijzonder stroef verloopt. Een aantal kmo’s, een groep die sowieso al moeilijker aanpapt met breed gezondheidsbeleid, of Tiense Suikerraffinaderij, waar bijna de helft van de telewerkers 50-plus is en liever niet al te veel verandering ziet.

Maar ook een progressieve industriële speler als Volvo Car Gent, waar telewerk voor de minderheid aan bedienden al langer kon, voelt dat er nog stappen gezet kunnen worden. Komend voorjaar kunnen werknemers zich vrijwillig opgeven om een Fitbit te dragen. Op basis van een aantal fysiologische parameters kunnen ze dan via een app hun “mentale energielevels” monitoren, zegt woordvoerder Taina Verbesselt.

Is dat niet erg intrusief? Belt de leidinggevende dan straks bij het minste energiedipje? “Wij hebben als bedrijf voor alle duidelijkheid geen zicht op die cijfers”, zegt Verbesselt. Het is volgens haar de bedoeling dat werknemers zelf kunnen ingrijpen, en bijvoorbeeld een alarmsignaal krijgen als ze te weinig in de groene en te vaak in de oranje zone zitten. “Nadien krijgen ze praktische tools aangereikt om daaraan te werken.”

Of al die handvaten veel zoden aan de dijk brengen, is nog maar de vraag. Bij alle organisaties is dé grootste telewerkklacht ‘gebrek aan sociaal contact’, en daar lijkt geen wonderoplossing voor. Die zijn er volgens Delagrange sowieso niet: een ergonomische stoel en een leidinggevende die qua werkuren het goede voorbeeld stelt, doen al veel.

Toch voelen organisaties druk op de ketel. “Nieuwe sollicitanten vragen heel expliciet naar ons telewerkbeleid”, zegt Stiers. Op een arbeidsmarkt waar een war on talent aan de gang is, wil zijn bedrijf maar al te graag dat ene woordje wegwissen uit het juryrapport van de projectoproep: ‘oubollig’.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234