Donderdag 30/06/2022

Tentoonstelling 'Dalí & Film' in Londens Tate Modern

Meer dan schilderijen en beeldhouwwerken kon film volgens Dalí uitdrukking geven aan angst en verlangens

Surrealistische cinema met de ogen dicht

In het Londense museum Tate Modern is pas de grote zomertentoonstelling Dalí & Film geopend. Daarin wordt voor het eerst uitgebreid ingezoomd op de fascinerende en lange verhouding tussen de surrealistische artiest Salvador Felipe y Jacinto Dalí y Domenech en de zevende kunst.

door Jan Temmerman

LONDEN l De tentoonstelling is chronologisch opgebouwd en toont tientallen schilderijen. Maar er zijn ook schetsen, scenario's, brieven en natuurlijk de twee surrealistische klassiekers Un chien andalou (1929) en L'âge d'or (1930), die Dalí samen met Luis Buñuel maakte.

Ook de sublieme (weliswaar door producent David O. Selznick gecensureerde) droomscène, die Dalí ontwierp voor de Hitchcockthriller Spellbound (1945), wordt vertoond, net als de tekenfilm Destino, waaraan hij in 1946 voor Disney begon te werken, maar waarvan uiteindelijk slechts 15 seconden geanimeerd werden. Pas in 2003, dus na de dood van Dalí, werd een zes minuten durende versie van Destino door de Disneystudio afgewerkt en genomineerd voor een Oscar als beste animatiefilm!

Ook de videofilm Chaos and Creation, die Dalí in 1960 met Philippe Halsman realiseerde voor de Convention on Visual Communications in New York, is te zien in Tate Modern. Het was, behalve het bewijs dat Dalí steeds geboeid bleef door elke technologische vernieuwing, een kruising tussen lezing en performance, waarin de kunstenaar de vloer aanveegt met Mondriaan en inmiddels zelf een nieuw werk creëert met twee vrouwelijke modellen, vier varkens, allerlei vloeistoffen, een aantal wormen en één 'slightly debauched motorcycle'.

Men kan ten slotte ook kijken naar Impressions de la Haute Mongolie, waarin microscopische opnames zitten van het koperen bandje rond een vulpen, waarop Dalí naar eigen zeggen regelmatig urineerde. Volgens de artiest had de inwerking van het urinezuur voor "wonderbaarlijke structuren" gezorgd, waarin men volgens hem makkelijk "Dalí op de maan" of ook nog "Dalí koffiedrinkend op de Champs Elysées" kon herkennen. Van die dingen.

Rond Salvador Dalí (1904-1989) werden er enkele jaren geleden, naar aanleiding van de honderdste verjaardag van zijn geboorte, al enkele grote overzichtstentoonstellingen georganiseerd, zoals Alles Dalí in het Museum Boijmans Van Beuningen in Rotterdam. Daarin werd gefocust op de verschillende media (film, mode, design, fotografie, reclame, ballet, theater, enz.) waarin de excentrieke Catalaanse schilder tijdens zijn lange leven actief was. Maar deze nieuwe expositie in Tate Modern spitst zich exclusief toe op zijn talrijke en vaak verrassende omzwervingen in filmland.

Het filmmedium ontstond op het einde van de 19de eeuw als registratie van de werkelijkheid. Het feit dat het verbouwereerde publiek, in een filmpje van de gebroeders Lumière, een trein zag arriveren in het station van La Ciotat was in eerste instantie meer dan opwindend genoeg, want op het witte doek was beweging te zien. Maar het duurde niet lang of filmmakers, zoals de professionele goochelaar Georges Meliès, begonnen het medium te gebruiken om fictie en fantasie tot leven te brengen.

Het was uiteraard dit laatste aspect van de nog jonge kunstvorm dat Dalí zo boeiend vond. Meer dan schilderijen en beeldhouwwerken kon film volgens hem uitdrukking geven aan de angsten en verlangens, de fantasieën en dromen, die voor de surrealisten een essentiële inspiratiebron vormden. Het scenario (voor zover daar sprake van was) van Un chien andalou werd bijvoorbeeld door Buñuel en Dalí opgebouwd uit gesprekken over hun dromen van de nacht voordien. Buñuel had het over een maan die als het ware door een wolk doormidden werd gesneden. Dat werd één van de eerste beelden van Un chien andalou, onmiddellijk gevolgd door de inmiddels legendarische scène waarin Buñuel zelf, met een vers geslepen scheermes, het oog van een vrouw opensnijdt.

Van zijn kant had Dalí gedroomd van een open hand, waaruit een massa mieren tevoorschijn kropen. Dat bevreemdende beeld kwam eveneens in de film terecht. Maar op de tentoonstelling is duidelijk te zien dat die mieren ook regelmatig opduiken in zijn schilderijen, soms als een nauwelijks verhulde verwijzing naar schaamhaar.

Grappig is de briefwisseling tussen beide surrealisten in verband met Un chien andalou. In een brief van 22 maart 1929 geeft Buñuel aan zijn toenmalige kunstbroeder advies: hoe en waar hij de nodige mieren moet verzamelen, hoe ze te transporteren om ze lang genoeg in leven te houden voor hun rol in de film. En ook: als Dalí soms nog over andere insecten zou dromen, kunnen die best in de film een plaatsje vinden, maar dan moet hij ze zelf wel bij elkaar zoeken.

Andere tekstdocumenten die op de Tate-expositie te zien zijn, betreffen schetsen en scenariofragmenten van filmprojecten die nooit gerealiseerd werden. Zoals de aanzet van een scenario met de typisch daliniaanse titel Giraffes on Horseback Salad uit 1937, dat bestemd was voor de Marx Brothers, van wier anarchistische en absurde humor Dalí een grote fan was. Op de eerste pagina staat te lezen hoe 'een surrealistische vrouw' naar Groucho Marx belt (uiteraard met de kreefttelefoon, die ook in Tate Modern uitgestald staat) met de vraag een subliem diner voor haar te organiseren. Groucho reageert met een wedervraag. Hij is op zoek naar "een dozijn van de mooiste meisjesarmen", die hij voor een of ander Boeddhabeeld nodig zal hebben. De film is er nooit gekomen. Jammer genoeg.

Wat de expositie Dalí & Film absoluut duidelijk maakt, is enerzijds de kruisbestuiving tussen de schilderijen die de Markies van Púbol maakte en de films die hij zag, droomde of zelf realiseerde. Met zijn ongeëvenaard talent voor provocerende en paradoxale uitspraken, verklaarde hij ooit dat "de beste cinema het soort is dat beleefd kan worden met de ogen dicht"!

De tentoonstelling bewijst anderzijds dat een populair massamedium als film niet anders dan aantrekkelijk en inspirerend kon zijn voor een zelfverklaard genie, die zelfpromotie tot een aparte kunstvorm kon verheffen en die nooit afkerig bleek van het grote geld.

Ten tijde van Spellbound maakte David O. Selznick zich wel zorgen over de vergoeding die hij de kunstenaar moest betalen. Hitchcock was zelf een grote fan van Dalí en vond hem de geschikte persoon om zo'n freudiaanse droomscène te ontwerpen, en de producer begreep wel dat zijn hoofdrolspelers Gregory Peck en Ingrid Bergman samen met Dalí een grote publiciteitswaarde voor de film betekenden. Iedereen tevreden. Of toch bijna.

De tentoonstelling Dalí & Film loopt tot 9 september in Tate Modern. Tot 22 juli kan u in het V&A Museum ook gaan kijken naar de expositie Surreal Things: surrealism and design, waar veel werk van Dalí te zien is, onder meer zijn beroemde, door de lippen van Mae West geïnspireerde sofa.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234