Dinsdag 04/10/2022

Terug naar Irak

Irak is een land dat een boosaardige aantrekkingskracht lijkt uit te oefenen op Amerikaanse leiders

Het was een waar genoegen een lading bommen te zien neerkomen op - op wie eigenlijk? Net toen de Amerikanen dachten dat ze niet langer over het verschil tussen soennieten en sjiieten hoefden te piekeren, zijn we weer aan het vechten in Irak, tegen een vijand van wie we niet goed weten hoe hij heet.

Irak is een land dat blijft verrassen. Deze keer raken we het zelfs niet eens over de naam van de vijand. Maar we weten wel dat hij als een barbaarse horde door het Midden-Oosten trekt, met de snelheid van een gemuteerd virus uit een sciencefictionfilm. De meeste nieuwsorganisaties noemen het gebroed van Al Qaida dat Irak terroriseert ISIS, als acroniem van 'Islamitische Staat in Irak en Syrië' of 'Islamitische Staat in Irak en al-Sham' (Isis is ook de naam van een Egyptische godin en van de gele labrador van de Earl of Grantham in Downton Abbey). Maar in het Witte Huis, het State Department en de Verenigde Naties heet de groepering 'ISIL', het acroniem van 'Islamitische Staat in Irak en de Levant'. De BBC meldt dat sommige mensen de jihadisten nu 'Da'ish' of 'Daesh' noemen, blijkbaar een pejoratieve term, naar de letters van de Arabische naam, al-Dawla al-Islamiya fi Iraq wa al-Sham. Nog altijd volgens de BBC kan Al Sham worden vertaald als 'de Levant', 'Groot-Syrië', 'Syrië' of 'Damascus'.

Om de verwarring nog groter te maken, heeft ISIS/ISIL vorige juni in een handige promotiezet haar naam veranderd. Het verklaarde dat het als hulde aan de stichting van het kalifaat voortaan 'de Islamitische Staat' zou heten. Agence France Press noemt de militanten nu 'IS' of 'de vroeger als ISIS bekende groepering', ook The Wall Street Journal is overgestapt op 'IS'. The New York Times blijft de bloeddorstige nieuwe vijand 'ISIS' noemen maar citeert regeringswoordvoerders en militairen die het acroniem 'ISIL' gebruiken. Het is een beetje vreemd dat de overheid over 'de Levant' spreekt, want dat roept koloniale herinneringen op aan de vroege 20ste eeuw, toen de Britten en de Fransen hun kaarten tekenden en Mesopotamië op basis van economisch gewin in plaats van stammenbanden verdeelden. Maar het zou ook een nostalgische verwijzing kunnen zijn naar een tijd toen marionetten beter gehoorzaamden en hun imperiale meesters dankbaar waren.

Bekeren of sterven

Alsof het allemaal nog niet ingewikkeld genoeg was, is een nieuwe speler verschenen in de godsdienstoorlogen van Irak: de jezidi's, een kleine, geheimzinnige sekte die deel uitmaakt van een van de oudste godsdiensten van de planeet. Hun geloof heeft zijn wortels in de islam en de leer van Zarathoestra, een Iraanse profeet uit de zesde eeuw voor onze tijdrekening. Het blad Time legt uit dat de naam jezidi kan worden vertaald als 'aanbidders van God' maar dat ISIS het uitlegt als 'duivelaanbidders'. Ze kunnen kiezen: zich tot de islam bekeren of sterven.

Hun lot heeft president Obama ertoe aangezet om marinevliegtuigen voedsel en water te laten droppen.

Het was eventjes een opsteker om te zien dat Amerikaanse piloten onschuldige mensen trachtten te redden in een land dat wij zo zwaar hebben beschadigd dat het geen land meer is. Maar sommige critici waarschuwen dat de gerichte bombardementen een politieke geste zijn, geen militaire strategie, en 'bijna erger dan niets', in de woorden van John McCain.

De jongste gebeurtenissen in Irak illustreren ook hoe wij telkens weer in dat land verzeilen zonder zijn cultuur ooit te begrijpen. Met onze botte bemoeienissen scheppen we voortdurend ergere monsters. De Verenigde Staten hebben 17 van de afgelopen 24 jaren in Irak gevochten, het ultieme voorbeeld van een missie die oncontroleerbaar is geworden, in een land dat kleiner is dan Texas aan de andere kant van de wereld. Bestaat er een beter symbool van het drijfzand van het Midden-Oosten dan het feit dat - twee jaar na Obama's verklaring dat de oorlog in Irak voorbij was - de marinetoestellen voor hun humanitaire missie opstegen van het vliegdekschip George H.W. Bush in de Arabische Zee?

De oorlog die Bush Senior begon om Saddam Hoessein te verdrijven uit Koeweit - een land als een tankstation, vol met verwende rijke Arabieren - was niet nodig geweest als Saddam, een tiran die met de hulp van de CIA van John F. Kennedy de macht had kunnen grijpen, geen verkeerde signalen had gekregen van onze kant. De oorlog van Bush Junior tegen Saddam, een poging van de zoon om zijn vader te overtroeven, heeft tot de ondergang van Irak en de verwaarlozing van Afghanistan geleid.

Obama, gevangen tussen de twee vuren van het soennitische verzet en de nasleep van de domme poging van zijn voorganger om democratie op te leggen, is op zijn hoede en gaat voorzichtig te werk. Maar wat kan hij doen? Hij heeft een paar honderd adviseurs naar Irak gestuurd om een klus op te knappen die tien jaar lang voor honderdduizenden soldaten te moeilijk was. Nu Obama's woordvoerder heeft verklaard dat 'de president geen specifieke einddatum heeft bepaald', vrezen sommige Democraten het ergste. Want Irak is een land dat een boosaardige aantrekkingskracht lijkt uit te oefenen op Amerikaanse leiders.

Copyright The New York Times

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234