Zaterdag 25/06/2022

The knack and how to get it (not)

Het is één zondag geleden. Terwijl de avond valt over het Walenland zit ik samen met drie eminente collegae aan één grote tafel. We maken een fles of twee Côtes du Rhone soldaat en we eten elk een stuk op van een dode koe die zich, mocht ze nog leven, zeer zeker aan ons gezichtsveld zou voordoen, daar op één van die glooiende heuvels waar Waals-Brabant zo rijk aan is. Eén van de disgenoten weet dat ik een haast kinderlijke bewondering koester voor leven en werk van de grote Harold Pinter, en wijst mij er discreet op dat Pinters weduwe, Antonia Fraser, een dagboek heeft laten verschijnen over de dertig jaren die ze samen met haar zo goed als geniale man doorbracht in hun grote huis aan Holland Park.

Het boek heet mooi Must You Go?, de eerste woorden die Pinter tot haar richtte toen ze weg moest op een feestje. Fraser vertelt in vele kleine hoofdstukjes allerlei belangrijke en onbelangrijke, maar altijd mooie dingen over de grote liefde die ze beleefde met Pinter de dichter, Pinter de toneelschrijver, Pinter de scenarist, Pinter de regisseur, Pinter de minnaar, Pinter de echtgenoot, Pinter de Nobelprijswinnaar, Pinter de dode.

Op een bepaald moment zegt ze dat Harold vond dat goede schrijvers vaak samen moeten eten. Dat hen dat beter maakt, zoals mooie meisjes nog mooier worden als ze met andere mooie meisjes te zien zijn. Jammer dat ik dat boek nog niet gelezen had, vorige zondag, dan had ik ook af en toe iets interessants kunnen zeggen aan tafel. Alhoewel, het was goed zoals het was, daar in Waals-Brabant. We hebben er ook bijna de hele namiddag Nederlands gepraat, wat gewoon wettelijk toegestaan in die streken.

Een dag of vier later viel mijn oog, in de wachtzaal van het beautysaloon waar ik mijn donderdagvoormiddagen al eens slijt, op een nummer van een druksel met de vreemde naam Knack Magazine. Het toeval wil dat niet hou van dat blad en ook niet van de supplementen die er wekelijks bijzitten en nog minder van de supplementen die bij die supplementen zitten. Maar ik blader er altijd wel in als ik het ergens tegenkom en geheel in de lijn van de verwachtingen stel ik vast dat op de boekenpagina’s de letterschijter van dienst vrolijk inhakt op de debuutroman van Thomas Claus. Het stuk is geschreven met de moed van iemand die met een repeteer-geweer op een ambulance vol blinde weeskinderen schiet en doet me al meteen vermoeden dat het boek in elk geval beter is dan de van enige menselijkheid, humor of talent gespeende recensie die het te beurt viel in Knack.

Ik ken Thomas Claus een beetje en ik weet dat hij een lieve, verstandige en gevoelige man is. Een jaar of vijfentwintig geleden heb ik nog even les aan ‘m mogen geven. Hij schreef toen aardige teksten die veel liefde voor taal verrieden en ook meestal ergens over gingen. Hij was als prille twintiger ook al een man van de wereld , een menssoort die ik altijd al liever in mijn buurt geduld heb dan de gestampte boeren die samen - ik zeg maar iets - het stadsbestuur van het schilderachtige Halle uitmaken.

Misschien is Thomas Claus wel geen genie en zijn debuut geen meesterwerk maar, zoals Miles Davis wel eens in zijn trompet wilde blazen: so what? Moet je daarom zwijgen ? Wij minderbedeelden kunnen toch niet allemaal in Knack Magazine gaan schrijven.

Een leuk detail, nog : toen Thomas ingangsexamen deed aan de Sint-Lukas Hogeschool voor Kunst te Schaerbeek moest hij als test van zijn algemene kennis een lijst invullen waarop Het verdriet van België één van de te duiden trefwoorden was. De jonge Claus schreef in het daartoe voorziene vakje : “Mooi boek van Papa”.

Wat me doet denken dat docent zijn toch iets wonderlijks was en ook iets voor all seasons. Daarom ben ik blij dat Antonia Fraser in haar dagboek noteert dat de oudere Pinter, toen hij in The Guardian een overlijdensbericht van zijn oude leraar Engels zag staan, spontaan volgend gedicht neerschreef :

undefined

Dear Joe, I’d like to walk with you

From Clapton Pond to Stamford Hill

And on,

Trough Manor House to Finsbury Park

And back,

On the dead 653 trolleybus,

To Clapton Pond,

And walk across the shadows on to Hackney Downs,

And stop at the old bandstand,

And the quickness in which it all happened,

And the quick shadow in which it persists.

You're gone. I’m at your side.

Walking with you from Clapton Pond to Finsbury Park,

And on, and on.

Harold Pinter is ooit in Brussel gaan eten met Hugo Claus. Ik was toen graag de asbak geweest die tussen hen op tafel stond. Ze hebben het vast niet over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde gehad. En ze dronken witte bourgogne, Chassagne-Montrachet bijvoorbeeld. Daar ben ik bijna zeker van.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234