Dinsdag 16/08/2022

The New York Monthly

Als je voor het eerst door een straat als Smith of Bergen in Brooklyn loopt, denk je: lelijke laagbouw... Wat doe ik hier eigenlijk? Tot je door de eerste laag heen kijkt en de plek tot leven komt

Carroll Gardens Classic Diner is zeker niet het meest trendy adresje in Smith Street, Brooklyn. Het ligt dan ook tussen streetwearwinkels, tattooshops, restaurantjes met namen zoals Nightingale 9 en een wijnbar die Smith & Vine heet. Daar begin je niks tegen als je eruitziet als een afwerkhotel waar sinds 1992 niet veel meer afgewerkt werd. Valse bloemen in het uitstalraam zetten helpt ook niet. Dat helpt nooit, denk ik.

Je vraagt je misschien af waarom ik er dan toch binnenging. De eerste reden is dat de lokale hangjongeren van Rime - een streetwearwinkel waar je vast ook wel een tattoo kunt krijgen terwijl je geïmporteerd bier uit het flesje drinkt - het me aanraadden. De tweede reden is dat ik honger had en niet over de karakterlijke predispositie beschik die veel geduld verzekert in geval van plotse hypoglycemie.

Het leidde me alleszins naar een van de betere plekken die ik ooit bezocht in New York en dus de wereld, namelijk het aandoenlijk huislijke terrasje van deze diner, waar enkel het gekletter en het geruis van de metro's die het station van Bergen Street aandoen, verklappen dat je nog steeds in een redelijk grote stad bent. Verder is het gewoon een rustig plekje in de zon, afgebakend door een houten schutting die het groene gewicht van luie planten torst maar niet hoog genoeg is om een tweetal kromme lantaarnpalen of de vogels op de verbindende kabels te verstoppen. Als je daar bij de lunch een krant kunt lezen, dan kun je enkel besluiten dat je geen reden hebt tot klagen.

Deze maand publiceerde The New York Times een interview met Philip Roth, onder de titel 'My life as a writer'. Dat interview verscheen oorspronkelijk in het aanzienlijk minder internationaal verspreide Svenska Dagbladet. Dat interview is meteen een sterk essay over het schrijverschap.

De literaire periode waar ik persoonlijk het meest van houd, is die van de Amerikaanse naoorlogse generatie. Philip Roth is daar zeker een van de bekendste namen uit, maar het aanbod is even groot als divers: Saul Bellow, Norman Mailer, Toni Morrison, Don DeLillo, John Cheever, Cynthia Ozick, Raymond Carver... Als ik een meester was en de wereld een klas, dan was die opsomming het huiswerk. En daarna zou het voor altijd speeltijd zijn.

Er is hier geen groot onderwijzer verloren gegaan.

Roth zelf denkt dat het gebrek aan een homogene nationale identiteit misschien een van de omgevingsfactoren was die zoveel goede literatuur hielpen ontstaan. Daar valt zeker een punt van te maken. Ook omdat het omgekeerde waar is: er komen weinig grote schrijvers uit plaatsen met een hang naar homogeniteit of exclusiviteit. Oostenrijk gaf ons nog Robert Musil, dat is waar. Maar Zwitserland enkel de ondraaglijke nonsens van de in eigen gedachten vast voorname erfgenaam van Musil, Alain de Botton.

Daar kunnen we best eens om lachen, maar dezelfde zaak kan worden gevoerd voor heel West-Europa, waar nog altijd niet begrepen werd dat migraties de regel en niet de uitzondering zijn, en waar er gevlucht wordt in retoriek en gedrag - luid en duidelijk of stiekem en subtiel - waarvan we wel zeggen dat ze tot het verleden behoren, maar die duidelijk nog steeds deel uitmaken van de Europese identiteit. Het enige wat ons verbindt lijkt wel bindingsangst te zijn.

Verder in zijn interview zegt Roth dit over het huidige Amerika:

"You have 300 million people on a continent 3,000 miles wide doing the best they can with their inexhaustible troubles. We are witnessing a new and benign admixture of races on a scale unknown since the malignancy of slavery. (...) It's hard not to feel close to existence here."

En dat komt niet van iemand die kritiekloos bomen gaat knuffelen na zijn ontbijt. Waar die postwar-schrijvers vaak erg goed in waren, en Roth zeker, was het tonen van de burgerlijke nachtmerrie die verkocht wordt als 'de Amerikaanse droom'. Soms lijkt het alsof wij daar in Europa nog altijd niet aan toe zijn.

Wij worden dan ook grootgebracht met de soms expliciete maar minstens impliciete boodschap dat wij toch wel een stuk slimmer zijn dan die Amerikanen. Wij hebben immers geschiedenis. Kijk maar naar onze cultuursteden. En dat is waar. Prachtige gebouwen werden ooit gebouwd in opdracht van koningen en keizers. New York is gemaakt door de latere keizers, namelijk kapitalisten. Geen Versailles, maar Rockefeller Center. Wel met precies hetzelfde doel, namelijk materie geven aan de macht. Klein verschil is dat de kasseien voor Versailles ervoor zorgden dat de bezoekers met gebogen hoofd het paleis naderden - eerder uit angst om te vallen dan uit overdreven ontzag voor de Zonnekoning, maar het effect was hetzelfde - en dat je in New York vooral hoog naar boven moet kunnen kijken.

Loop door Milaan, Parijs of Brussel en je ziet al van ver dat er ooit heel veel manuren en manlevens zijn opgeofferd aan een kathedraal of een stadhuis. Tot je dichterbij komt en ziet dat er toch weer gewoon een Zara en een Innovation in de historische galerijen zitten. Als je voor het eerst door een straat als Smith of Bergen in Brooklyn loopt, denk je: lelijke laagbouw... Wat doe ik hier eigenlijk, ik had in Parijs kunnen zitten. Pas na een tijd kijk je door de eerste laag heen en komt de plek tot leven. Dat moeten we dringend leren, de weidsheid en de diversiteit erkennen, de poëzie van het land weer leren schrijven.

Denk aan Lowell George die het refrein van 'Willin'' aanzet met "And I've been from Tucson to Tucumcari, Tehachapi to Tonapah."

En dan "I pulled into Nazareth, was feeling about half passed dead - I just need some place where I can lay my head" - Levon Helm van The Band in 'The Weight'. James Taylor zingt in 'Carolina in My Mind': "Can't you see the sunshine, can't you just feel the moonshine?" En Ryan Adams zingt zo mooi: "Oh my Sweet Carolina" in 'Oh my Sweet Carolina' - en ook: "I ain't never been to Vegas but I gambled up my life."

Dat laatste zou weleens het verhaal van een generatie Europeanen kunnen worden. Weten zij die na ons komen tenminste weer waarover romans te schrijven.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234