Vrijdag 07/10/2022

Theemutsproza en zelfpijperij

In het polemisch getinte 'Restletsels' geeft Jeroen Brouwers billenkoek aan literaire parvenu's, parasieten en paljassen. Maar er is ook eerbetoon én bewondering.

Herman Brusselmans is "horkerig vulgair". Oek de Jong schrijft "theemutsproza". Jan Siebelink wentelt zich in "zelfpijperij" en "tranentrekkerij". Het Letterenhuis en het Letterkundig Museum zijn "hamsterburchten". Volkskrant-recensente Aleid Truijens is "een middelbaar schrijfmokkel van opstelletjes als kouwe Brintapap". En Elsschotbiograaf Vic van de Reijt leverde "een onbeduidend broddelgeval" af.

Het zijn lukraak geplukte dolkstoten uit Restletsels van Jeroen Brouwers, waarin hij vakbroeders en literaire "parasieten en parvenu's" genadeloos de mantel uitveegt. Restletsels is intussen de negende editie van Jeroen Brouwers' dappere eenmanstijdschrift Feuilletons, maar er komt hoegenaamd geen metaalmoeheid op zijn oekazedrift. De schuimbekkende woede van de Zutendaalse kluizenaar is wéér amper te temperen, aangezwengeld door schrijvende flapjanussen of de tierelantuttigheid van de hedendaagse letterenwereld. Op het eerste gezicht is Restletsels een winkel van Sinkel. De losse dagboekaantekeningen, bespiegelingen en toornige polemieken verschenen eerder in het tijdschrift De Brakke Hond. Nu zijn ze behendig aan elkaar gelast en soms lichtjes herzien, wat resulteert in een verrassende, vileine, maar vaak ook onbedaarlijk grappige roadtrip door de Vlaamse en Nederlandse letteren. "Dit is de zakdoek van mijn gedachten", staat er relativerend op de eerste pagina. Spoel vervolgens door naar het namenregister achterin: je kunt als schrijvende medemens meteen opzoeken of je in de brokken deelt.

Knallen, sissen en spuiten

"Polemisten schelden als het nodig is", het is Brouwers' adagium sinds de jaren zeventig. "Een polemiek moet knallen, sissen en spuiten." Met het openingsstuk zet Brouwers meteen de puntjes op de i en gaat hij na hoe de polemische erfenis van W.F. Hermans erbij ligt. Spoedig groeit het essay uit tot een verdedigingsrede van deze veronachtzaamde "literaire kunstvorm" die "leugens, pretenties, valsheid en domheid" op de slof neemt. Zonder dralen brengt Brouwers zijn hooggestemde premisses in Restletsels in de praktijk. Vooral het Letterkundig Museum in Den Haag moet het zwaar ontgelden: "populistisch verleukt onder leiding van Aad Meinderts, directeur van de zandbak". Dat de nieuwe directeur door de halve wereld trok om er rozen te leggen op Nederlandse en Vlaamse schrijversgraven, wekt Brouwers' spotlust op. Voorgoed dwarsboomt hij elke poging van het museum (door Brouwers tot "snuisterijengedoetje" gedegradeerd) om manuscripten of parafernalia van hem te verwerven: "Daar komt van mij niet één geschrift, noch hoed, pijp, onderbroek, portret. Ik doe alles naar de veiling, het antiquariaat, de kringloopwinkel, de allesbrander."

Niet het hele boek lang spatten de fluimen zo hevig in het rond. Het titelverhaal van Restletsels beschrijft op onnavolgbare wijze Brouwers' onfrisse, autobiografische ervaringen met de artsenij, nadat zijn schrijfhand door plotse verlamming werd getroffen. Hij zit opgezadeld met een 'restletsel': "wat rest aan kwetsuur van een leven lang schrijven".

Verder offreert Brouwers ons ook een doorwrocht epistel over Harry Mulisch, waarin hij demonstreert hoezeer hij het oeuvre van "de wereldreus" van haver tot gort kent. Qua analytisch vermogen kan menig academicus hier een puntje aan zuigen. Brouwers herhaalt zijn schatplichtigheid aan Mulisch: "Ik ben hem onvoorwaardelijk blijven achten om zijn schrijverij, die mij tot de mijne heeft aangezet" en: "Hij heeft mij vonken aangereikt, die ik heb aangeblazen tot een eigen vuur." Maar er is ook enige irritatie over de auteur met "het reusachtig zelfvertrouwen": "Zijn oeuvre ging ten slotte zozeer over hemzelf, dat 'Harry Mulisch' al dan niet in schijngestalten, er de hoogste bergpiek in werd." En het gedoe over de Grote Drie stond Brouwers danig tegen. Meer zelfs: "Mulisch begon van zichzelf de Grote Een-obelisk te maken, dusdanig in het centrum van alles dat zicht op omringend landschaps- of stedenschoon erdoor werd belemmerd."

Restletsels is in veel opzichten een 'Fundgrube'. Zelfs in de kleinste aantekeningen zitten genadeloos trefzekere opmerkingen verscholen. Neem nu het etiket 'literaire thriller': "Zoals men een pannekoek zou aanprijzen als een creatie van banketbakkerskunst." Of deze ode aan de brief: "Een brief hoort te meanderen en de bochten te volgen van de spontane invallen en associaties van de schrijver ervan, die zich niets dient aan te trekken van welke schrijfconventie dan ook."

En er is ruimte voor bescheiden eerbetoon voor overleden schrijvers als Guillaume van der Graft en Marcel van Maele.

Af en toe betrap je Brouwers op doordrammen. Als een mantra zoemt de vendetta tegen de Nederlandse Taalunie door de bundel, eerder al gedecimeerd in Sisyphus' bakens. Regelmatig sluit Brouwers een kapittel af met de zin: "Overigens ben ik van mening dat de Taalunie moet worden afgeschaft." Het trauma van de geweigerde Prijs der Nederlandse Letteren en de daaropvolgende heisa over het te lage prijzengeld zijn nog lang niet verteerd. Bovendien vuurt hij soms met een drietrapskanon op een reeds vermorzeld muggetje.

Brouwers door zijn beste schrijfkrachten heen? Geloof daar maar niks van. Wie Restletsels heeft verslonden én daarna zelf schrijfambities koestert, kruipt allicht verweesd en geïntimideerd in een hoekje. Hij kan zich optrekken aan de les die Jeroen Brouwers zelf ooit van Herman Teirlinck kreeg: "Gij moet goed oefenen, mijn vriend."

Jeroen Brouwers, Restletsels. Feuilletons 9, Atlas/Contact, 21,95 euro

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234