Dinsdag 16/08/2022

tom lanoye in poleposition

Komende zondag vormt de Antwerpse Zaal Stuurboord het maritieme decor voor de uitreiking van de Gouden Uil. Strijkt het gevederde dier voor de derde maal neer op de schouder van Arnon Grunberg? Of geeft de enige Vlaming op de shortlist Tom Lanoye de voorspellers gelijk? De vijf kanshebbers gewikt en gewogen.Door Dirk Leyman

Arnon Grunberg is de volstrekte antipode van de zolderkamerschrijver. Zonder verpozing banjert hij de wereld rond, voortgedreven door een mateloze nieuwsgierigheid naar de medemenselijke bezigheden. Hij noemt zich terecht een “antropoloog in mijn eigen leven en zigeuner in het leven van anderen”. Ook in de literaire reportages Kamermeisjes en soldaten slaagt de schrijver er weer in om je met zijn dwingende blik naar de barre werkelijkheid te doen kijken. Als geen ander kent Grunberg zijn kracht: “Taal dwingt tot bewustere keuzes dan de camera in de linkerhand.” Hij voegt zich als embedded journalist bij de Nederlandse militairen in Afghanistan, trekt naar Libanon bij de Hezbollah, doet aan couchsurfen, werkt als ‘kamermeisje’ of bezoekt een paar zielenpoten van de pedopartij. De schrijver opereert als een dubbelspion: “aan wie hij zijn informatie verkoopt is dubieus, zijn loyaliteit wisselt per missie”, zo typeerde Arjan Peters het in de Volkskrant accuraat.

Als we de statistiek erbij nemen, kan Grunberg uitstekende papieren voorleggen voor een derde Gouden Uil (na De Mensheid zij geprezen in 2002 en Tirza in 2007), al figureerde hij ook al drie maal eerder op de shortlist zonder uiteindelijk te gloriëren. Maar dit enige non-fictieboek op de shortlist bevat wellicht iets te veel freewheelende zijstapjes. En kan een zo sterk Humo-gekleurde jury het wel maken om de onaantastbare huiscolumnist van het blad wéér te bekronen? Afwachten ook of Grunberg zijn kat stuurt naar de uitreiking en opnieuw stand-inmajoor Niels Roelen afvaardigt. Als Grunberg toch zelf opdaagt, zou de atmosfeer heel ijzig kunnen zijn. Zowel met Thomas Rosenboom als Cees Nooteboom zijn de verhoudingen verstoord na een paar giftigheden aan hun adres.

“Moegehuldigd kwam hij thuis, vermenigvuldigd tot een muis”, zo citeerde Cees Nooteboom onlangs Adriaan Roland Holst toen hij de laatste Prijs der Nederlandse Letteren in ontvangst nam. Als geen ander beseft Nooteboom de relativiteit van literaire prijzen, al reageert hij telkens met vergenoegd gemonkel als hem er een toevalt. Nu staat Nooteboom ook dichtbij een grote commerciële prijs, nog wel met zijn eerste volwaardige verhalenbundel sinds De verliefde gevangene uit 1958.

‘s Nachts komen de vossen lijkt op het eerste gezicht aan te sluiten bij de autobiografische schetsen uit Rode regen (2007), ook omdat deze zeer conciese verhalen zich in de mediterrane sfeer afspelen. Toch is de melancholie hier veruit overheersend, met licht excentrieke, Brits aandoende personages als Heinz, de alcoholische honorair-viceconsul. Er is ook een herfstige tristesse, met plots grijzig en onstuimig weer. En er is de alomtegenwoordige dood, die de personages op ongewone manieren treft, zoals in ‘Onweer’. ’s Nachts komen de vossen gaat over de ontoereikendheid “om in het leven van een ander door te dringen, om geheimen te decoderen, gedachten te ontrafelen, achter maskers te kijken”. Het is “echte fictie, artisanaal gemaakte kortverhalen, waarin de anekdote naar de achtergrond is gedreven”, aldus Nooteboom in een interview met De Morgen. De jury spreekt van “een werkstuk van weemoed dat gaat reizen in je bloedbanen” en, ietwat cryptisch, van fragmenten van “een loden urgentie”. Nooteboom bekronen zou legitiem zijn, vooral omdat hier een schrijver aan het werk is die alle genres tot in de puntjes beheerst. En als de jury dan toch haar statement over het kortverhaal bevestigt en per se een van de twee genomineerde bundels wil bekronen, dan zou ze wel gek zijn om niet aan Nooteboom de voorkeur te geven.

De revival van Mensje van Keulen is zonder meer verbazingwekken, want ze is met haar verhalenbundel Een goed verhaal zowel present op de shortlist van de Libris Literatuurprijs als op die van de Gouden Uil. In Van Keulens oeuvre wordt stevig geworsteld met de benepenheid van het burgerlijke bestaan. Hartstochtelijk hengelen haar personages naar vluchtroutes, maar dat blijkt geen koud kunstje. Van Keulens huis-, tuin- en keukenrealisme, zo manifest in Bleekers zomer en Allemaal tranen (1972), raakte in de jaren zeventig en tachtig menige gevoelige snaar. Later viel ze uit de gunst van de kritiek en de lezers.

In Een goed verhaal blijft Van Keulen putten uit het bekende reservoir. Ze moet het zeker niet hebben van de grote effecten, maar wel van de kleine, alledaagse gebeurtenissen met soms verregaande repercussies. Haar taal is eenvoudig, de dialogen zijn accuraat en er blijft een en ander te raden over, zoals in het openingsverhaal waarin een vader weer het leven van zijn dochter overhoop haalt. “Van Keulens broze helden verlangen tegen beter weten in. Ze vertellen leugens, nu eens met verwoestende, dan weer met heilzame gevolgen”, schrijft de jury, die er ook op wijst dat ze “het mysterie heel laat, wat haar verhalen een aparte vorm van suspense geeft”. Niet iedereen zal het hier mee eens zijn, want soms kabbelt het vervaarlijk in Van Keulens verhalen, die duidelijk geschoeid zijn op een Angelsaksische leest. Iets meer weerhaakjes zouden welkom zijn.

Voor de stevige concurrentie op de Gouden Uilshortlist moet Van Keulen ongetwijfeld zwichten. Haar metier staat buiten kijf, maar haar verhalenbundel bezit niet de envergure van een winnaar.

Thomas Rosenboom is gepokt en gemazeld in het literaire prijzencircuit. Zo verzilverde hij in 1994 met Gewassen vlees en in 1999 met Publieke werken tweemaal de Libris Literatuurprijs. Zijn archaïsche en plotgestuurde romans worden gecatalogeerd als oer-Hollands en puilen uit van de historische details en het gezwollen, soms pedante taalgebruik. In Vlaanderen wekt zijn werk meer prudentie en in die zin is zijn shortlistnominatie voor de Gouden Uil dan ook verrassend. Rosenboom draait zijn hand niet om voor 500 pagina’s en ook bij Zoete mond tiert de barokke overdaad welig. Hij situeert zijn roman in de jaren zestig in het fictieve Gelderse dorpje Angelen, waar de jonge, timide dierenarts Rebert van Buyten zich vestigt nadat hij zijn vrouw heeft verloren. Van Buyten wordt er al spoedig op handen gedragen nadat hij een overreden hond kan genezen. Zijn groeiende status is niet naar de zin van Jan de Loper, een charlataneske excentriekeling die zelf lange tijd in het middelpunt stond van de belangstelling. Zoete mond cirkelt thematisch rond dierenliefde. De jury noemt het lezen ervan “een pijnlijk genot”: “Vrolijke Mozart lijkt het: de taal stuwt het verhaal vooruit, bekorend speels, licht en zoet. Pijnlijk, omdat je de hele rit geconfronteerd wordt met de onmacht van de hoofdfiguren om greep te krijgen op de werkelijkheid.” Toch begrijp je waarom naast een grote groep aficionado’s veel lezers mijlenver weghollen van dit proza, dat met schroefjes en vijsjes geduldig in elkaar is gezet, maar ook een wat getelefoneerde indruk nalaat. Om maar te zwijgen van het trage ritme. Je moet toch niet verbaasd opkijken als Rosenboom een goed alternatief blijkt als de jury in een patstelling raakt, maar wie gaat zijn hand zo diep in het vuur steken voor hem?

“Ik kon niet anders dan van Sprakeloos een fauvistisch kunstwerk maken. Het verlies van taal moet je net in zo’n zingend mogelijke taal omzetten: pas dan werkt het”, zo poneert Tom Lanoye in Humo. Met de lang voor zich uit geschoven hommage aan zijn moeder Josée Lanoye-Verbeke, die na een beroerte haar spraak moet ontberen en woede-uitbarstingen krijgt, heeft Lanoye inderdaad alle registers opengetrokken. Sprakeloos is “een langgerekte vloek” geworden, een vergeefse vuist tegen de onwaardige aftakeling van de nochtans ooit zo welbespraakte diva van het amateurtheater. De vinnige Josée herrijst in dit boek als een personage dat je niet meer uit je geheugen krijgt gewist, zonder dat Lanoye zich daarvoor aan nostalgie hoeft te vergrijpen. En passant vlecht hij ook zijn coming-out als homo in en serveert hij talloze familiegeschiedenissen. Lanoye mocht absoluut niet klagen over de persontvangst van Sprakeloos én kreeg ditmaal ook de Nederlandse recensenten op de knieën. Slechts Knack was van oordeel dat Lanoye het in dit boek te breed laat hangen en het geduld van de lezer veel te lang op de proef stelt, tot hij eindelijk to the point komt.

Lanoye, enige overblijvende Vlaming op de Uilshortlist en tevens in poleposition voor de Libris op 10 mei, krijgt in alle literaire pronostieken de meeste kruisjes achter zijn naam. Volgens de Humo-glazen bolkijker van dienst kunnen slechts “buitenliteraire argumenten” verhinderen dat de Gouden Uil naar Lanoye gaat. Al vindt De Standaard dat, gezien het buitenproportionele Humo-stempel van de jury, het voor Lanoye beter zou zijn “als hij de Uil niet, en de Libris wel wint”. Maar het is verre van denkbeeldig dat hij de dubbelslag realiseert.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234