Zaterdag 02/07/2022

tussen droom en daad

Op 1 mei vorig jaar werd de Europese Unie met tien nieuwe lidstaten uitgebreid, waaronder acht landen uit het vroegere Oostblok. Nu, een jaar later, zijn de blikken opnieuw, en stukken priemender dan verwacht, op de Europese eenwording gericht. Met het oog op de referenda ter goed- of afkeuring van het voorstel tot Europese Grondwet, is voor het eerst een burgerdebat over richting en zin van het Europese project losgebarsten. Voorwaar een gunstige wending, en overschot van reden om meer over de Unie te weten te komen. Reden, waarom ook niet, om uw vrienden op 9 mei, Sint-Schuman, eens op een Europa-boek te trakteren. Door Lode Delputte

Als het over Europa gaat, dan knettert het in boekenland. De jongste weken tekenden met name de Franse boekhandels een heuse recordverkoop op. De grondwet zelf, en alle interpretaties ervan, gaan als zoete broodjes over de toonbank. Iedereen wil bij zijn, een beetje nieuwsgierige Fransman zet zich aan het lezen. In Nederland wil het zo'n vaart nog niet lopen, al blijkt ook daar de toon gezet. Onze zuiderburen mogen zich op 29 mei per referendum uitspreken, de noorderburen drie dagen later. De Belgen stemmen zoals bekend niet, evenmin als de Duitsers - wat betekent dat hun nationale parlementen over de grondwet gaan, en haar zonder omhaal zullen goedkeuren.

Dat niet-stemmen heeft het grondwettelijke debat bij ons, toegegeven, nogal schraal gehouden. Van tegensprekelijke vertogen zoals sterjournaliste Christine Ockrent die op de Franse tv in het goede spoor houdt, was in Belgenland geen sprake. Wie bij ons kritische vragen heeft, moet bij Nederlandse uitgevers terecht.

Niet eerder dan vorige week viel ons zodoende het boekje Op welke grond rust deze wet? op de leestafel. Deze Beschouwingen over de Europese Grondwet, de ondertitel, hebben als doel de weifelende medelander tot een neen-stem te bewegen. In veertien korte, krachtige artikels van de hand van activisten, journalisten en professoren krijgt u te lezen hoe onbezonnen het wel zou zijn als we ja zeiden aan de "merkwaardige bundeling van teksten" die voor de lekkerklinkerij een 'grondwet' wordt genoemd.

Op enkele vlakken hebben de neenzeggers zeker een punt. Zo klopt het waarschijnlijk dat de crisis die de verwerping van de grondwet mogelijk tot slotsom zal hebben, ten lange leste heilzaam kan blijken. "Voor zover er (in Europa) vooruitgang is geboekt", zegt hoofdopsteller Willem Bos, "is dat vooral het gevolg van crises, van signalen uit de bevolking dat men geen vertrouwen heeft in de gang van zaken."

Bos argumenteert bijvoorbeeld dat de huidige, beperkt toegenomen bevoegdheden van het Europees Parlement er nooit gekomen waren als de Europese kiezers niet stembusgang na stembusgang hun gebrekkige vertrouwen in het democratische gehalte van de Europese Unie te kennen gegeven hadden. Hij heeft wellicht geen ongelijk, al is het een tikje negatief om vooruitgang louter als het product van een fikse rel te typeren.

Helder geschreven en duidelijk gemotiveerd is ook de bijdrage van Arjo Klamer, professor in de culturele economie aan de Erasmus-universiteit in Rotterdam. De academicus zette destijds zijn handtekening onder een door 99 mede-economen onderschreven tekst tegen de euro. Om zich er snelsnel van af te maken, betoogt Klamer, zetten politici alleen de oppervlakkige voordelen van de euro in de verf: hoe makkelijk en praktisch het wel niet is de prijzen in de diverse landen van de eurozone met elkaar te kunnen vergelijken, hoe handig ook dat we niet langer met al die vreemde munten hoeven te prutsen.

De werkelijkheid achter de euro roept helaas geen vakantiegevoelens op, zegt Klamer. Hij stoelt zijn verzet tegen de grondwet op het pijnpunt dat ook de Franse ex-premier en socialist Laurent Fabius ontwaart: het Europese muntbeleid, onze euro dus, wordt door niet-verkozen ambtenaren gestuurd. De Europese Centrale Bank (ECB) geeft ook geen mogelijkheid tot politieke controle. Onze Frankfurtse vrienden zijn zo strak in de leer dat prijsstabilisering hun enige zorg is. Ook als dat ten koste gaat van Europese banen en Europese uitvoer op de wereldmarkt. Ook als dat het leven een heel stuk duurder maakt - een vaststelling die maar weinigen zullen tegenspreken.

Maar bon. De euro is wat hij is en de klok terugdraaien zit er niet in. Het Verdrag van Maastricht is destijds goed en wel goedgekeurd. Dat de gang van zaken in de grondwet nog eens aangesterkt wordt, maakt deel uit van de consoliderende dynamiek die de grondwet nu eenmaal beoogt. Of de ECB voldoende dan wel noodzakelijke grond vormt voor het verwerpen van de tekst, zal iedere twijfelaar voor zich moeten uitmaken.

Andere bijdragen in het boekje, een uitgave van het Comité Grondwet Nee, gaan onder meer over de wapengrootmacht die de auteurs in het Europa van deze grondwet vermoeden; over Europa's gebrekkige bekommering om dierenleed; de als conservatief beschouwde kijk op homo's, lesbiennes en vrouwen; over het verschil tussen 'recht op' en 'toegang tot recht op'; over het anderhalve eeuw in de tijd terugdraaien van de democratische klok - de mening van ex-Vara-baas en PvdA'er Marcel van Dam.

Met alle eerbied voor dit handige en verhelderende boekje, maar de lezing ervan laat toch een vreemd gevoel na. Allereerst omdat de neen-adepten kennelijk in een heel ander paradigma zitten dan de ja-zeggers. Voor neen is het een uitgemaakte zaak, een axioma welhaast, dat Europa een neoliberaal en conservatief project is. Dat volkssoevereiniteit ons hoogste en dringendst te vrijwaren politieke goed is. Dat de EU door een hetzij kwaadwillige hetzij naïeve, maar alleszins rijke elite bestuurd wordt, waartegen de burger geen verhaal heeft.

Opnieuw: wij vinden die kijk behoorlijk somber. Neen tegen de euro, neen tegen de sociale-markteconomie, neen tegen de Bologna-hervorming, neen tegen de hervormingen van de sociale zekerheid, neen tegen de globalisering, kort gevat, neen tegen de grondwet.

Toekomstgezind word je er niet van, van al die neeïgheid. Maar ze vertolkt wel een op grond van vele persoonlijke ervaringen tot stand gekomen collectief gevoel van ontgoocheling, angst en boosheid. Een niet te onderschatten deel van de Europese bevolking deelt dat gevoel en zoekt een zondebok. Te veel nationale regeringen, klinkt het in de wandelgangen van de Commissie, hebben gretig de beschuldigende vinger van de publieke opinie vastgehouden, om hem richting Brussel te doen wijzen. Door de te verwachten neen-stem, krijgen ze de boosheid als een boemerang in het gezicht terug.

Erg goed, maar Angelsaksisch eurosceptisch - 'eurorealistisch', zoals de betrokkenen zichzelf liever noemen - is ook het boek van de Nederlandse journalist en Brussel-correspondent Ben van der Velden. In De Europese onmacht. Scènes uit de achterkamers wordt op treffende wijze duidelijk gemaakt hoe ver de staatkundige gevolgen van alledaagse kleinmenselijkheid kunnen reiken, van meertalig gestuntel, van verkeerde inschattingen, diplomatieke onhandigheden, wandelgangengefluister en koehandelpraktijken: een Commissievoorzitter als Romano Prodi die zelfs in het Italiaans amper verstaanbaar is; het idee dat Oostenrijks toekomstige kanselier Schüssel zou buigen voor Europese sancties als hij met Jörg Haider in zee ging; de toenmalige Nederlandse premier Wim Kok die eigenlijk wel Commissievoorzitter had willen worden, maar het niet werd omdat hijzelf uit tactische overwegingen almaar had laten horen dat hij het juist niet wou worden.

Natuurlijk, al het bovengenoemde is des mensen, en sinds de nacht der tijd eigen aan politieke structuren. Maar de nieuwigheid van het Europese experiment, de slepende vraag of de Unie een einddoel moet hebben en de Babelse spraakverwarring die de hele constructie met zich brengt, zijn extra belastend voor de gewenste bestuurlijke helderheid en een gestroomlijnde besluitvorming. Al biedt nu net de grondwet daar zo'n interessante aanzet toe.

Meer zin om de grondwet positief in te schatten, krijg je na lezing van een heel ander boek, eentje dat het midden houdt tussen politieke filosofie en maatschappijleer, en van de hand is van de bekende Duitse sociologen Ulrich Beck en Edgar Grande. Een eind vorig jaar uitgekomen kluifje in het Duits, 400 pagina's lang, dat we, à propos, in de Europa-stad bij uitstek Aken in het winkelrek aantroffen.

Kosmopolitisches Europa is een werk dat uitnodigt tot een verregaande maar constructieve kritiek op de gang van zaken in de Unie. Grosso modo vinden Beck en Grande dat de Europeanen eindelijk maar eens uit hun natiegevoel moeten treden. Dat geldt niet alleen voor burgers die zich bij voorkeur en in de eerste plaats Fransen, Duitsers, Spanjaarden, Nederlanders, Slovaken of Slovenen voelen - de meerderheid - maar net zo goed voor hen die al van hun eigen natiestaatgevoel afscheid genomen hebben, en het meteen maar voor een Europees natiegevoel verruild hebben. Door traditioneel nationalisme door Europees nationalisme te vervangen, scheppen we een nationalistische dynamiek waarbij onze eeuwenoude, tot bloedens toe aangescherpte conflicten tussen naties domweg herhaald worden, deze keer tussen de grote natie Europa en de kleine naties die er deel van uitmaken.

"Op die manier", schrijft Beck, "verwordt de europeïsering tot een diabolische nulsom waarbij iedereen verliest, zowel Europa als de naties die er deel van uitmaken." Alleen een radicale kritiek van het klassieke natiegevoel, van het nationalisme kortom, kan Europa, "onze laatste werkbare utopie", zichzelf overstijgen en zijn burgers achter zich krijgen. Het natiegevoel moet ingebed worden in een veelgelaagde, kosmopolitische identiteit. Alleen een identiteit waarbij iedereen gelijk is in zijn andersheid (links, rechts, zwart, blank, moslim, christen, vrouw, man, hetero, homo, enzovoort) kan redding bieden in een wereld vol gevaren. Uiteindelijk, zegt Beck, is het de andersheid zelf die op moet houden te bestaan.

Beck en Grande zijn best wel concreet. Institutioneel is het Europese kosmopolitisme eigenlijk al een feit. De vaders van de Europese gedachte - Monnet, Spaak, Schuman, Spinelli... - hadden na de Tweede Wereldoorlog door dat Europa noch intergouvernementeel noch supranationaal kon zijn, maar een nieuw, nooit eerder uitgeprobeerd samenspel van beide moest gaan worden.

Dat institutionele kosmopolitisme in de richting van een kosmopolitisch burgerschap vertaald krijgen, daarin bestaat de uitdaging. Veel Europeanen denken nog steeds in natiestaatbeelden als ze bij Europa stilstaan. Alsof Europa ooit een afgewerkte, territoriaal keurig gedefinieerde, politiek, sociaal en economisch netjes omlijnde eenheid kan worden. Het is net die illusie die talloze burgers vandaag met angst opzadelt "dat we er zo wel nooit zullen komen". Alleen door Europa als een positieve dynamiek voor te stellen, meer dan als een dringend te halen eindmeet, kan de Europeaan uit zijn nog enge denken los komen.

En dan is er een reeks boeken die we moeiteloos onder de noemer 'euroforisch' kunnen rangschikken, opkikkers voor als u even een euro-dip heeft, zeg maar. Zowel in Superstate. The New Europe and its Challenge to America als in The European Dream. How Europe's Vision of the Future is Quietly Eclipsing the American Dream wordt de Europese Unie heel vleiend als de postmoderne supermacht van de toekomst opgevoerd. Het eerste boek is door een in de VS werkzame Engelsman geschreven, het tweede door een vooral in Europa actieve Amerikaan. Beiden kijken dus door een Amerikaanse bril naar Europa - en zagen dat het goed was.

Eerst het eerste werk, van Stephen Haseler. Haseler is als academicus groot geworden aan de bekende London School of Economics en ging daarna aan de slag bij John Hopkins en Georgetown University. Ook zijn uitgever, I.B. Tauris, is bepaald geen kleintje. Net daarom is het zo stom dat de Franse ex-minister van Buitenlandse Zaken Dominique de Villepin door Haseler hardnekkig Villepaine genoemd wordt, een slordigheid die de indruk geeft dat zijn boek haastwerk is geworden.

Superstate zal er vooral bij euro-gaulisten, die net als wijlen Charles de Gaulle vinden dat Europa los van de VS een eigen plaats in de wereld moet verwerven, als gesneden koek in zal gaan. De redenering is, grofweg beschouwd, deze: dat Washington zonder dat met zoveel woorden te zeggen bang is voor een sterk Europa en bijgevolg de verdeel-en-heerskaart trekt, met een VS-gezind New Europe aan de ene en een anti-Amerikaans Old Europe aan de andere kant. Dat die Europese tweespalt tijdens de Iraakse crisis heus wel gespeeld heeft onder de Europese politici, maar niet bij de burger. Dat Europa met zijn stevige munt en 450 miljoen inwoners nu al de grootste economie ter wereld heeft, en dat het geen eeuwigheid meer zal duren voor de Unie met een slagvaardig buitenlands en veiligheidsbeleid zal uitpakken.

Het enige probleem: Europa wil zelf nog niet begrijpen hoe sterk het wel staat, en hoeveel invloed het in de wereld geniet. Haseler stuurt niet aan op een Atlantische crisis, wel op een herschikking van het krachtveld. Europa moet een partner, niet de loopjongen van de VS worden. En o ja: Haseler lijkt er rotsvast van overtuigd dat de grondwet goedgekeurd raakt.

Niet minder zeker is Jeremy Rifkin, een Amerikaanse socioloog die zijn halve leven in Europa doorgebracht heeft en tot de raadslui van Commissievoorzitter Prodi behoorde. Rifkin is een heuse idealist, zo idealistisch dat wie The European Dream leest, bijwijlen inderdaad denkt te dromen. Zo ontwaart Rifkin her en der wel sporen van armoede in Europa, maar niets dat de vergelijking met de maatschappelijke hecatombe over de grote plas doorstaat. Europeanen zijn minder obees, gaan smaakvoller gekleed, zijn vaker in voor verfijnde cultuur, lezen meer en hebben vrije dagen dat het een lust is - niet alleen goed voor de volksgezondheid, maar ook voor de productiviteit van werknemers. Het bewijs: een indrukwekkende, door cijfers en getuigenissen geschraagde waslijst van industriële, commerciële, culturele, intellectuele en academische activiteiten waar Europa het beter doet dan de VS. "The new land of opportunity", noemt Rifkin Europa.

De struikelblokken zijn immens, maar Europa zal er komen, zegt hij. Gehard en verzacht door oorlog en bloedvergieten, getemd ook in zijn beschavings- en kersteningsdrang, heeft het seculiere Europa om historische, geografische en wereldbeschouwelijke redenen een andere, meer relativerende kijk op tijd, ruimte en mens dan Amerikanen. Vandaag, zegt de auteur, schept een nieuwe generatie jonge Europeanen een totaal nieuwe droom, een droom ook die beter aangepast is aan de uitdagingen van de geglobaliseerde eenentwintigste eeuw. "Europa is een gigantisch laboratorium voor de toekomst van de mensheid", schrijft hij. Rifkins erg bemoedigende werkstuk is niet voor niets opgedragen aan mensen voor wie hij echt wel een boontje heeft, "the Erasmus generation of college students in Europe".

Of dat allemaal voldoende is om de grondwet goedgekeurd te krijgen, zal nog heel erg moeten blijken.

Lode Delputte

Willem Bos &

Daniël de Jongh (red.)

Op welke grond rust deze wet?

Van Gennep, Amsterdam,

119 p., 12,90 euro.

Ben van der Velden

De Europese onmacht. Scènes uit de achterkamers

Meulenhoff, Amsterdam,

287 p., 18,50 euro.

Ulrich Beck &

Edgar Grande

Kosmopolitisches Europa

Suhrkamp, Frankfurt,

400 p., 18 euro.

Stephen Haseler

Superstate. The New Europe and its Challenge to America

I.B. Tauris, Londen, 212 p.

Jeremy Rifkin

The European Dream

Penguin, New York, 434 p.

Alleen een identiteit waarbij iedereen gelijk is in zijn andersheid kan redding bieden in een wereld vol gevaren. Uiteindelijk, zegt Beck, is het de andersheid zelf die op moet houden te bestaan

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234