Zondag 16/01/2022

AchtergrondGeweld bij jongeren

Twee steekpartijen in één week: ‘Mes op zak hebben lijkt relatief onschuldig’

In Hemiksem kwamen familie en vrienden vandaag samen om bloemen neer te leggen waar een jongen dinsdagavond werd neergestoken. Beeld Photo News
In Hemiksem kwamen familie en vrienden vandaag samen om bloemen neer te leggen waar een jongen dinsdagavond werd neergestoken.Beeld Photo News

In Hemiksem stak een 18-jarige een jongen van 17 neer. In Oostkamp overleed de 15-jarige Milan na een fatale steek van een 17-jarige dader. Wat doen al die jongeren met een mes op zak? ‘De reden kan begrijpelijk zijn’, zegt jeugdcriminoloog Stefaan Pleysier (KU Leuven). ‘Maar een steekwapen dragen vergroot de kans dat er ook effectief iets mee gebeurt.’

Celien Moors

Na de dood van een 15-jarige afgelopen weekend viel er dinsdagavond ook een 17-jarige dode in Hemiksem te betreuren. Beide tieners werden doodgestoken met een mes. Beide daders blijken ook onder de 20 te zijn. Dat er twee tieners sterven door een mes in minder dan een week is opvallend. Dat hoeft niet te betekenen dat jongeren vaker een mes trekken tijdens een ruzie, maar het kan wel.

“We moeten er alleszins aandacht voor hebben”, zegt Stefaan Pleysier, jeugdcriminoloog aan de KU Leuven. “Uit Nederland en het Verenigd Koninkrijk, waar er de laatste jaren vaker incidenten met steekwapens waren, weten we dat de kans bestaat dat dergelijke voorvallen op een tendens wijzen. Het is alleszins niet normaal dat een tiener een mes op zak heeft.”

Kleine zes procent

Veel gegevens over het bezit en gebruik van messen bij jongeren zijn er niet. Cijfers van politie en parketten laten niet zien of een gewapende diefstal of overval met een mes dan wel een vuurwapen gepleegd werd. De laatste monitor van het JeugdOnderzoeksPlatform (JOP), waarin vijfjaarlijks een groep jongeren tussen 14 en 25 jaar bevraagd wordt, geeft een idee: in 2018 had een kleine 6 procent al eens een wapen als een boksbeugel, een mes, een vuurwapen, een ketting of iets gelijkaardigs op zak. Zakmessen – ook al eens gebruikt om tijdens de middag een appeltje te schillen – werden niet meegerekend.

“Tussen 2005 en 2013 lag dat cijfer tussen 2 en 4 procent”, verduidelijkt Pleysier. “Maar dat hoeft niet noodzakelijk te betekenen dat er sprake is van een stijging. Pas bij de laatste bevraging gaven we voorbeelden van wapens bij de vraag, en steeg het percentage. Dat kan betekenen dat ze pakweg een mes voordien niet als een wapen beschouwden.”

Pleysier ziet twee grote redenen waarom jongeren de deur uitgaan met een mes. Eén: ter verdediging. “Sommige jongeren denken dat het veiliger is. Zeker in verstedelijkte omgevingen en wanneer de persoon in kwestie al eens in een onveilige situatie terechtkwam, steekt dat onveiligheidsgevoel sneller de kop op en denkt de jongere zich met een wapen te kunnen verdedigen.”

Twee: profileringsdrang, zeker op jonge leeftijd. “Stoerdoenerij, groepsdruk: het kan allemaal een rol spelen. In sommige vriendengroepen zal een mes meenemen echt afgekeurd worden, waardoor iemand het de dag nadien weer gewoon thuislaat. In andere kringen wordt het ‘cool’ gevonden, waardoor het gedrag bevestigd wordt. Dat kan zorgen voor een negatieve spiraal met steeds meer wapendracht. Het kan ook gebeuren dat jongeren zich spiegelen aan films of muziekgenres waarin messen een grotere plaats hebben. Maar wanneer fictie en realiteit echt door elkaar beginnen te lopen, dan spelen er doorgaans ook andere problematieken mee.”

Zelfbeheersing

“Die achterliggende redenen lijken eigenlijk relatief onschuldig”, gaat Pleysier verder. “Maar het blijft verboden zonder uitleg een wapen op zak te hebben, ook al gaat het vaak om messen die doorgaans in de keuken te vinden zijn. Stel dat het effectief zo is dat jongeren vaker een mes op zak hebben, dan vergroot ook de kans op incidenten tijdens ruzies of frustraties. Zeker in die leeftijdscategorie: uit algemeen criminologisch onderzoek weten we dat jongeren tussen 16 en 21 jaar op het vlak van impulscontrole en zelfbeheersing nog niet volwassen zijn. Dat hangt samen met neurologische ontwikkelingen. Sommige jongeren denken misschien dat ze veiliger zijn met een mes op zak, maar het kan hen in nog grotere problemen brengen.”

Sinds vorig jaar in Nederland bleek dat er steeds meer incidenten zijn waarbij jongeren met messen betrokken zijn, staat het thema daar hoog op de agenda. Een recent gelanceerde overheidscampagne ‘Drop je knife, doe wat met je life’ moet jongeren in tweehonderd Nederlandse gemeenten aanzetten tussen 11 en 17 oktober hun messen – straffeloos en anoniem – in te leveren op verschillende inzamelpunten. Op sommige plaatsen kan dat ook voor vuurwapens. Ook is er een wetsvoorstel in de maak dat de verkoop van messen aan minderjarigen moet verbieden.

Pleysier: “Mochten we in de toekomst met een grotere regelmaat te maken krijgen met dit soort incidenten, zal die discussie wellicht ook bij ons gevoerd worden. De vraag is maar of dat een goede aanpak is. Een onveiligheidsgevoel los je niet op door het mes weg te nemen. Beter is om te onderzoeken waarom jongeren een of ander wapen op zak hebben.”

Dat is volgens Pleysier ook de boodschap voor ouders: “Ga het gesprek aan, graaf dieper naar de reden waarom je kind een mes nodig vindt, en probeer dat aan te pakken om zo te vermijden dat de problemen groter worden dan hetgeen ze proberen te ontlopen. Om een onveiligheidsgevoel te verkleinen, zijn er vaak andere en betere oplossingen.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234