Donderdag 18/08/2022

Tweede van Vincent Van Goghs 'Arlesiennes' gaat dit jaar onder de hamer

De geportretteerde dame werkte in een caf� waar Van Gogh vaak kwam drinken. Ze was bevriend met hem, maar tekende een petitie om hem te laten interneren

Portret van een vriendschap die eindigde in tranen

Ze kijkt weemoedig naar de schilder. Ze oogt mooi, trots, intelligent. Haar schoonheid wordt geaccentueerd door het bloemetjesbehang en de roze-witte jurk. Haar intelligentie leiden we af uit de boeken voor haar op de tafel. Ze was Marie Ginoux, 41 jaar, caféhoudster uit Arles. Een vrouw die zich over de schilder Vincent Van Gogh ontfermde, en hem vervolgens bedroog.

Brussel

the independent

John Lichfield

Mevrouw Ginoux heeft al langer een plaats in de kunstgeschiedenis. Maar nu zal haar faam nog groeien. Het schilderij, een van de weinige Van Goghs die nog in privébezit zijn, wordt in mei geveild door Christie's in New York. Kenners verwachten dat het probleemloos 40 miljoen euro zal gaan. Een ander portret van haar, dat Van Gogh naar eigen zeggen in een paar uur tijd op het doek 'kwakte', is nu een van de dierbaarste bezittingen van het Musée d'Orsay in Parijs. Van Gogh schonk haar het schilderij en gaf verscheidene andere doeken aan haar echtgenoot. Ze verkochten ze voor veel geld toen Van Gogh na zijn dood wereldberoemd werd.

Dit tweede portret is minder bekend, of beter, was minder vaak te zien. Van Gogh schilderde het een jaar later dan het eerste, in 1890. Hij werkte op een schets van de schilder Paul Gauguin. Later zou Van Gogh het ook aan Gauguin opdragen, als aandenken aan de verschrikkelijke twee maanden die ze samen in Arles doorbrachten in 1888. Die fase staat bekend als een van de beruchtste en rampzaligste artistieke samenwerkingen ooit. De opdracht was wellicht Vincents manier om zich te excuseren omdat hij zijn vriend met een scheermes te lijf was gegaan, net voor hij zijn eigen oor een stuk inkortte, in december 1888.

Het verhaal is bekend, misschien zelfs een beetje te. De meeste details over de ruzie tussen de twee schilders werden later door Gauguin verstrekt. Vrouwen uit Van Goghs leven hebben meermaals gesuggereerd dat er ook een andere kant aan de affaire was.

Minder bekend is dat Marie Ginoux en haar echtgenoot Joseph, twee van Van Goghs weinige vrienden in het stadje, probeerden hem te laten opnemen in een inrichting. De namen van de vijf inwoners van Arles die tegen hem getuigden, werden lang geheimgehouden. De kunstkenner Martin Gayford schreef vorig jaar een artikel over zijn zoektocht in de plaatselijke archieven. Hij ontdekte onder de vijf kroongetuigen ook de naam van Joseph Ginoux, eigenaar van Café de la Gare, een vriend van Van Gogh en de echtgenoot van Marie Ginoux.

Het volledige verhaal is te lezen in een boek van Gayford dat in maart uitkomt. In The Yellow House: Van Gogh, Gauguin and Eight Tumultuous Weeks in Arles (Penguin) beschrijft hij de periode die Van Gogh in Arles doorbracht. "Hij beschikt niet over zijn volle geestelijke vermogens en drinkt verschrikkelijk zwaar. Hij is zo buiten zinnen dat hij niet meer weet wat hij doet of zegt", stond er in de petitie ondertekend door dertig buren, onder wie ook Marie Ginoux.

Aangezien Van Gogh met name zwaar dronk in het café van Marie Ginoux klinkt de klacht behoorlijk hypocriet. Hoe dan ook, Van Gogh was al een paar keer opgenomen in een inrichting na zijn aanvallen op Gauguin en zijn eigen oor. Hij gedroeg zich almaar labieler, ook al beleefde hij toen een van de vruchtbaarste creatieve perioden van zijn gekwelde leven.

Er kwam een politieonderzoek, waarbij vijf getuigen ondervraagd werden. De plaatselijke politiechef, Joseph d'Ornano, oordeelde dat Van Gogh moest worden opgenomen in het plaatselijke ziekenhuis. Van Gogh noemde de petitie tegen zijn persoon in een brief aan zijn broer Theo "een zware stoot in de borst". Vincent was het jaar daarvoor naar Arles getrokken om te ontsnappen aan het sombere Parijs, om het zuiderse licht te herontdekken, en in de vage hoop inspiratie te vinden in de zuiderse vrolijkheid van de mensen.

Aanvankelijk was Van Gogh gecharmeerd, maar al snel kwam hij tot de conclusie dat de mensen in Arles "lui en onverschillig" waren en elke passie en interesse misten. De petitie bevestigde zijn minachting alleen. Hoe kan het nu, vroeg hij zich af, dat er zulke mensen zijn, "laf genoeg om zich met zijn allen tegen één te keren, die dan nog ziek was". Niets wijst erop dat hij wist dat Marie en Joseph Ginoux de petitie ondertekenden. Hij bleef met hen corresponderen tot aan zijn dood achttien maanden later.

Waarom het koppel zich tegen Van Gogh keerde, is onduidelijk. Misschien waren ze oprecht bang voor hem, misschien dachten ze dat een internering in zijn eigen belang was. Wat er ook van zij, liever dan naar de gevangenis te gaan liet van Gogh zich opnemen in het St-Paul-de-Mausolehospitaal in Saint-Remy-de-Provence. Daar was het dat hij, behalve enkele werken die nu tot zijn beste gerekend worden, het tweede portret van Marie Ginoux schilderde, het schilderij dat dus bij Christie's geveild wordt.

Als hij zich door de familie Ginoux verraden had gevoeld, had hij wellicht nooit zo'n flatterende nieuwe versie van Marie geschilderd. Het eerste schilderij, waarop ze te zien is in de traditionele klederdracht van de streek, is nogal hoekig en ernstig. In het tweede portret oogt Marie zachter en verfijnder. Voor haar liggen twee boeken. De subtekst luidt: deze vrouw is erg belezen.

Van Gogh en Gauguin werden na het spijtige incident met het scheermes opnieuw vrienden, of op zijn minst pennenvrienden. Gauguin heeft het tweede portret wellicht gezien, waarschijnlijk in het huis van Theo Van Gogh in Parijs, en was vol bewondering.

In juni 1990 schreef Van Gogh hem: "Het doet me enorm veel genoegen dat je zegt dat het portret van de Arlésienne, dat strikt gebaseerd is op jouw tekening, je goed bevallen is. Ik heb getracht je tekening heel precies te eerbiedigen en toch de vrijheid genomen een interpretatie te geven door middel van een kleur in het sobere karakter en de stijl van de tekening in kwestie. Het is, als je wilt, de synthese van de Arlésienne; daar de syntheses van Arlésiennes zeldzaam zijn, moet je dit maar opvatten als een werk van jou en mij als een resumé van onze maanden van samenwerking."

Dit schilderij koos Van Gogh met andere woorden uit om de kortstondige, tot mislukken gedoemde poging te symboliseren om samen met Paul Gauguin een kunstenaarskolonie op te zetten in Arles, de zogenaamde Studio van het Zuiden.

De droom spatte binnen twee maanden uiteen door het gekibbel van twee mannen die in de zaak van madame Ginoux wat te graag aan de absint zaten. Het lijkt erop dat Van Gogh Gauguin te cerebraal en kil vond. Gauguin beschuldigde Van Gogh van nonchalance en haastwerk. Vincent schilderde zo veel doeken in zijn periode in Arles, en later, voor hij in Auvers-sur-Oise bij Parijs zelfmoord pleegde, dat er nogal hevig gediscussieerd wordt over de vraag of het wel allemaal Van Goghs zijn. Over het tweede portret van Marie Ginoux bestaat er geen enkele twijfel. Het schilderij, bekend als L'Arlésienne, Madame Ginoux, was al jaren in het bezit van de familie-Bakwin uit Amerika. De ontwikkelingen op 2 mei beslissen of het meesterwerk binnenkort ook door het grote publiek bewonderd kan worden.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234