Vrijdag 07/10/2022

'Uren aan materiaal hebben we weggegooid'

De moeilijke tweede? De verraderlijke derde? Niks van: indiedarlings The Maccabees botsten pas bij album nummer vier met de kop tegen de muur. 'Marks to Prove It' werd geen plaat, maar een gevecht.

Als we hen treffen in een zich correct van zijn functie kwijtend hotel op een bijtrekpas van Brussel-Zuid, zien de twee afgevaardigden van de band - te weten: Orlando Weeks (zang) en Felix White (gitaar) - eruit zoals iedereen die zich na maanden zelfgekozen studio-isolement weer in de sociale wereld begeeft. Niet héél erg fris, maar wel met een beate, op randje van stupide glimlach om de mond. Terecht, want met Marks to Prove It hebben ze zo te horen een echt monster getemd.

Waar bevond dat beest zich dan wel? In de Londense wijk Elephant and Castle - de wijk van The Maccabees en niemand anders - waar ze zich nu voor het eerst verschansten in een privéstudio. Afgesloten van alles en iedereen, zonder bemoeienissen van buitenaf en aanvankelijk nog met goede moed. Iedereen had er zin in, het werk werd aangevat. En dan: niks.

De Britse pers werd al snel ongerust: niemand die The Maccabees zag, geen woord dat de groep zelf de wereld in stuurde. Er heerste een onuitgesproken vermoeden: The Maccabees waren even de pedalen kwijt. Ging je ze opzoeken in hun geheime hoofdkwartier, dan zou je er Howard Hughes-achtige types treffen, met een junglebaard, nagels die ook de rug van de buurman kunnen krabben en een stuk of wat flessen urine in de hoek. Wat déden ze daar, waarom duurde het zo lang?

Qua fysieke isolatie viel het al bij al best mee: ja, ze werkten zes dagen per week, en ja, die dagen durfden weleens in elkaar over te vloeien, maar 's avonds ging iedereen gewoon naar zijn familie. En het is niet dat ze in the middle of nowhere zaten: het blijven tenslotte stuk voor stuk Londenaars. Nee, het was de mentale isolatie die het 'm deed. Misten ze namelijk in Elephant and Castle: interactie met gelijkgestemde zielen.

Uitputtingsslag

The Maccabees maakten altijd muziek met ander gelijkgestemd volk in de buurt. Dan hoorden ze collega's in dezelfde gang aan hun eigen spul knutselen: gezellig. Nu was er niemand die eens dag kwam zeggen, laat staan een noot van Marks to Prove It kon of mocht horen. De vier waren, uit eigen initiatief, volledig op zichzelf aangewezen. Maar ze hadden zichzelf helemaal fout ingeschat. Helemaal alleen was ook maar helemaal alleen: het wilde niet lukken, het ging niet vooruit, het proces zat klem. Frustraties konden niet uitblijven. Nu kunnen ze erom lachen, maar ze zijn niet te beroerd om toe te geven dat er in de afgelopen twee jaar - zo lang zaten ze in hun doodlopende straat - onkiese woorden over en weer zijn gegooid.

Orlando en Felix schuifelen eens, geven elkaar een ongemakkelijke grijns en slurpen van hun Orangina: was die situatie achteraf gezien een goed idee? "Probably not." Iedereen stoorde zich eraan dat er nooit gepraat werd over gevoelens of privézaken, maar niemand die de koe bij de horens vatte. In de echte wereld werd er dan weer nooit ofte nimmer over muziek gesproken: daar had niemand zaken mee. In de studio begonnen andere wetten te gelden dan in de mensenmaatschappij: het was een universum waar alleen De Plaat van tel was. The Maccabees leefden op twee sporen tegelijk, en die sporen gingen tegengestelde richtingen uit, zo ook de bandleden.

Kortweg: wat een liefdeswerk moest worden, draaide uit op een uitputtingsslag - het jongensachtige clubhuis werd een energie zuigende gevangenis. Iedereen was misnoegd omdat er zoveel nummers ("uren materiaal") geschrapt werden, omdat het allemaal zo traag ging en - later - omdat ook het postproductieproces maar niet marcheerde. Je kunt maar zoveel keer tegen dezelfde vier muren oplopen voor je gedachten gekke richtingen uitslaan. De heren overwogen meermaals om het hele project in de vuilbak te kappen. "Iedereen was er op bepaalde momenten wel even helemaal klaar mee."

Dan kwam, na maanden zoeken, zweten en pleuren eindelijk het halve mirakel waar op dat moment niemand nog op rekende: een zonnestraal die uitgroeide tot een supernova, een heuse ingeving. De perfect getitelde song 'Spit It Out' was, uit het niets, hun reddingsboei: de tegengestelde stijlen waarmee ze aan het worstelen waren - pianomotiefjes en gitaaruitbarstingen, pop en rock, grandeur en subtiliteit - klikten opeens samen tot iets waarvan ze allevier voelden dat het goed zat. Het heette een magisch studiomoment te zijn. Iedereen vindt het de beste song op de plaat, omdat het de song is die de plaat máákte - misschien zelfs de song die de band bij elkaar hield.

"Vanaf dan hadden we de sleutel te pakken. Dat weekend zijn Felix en ik eropuit getrokken en zijn we op een veldje gaan voetballen. Toen ik naar huis stapte, nam ik een omweg om op mijn gemak naar de drie nummers die we toen hadden, te kunnen luisteren. En o jongens: die waren echt góéd. Het gevoel op dat moment was meer dan pure gelukzaligheid: de hemel klaarde op en alle gewicht viel van mijn schouders. Alsof ik twee jaar migraine had doorstaan en nu opeens mijn kop weer voelde!" Ze konden eindelijk weer helder naar muziek kijken.

Uit het dal

Live speelden ze die nummers ondertussen ook al - pronkerige epistels over het leven in hun buurt in Londen, over alledaagse beslommeringen en over de prachtige revelaties die zich in het banale verstoppen voor wie goed kijkt - en daar komen ze pas echt tot hun recht. Ze wérken. En wanneer Orlando en Felix daarover vertellen, dan stralen ze: zeer handig met de zomerfestivals - Pukkelpop! - in het vooruitzicht.

"Het was een moeilijke periode, een traumatische periode zelfs, maar die heb je soms nodig om als artiest te kunnen evolueren. Op het moment zelf denk je: 'Shit, dit is afschuwelijk, wat heb ik mezelf aangedaan?' Maar achteraf besef je: 'Hé, zoveel bijgeleerd!' Het belangrijkste: om een goeie plaat te maken, heb je twee dingen nodig - tijd en volharding. En waarschijnlijk nog een stuk of wat zaken die ik toch alweer vergeten ben."

De Orangina is op en van de waanzin die naar eigen zeggen zolang in hun ogen zat, valt alleen nog een vleugje kattenkwaad te bespeuren. Zo zien we onze artiesten graag vertrekken, zeker wanneer ze uit een dal komen gekropen: lachend.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234