Woensdag 05/10/2022

Van de duisternis naar het licht

In Geen heiligen, geen engelen traceert Ivan Klíma de queeste van twee vrouwen op weg naar verlichting, Moris Farhi heft in Jonge Turk een lofzang aan op de liefde en de pluralistische idealen van Kemal Atatürk, in De samenzwering rekent Imre Kertész af met de ideologie van de communistische dictatuur en Hans Boland volgt in Russische zon zijn lievelingsauteur Poesjkin op de voet. Door Joseph Pearce

Klíma is een begenadigd schrijver die weet dat een boek bovenal een goed verhaal moet zijn

Ik heb zo vaak geen zin om te leven dat het me soms verwondert dat ik hier nog op aarde rondloop", geeft Kristina toe. De 45-jarige Praagse tandarts heeft redenen genoeg om zich slecht in haar vel te voelen. Haar vader is net overleden, haar ex-man heeft terminale kanker, haar opstandige dochter spuit zich met rotzooi in. Ook haar verleden zit boordevol sores. Haar joodse grootmoeder en haar familie werden tijdens de oorlog vergast, haar grootvader pleegde zelfmoord toen de communisten zijn zaak afpakten, een tante stak zichzelf in brand, haar twee echtgenoten bedrogen haar, haar vader was een tiran en zo'n overtuigde communist dat hij geen reden zag tot feestvieren toen zijn dochter op de dag dat Stalin stierf geboren werd. Bovendien krijgt Kristina anonieme brieven met doodsbedreigingen toegestuurd en zit haar moeder met een schuldgevoel omdat ze de joodse traditie van haar moeder niet heeft voortgezet. Kristina zit zo diep in de put en is zo bang dat ze iets verkeerds doet dat ze niet inziet dat haar depressiviteit haar dochter aansteekt. "Het leven is gewoon klote", zegt Jana. Ivan Klíma neemt zijn tijd om de route van de duisternis naar het licht af te leggen. "Alles in mijn leven is in zekere zin vastgelopen", zegt Kristina op een ogenblik dat de lezer dat al uitentreuren heeft gehoord. Tot overmaat van ramp vindt ook haar nieuwe en veel jongere minnaar dat het leven triest is. "Ik ben een sukkel", zegt Jan, "en nu ben ik dus alleen." Jan werkt op een staatsdienst die onderzoek doet naar martelpraktijken onder het communistische regime. Ooit hoopt hij de man te vinden die zijn vader folterde. Klíma is een begenadigd schrijver die weet dat een boek bovenal een goed verhaal moet zijn. Hij onderdrukt de drang om te vaak te filosoferen en moraliseren, heeft een neus voor scherpe dialogen en verrast de lezer nu en dan met een onthulling. Bovendien slaagt hij erin om de verhaaldraden uit elkaar te houden en tegelijk het hoofdthema niet uit het oog te verliezen. Toch duurt het bijzonder lang voor hij zijn personages tot inzicht laat komen. Zelfmedelijden, verwarring, blindheid en onwetendheid blijven Kristina en de anderen tot op het einde volgen. Van het goede te veel. De loutering komt uit onverwachte hoek wanneer de psychoanalyticus van Zonzicht, de gemeenschap waar Jana het rechte pad probeert te vinden, zegt dat het leven een wonder is en dat je daarom moet proberen zoveel mogelijk uit het leven te halen. Eind goed, al goed. Omdat "alles (zo kort) duurt dat God niet eens de tijd heeft met zijn ooglid te trillen" begrijpen Kristina en Jana dat ze elkaar moeten vergeven en ophouden met zeuren.

Ivan Klíma

Geen heiligen, geen engelen

Ani svatí, ani andêlé, Vertaald door Irma Pieper, Wereldbibliotheek, Amsterdam, 287 p., 17,90 euro.

Farhi's proza heeft alles van de schittering van zijn grote Turkse literaire helden bewaard

Suna verleidt de ene na de andere jongen van dertien, ook Mustafa, die van joodse afkomst is en op een college in Istanbul studeert, een kostschool die een perfecte weerspiegeling is van de multi-etnische verscheidenheid van Turkije. "Toen (Suna) had gehoord dat (rozenblaadjesjam) mijn favoriete jam was", vertelt Mustafa, "had ze me deze lekkernij prompt aangeboden, uitgesmeerd over haar glad geschoren vagina." In ieder van de dertien verhalen van Jonge Turk klinkt telkens zowel een lofzang op de liefde als op de pluralistische idealen van Kemal Atatürk, de stichter van het moderne Turkije. Hoewel Moris Farhi (°1935) al op zijn negentiende naar Engeland vluchtte en Brits staatsburger is geworden, heeft zijn proza alles van de schittering en sprookjesachtigheid van zijn grote Turkse literaire helden bewaard. Dichters als Âsik Ahmet en vooral Nâzim Hikmet, voorvechters van "sociale gerechtigheid, godsdienstvrijheid en gelijkheid voor allen". De strijd is ongelijk. Tegenover de verlichte geesten staan "machtsbeluste fascisten, reactionairen en religieuze fanatici" die iedere poging tot veelvormigheid de kop indrukken. Gevangenschap of ballingschap is het lot van alle tegenstanders van de zogenaamde turkificatie, die uitwisseling met andere rassen, nationaliteiten en etnische groeperingen verbiedt. Gelukkig schiet er voldoende tijd voor de liefde over. Farhi beschrijft op zeer onverschrokken en soms ook zeer poëtische manier de talloze seksuele geneugten die jongens aan meisjes en vrouwen beleven. "Ik leerde dat de lichamelijke liefde een honger is die je, als hij niet gestild wordt, net zo meedogenloos uitholt en kapotmaakt als de honger naar eten", geeft Mustafa toe. "En ik leerde God te danken dat hij ons die honger had gegeven." Alle jongens zijn vroegrijp en staan stijf van de lust. Hilarisch is de beschrijving van de vele soorten vrouwelijk naakt. Zo zijn er drie categorieën clitoris, sesamzaadjes voor kleine, linzen voor middelgrote en kikkererwten voor het grote kaliber. "Vrouwen met een sesamzaadje waren altijd knorrig." Toch verliezen al deze seksverslaafden het contact met de werkelijkheid niet. Jonge Turk speelt zich tussen 1939 en 1959 af. Turbulente tijden. De oorlog, de antisemitische maatregelen, het naoorlogse verval van de idealen van Atatürk. Stof genoeg voor jonge heethoofden en moedige dromers om zich aan politieke agitatie over te geven. Maar Farhi is geen pamflettist, ook al geeft hij in zijn laatste verhaal vijf waarheden aan de lezer mee, die van hem een goed en rechtschapen mens moeten maken. Boven alle politieke bedoelingen uit torent de kracht van een kleurrijke en zinderende stijl, even soepel en glanzend als de in elkaar verstrengelde lichamen van de geliefden.

Moris Farhi

Jonge Turk

Young Turk, Vertaald door Frans van Delft, De Geus, Breda, 384 p., 22,50 euro.

De tijdsdruk waaronder Kertész diende te werken,

speelde in zijn voordeel

Ik wil (...) een eenvoudig en ten hemel schreiend verhaal vertellen", schrijft Antonio Rojas Martens, terwijl hij in zijn cel op zijn proces wacht. Martens was rechercheur bij het Korps, de politieke politie van een dictatuur in Zuid-Amerika. Het Korps liquideerde tegenstanders van het regime. Nu dat regime is gevallen, blikt Martens terug op het vuile werk dat hij bij de politie opknapte. Imre Kertész schreef De samenzwering in 1975. Hij had slechts twee weken tijd, anders zou zijn boek niet passen in het productieschema van de staatsuitgeverij. Er was nog een probleem. Omdat zijn verhaal ging over de manier waarop een op onwettige wijze tot stand gekomen dictatuur zich op onwettige wijze aan haar macht vastklampte, besefte Kertész dat hij de handeling naar een denkbeeldig land moest verplaatsen. Een mirakel dat het boek mocht verschijnen. Alleen de domste dommeriken zouden niet gezien hebben dat Kertész korte metten maakte met de communistische dictatuur in Hongarije. De tijdsdruk waaronder Kertész diende te werken, speelde in zijn voordeel. Voor één keer kon hij het zich niet veroorloven om zijn opinies honderd keer om te draaien voor hij ze aan het papier toevertrouwde. Het komt het verhaal ten goede. De stijl is direct en compact, de plot helder en strak. Martens traceert tot in detail de meedogenloze methodes van het Korps. Hun routines en logica, hun strategie en taalgebruik, hun folterpraktijken en intimidaties. "Bourgeois, Jood, wereldverbeteraar", zegt zijn collega Rodriguez, "het is allemaal één pot nat. Al die lui willen maar één ding: onrust stoken." Kertész slaat met pijnlijk genoegen de ene na de andere spijker in de doodskist van de dictatuur. "Als je eenmaal (bij ons werk) betrokken bent geweest", zegt Martens, "kun je niet meer terug, maar enkel nog vooruit." Een ijzeren logica zonder ruimte voor begrip of twijfel. Het Korps handhaaft niet de wet, maar het gezag. "Ik dacht dat dat hetzelfde was", zegt Martens tegen zijn chef. "Ja", antwoordt die, "maar je moet wel de volgorde in de gaten houden. Eerst komt het gezag en dan pas de wet." Hoewel Martens begrijpt dat het Korps alles overboord heeft gezet wat hen nog aan de menselijke wetten bindt, legt hij zich slaafs bij alles neer. Alleen zijn steeds erger wordende hoofdpijn toont aan dat hij een geweten heeft. Tegenover het Korps staan fatsoenlijke burgers zoals Enrique Salinas. "Ik moet spreken", zegt hij, "nee, ik moet meer: ik moet handelen. Ik moet proberen een leven te gaan leiden dat de moeite waard is om geleefd te worden... Er zijn nu eenmaal tijden dat (...) alleen gelukkig zijn en niets anders... eenvoudig schofterig is." Nobele gedachten die zijn lot zullen bezegelen. Een huiveringwekkende parabel over macht en willekeur.

Imre Kertész

De samenzwering

Detektívtörténet, Vertaald door Henry Kammer, De Bezige Bij, Amsterdam, 123 p., 16,50 euro.

Boland is een begaafd vertaler, maar bovenal neemt hij nooit een blad voor de mond

Als het van Hans Boland afhangt, verdient Alexandr Poesjkin (1799-1837) het om bijgezet te worden in het pantheon van de allergrootste Europese schrijvers zoals Dante, Shakespeare of Goethe. Maar waarom lezen westerlingen hem dan niet? Waarom lezen ze liever Poesjkins landgenoten Tolstoj, Dostojevski en Gogol? In Russische zon breekt Boland een lans voor een dichter die hij de meest eigenzinnige figuur uit de Russische cultuur noemt. Een man met een verrassend moderne ideologie, voor wie vrijheid het principe van zijn ideale maatschappijbeeld was. Daarom is Poesjkin, aldus Boland, veel te westers voor de westerling. Die is in de Russische literatuur op zoek naar mystiek en mythes, niet naar helderheid en lichtvoetigheid. "Bij Poesjkin kan men om troost komen, niet om oplossingen, zoals bij de moralistische Dostojevski." Boland volgt Poesjkin op de voet; vanaf zijn geboorte in Moskou tot aan zijn dood in Sint-Petersburg, wanneer hij bij een duel wordt doodgeschoten door Georges D'Anthès, het bedvriendje van de Nederlandse ambassadeur. Russische zon is een verzameling opstellen over zes belangrijke aspecten: geboorte, liefde, vriendschap, politiek, dood en de relatie met Europa. Bovendien doorrijgt hij de tekst met talloze gedichten en fragmenten uit gedichten. Boland is een begaafd vertaler. Poesjkins poëzie klinkt, ook in het Nederlands, "vloeiend, natuurlijk, sprankelend, laconiek". Maar bovenal neemt Boland nooit een blad voor de mond. Zo is tsaar Paul I een hansworst en Poesjkin een losbol met een nikkerbakkes. "Hij hoefde maar een schaduw van een mooi meisje te zien of zijn hart ontvlamde", zodat hij vaak een huwelijksaanzoek deed op grond van de eerste blik. Zijn cultus van vrouwenvoeten kan gerust fetisjisme genoemd worden. Poesjkins lot was ook innig verbonden met de politieke ontwikkelingen in zijn land. Toen hij door de tirannieke Nicolaas I na de neergeslagen opstand van de Decembristen uit ballingschap werd teruggehaald, werden zijn geschriften gecensureerd door graaf Benckendorf, het hoofd van de geheime politie. In Mijn Russische ziel, onlangs verschenen, rekent Boland af met de Russische mentaliteit. Alsof de woorden van Poesjkins tijdgenoot, de verguisde Pjotr Tsjaädajev, nog altijd naklinken: "We hebben de wereld niets geschonken, noch geleerd; we hebben niet één idee toegevoegd aan al die ideeën van de mensheid, nergens ooit meegewerkt aan de ontwikkeling van de menselijke geest en alles verminkt wat we van de vooruitgang meekregen." Voor Boland is Poesjkin alles wat Rusland niet was en is. Hij geloofde in verlichting en vooruitgang, hij was een agnost en een hyperactieve levensgenieter. "Vrolijk, elegant, zelfbewust. Buitenlands."

Hans Boland

Russische zon

Bas Lubberhuizen, Amsterdam, 244 p., 14,90 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234