Vrijdag 30/09/2022

Van de hond en de dichter

Een hond houdt je bij de wereld. Hij moet nu echt hoognodig

De hond moet dringend worden uitgelaten, maar intussen blader ik een gedichtenbundel door. Gisterenavond heb ik het verzuimd. Hij lag honds lui te slapen, zo dicht mogelijk bij de stoof. Ik zat te lezen en keek pas op toen ik de geur rook van verschroeiend hondenhaar. Dan heb ik het beest van bij de warmtebron vandaan geduwd en kon ik ongestoord verder lezen. Een hondenboek: Van de liefde, van de hond (Atlas) door Jan Desmet. Maar inmiddels is het tijd voor poëzie.

Gedichtendag is weer voorbij, de media kunnen de poëzie weer vergeten tot een volgende gebeurtenis. "For poetry makes nothing happen", schreef Auden ooit, terwijl het nu lijkt dat er zonder happening geen dichters meer lijken te bestaan. Op een gedichtendagactiviteit mocht ik weer een publiekelijk interview afnemen. Na afloop meende een der aanwezigen dat ik te vaak een stilte had laten vallen tijdens het gesprek en dat ik de bedachtzame dichter te respectvol bejegend had. Dat krijg je als Siegfried Bracke tot norm is verheven.

Mijn hond weet van niets. Beeld- en fotomateriaal is aan hem niet besteed. Nochtans is de hond na de mens het meest gefotografeerde dier op aarde, lees ik bij Jan Desmet, die behalve een eminent hondenkenner ook een ijverig verzamelaar van foto's blijkt te zijn. Foto's met honden op. "Waar het hart van vol is, loopt het familiealbum van over", schrijft hij, en hij noemt de hond het monstre sacré van de huisdierenfotografie. Bij gezinnen met een hond is het beest een van de vaakst gefotografeerde leden van de roedel. Ook in ons huis zijn er meer foto's van de hond dan van mij, om maar iemand te noemen.

In Nederland werd vorige week de nieuwe Dichter des Vaderlands gekozen. Zijn naam is Driek van Wissen. De plezierdichter en leraar uit Groningen had druk campagne gevoerd om te worden verkozen, inclusief folders en gratis pennen. In een column had Joost Zwagerman weldenkend literair Nederland nog gewaarschuwd, maar dat mocht niet baten. Van Wissen won nipt van Elly de Waard en Ilja Leonard Pfeijffer. Dat krijg je als dichters met volksstemmingen worden gekozen.

Het blijft natuurlijk een mal initiatief, die Dichter des Vaderlands-verkiezing. De vijf jaar geleden verkozen Gerrit Komrij hield er voortijdig mee op: hij had geen zin meer in gelegenheidsgedichten over Oranje. Tijdens een interview vorige week zei hij: "Dat Oranjehuis was zo actief, dat ik daar amechtig achteraan holde, maar verder gebeurde er niets." Dat nationale dichterschap is vooral mooi om te weigeren, vertelde Jean Pierre Rawie me in 2000: "Ik kan toch moeilijk over voetbal en prinsesjes gaan dichten: 'Willem-Alexander heeft alweer een ander, zie je het me al schrijven.'" Zijn stadsgenoot, oude kompaan en drinkebroer Driek van Wissen zie ik het wél doen. Woensdag na de bekendmaking verklaarde hij graag te willen schrijven over "de troonsaanvaarding door prins Willem-Alexander, een wederom van Duitsland verloren WK-finale en de opheffing van het Elfstedencomité".

De hond wil wandelen, maar ik gooi hem nog een chocoladekoek toe. Daarmee is hij weer even zoet. De Romeinen zeiden al dat honden alles vreten wat de mens eet. Laatst zag ik de onze een maantje mandarijn proberen, maar dat leek hem toch niet bijzonder te smaken. Het kind heeft een nieuw spelletje; terwijl de ouders niet kijken gooit het vanuit de kinderstoel hapjes naar de hond. Dat vinden ze allebei leuk. Voor de hond is het iedere dag sinterklaas, schrijft Desmet, en ook dat middelgrote honden drie keer meer eten dan katten.

Zoals Jean Pierre Rawie in 1979 met Het meisje en de dood, debuteerde Driek van Wissen in 1978 met Het mooiste meisje van de klas, een bundel verzen die zwanger was van de ironische luim die toen opgang maakte in de Nederlandse poëzie. Beide dichters trokken vaak met elkaar op en schreven samen een plezierbundeltje schaakgedichten De match Luteijn-Donner, dat als curiositeit best vermakelijk is. Maar anders dan Rawie - die ernaar streeft om klassieke, zelfs onsterfelijke verzen te schrijven - bleef Van Wissen trouw aan het 'light verse', het plezierdicht en de limerick: "Een pure racist uit Den Briel/ Is niet wat je noemt xenofiel./ Houd Nederland wit!/ Roept hij vaak verhit/ En rookt dan een zwarte Brasil."

Zijn in 2003 verschenen verzamelde gedichten, met als misleidende titel Onverwoestbaar mooi (Nijgh & Van Ditmar), bevatten wel tal van gelegenheidsverzen, maar niet één langer dan enkele seconden beklijvend gedicht. Of het zou het volgende ironische zelfportret moeten zijn: "In Groningen woont een poëet/ Die eigenlijk nu al wel weet/ Dat als hij eraan gaat/ Men even een traan laat,/ Maar dat men hem daarna vergeet."

Een hond houdt je bij de wereld. Hij moet nu echt hoognodig, staat zachtjes te piepen bij de voordeur. Já, ik kom al, waar is die verdomde leiband gebleven? Het voordeel van een plezierdichter als Driek van Wissen is wel dat je voor elke gelegenheid een vers vindt, bijvoorbeeld een kwatrijn voor het uitlaten van de hond.

Daar gaan ze, man en hond, over het plein;

En menselijke vrijheid blijkt weer schijn,

Want beiden zijn ze evenzeer gebonden,

Elk aan hun eigen einde van de lijn.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234