Dinsdag 19/10/2021

AchtergrondOpvoeding

Van peuterkuren tot puberdrama’s: dit zijn de opvoedingslessen van pedagoog Pedro De Bruyckere

null Beeld Thijs Lansbergen
Beeld Thijs Lansbergen

Van peuterkuren tot puberdrama’s: wie met kinderen leeft of werkt, krijgt soms kop noch staart aan hun gedrag. Een nieuw boek belooft ‘bijna alles’ te vertellen over hun psychologie, en geeft opvoeders cruciale tips en inzichten. Pedagoog Pedro De Bruyckere licht alvast een paar opmerkelijke vaststellingen toe.

1. Over hechting: een goede, nauwe band opbouwen is niet alleen op jonge leeftijd van tel

Kinderen die van jongs af een goede, nauwe band met hun moeder hebben ontwikkelen zich beter, omdat ze een basisvertrouwen hebben. Die hechtingstheorie gaat onder psychologen al decennia mee. En ook al komt er al jaren kritiek op, toch houdt de theorie anno 2021 nog steek, meent Pedro De Bruyckere, pedagoog en lector aan de Gentse Arteveldehogeschool.

Hij verwijst naar recente grote overzichtsstudies, die steevast aantonen dat onveilig gehechte kinderen op latere leeftijd onder andere meer moeite hebben met relaties en emoties, vaker in aanraking komen met het gerecht of worstelen op school.

Dat neemt niet weg dat bij de theorie wel een aantal nieuwe, belangrijke kanttekeningen horen. Hechting is bijvoorbeeld geen zwart-witkwestie.

“Lange tijd werd aangenomen dat iemand óf veilig óf onveilig gehecht was en dat de moeder daarin de voornaamste rol speelde. Dat is niet meer accuraat. Vandaag weten we dat een kind zich in de loop van zijn hele leven in verschillende gradaties aan meerdere personen in zijn omgeving kan hechten”, zegt De Bruyckere, die wijst naar de vader, andere gezins- en familieleden en verzorgsters in de kinderopvang, maar evengoed naar leerkrachten en vrienden.

Over de beste opvoedingsstijl zijn pedagogen en psychologen het nagenoeg eens: 'De democratische of autoritatieve stijl, waarbij je als ouder tegelijk warmte en structuur biedt, is het beste recept.'
 Beeld Wouter Van Vooren
Over de beste opvoedingsstijl zijn pedagogen en psychologen het nagenoeg eens: 'De democratische of autoritatieve stijl, waarbij je als ouder tegelijk warmte en structuur biedt, is het beste recept.'Beeld Wouter Van Vooren

“De banden die een kind op latere leeftijd smeedt zijn ook van belang in zijn of haar ontwikkeling. Denk maar aan een liefdesrelatie: die kan zowel op een negatieve als op een positieve manier beïnvloeden hoe iemand zich voelt of reageert.”

Een hechte band met kinderen zou je volgens de auteurs ook niet alleen krijgen door veel tijd samen door te brengen, maar ook door interesse te tonen en nieuwsgierig te blijven naar hun gedrag. “Stel dat een kind niet wil eten. Dan kun je daar als ouder meteen keihard tegenin gaan. Zeker bij jonge kinderen is het niet raadzaam zulke conflicten aan te gaan. Beter is om je op zo’n moment te verplaatsen in het kind en te achterhalen waarom het niet wil eten, zodat je een gepaste oplossing kunt vinden.”

Kortom: hechting blijft uiterst belangrijk in een kinderleven, zowel in het prille begin als later. Al moeten ouders ook beseffen dat ze daar niet als enigen voor verantwoordelijk zijn. Er is ook de ruimere omgeving die een rol speelt, net als genetica. “Net zoals hun ouders kunnen ook kinderen een bepaalde aanleg hebben die het smeden van hechte banden bemoeilijkt.”

2. Over persoonlijkheid: kinderen ontwikkelen hun eigen identiteit later dan we denken

Hoe ontwikkelt de persoonlijkheid van mijn kind zich? Op die moeilijke vraag bestaat geen simpel antwoord. Het gaat om een complex proces waarin ‘nature’ (genen) en ‘nurture’ (omgeving) voortdurend op elkaar inspelen. Een aantal dingen, zoals het temperament van een kind, lijkt nagenoeg onveranderlijk.

Zo kun je al een paar maanden na de geboorte met grote zekerheid zien of je zoon of dochter veeleer druk of veeleer rustig van aard is. Ook persoonlijkheid is aangeboren, maar daarbij kan, tot op zekere hoogte, wel een en ander veranderen.

“Je kunt niet zeggen dat een kind zus of zo is”, stelt De Bruyckere. “Dat soort hokjesdenken is weinig zinvol. Beter is het om te kijken in welke mate een kind bijvoorbeeld extravert of emotioneel stabiel is.”

Pedagoog Pedro De Bruyckere, een van de auteurs van het boek. 'Je kunt je kind natuurlijk niet veranderen, maar je kunt zijn of haar persoonlijkheid wel degelijk in zekere mate beïnvloeden.' Beeld Illias Teirlinck
Pedagoog Pedro De Bruyckere, een van de auteurs van het boek. 'Je kunt je kind natuurlijk niet veranderen, maar je kunt zijn of haar persoonlijkheid wel degelijk in zekere mate beïnvloeden.'Beeld Illias Teirlinck

Het meest gangbaar op dat vlak zijn ‘The Big Five’ voor volwassenen, of ‘The Little Six’ voor kinderen. Dat zijn modellen waarbij de persoonlijkheid wordt beschreven aan de hand van vijf of zes dimensies, die bijvoorbeeld gaan over hoezeer iemand openstaat voor nieuwe ervaringen of hoe nauwkeurig iemand te werk gaat.

De Bruyckere pleit er niet voor om van elk kind een persoonlijkheidstest af te nemen, maar nagaan welke van die persoonlijkheidsdimensies van toepassing zijn op je kind is ook niet zinloos. “Je kunt je kind natuurlijk niet veranderen, maar je kunt zijn of haar persoonlijkheid wel in zekere mate beïnvloeden.”

Concreet: van een heel introvert kind kun je als ouder geen heel extravert kind maken. “Maar je kunt het kind wel zichzelf leren kennen, en je kunt het leren daarmee om te gaan.”

De Bruyckere merkt op dat velen ervan uitgaan dat de identiteit van kinderen – het antwoord op de vraag ‘Wie ben ik?’ – zich tussen de leeftijd van 12 tot 15 jaar ontwikkelt. Onderzoeksliteratuur leert echter dat dat proces, en de worstelingen die ermee gepaard gaan, later wordt ingezet, ergens tussen 16 en 23 jaar. “Dat is niet onlogisch”, vindt De Bruyckere. “Het is vooral in die periode dat je heel moeilijke keuzes gaat maken.”

In dat licht moet ook een ander foutief idee de wereld uit worden geholpen, vindt hij, namelijk dat pubers altijd lastig zijn. Dat beeld werd voor het eerst in 1904 beschreven door een Amerikaanse psycholoog, maar is daarna vele malen door onderzoek gerelativeerd en genuanceerd.

“De vele boeken en tv-beelden over moeilijke pubers doen anders vermoeden, maar eigenlijk gaan de meeste adolescenten helemaal niet door een periode van Sturm und Drang. Dat is hoogstens bij 10 tot 20 procent van de tieners het geval.”

Vaak is het zo dat de jongens en de meisjes die het tijdens hun puberteit moeilijker hebben ook al voor die periode met een en ander worstelden.

3. Over opvoeding: de democratische stijl is de beste

Tijgerouders, helikopterouders, curlingouders. In de media duiken voortdurend nieuwe voorbeelden op van extreem autoritaire, controlerende of overbeschermende opvoedingsstijlen. Psychologen en pedagogen weten welke manier van opvoeden de voorkeur heeft. “De democratische of autoritatieve opvoedingsstijl, waarbij je tegelijk veel warmte en veel structuur biedt, geldt al lang als het beste recept”, zegt De Bruyckere.

Wie denkt dat ouders in dat geval alles in samenspraak met hun kinderen beslissen, heeft het mis. Het is wel degelijk aan de ouders om de regels te bepalen.

Maar tegelijk laten ze interesse en ruimte voor het kind. Stel dat je afspreekt dat je kind zelf verantwoordelijk is voor het opruimen van zijn kamer, bespreek dan met hem of haar op welk moment je dat kunt controleren. Ander voorbeeld: als zoon- of dochterlief met een slecht rapport thuiskomt, begin dan niet meteen te straffen of te dreigen, maar vraag eerst hoe het zich daarbij voelt en wat er volgens hem of haar is misgelopen.

“De correlaties zijn klein, maar we zien in longitudinale studies dat deze opvoedingsstijl gepaard gaat met betere schoolprestaties, hogere scores op geluk en succes en minder psychische problemen, in tegenstelling tot een autoritaire, toegeeflijke of verwaarlozende opvoedingsstijl”, stelt De Bruyckere.

De auteurs waarschuwen wel: het is niet omdat één opvoedingsstijl de beste is, dat je die altijd en overal moet toepassen. Wees flexibel. Bij het oversteken van een druk kruispunt, heeft het weinig zin om de toegeeflijke of de democratische ouder te zijn. Dan is de autoritaire stijl aangewezen.

Maar op een aantal bewuste momenten kan ook laisser-faire op zijn plaats zijn, bijvoorbeeld als je kind een stuk fruit wil. Dan kan het net goed zijn om achteruit te leunen en hem of haar zelf te laten bepalen.

“Een ander belangrijk inzicht is dat de opvoedingsstijl van een ouder niet volledig zijn of haar eigen keuze is. Kinderen bepalen die mee. Niet bewust. Maar het is wel door bepaald gedrag te stellen, bijvoorbeeld herhaaldelijke driftbuien, dat ze bepaald gedrag bij de ouders uitlokken. Dat verklaart ook waarom een ouder zich bij twee kinderen in hetzelfde gezin anders kan gedragen. Met andere woorden: eigenlijk voeden kinderen ouders mee op.”

4. Over morele ontwikkeling: zelfs peuters kunnen het verschil tussen goed en kwaad zien en leren

Vanaf welke leeftijd weet een kind dat het iets niet mag doen? Lange tijd is gedacht je het verschil tussen goed en kwaad pas kunt zien als je voldoende abstract kunt denken. Die kijk ontstond onder meer onder invloed van Jean Piaget, een Zwitser die als een van de grondleggers van de ontwikkelingspsychologie wordt beschouwd. Hij stelde het egocentrisme centraal en geloofde dat kinderen tot het einde van de kleutertijd alleen vanuit hun eigen perspectief naar de wereld kunnen kijken.

Dat klopt niet, zeggen de auteurs. Zij beschrijven hoe de ‘theory of mind’, oftewel het moment waarop een kind zich kan inleven in een ander en empathie kan voelen, al vanaf jongere leeftijd mogelijk wordt. Zeker vanaf 4 jaar, maar wellicht deels ook al vroeger, vanaf de peuterleeftijd.

“Vroeger werd gedacht dat een erg jong kind bepaald stout gedrag, zoals een ander kind slaan, vermijdt omdat het straf wil vermijden. Dat kan, maar het kan evengoed zijn dat een kind dat doet omdat het weet dat een ander daar last van heeft”, zegt De Bruyckere.

Volgens hem is het zinvol om als ouder al vroeg aan die morele ontwikkeling te werken. “Rollenspelen kunnen daarbij helpen. Omdat je dan hun inlevingsvermogen aanspreekt. Maar ook tijdens het lezen van een boekje vragen ‘Wat maakt dit kindje aan het huilen?’ of ‘Waarom is dit jongetje zo blij?’ kan steunend zijn. We raden ook aan om zoveel als mogelijk je eigen gevoelens als ouder te duiden. Een kind mag gerust weten dat je ‘s ochtends boos rondloopt en dat dat humeur niet met hem of haar maar met slaaptekort te maken heeft. Zo leren ze zich niet onterecht schuldig te voelen.”

5. Over mentale weerbaarheid: een groep helpt een kind om tegenslagen te verwerken

Een thema dat steeds meer in psychologisch onderzoek aan bod komt is mentale weerbaarheid en hoe die te vergroten bij kinderen en jongeren. Op die manier hoeft pakweg een coronacrisis, maar evengoed een plotse verhuizing of een dip op school, niet onoverkomelijk te zijn.

“Weerbaar zijn betekent niet dat een kind of jongere geen stress of verdriet mag ervaren”, zegt De Bruyckere. “Integendeel. Door een tegenslag kunnen ze zich verschrikkelijk rot voelen, en dat is normaal. Weerbaarheid gaat over veerkracht, over hoe ze, ondanks al die negatieve gevoelens, toch een probleem kunnen overwinnen.”

Ook al verschilt weerbaarheid van persoon tot persoon, toch is ze niet per se aangeboren. Er is ruimte genoeg om een kind veerkrachtiger te leren worden. Denk maar aan de vele zelfhulpboeken die mensen leren om te gaan met stress en spanning.

“De focus is wel aan het verschuiven”, merkt De Bruyckere. “Veel meer onderzoekers zien in dat niet alleen het individu, maar het collectief in deze van belang is.”

Kortom: deel uitmaken van een groep kan kinderen en jongeren ook leren weerbaarder te worden. Actief zijn in een sportclub of de jeugdbeweging is dus meer dan alleen tijdverdrijf. “Op die manier leert je kind zijn gevoelens bij anderen te uiten en kan het mensen ontmoeten die hem of haar steunen bij tegenslagen. Hij of zij zal zelf ook een rol tegenover anderen spelen, wat de weerbaarheid ook vergroot”, zegt De Bruyckere.

Los daarvan is het belang van een goede vriend of vriendin niet te onderschatten. Onderzoek toonde herhaaldelijk aan dat kinderen die erin slagen met leeftijdsgenoten een hechte, kwaliteitsvolle vriendschapsband op te bouwen makkelijker een crisis te boven komen.

En, last but not least, ook de eeuwenoude wijsheid ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’ is in deze van tel. Geef als ouder het goede voorbeeld en probeer te bewegen, in plaats van bij tegenslag naar eten of drank te grijpen.

Bijna alles wat je moet weten Beeld RV
Bijna alles wat je moet wetenBeeld RV

Bijna alles wat je moet weten over psychologie van kinderen en jongeren, een boek van pedagoog Pedro De Bruyckere, psycholoog Casper Hulshof en onderwijskundige Liese Missinne. Lannoo Campus, 304 p., 22,99 euro.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234