Zaterdag 01/10/2022

Veel creatieve mensen denken dat ze mislukkelingen zijn

Bright Star, de nieuwe, prachtige film van Jane Campion, die eerder furore maakte met onder meer Gouden Palmwinnaar The Piano en met The Portrait of a Lady, gaat over de laatste levensjaren van de romantische dichter John Keats (1795-1821), van wie iedereen minstens één dichtregel kent: A thing of beauty is a joy for ever, uit ‘Endymion. In essentie draait het in Bright Star om de hopeloos romantische, want onmogelijke liefde tussen de jonge dichter (hij was amper 25 toen hij aan tuberculose bezweek) en een buurmeisje, Fanny Brawne (Abbie Cornish). De filmtitel verwijst trouwens naar een van de gedichten die hij voor haar geschreven heeft.“Het klikte erg goed tussen Abbie en mij”, herinnert Ben Whishaw (°1980) zich de draaiperiode. “We hielden echt van elkaar, waarmee ik zeker niet bedoel dat we een verhouding hadden. Zowel tijdens de repetities als tijdens het draaien spoorde Jane (Campion, de regisseuse, JT) ons aan om goed voor elkaar te zorgen. Ze suggereerde bijvoorbeeld dat we elke dag een cadeautje zouden meebrengen. Dat kon zowat alles zijn, van een gedicht tot een bloem. Het was zeker niet Janes bedoeling dat we echt verliefd zouden worden, maar we moesten zorg dragen voor elkaar. Vriendelijk en genereus.“De beste manier om een cineaste als Jane Campion te omschrijven is als een amazing force of nature. Volgens mij is ze ongelooflijk intuïtief: Jane begrijpt zeer snel bepaalde zaken van je. Soms was je je er zelf niet eens van bewust, of wilde je ze misschien niet toegeven aan jezelf. Zij ziet er dwars door, gaat recht naar de kern. “Wat ik zowel van Abbie als van Jane geleerd heb, is: je eigen instincten volgen. Ze zijn daar allebei erg goed in, in die mate zelfs dat ze voor die instincten zullen vechten als iemand hen zou tegenspreken. Ze zijn allebei erg gepassioneerd. Zelf hecht ik ook veel belang aan mijn instincten, maar soms vind ik dat ik te vlug geneigd ben om mij aan anderen aan te passen. Ik denk dat ik me soms te snel van mijn eigen koers laat afbrengen. Misschien ben ik niet koppig genoeg. (lacht)”

U hebt al eerder bestaande personages vertolkt, zoals Bob Dylan in I’m Not There van Todd Haynes en Keith Richards in Stoned van Stephen Woolley. Hoe vertrouwd was u met leven en werk van John Keats voor u aan deze film begon?

“Helemaal niet. Ik wist niet zoveel over hem en alhoewel ik van poëzie houd, dacht ik eerlijk gezegd niet dat ik zijn gedichten goed zou vinden. Ik was in feite bevooroordeeld. Ik dacht dat ik zijn poëzie een beetje te soft zou vinden, te weelderig en te bloemrijk. Maar dat bleek zeker niet het geval. Zijn stijl is weliswaar zeer sensueel maar ook erg eerlijk. En het gaat over echte dingen. Over de vergankelijkheid van schoonheid, over de kortstondigheid van het leven. Keats was iemand die heel erg geïnteresseerd was in vergankelijkheid, onder meer omdat hij rondom hem zo vaak met de dood geconfronteerd werd. In zijn werk waart op een of andere manier altijd wel de dood rond.”

Bright Star kan moeilijk anders omschreven worden dan als een romantische film. Maar het wordt nooit sentimenteel. Het is zelfs uitgesproken tragisch. Het is tragische romantiek.

“Daar ben ik het absoluut mee eens. En Jane heeft even absoluut vermeden dat het sentimenteel zou worden, want daar heeft ze een bloedhekel aan. Met een dergelijk onderwerp was het nochtans niet vanzelfsprekend om elke vorm van sentimentalisme te vermijden, maar het is haar toch gelukt. Ze heeft van Bright Star een film gemaakt die enerzijds zeer romantisch en anderzijds verschrikkelijk droevig en tragisch is.”

U hebt al vaker in historische of periodefilms gespeeld, zoals Perfume: The Story of a Murderer van Tom Tykwer en Brideshead Revisited van Julian Jarrold.

“Ja, ik doe dat eigenlijk wel graag. Vooral de periode waarin deze film zich situeert, sprak me heel erg aan. Ook door de manier waarop Jane het aanpakt, haar esthetische keuzes. Ik hou van die eenvoud. Ook van de eenvoudige manier waarop mensen toen leefden. De interieurs van de huizen waren heel kaal. Alleen een paar mooie meubelstukken. Ik hield bijvoorbeeld ook van de kwaliteit van het schrijven met een ganzenpen; ik vond het erg prettig om dat te leren en ik heb die pennen nog altijd. Ja, het is interessant om dat soort zaken te ontdekken. Net als de manier waarop John Keats en Fanny Brawne er toch in slaagden de afstand tussen hen te overbruggen, bijvoorbeeld door brieven te schrijven als Keats weg was naar het Isle of White. Maar ook de afstand omdat ze niet in hetzelfde huis mochten verblijven, want ze waren niet officieel verloofd en moesten rekening houden met de sociale etiquette van die tijd. Ik vind het echt mooi hoe ze al die hinderpalen wisten te overwinnen door het schrijven en door de poëzie.”

Heeft het succes van Perfume veel veranderd voor uw carrière?

“Waarschijnlijk wel. Het zou kunnen dat Jane door die film over mij gehoord heeft. Het is ook een feit dat films meer en meer grote namen nodig hebben om gefinancierd te raken. Nu wil ik zeker niet beweren dat ikzelf zo’n big name ben, maar omdat Perfume zo’n groot succes was, ben ik nu in ieder geval bekender dan voor die film. En dat helpt als men een project als Bright Star van de grond wil krijgen, temeer daar het toch niet meteen een film is voor het grote publiek.”

Hebt u voor deze film nog auditie moeten doen?

“Ja, we hebben eerst een tijdje gecorrespondeerd via e-mail en dan hebben Jane en ik elkaar ontmoet. We hebben toen enkele scènes gerepeteerd en ik weet nog dat ik tijdens een auditie - toen nog met een andere actrice dan Abbie voor de rol van Fanny - het gevoel kreeg dat Jane niet echt in mij geïnteresseerd was, maar vooral in dat meisje en dat ze mij voornamelijk wilde gebruiken als de man die buiten beeld de actrice van repliek moest dienen. Ik dacht toen ‘well, never mind!’ en ik werd helemaal relaxed, want ik ging ervan uit dat Jane toch niet op mij lette. Maar ik vergiste mij (lacht), want een paar weken later kreeg ik een telefoontje met de vraag of ik de film wilde doen.”

U bent misschien nog geen big name, maar u bent wel goed op weg er een te worden, terwijl John Keats uiteindelijk gestorven is in de pijnlijke overtuiging dat hij een mislukkeling was.

“O, maar ik vond het helemaal niet moeilijk om mij daarin in te leven. Ik denk trouwens dat heel wat creatieve mensen heimelijk, diep in zichzelf, vinden dat ze mislukkelingen zijn. Zelfs als de wereld het omgekeerde vindt. Ik ken dat gevoel in ieder geval. Nooit helemaal tevreden zijn met wat je gedaan hebt. Altijd dat gevoel dat je in bepaalde mate gefaald hebt. Of dat het beste nog moet komen. Ik vond het dus zeer makkelijk om dat gevoel van Keats te vertolken. (lacht)”

Op het einde van de film is er de scène waarin de lijkkist met John Keats over de Piazza di Spagna in Rome wordt gedragen. Die is bijna surrealistisch omdat dit altijd zo drukke plein nu totaal verlaten is.

“Ja, ik was er toen graag bij geweest, maar dat was niet nodig, want ik lag zogezegd toch al in de kist. Zoals je weet, is het huis daar aan de Spaanse Trappen, waar Keats de laatste maanden van zijn leven heeft doorgebracht, nu een museum. Ik had mij voorgenomen om voor de film naar Rome te gaan om het te bezoeken. Door tijdgebrek is dat niet gelukt, maar ik wil het binnenkort toch eens doen. Als een soort pelgrimstocht.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234