Woensdag 10/08/2022

Veel goud maakt een oude taart niet jong

Op 24 mei viert de Ritz in Londen zijn honderdste verjaardag. Het hotel waar koning Zog van Albanië zijn rekening in baar goud betaalde en prins Charles zijn eerste uitje had met Camilla, werkt nog steeds als een magneet op, vooral Amerikaanse, gefortuneerde toeristen. Maar de echte rijken hebben in Londen betere bedden gevonden.

door Agnes Goyvaerts

LONDEN l Voor de high tea in het beroemde Palm Court moet je minstens zes weken van tevoren reserveren en tot augustus is er geen kamer meer vrij. In 1995 kwam het hotel opnieuw in privéhanden en werd er 25 miljoen pond geïnvesteerd in een grondige opknapbeurt. Onder het alziende oog van de bewakingscamera's gingen we er komkommersandwiches eten en schonken we Darjeeling tea uit een zilveren theepot.

"Let erop", waarschuwde pr-dame Gerrie Pitt me in een e-mail, "dat u deftig gekleed bent. En mocht u vergezeld worden door een heer, dan moet die een jasje en een das dragen. Jeans en sportschoenen zijn niet toegelaten in The Palm Court." Het was een overbodige waarschuwing. Op de website van The Ritz kun je het ook lezen en in de talrijke commentaren op websites regent het klachten over de achterhaalde kleding- en veiligheidsregels van The Ritz. Hoewel er ook andere geluiden te horen zijn. "Hoe verfrissend is het om nog eens gasten te zien die gekleed zijn om door een ringetje te halen", vindt Andrew Harper, auteur van Andrew Harper's Hideaway Report, een reisgids voor de beter gesitueerde toerist.

Dus trok ik mijn deftigste jurk aan voor een 'afternoon tea' om halfacht 's avonds, het enige moment mevrouw Pitt nog een plaatsje voor me had gevonden deze week. In de Ritz loop je niet zomaar binnen voor de thee, je moet op voorhand reserveren en een keuze maken uit vijf 'sittings'. De eerste is om halftwaalf, de laatste om halfacht. Zelfs met een voucher in de hand loop je niet zomaar binnen. De (zwarte) portier met hoge hoed monstert elke gast van top tot teen. Ben je volgens Ritznormen deftig gekleed, dan mag je door de draaideur en word je in de gang opgewacht door een portier in rok die met Britse beleefdheid - maar met een duidelijk 'wat komt u hier doen?' in de stem - welkom heet. Hij verwijst je door naar de marmeren trap, links, de ingang van The Palm Court, waar opnieuw een heer in livrei op zijn lijst controleert of je wel verwacht wordt en betaald hebt.

Oef, ik mag de trapjes op en word naar mijn tafeltje geleid. In de gang speelt een strijkje, waarvan de leden wellicht de hoogdagen van The Ritz nog hebben meegemaakt. Enkele palmen in groene potten verwijzen naar de naam van deze zaal, ik zit vlak bij een vergulde fontein waar blauwe en roze hortensia's uitbundig bloeien. Marmeren zuilen, vergulde luchters, met gele zijde overtrokken Louis XVI-stoelen en bankjes, een kanjer van een bloemstuk in het midden zorgen verder voor een opulente, historische sfeer. Het publiek? Enkele Aziatische stellen, drie Afro-Amerikaanse vrouwen, grootmoeders-moeders-en-dochters en toeristenkoppels. De tafels zijn zo geschikt dat je niet tegenover, maar naast elkaar zit, zodat het gevoel van 'ik zit hier in een theater' wordt verhoogd.

De kelners zijn bejaard, of zo jong - waarschijnlijk lopen ze hier stage - dat ze nog niet goed overweg kunnen met hun zwarte strikdasjes. Op elke tafel komt een zilveren drietrapsschaal met sandwiches (ontkorst brood met komkommer, gerookte zalm, eiersla of gekookte ham), scones met clotted cream, en kleine taartjes. Je kunt kiezen uit zes soorten thee, die vervolgens wordt gebracht in een zilveren kan met dito theezeefje, en een kan heet water. Een glaasje champagne Ritz cuvée privé als aanzet maakt je 14 pond armer. Vervolgens wordt om de tien minuten geïnformeerd door een of andere kelner of ik oké ben, of ik nog meer sandwiches wil, maar na het toetje - drie frambozen op een laagje English cream - heb ik het bekeken. Ik werp nog een blik in het restaurant, dat wordt beschreven als een van de mooiste van Europa en uitgeeft op een Italiaanse tuin en Green Park, maar rondneuzen wordt duidelijk ontmoedigd. De Ritz Club is 'members only', en je moet er aanbellen.

Wat maakt van deze honderdjarige zo'n magneet? De geschiedenis, ongetwijfeld. Niet voor niets betekent 'putting on the Ritz' letterlijk 'proberen indruk te maken'. Indrukwekkend is het gebouw zeker, en in zijn tijd was het ronduit revolutionair. Aan de basis ligt César Ritz, een eenvoudige herdersjongen uit Zwitserland wiens naam synoniem werd van luxe. Geboren in 1850 in Niederwald, als het dertiende kind van een koeboer, belandt hij via een baantje als hulpkelner bij de jezuïeten in het hotelvak. Op zijn vijftiende is hij al wijnkelner en kan hij in Parijs aan de slag in het modieuze restaurant Voisin. Gauw blijkt dat zijn talent en zin voor perfectionisme vooral van pas komen bij het ontvangen van gasten. Via het Grand Hotel National in Luzern belandt hij in het Grand hotel van Monte Carlo. Omdat hij beseft dat een hotel pas succesvol kan zijn als het een goede keuken heeft, haalt hij Auguste Escoffier naar Monte Carlo. Ze blijken een gouden duo. Ritz biedt Escoffier het publiek om zijn talent te ontplooien, Escoffier bezorgt Ritz een nieuwe kookkunst.

In 1889 trekken ze samen naar het Savoyhotel in Londen, het toppunt van moderniteit met zijn 'opstijgende kamers' of liften. Acht jaar blijven ze er werken, maar ondertussen reist Ritz met vrouw en twee kinderen door Europa om te werken in de grootste hotels van de tijd. Hij ziet wat een luxehotel tot een fantastisch luxehotel maakt. Hij is er bijvoorbeeld van overtuigd dat tuberculose werd veroorzaakt door slechte hygiëne en hij staat erop dat hotelkamers altijd makkelijk schoon te maken zijn, niet gehinderd door pluche gordijnen en behang. Een ruzie met de raad van bestuur van de Savoy doet hen verkassen.

Met de steun van een groep voornamelijk Britse financiers sticht hij de Ritz Development Company, die een stuk grond koopt aan de Place Vendôme. De timing is perfect. De Europese adel is de gestrengheid van Queen Victoria beu en popelt om plezier te maken en nieuwigheden te ontdekken. In 1896 opent de Ritz in Parijs, een hotel met nooit geziene luxe. De vijftig kamers hebben Louis XV-meubelen, badkamers met marmeren bad, gas en elektriciteit. Ritz' zin voor detail is legendarisch. Net voor de opening vindt hij de tafels in de eetzaal te hoog en laat op het laatste nippertje twee centimeter van de poten zagen. Escoffier richt er de keukens in. Als er koninklijk of ander hoog bezoek op komst is, laat César Ritz zich met een speciale bel waarschuwen, steekt een witte anjer in zijn knoopsgat en zorgt voor een persoonlijk welkom.

In 1899 opent hij de Carlton in Londen, opnieuw met Escoffier in de keuken en Echenard, de beste wijnkenner van zijn tijd, als sommelier. Op 24 mei 1906 volgt aan Picadilly het Ritzhotel. De architectuur is in handen van het Frans-Britse duo Charles Mewes en Arthus Davis, die ook de Ritz in Parijs en de Carlton in Londen hebben getekend. Onder impuls van César Ritz gaan de verbeteringen nog verder: de kamers krijgen dubbel glas, er is een uitgekiend ventilatiesysteem, elke kamer heeft privébadkamer en toilet, en de houten bedden worden vervangen door koperen. Mewes vindt dat per verdieping alles in dezelfde stijl moet zijn en voor het gelijkvloers is dat opulente Louis XVI.

De Long Gallery, die de verschillende zalen verbindt, is een pareltje van architectuur. Ongehinderd door scheidingsmuren of deuren wordt het oog getrokken naar de ramen van het restaurant en de achterliggende Italiaanse tuin. Somptueuze boeketten in reusachtige vazen sieren ook vandaag nog de verschillende vertrekken. Ondanks al die luxe spreekt César Ritz over "dit kleine huis, waarvan ik trots ben dat mijn naam eraan verbonden is". Beroemde gasten stromen toe: de prins van Wales - de latere koning Edward VIII -, koning Alfonso van Spanje, koningin Amélie van Portugal. De Russische prima ballerina Anna Pavlova danst er. Koning Zog van Albanië betaalt zijn rekeningen in baar goud, de Aga Khan heeft er een permanente suite. Charlie Chaplin moet in 1921 door veertig politieagenten worden begeleid om de toegestroomde fans te trotseren. Winston Churchill, generaal de Gaulle en president Eisenhower houden er topberaad tijdens de Tweede Wereldoorlog, Noel Coward schrijft er liedjes, Hollywoodactrice Tallulah Bankhead drinkt er champagne uit haar muiltje. Vandaag nog is het de vaste caterer is van prins Charles.

César Ritz heeft de bloeiperiode van de Ritz niet meer meegemaakt. Controlefreak als hij is, lijdt hij onder zijn zwakke zenuwen. Wanneer in 1902 een grote gala voor de kroning van Edward VII wordt afgelast omdat de koning een blindedarmontsteking heeft, krijgt hij een zenuwinzinking. Zijn zenuwen zullen uiteindelijk zijn ondergang zijn en hij wordt zelfs uit de lobby van zijn hotel verwijderd wanneer hij naar klanten beledigingen roept en zijn personeel de huid vol scheldt. Hij sterft in een instelling, voor hij zijn jongste telg tot volle bloei heeft zien komen. Zijn vrouw Marie zet zijn werk voort en opent hotels in Amerika. In 1983 wordt de Ritz-Carlton Company opgericht, die later opgaat in Mariott, waartoe tientallen hotels behoren.

Maar de Ritz van Londen wordt in 1995 teruggekocht door twee Britten, die een zeer zware investering deden om het historische pand zijn oude glans en upper-class cachet terug te geven. Dat is, voor zover we daarover hebben kunnen oordelen, uitstekend geslaagd in de vorm. Waar het hotel veel minder goed in scoort, is in de service, de strenge regels, die ouderwets worden geacht en die vips, pop- en Hollywoodsterren doen uitwijken naar andere luxehotels als Claridge's, Connought, One Aldwych of Brown's. Een recente 40-jarige gast vat zijn ervaring op tripadviser aldus samen: (this is) "definitely the snobbiest place I have ever been subjected to. The service was a struggle and we didn't have the right clothes to be in the 'public areas' of the hotel after 11 am, so we only had breakfast there. This hotel is ideal if you stay there very often, the staff know you personally and you like snooty. It probably also helps if you are in the 60-90 age-group."

Deze reportage kwam tot stand met de bereidwillige medewerking van Eurostar.

De naam van de eenvoudige Zwitserse herdersjongen César Ritz werd synoniem van luxe

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234