Zaterdag 01/10/2022

Veiligheidsplan moet de kwaliteit van het leven verbeteren

De regering doet er verkeerd aan het federaal veiligheidsplan uitsluitend aan het initiatief van de minister van Justitie over te laten. Indien men er van uitgaat dat het er de regering om te doen is de kwaliteit van het leven van de burgers te verbeteren, dan mag zo'n plan niet haast uitsluitend gericht zijn op de bestrijding van de grote en georganiseerde criminaliteit.

Het heeft geen zin op een erg populistische wijze te hameren op materies die niet zomaar met een veiligheidsplan kunnen worden geregeld. Het is immers in werkafspraken tussen de bevoegde ministers, de politiediensten en de parketten dat moet worden uitgemaakt wie zich met welke soort grote criminaliteit bezig zal houden en welk soort criminele informatie door wie moet worden verzameld. Dat gebeurt trouwens al door middel van de rondzendbrieven van de procureurs-generaal. Zo'n federaal veiligheidsplan zou vooral de context moeten aangeven waarin de lokale veiligheidsplannen kunnen worden geformuleerd. De beheersing van veel voorkomende lokale probleemsituaties, waarmee niet enkel straatcriminaliteit, maar ook economische, fiscale en milieu-inbreuken worden bedoeld, zou bijzondere aandacht moeten krijgen. Een preventief beleid voeren, niet discrimineren, de mensenrechten en het recht op privacy eerbiedigen, alternatieven voor een harde beteugeling hanteren: dat zouden in dat verband prioritaire doelstellingen moeten zijn. Tevens zou men zich best niet beperken tot symptoombestrijding, maar overgaan tot analyse en aanpak van achtergronden en aanleidingen. Hierbij is samenwerking wenselijk met andere gemeentelijke diensten en met vertegenwoordigers van de meest diverse bevolkingsgroepen en hun organisaties, niet enkel de organisaties van grote en kleine werkgevers, maar ook die van werknemers en van gewone burgers. Ook zou men daarbij zeker aandacht moeten besteden aan de coördinatie met de werkzaamheden van het personeel van privé bewakings- en beveiligingsondernemingen, die op het grondgebied van een interpolitiezone werkzaam zijn. Als gevolg van de ontwikkeling van een markt voor privé-veiligheidsfirma's zijn deze thans alom aanwezig en vervullen ze allerlei opdrachten. Meestal moet daarbij nog altijd en noodzakelijk de politie betrokken worden. We denken aan de bewaking en beveiliging in privé-publieke plaatsen als winkelcentra, voetbalstadions, openbaar-vervoersvoertuigen, feestzalen en zelfs woonzones. Een en ander dient onder de leiding te staan van de lokale bestuurlijke en gerechtelijke overheden, die men er dan meteen toe aanzet om hun verantwoordelijkheid op zich te nemen.

De regering zou trouwens het voorbeeld moeten geven voor zulke samenwerking door van het federaal veiligheidsplan een interdepartementele aangelegenheid te maken, waarbij ze er zich toe verbindt maatregelen te nemen in aangelegenheden als werkgelegenheid, sociale voorzieningen, gezondheidszorg, onderwijs, urbanisatie, mobiliteit en verkeer, algemene geweldpreventie, enzovoort. De problemen op dit terrein kan men op lokaal vlak niet of nauwelijks aan, maar ze zijn wél mee de oorzaak van dat er sociale bestaansonzekerheid en ongelijkheid van veel mensen ontstaat. Het zou goed zijn mocht de federale overheid dat uitdrukkelijk toegeven en er de nadruk op leggen dat het hier inderdaad gaat om de eerbiediging van sociale en economische rechten.

De regering zou er eveneens goed aan doen alvast te bepalen welke lokale initiatieven niet kunnen worden toegelaten. Hierbij denken we aan het uitoefenen van politie-taken door burgers, privé-bewakers of ander overheidspersoneel dan leden van politiediensten, aan buurtinformatienetwerken (de fameuze BIN's), aan de zero-tolerance (vooral ook aan het sloganeske misbruik van deze uit de VS ingevoerde term, zoals recentelijk in Lokeren). De regering zou ergerlijke en nodeloze politionele straatcontroles kunnen indijken, controles waarbij bepaalde groepen, bijvoorbeeld van (allochtone) jongeren, bij voorbaat als criminelen worden gezien. Wanneer men aan de bevolking vraagt er toe bij te dragen dat rust en orde kunnen heersen, dan moet de politie daarbij het voorbeeld geven. Politiemensen zouden blijk kunnen geven van het besef dat misplaatste initiatieven de doorsneeburger veeleer tot verwarring, angst en onzekerheid brengen dan dat zij het onveiligheidsgevoel doen afnemen.

Wij moeten daarenboven ook vaststellen dat nu wél voortdurend over burgerplichten wordt gesproken, maar al te weinig concrete inspanningen worden gedaan om de burgers werkelijk van de rechten te laten genieten die ze in principe hebben en dat hun niet duidelijk wordt verteld waar ze met klachten over schendingen terecht kunnen. Zo weten weinig mensen wat privé-bewakers, privé- of winkeldetectives al dan niet mogen doen. Vooral immigranten hebben te maken met het probleem van het hebben van rechten zonder deze te kunnen laten gelden. Nochtans maakt het daadwerkelijk kunnen uitoefenen van zijn rechten ook deel uit van de kwaliteit van het bestaan en zijn de migranten ook burgers.

Het federaal veiligheidsplan zou dus geen instrument mogen worden voor controle op en betutteling van de lokale instanties. Het zou eerder geïnspireerd moeten zijn door de idee van coaching: behulpzaam zijn, vergemakkelijken, voorwaarden scheppen, bij voorbaat en op tijd de indicatoren aangeven die men later zal gebruiken om resultaten te evalueren. Die idee zou ook aanwezig moeten zijn wanneer federale ministers de lokale veiligheidsplannen goedkeuren, zoals dat voorzien is in de organieke wet op de politiehervorming. Daarbij zal diezelfde overheid zeer goed moeten beseffen dat de lokale veiligheidssituaties en behoeften uitermate verschillend kunnen zijn en dat het disfunctioneel en contraproductief is de lokale besturen te overladen met federale directieven die onuitvoerbaar zijn en met passe-partoutmaatregelen die onaangepast zijn.

In het kader van de werkzaamheden ter voorbereiding van de politiehervorming is nu een werkgroep veiligheidsplannen opgericht. Aan deze werkgroep zal zeker het besef niet vreemd zijn dat veiligheid veel meer omvat dan bestrijding en preventie van misdadigheid en dan justitieel optreden. Hopelijk weet die groep met welke geconcretiseerde opvatting over politie en justitie er dient te worden gewerkt. Het is immers niet ondenkbaar dat daarover te weinig verder wordt nagedacht, zodra men bijvoorbeeld de term community policing heeft gelanceerd.

'Er worden te weinig concrete inspanningen gedaan om de burgers werkelijk van de rechten te laten genieten die ze in principe hebben'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234