Zondag 03/07/2022

Verloren jeugdwerk Berlioz op vindplaats

Marc Minkowski dirigeert Berlioz in Antwerpse Carolus-Borromeuskerk

Enkele jaren geleden vond de Antwerpse leraar en koordirigent Frans Moors in een kist in de Carolus-Borromeuskerk een dikke ingebonden partituur. 'Messe Solennelle A Grand Orchestre et à Grands Choeurs Obligés Par H. Berlioz, Elève de M. Lesueur', stond erop. Nadat Hugh Macdonald, dé autoriteit voor Berlioz, had bevestigd dat het om een verloren gewaand jeugdwerk van Berlioz ging, kreeg het werk zijn eerste uitvoering na honderdvijfenzestig jaar in de St.-Petridom in Bremen en in nog vier andere steden.

Al die uitvoeringen gebeurden door John Eliot Gardiner, die er ook een cd van maakte. Het hele project werd met het nodige mediagetrommel rond de wereld gedragen. Een onaangenaam neveneffect daarvan was dat de grote ontdekking nooit te horen was op de plaats waar ze zo lang begraven lag. Want voor Antwerpen was de Gardiner-productie te duur. Dat heeft de Vlaamse Opera nu verholpen: woensdagavond weerklonk de mis in de Carolus-Borromeuskerk met zijn koor en orkest onder leiding van Marc Minkowski.

Minkowski, dat moet je hem ten goede duiden, levert geen imitatie van Gardiner af. Hij modelleert de orkestklank veel meer, drijft de climaxen sterker op en geeft met plezier toe aan Berlioz' knaleffecten (de gezamenlijke klank van ophicléide, serpent en 'buccin', een soort pseudo-antieke toeter, is op zichzelf een ervaring). Maar hij kan de zwaktes van het werk ook niet wegstoppen: onhandige stemvoering, onmogelijke prosodie, eindeloos herhaalde, zinloze ritmische begeleidingsfiguren...

"Cette exécrable fugue", noemde Berlioz later het 'Quoniam'. Hij had gelijk, en het 'Quoniam' is niet eens het slechtste stuk. Minkowski's uitvoering mag dan wel origineel en ambitieus zijn, correct is ze niet altijd. Door zijn eigenzinnige temponame en weinig precieze slagtechniek zijn er veel coördinatiefouten. Daarenboven heeft het koor het (door de hoge stemtoon?) soms flink moeilijk. De solisten (Cécile Perrin, Alex Grigorev en Olivier Lalouette) zijn aannemelijk tot goed. Na de pauze komt met de Symphonie fantastique het betere werk en meteen ook de interessantere uitvoering. Minkowski spaart de Hollywood-effecten op voor de laatste twee delen; de eerste drie neemt hij veeleer klassiek, met reminiscenties van Mendelssohn. Net als in de mis vallen vooral de modellering van de toon, de afronding van frases, de afweging van klankmassa's en de beweeglijkheid van de articulatie op. Die aanpak is echt revelerend in de 'Rêveries - Passions' en in 'Un Bal'; de 'Scène aux Champs' lijkt daardoor althans in het begin enigszins gefragmenteerd maar krijgt naar het einde toe, als de pauken door heel de kerk lijken te donderen, contouren. In de 'Marche aux supplice' en de 'Songe d'une Nuit de Sabbat' laat Minkowski alle duivels los. De zeer snel en luid genomen executiescène wordt grijnzend en grotesk, echt als een hallucinatie gespeeld. De heksensabbat propt Minkowski vol met zotte effecten en effectjes, inclusief bewust vals spelende blazers. Een heksensabbat in de kerk: ook Minkowski's uitvoering heeft de prikkeling van het verbodene.(SM)

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234