Donderdag 18/08/2022

Virtuozen van het trapveldje

Zakaria Bakkali, de 17-jarige sterdebutant bij de Rode Duivels, komt uit Droixhe, net als Mehdi Carcela en Christian Benteke. Waarom levert deze Luikse achterbuurt zoveel voetbaltalent? De Morgen zwierf rond op de speelveldjes aan de arme kant van de Maas.

Nooit vertoond: een hattrick als je 17 jaar bent en je eerste seizoen speelt in de hoogste voetbalcompetitie van Nederland. Iedereen kent hem opeens, die geblokte jongen met zijn brede lach: Zakaria Bakkali.

Op het speelveld aan het Place de la Libération kennen ze hem al van kindsbeen af.

Die derde goal voor PSV Eindhoven was zo mooi, vorig weekeinde, zegt Mohammed. Mo, straatvriendje van Zakaria, spoelt de film nog even terug: "Links net voor de rand van het strafschopgebied versnelt hij, schijnbewegingen, eerste man voorbij, tweede man kwijt, en dan hard en precies uithalen. De bal sloeg in de bovenhoek rechts tegen het net."

Hij maakt een fluitend geluid door zijn voortanden. "Formidable!"

Marokkaanse Belgen zijn het bijna allemaal, de jongens op het speelveldje in Droixhe. Net als Zakaria, de nieuwe held uit deze wijk die anders vooral bekendstaat om slecht nieuws.

Outremeuse is het hier, de overkant van de Maas, waar ooit de trotse Luikse staalindustrie domineerde. Maar dat is lang geleden. Tegenwoordig is Droixhe een van de moeilijkste wijken van België: het gros van de bewoners zit zonder werk, kansarmoede en criminaliteit heersen.

Dan is het heerlijk als er een succes opduikt als dat van Zakaria Bakkali. Hij gaat een ster worden, weten zijn oude vrienden. Jammer dat hij woensdag niet speelde in de vriendschappelijke match tegen Frankrijk. Blessure bij de lies, opgelopen tijdens zijn eerste training voor de nationale ploeg.

Misschien heeft hij zich toch te veel belast de afgelopen weken, tijdens zijn spectaculaire start in de hoofdmacht van PSV. Komt wel weer goed, zeggen Mo en zijn vrienden. Zak is er een die tegen een stootje kan.

En pas op, hij is niet het enige succesnummer uit Droixhe. Mehdi Carcela en Christian Benteke komen hier ook vandaan. En iets verderop aan de Maasoever begonnen Nacer Chadli en Axel Witsel als kleine jongetjes met de bal te lopen.

Wat is het geheim van Droixhe? Het is zo'n wijk waar berichten uit komen als deze van mei, uit de krant La Meuse: "Drie twintigers sloegen een politieagent in elkaar, die buiten dienst door de wijk reed. De man werd klemgereden nadat de jongens hem geen voorrang hadden verleend en hij daarop had gereageerd met een afkeurend gebaar. Toen hij zich bekendmaakte als politieagent, schopten en sloegen ze op hem in. Hij werd gered door een collega - een commissaris die, ook in burger, toevalig op zijn motorfiets passeerde. Andere passanten keken alleen maar toe, in de Rue du Gay Village."

Het vrolijke dorp

Straat van het Vrolijke Dorp - het is een naam die teruggrijpt op de betere dagen van Droixhe. Veertig jaar geleden was het een modelwijk, vers ontworpen door het idealistische Luikse architectentrio Egau. Ze lieten zich inspireren door Le Corbusier, de Zwitsers-Franse stedebouwkundige die boegbeeld was van het urbane modernisme.

Stralende steden wilden ze bouwen, tot heil van de mens en toch betaalbaar. Zo kreeg de Cité Ardente in de jaren na de Tweede Wereldoorlog haar eigen vooruitgangswijk op de vlakte van Droixhe, de plek waar eerder de Wereldtentoonstelling was gehouden. Strakke rijen betonflats verrezen aan de Maasoever tussen Jupille en Bressoux.

Het werd een wijk waar je als Luikenaar graag naartoe verhuisde. De flats waren comfortabel voor die tijd: in elke woning een badkamer plus centrale verwarming - dat was in 1950 niet gewoon. Tussen de flats veel groen voor de spelende mens, een aangenaam park met vijverpartij, een nieuw winkelcentrum, een school en een avant-gardistisch ogend kerkgebouw: stralend nieuw Droixhe had alles wat een jong gezin zich kon wensen.

Je ziet het aan de samenstelling van de bevolking in 1962: bijna 40 procent bedienden, 20 procent arbeiders, 25 procent ambtenaren, 10 procent gepensioneerden. Droixhe was het domein geworden van de bescheiden middenklasse.

Vanaf 1980 sloeg het om. De modelwijk werd een probleemwijk, met veel mensen die geen werk meer hadden, veel nieuwe Belgen ook die moeilijk hun draai konden vinden. De eens stralende flats raakten uitgeleefd, de criminaliteit steeg - en met elk incident groeide de reputatie van Droixhe als beruchte achterbuurt. Het beton van Le Corbusier kreeg een deprimerende grauwsluier - inmiddels zijn enkele van de hoogste vooruitgangsflats gesloopt, terwijl andere nog gapend leeg staan.

De spookflats kijken neer op het trapveldje bij de Place de la Libération. De jongens daar voetballen niet, trouwens. Nou ja, Mo wel. Maar de meesten hangen gewoon wat rond. Nee, ze willen niet met hun gezicht op de foto. Na een tijdje verschijnen er twee oude Golfjes aan de stoeprand, waar er een paar bij instappen. Weg zijn ze.

"Zal ik het veldje laten zien waar Zakaria is begonnen?", biedt Mo aan. We lopen weg van de flats, naar de vooroorlogse straten van Bressoux. De Rue de la Métallurgie door, de hoek om de Rue Raymond Geenen in, en dan iets voor de Aldi een steeg in. Voilà: de Cour Beaujot.

Kiezels en blinde muren

Je kunt bijna niet geloven dat hier het succesverhaal van de jongste Rode Duivel begon. Een kaal stenig veldje achterlangs bij wat huizen, geen grasspriet te zien - wel kiezelstenen, blinde muren, een oude Ford Transitbus op de parkeerplaats ernaast. Daar woont de familie Bakkali, wijst Mo over een muur heen. Dat hoge huis met de satellietschotel.

Even later komt een neef van Zakaria aanlopen, met een paar vrienden. Stevige jongen - heeft hij ook dat voetbaltalent? Neef lacht. "Nee, ik ben geen voetballer. Ik doe aan boksen. Je hebt hier in de wijk twee boksscholen. En iemand van de moskee organiseert zaalvoetbal."

Zo proberen we de jeugd van de straat te houden, zegt een overbuurman aan de Cour Beaujot, een gepensioneerde arbeider uit de staalfabrieken. Hij kwam zelf als Marokkaan naar Luik om bij Arcelor te werken, toen daar nog tienduizenden mensen aan de slag waren.

"De jonge generatie kan dat wel vergeten. Het staal is bijna voorbij. Veel jongeren hangen maar rond. Sommigen handelen wat in drugs. Het is niet goed, maar ik begrijp het wel. Je wilt toch wat geld verdienen."

Prachtig vindt hij het, dat zijn buurjongen nu doorbreekt. "Zakaria oefende hier zo vaak. En maar schieten met die bal, tegen de muur. Als het donker werd bleef hij nog doorgaan."

Slapen met de bal

Kijk, daar heb je een van de broers van Zak, zegt Mo. Het is Aziz, de grote broer. Handje schudden, vriendelijke, scherpe blik. Hij schakelt van Frans naar Vlaams. "Ik heb jarenlang in Antwerpen gewerkt, in Hoboken. Zakaria spreekt nu ook Nederlands, hij zit op school bij PSV in Eindhoven."

De keuze voor PSV is een verstandige geweest, zegt Aziz. Goede jeugdopleiding, professionele opvang, discipline, en een club die meedoet voor de Champions League. Precies wat Zakaria wilde. Beter dan wat Standard te bieden had.

Heeft hij geen vrees dat de jonge ster het hoog in de bol krijgt, als hij binnenkort een miljoenencontract kan tekenen? Aziz schudt het hoofd. Zijn broertje blijft met beide benen op de grond. "Zo is Zakaria. Hij hoeft geen Ferrari straks."

Nee, er zit er niet nog een zoals deze in de familie, meldt hij met een glimlach. "Zakaria heeft een uitzonderlijk talent, dat zagen we al vroeg. Als jongetje van vijf was hij al altijd met de bal bezig. Urenlang oefenen op de Cour, als hij thuiskwam ging hij met de bal aan de voet de trap op. Hij sliep met die bal."

Klopt, zeggen de buurtjongens. "Zak was als klein jongetje beter dan wie dan ook op de Cour. Maar hij verliest zijn hoofd niet nu het zo goed gaat. Hij blijft een van ons."

Begin van de week was hij er nog, na de wedstrijd waarin hij die hattrick scoorde. Gewoon vrienden onder elkaar, een beetje dollen. "Hij gaat niet opeens duur staan doen, zo zit hij niet in elkaar."

Op het trapveldje achter huize Bakkali wordt intussen gevoetbald. Jochies van amper zeven lopen erbij, tussen jongens van tien tot veertien jaar. Een heeft een shirtje van Messi aan, een ander van de Duitse ster Ozil. Er wordt veel gedribbeld en gepasseerd, een enkeling heeft een aardig steekpassje in de benen.

"Volgend jaar wil ik een shirtje met Zakaria erop", zegt Younes, een watervlug aanvallertje. Hij zou graag in zijn voetsporen treden. "Ik hoop dat iemand me komt ontdekken."

Een jongen bij hem uit de straat is dat overkomen, vertelt hij. "Adil. Die speelt nu bij Verviers. Maar zijn vader wil niet dat hij voetballer wordt. Hij moet gaan studeren."

Zo zijn er meer realistische vaders en moeders aan de Luikse Maasoever. "Voetbal is wel leuk", zegt een andere Mohammed, die niet meevoetbalt maar op de Cour van de zijlijn toekijkt. "Maar ik wil dokter worden."

Hij kijkt ernstig. "Mijn ouders hebben me op een van de beste scholen van Luik gekregen. Daar kun je beter leren."

Die school ligt niet in Droixhe, nee. "Daar zijn te veel problemen."

Lastige veldjes

Veertien is hij, en hij heeft een mening over Luikse politiek. "Er wordt veel beloofd, maar er gebeurt weinig. Kijk naar dit trapveldje. Geen gras, overal steentjes. Je kunt je hier lelijk verwonden als je valt. Zie je die lampen? Die doen het al heel lang niet meer. Dus als het donker wordt, kun je niet spelen."

Maar dan kunnen ze toch zaalvoetballen in het team van de moskee?

Daar houden veel jongens niet van, zegt Mohammed. Hij legt het verschil uit met golvende handgebaren. "In de zaal is de vloer glad, dat is niet leuk. Je moet buiten spelen, op een veldje dat een beetje onregelmatig is. Zo leer je het beste voetballen."

Lastige grasveldjes, zou dat het geheim van Droixhe zijn?

Een vriendje dat ook Mohammed heet haakt in: "Er is nog een ander trapveldje, dat ligt bij die hoge flats die leegstaan. Daar ligt wel gras maar het is onbruikbaar omdat een houten omwalling in elkaar gezakt is."

Al een paar jaar beloven ze van de stad dat het wordt opgeknapt. "Iedere keer als ze in Droixhe op bezoek komen, zeggen ze dat. En dan gebeurt er niets."

Maar goed, een voetballer is hij eigenlijk niet. "Ik ben te dik aan het worden. Ik heb gevoetbald en ook nog gebokst, maar dat doe ik nu niet meer."

Wat hij wil worden? Met vastberaden blik: "Computerspecialist." Ja, zijn ouders hebben hem ook op een betere school elders in Luik gekregen. Dat vond zijn vader, die jarenlang bij Ford in Genk werkte maar daar zijn baan verloor, heel belangrijk.

Op het Cour Beaujot zijn ze het eens: Droixhe is geen verloren wijk. En met Zakaria Bakkali erbij kan het straks alleen maar beter worden. "Zak zal er anders wel voor zorgen dat de speelveldjes weer opgeknapt worden. Wij zijn zeer trots dat hij van hier is."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234