Vrijdag 27/05/2022

InterviewGwendolyn Portzky

Vlaams actieplan moet van suïcidepreventie ‘een zaak van iedereen’ maken

Prof. dr. Gwendolyn Portzky is directeur van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP). Beeld Tim Dirven
Prof. dr. Gwendolyn Portzky is directeur van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP).Beeld Tim Dirven

Tegen 2030 wil Vlaanderen het aantal sterfgevallen door suïcide met 10 procent doen dalen. Een nieuw actieplan moet van preventie ‘een zaak van iedereen’ maken, zegt Gwendolyn Portzky van het Vlaams Expertisecentrum Suïcidepreventie (VLESP).

Michiel Martin

Ook al daalde het aantal sterfgevallen door suïcide in Vlaanderen tussen 2000 en 2018 met een kwart, de realiteit blijft: elke dag zijn er gemiddeld zo’n 3 zelfdodingen en 25 pogingen, anderhalf keer zoveel als het Europese gemiddelde. De ambitie van het derde Vlaamse actieplan rond suïcidepreventie, vandaag voorgesteld door Vlaams minister van Volksgezondheid Wouter Beke (CD&V), lijkt dan ook wat mager: 10 procent minder suïcidecijfers tegen 2030.

“Is het dat maar dat je wil beogen? Die kritiek gaan we zeker krijgen van nabestaanden of hulpverleners”, weet professor Gwendolyn Portzky (VLESP), die mee het traject overzag. Volgens haar moeten we vooral focussen op de geformuleerde acties, die de bestaande gaten in het beleid moeten vullen.

Waar lopen we op vast?

“Suïcidepreventie mag niet louter vanuit één beleidsdomein getrokken worden. Dat was de voorbije jaren te vaak het geval. Het is een zaak van iedereen, suïcide zit in alle gelederen van de samenleving: mensen die worstelen op school of op het thuisfront, die hun job dreigen te verliezen of er een zoeken. In die settings botsen we nog te vaak op een muur. Door die te slopen, willen we ook tot bij moeilijk te bereiken doelgroepen raken.”

Zoals mannen en vrouwen rond hun vijftigste, een groep met verhoogd risico? Daar is amper een daling te merken.

“De tussentijdse evaluatie van het vorige actieplan wees dat al uit. Door gesprekken te voeren met nabestaanden hebben we in kaart gebracht welke factoren tot suïcide leiden in die leeftijdsgroep. Daar komt vooral de factor werk uit voort. Vooral bij mannen zien we dat er vlak voor het overlijden enorm veel angsten speelden rond jobverlies, en blijven er veel negatieve attitudes rond psychische hulp. ‘Een psycholoog, die gaat me toch niet kunnen helpen.’ Dat komt zo’n situatie niet ten goede.”

Wat kunnen we daaraan doen?

“Op de werkvloer krijgen we nog moeilijk voet aan grond. We gaan nu onderzoeken hoe we daar binnen geraken, en angstige of depressieve gevoelens bespreekbaar kunnen maken. We hebben al iemand uit het bedrijfsleven die een consortium wil trekken, en die contacten heeft gelegd met grote bedrijven en preventiediensten. Daarnaast gaan we bij VDAB mensen opleiden in het herkennen van signalen bij werkzoekenden: wanneer gaat het niet goed met iemand, en welke gesprekken kun je daarrond voeren?

Ook over medicatiebeheer start het gesprek nu op. Waarom is dat zo belangrijk?

“Het beperken van middelen en methodes is internationaal een van de effectiefste strategieën in preventie. Als iemand acuut suïcidaal is maar niets bij de hand heeft, rekken we cruciale tijd. Dat kan evengoed om het beveiligen van bruggen of gebouwen gaan, maar medicatie blijft een essentieel verhaal. Zo’n driekwart van de suïcidepogingen wordt thuis ondernomen met medicatie, vaak op voorschrift.

“Apothekers en huisartsen willen we dan ook beter opleiden, onder meer over de mogelijke gevaren van medicatie. Bij iemand die met suïcidale gedachten kampt en medicatie inneemt, zou er een afspraak kunnen zijn binnen de eerste lijn: die patiënt komt wekelijks naar de apotheek, en heeft zo nooit een grote dosis medicatie in huis.”

Blijven mensen ook na een poging nog te vaak in de kou staan?

“Mensen die na een suïcidepoging op de spoed belanden, geen ernstige kwetsuren hebben en zomaar terug naar huis gestuurd worden, dat soort toestanden is de laatste jaren al enorm verminderd. Maar voor de juiste vervolgzorg na zo’n acute crisis mist de hulpverlening nog handvaten. Bij VLESP zijn we een kortdurende methodiek aan het uitwerken waarmee we via drie à vier sessies een aantal eerste inzichten willen geven in die suïcidepoging, en in wat de noden zijn: gaat ambulant je voldoende helpen, of zou je toch beter voor een korte opname gaan? Belangrijk is ook dat we daar al meteen een familielid bij betrekken.”

Zijn die naasten nog te vaak een vergeten groep?

“Zeker bij meerderjarigen is dat vaak een frustratie bij de familie: wij weten van niks. Er is natuurlijk het beroepsgeheim, maar hulpverleners kunnen wel bespreken met een patiënt wat er gedeeld kan worden met de omgeving. Zij hebben ook handvaten nodig, want zij moeten thuis de zorg overnemen. Op een afdeling zou je infosessies kunnen geven, los van de patiënt: wat kan ik doen als familielid?”

2020 wordt als ijkpunt genomen voor de daling van 10 procent. Is dat geen risico, gezien de omstandigheden?

“Het grootste risico is dat we op dit moment een beetje blind varen, omdat we het exacte suïcidecijfer voor 2020 nog niet kennen. Vandaar ook de nood aan snellere cijfers, iets waar we sterk op willen inzetten.

“We zijn wel op zoek gegaan naar andere bronnen. De cijfers van de federale politie tonen geen stijgende evolutie voor het coronajaar 2020. Al zegt dat natuurlijk weinig over specifieke leeftijdsgroepen, want vooral bij jongeren krijgen we signalen dat het niet goed gaat. Bovendien hebben we altijd voor een vertraagd effect gevreesd.”

De samenhorigheid lijkt vandaag alvast helemaal verdwenen.

“Dat ervaar ik ook in mijn eigen klinische werk. Tijdens de eerste lockdownperiode heb ik suïcidale patiënten horen zeggen: ‘Voor de eerste keer voel ik me niet alleen, we zitten hier allemaal samen in.’ Dat is weg, de polarisering en de negativiteit zijn vandaag overal voelbaar. Dat weegt op onze patiënten, ze zijn daar heel erg gevoelig voor.”

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234