Donderdag 02/12/2021

InterviewVincent Stuer

‘Vlaams Belang is de kanarie in de koolmijn’

Schrijver en liberaal Vincent Stuer: 'Je zag het in de jaren dertig en je ziet het nu: mensen zijn bang van leegte, crisis en het gevoel dat het ergste nog moet komen.' Beeld Thomas Sweertvaegher
Schrijver en liberaal Vincent Stuer: 'Je zag het in de jaren dertig en je ziet het nu: mensen zijn bang van leegte, crisis en het gevoel dat het ergste nog moet komen.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Met een boek over een man die voor­bestemd was voor de collaboratie, maar toch in het verzet ging, gooit schrijver Vincent Stuer (45) een verrassend licht op de jaren dertig van de vorige eeuw, én op vandaag: ‘Veel mensen verlangen weer naar een sterke man.’

“Het is niet verwonderlijk dat bij mensen de stoppen doorslaan”, zegt ­Vincent Stuer. “Dat gebeurt, zeker nu, op 1.001 kleine manieren in onze maatschappij – we zitten al ruim een jaar opgesloten met onze eigen gedachten en missen normale dingen die ons ‘aarden’: worteltaart bij de oma en naar het voetbal gaan. En dan wordt het soms te veel. Maar bij Jürgen Conings slaan de stoppen door op een spectaculaire en griezelige manier. Bij hem is de bliksem echt ingeslagen.

“De Duitse schrijver Sebastian Haffner had het in de jaren dertig van de vorige eeuw over een collectieve zenuwinzinking in zijn land. Ik denk dat we in deze tijd iets vergelijkbaars meemaken. Al sinds de aanslagen van 11 september 2001 worden we constant belaagd door problemen: terreur, migratie, financiële crisis, geopolitieke spanningen, klimaat, en die coronacrisis erbovenop. In die omstandigheden krijgt de democratie het moeilijk, net als honderd jaar geleden. We moeten terug naar het politieke centrum, maar de middelpuntvliedende krachten zijn groot.”

U kent Vincent Stuer als columnist in De Morgen. Als uitgesproken liberaal ook. In 2024 wil hij absoluut voor Open Vld in het Europees Parlement zitten, maar tot dusver werkte hij vooral achter de schermen van de nationale politiek en de Europese instellingen. Hij schreef de politieke monoloog Onbezongen en publiceerde met Kleinstaterij en Curb Your Idealism twee boeken over politiek in Europees perspectief. Met Hoogmoed verschijnt zijn voorlopige opus magnum: een literair geschreven geschiedenisboek – aangeprezen door niemand minder dan de Nederlandse meester­verteller Geert Mak – over de van oorsprong Kortrijkse zakenman Frantz Van Dorpe, die een kleine honderd jaar geleden voorbestemd leek om in de collaboratie terecht te komen, maar uiteindelijk in het verzet belandde. Een meeslepend boek, dat veel gespreks­stof biedt over déze tijd – waar we het straks nog over zullen hebben. Maar we beginnen bij het begin, dat is al boeiend genoeg.

BIO

• geboren in 1975 in Sint-Niklaas • studeerde politieke weten­schap­pen in Gent en Leeds (VK) • van 1999 tot 2012 woord­voer­der van Karel De Gucht (Open Vld) • later speech­schrij­ver van o.a. Com­missie­voor­zit­ter José Manuel Barroso • werkt in Euro­pees Parlement aan de Conferentie over de Toekomst van Europa • schreef eerder Klein­staterij, Onbezongen en Curb Your Idealism

Hoe uitzonderlijk is het dat iemand die in de jaren dertig voorbestemd leek voor de collaboratie, toch in het verzet terecht­kwam?

“Het is tegen­intuïtief. Als je denkt aan verzet en collaboratie, dan denk je aan de strijd tussen democratie en autoritair denken. Het lijkt uitzonderlijk dat iemand die eerst actief was in een fascistische beweging, later actief wordt in het verzet. Maar bij nader toezien was het niet zo uitzonderlijk. Een groot deel van het verzet, in Frankrijk maar ook in België, was behoorlijk rechts en autoritair. De democratie werd gezien als een zwak systeem – de inval door de Duitsers was daarvan een bewijs, vonden velen.”

Ook verzets­lieden wilden de democratie afschaffen?

“Velen beschouwden de oorlog als een kans om opnieuw te beginnen. De democratie werd gezien als een hoogmoedig experiment dat mislukt was. De democratie was ook nog jong – het algemeen enkelvoudig stemrecht kwam er pas na de Eerste Wereld­oorlog, en dan nog alleen voor mannen. Het systeem had zijn strepen nog niet verdiend, kun je zeggen. Mensen waren niet onder de indruk van de resultaten van de democratie – zowel rechts als links. De socialistische leider Hendrik de Man was geen bewonderaar van de democratie, met die ongeziene economische depressie en eindeloze regeringscrisissen. Koning Leopold III evenmin. Ook de kerk wist nog niet goed hoe ze ermee moest omgaan.”

Wat vond men het centrale probleem?

“In mijn boek beschrijf ik een scène uit The Remains of the Day: terwijl de aristocraten zitten te vergaderen, vraagt een van hen aan de butler, het personage dat vertolkt wordt door Anthony Hopkins, hoe hij de valuta­crisis zou oplossen.

De boodschap is meteen duidelijk: we gaan de macht en het vermogen om moeilijke beslissingen te nemen toch niet in handen geven van de mensen die onze schoenen poetsen?”

Ik herinner mij dat als een aangrijpende scène, heel vernederend voor de butler.

“Toch gaat het tegelijk over de eerbaarheid van de butler, die zelf ook vindt dat hij in een andere categorie speelt, zonder minderwaardig te zijn als mens. Dat is het beeld van de aristocratische wereld, een orde waarin iedereen zijn plaats nog kende. De democratie werd beschouwd als een vorm van nieuwlichterij en wanorde – ook in verzetskringen. Daar bleven velen spelen met het idee van een autoritair regime geleid door de ­koning.”

De hoofdpersoon in uw boek sympathiseert aanvankelijk met het Verdinaso, dat werd geleid door Joris Van Severen. Was dat een fascistische organisatie?

“Het is een subtiele discussie, omdat je fascisme smal of breed kunt definiëren. Ik zou niet te breed gaan – ik zou Donald Trump bijvoorbeeld nooit een fascist noemen. Het Verdinaso kende alle ­eigen­schappen die het fascisme kenmerken: de charismatische leider, het ressentiment, het verlangen naar agressie, de esthetiek en het maat­schap­pij­beeld van een corporatistische orde: daarin beslist niet de politiek, maar trekken werkgevers en werknemers zonder klassenstrijd aan hetzelfde zeel. In die zin behoorde het Verdinaso tot de avant-garde van het fascisme in Europa.”

Bij wie leunden ze aan?

“Zeker bij de Italiaanse fascist Benito Mussolini, die een grote inspiratiebron vormde. U weet dat Mussolini de macht in Italië niet had gegrépen, maar had gekrégen van de elite. Dat idee zat ook in het Verdinaso: het idee dat zij de macht zouden krijgen om onder het gezag van de koning alle problemen op te lossen waar de democratie machteloos bleek. Ze wilden de orde herstellen die het aristocratische tijdperk had gekend, maar waren ook vooruitstrevend. Vandaar het idee van een Nieuwe Orde. Ook dat was hoogmoed.”

‘Er is iets grondigs fout gelopen bij de laatste regeringsvorming. Een land dat niet bestuurd wordt, daar gaat een democratie aan ten onder.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Er is iets grondigs fout gelopen bij de laatste regeringsvorming. Een land dat niet bestuurd wordt, daar gaat een democratie aan ten onder.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Hoe vreemd is het dat een fascistische organisatie koning Leopold III als leider wilde?

“Zij zagen in hem de sterke man die het land nodig had. Bij collaboratie en fascisme denken wij vandaag meteen aan Vlaams-nationale organisaties, maar bij het Verdinaso ging het niet over volk of ras, maar over de stichting van een nieuw rijk, een staat die zou bestaan uit België, Nederland en eventueel Luxemburg. Aan het einde van de jaren dertig was de rechterzijde verdeeld. Verschillende verenigingen besnuffelden elkaar en probeerden uit te maken wat de goede richting was.”

Het Verdinaso deed niet mee aan verkiezingen.

“Ze waren zo zuiver in de leer dat ze wilden gevraagd worden om de macht te nemen. Het Waalse Rex, onder leiding van Léon Degrelle, en het VNV, het Vlaams Nationaal Verbond, deden wél mee aan verkiezingen. Zowel Rex als het VNV hadden in 1936 zeer goed gescoord. Alleen leed Degrelle een jaar later een historische nederlaag tegen de katholieke premier Paul van Zeeland. Het VNV en Rex stapten de collaboratie in – Rex vooral via het ronselen van oostfront­soldaten. Ook de koning zelf verkoos de neutraliteit. Hij wilde eigenlijk buiten de oorlog blijven.”

Terwijl het VNV dus volop de kant van de nazi’s koos.

“Maar de nazi’s zelf hebben nooit gekozen. Ze wilden de macht niet in handen van de koning geven, want dat zou een keuze voor België geweest zijn. Maar een onafhankelijk Vlaanderen interesseerde de Duitsers ook niet. Ze wilden alleen de onvoorwaardelijke overgave. En daartoe was het VNV meteen bereid. Hitler trok de Vlamingen voor: van soldaten die gevlucht waren en terugkeerden, werden alleen de Walen afgevoerd naar Duitsland. Onder meer daarom was er in Vlaanderen meer goodwill voor de Duitsers.”

Frantz Van Dorpe komt niet in de collaboratie terecht, maar in het verzet. Hoe is dat precies verlopen?

“Een deel van het Verdinaso koos voor verregaande collaboratie, een ander deel raakte betrokken bij het verzet. Van Dorpe ziet dat de Duitsers alleen maar willen dat België plat op de buik gaat, en dat vindt hij onaanvaardbaar. Zijn verafgoding van koning Leopold III is totaal, omdat die niet, zoals de Belgische regering, naar Londen was gevlucht. Hij hoopte wel op een soort Vichy-regime onder Leopold III – zoals dat in het zuiden van Frankrijk opgezet was – maar daar gaven de Duitsers hen de kans niet toe.

“Van Dorpe behoorde tot de West-Vlaamse, katholieke ondernemerswereld die vond dat de oorlog leefbaar moest blijven voor de eigen bevolking. Hij had onder meer een goed contact met Albert De Clerck, vader van de latere CD&V-topman Stefaan De Clerck. Het is een elite die zich begint te organiseren.”

Door de eigen bevolking van voedsel te voorzien en koolzaad­velden van de Duitsers in brand te steken, onder meer.

“Het eerste wat ze doen, is een goede lijn met Londen leggen, om de propaganda te kunnen sturen. En zo onder meer collaborateurs te kunnen ontmaskeren. Dat was erg belangrijk, die communicatie met de Belgische bevolking. Maar ze voeren inderdaad ook sabotage­acties uit op gewassen die de Duitsers kunnen gebruiken. Tegelijk zorgen ze ervoor dat ook de zwarte markt wordt gesaboteerd, zodat eten dat voor woekerprijzen wordt verkocht, bij gewone mensen terechtkomt. De ambitie is om een soort parallel bestuur in stand te houden, met steun van bedrijfsleven, kerk en Boerenbond.”

Het finale plan om het land na de oorlog door de koning te laten leiden mislukt.

“Inderdaad. De koningskwestie is de meest ­eigen­aardige plot­twist die je had kunnen bedenken. Eigenlijk was het de bedoeling om de koning te gebruiken om de eenheid te herstellen – nog steeds dat idee van een ‘nieuwe orde’ – maar het tegendeel gebeurde: zijn terugkeer dreigde een burgeroorlog te doen losbarsten. Daarmee sneuvelde het idee om het land na de oorlog onder leiding van een autoritaire vorst te laten functioneren – zónder democratie, dus.”

‘De democratie kent allerlei beperkingen. Dat maakt haar ogenschijnlijk zwak in vergelijking met andere systemen die in opmars zijn.’  Beeld Thomas Sweertvaegher
‘De democratie kent allerlei beperkingen. Dat maakt haar ogenschijnlijk zwak in vergelijking met andere systemen die in opmars zijn.’Beeld Thomas Sweertvaegher

In Wallonië was de koning onaanvaardbaar.

“Inderdaad. Leopold III was zelfs tot in 1943 het Duitse regime blijven verdedigen, had geen woord gezegd over de jongemannen die waren afgevoerd om in Duitsland dwangarbeid te verrichten. En hij was getrouwd met Lilian Baels, wat de indruk wekte dat hij erop los had geleefd terwijl zijn onderdanen hadden geleden. Hij was een zeer slecht gekozen symbool om de verdeeldheid in het naoorlogse België ongedaan te maken.”

Laten we eens een sprong maken naar de actualiteit. Ziet u vandaag krachten aan het werk die even ondemocratisch en fascistisch zijn als toen?

“Ik trek in mijn boek in ieder geval geen enkele parallel met vandaag. Maar er is een beeld dat ik weleens gebruik, waarmee ik uw vraag kan beantwoorden. In de jaren dertig van de vorige eeuw was de democratie nog jong – ze bevond zich als het ware in de puberteit en schrok van zichzelf toen het fascisme losbarstte: grotendeels jonge mannen die het ongebreidelde gebruik van geweld als bevrijdend ervoeren. Vandaag zie je dat de democratie ook een probleem heeft. Maar nu zit ze in een midlife­crisis.”

Mooi beeld, wat bedoelt u er precies mee?

“De democratie kent allerlei beperkingen en inperkingen. Dat maakt haar ogenschijnlijk zwak in vergelijking met andere systemen die vandaag in opmars zijn – denk maar aan het Chinese systeem. Ook voor allerlei grote bedreigingen – van corona tot klimaat en migratie – lijkt de democratie te zwak. En dus zie je nu ook het verzet groeien, net zoals honderd jaar geleden. Alleen geloofde het fascisme van toen nog in een duidelijke orde, de orde van vorst en vaderland, die van de voor­oorlogse wereld. Moderne fascisten, of zij die er soms voor doorgaan, zijn totaal verschillend. Dat zijn complete nihilisten.”

Hoezo?

“Figuren als Donald Trump en Dries Van Langenhove bij ons beschouwen alles als een spel. Zij doen aan kleiduifschieten op alles wat beweegt in de democratie. Maar nogmaals: ik zou hen geen fascisten noemen. Ook Thierry Baudet in Nederland niet. Ook diens politieke actie heeft niets meer te maken met wat voor orde dan ook. Hij is de vriend van virus­wappies die corona ontkennen, pocht dat al zijn vrienden anti­semieten zijn, het is allemaal pure wanorde en nihilisme. Het fascisme van bijvoorbeeld het Verdinaso was een soort bevrijding: van de democratie, die als onbestuurbaar werd beschouwd.”

Wil radicaal- en extreem­rechts vandaag ook niet van de democratie verlost worden?

“Je ziet dat idee van bevrijding weer opduiken: dat we totaal geen nood hebben aan parlementen en rechters, maar aan ongebreidelde macht en actie. Om een crisis het hoofd te bieden of om vreemdelingen buiten te houden. Na de oorlog, in de een­gemaakte Europese Unie, staat de democratie haaks op dat idee van totale ongebreideldheid. De democratie is aan handen en voeten gebonden. Ik heb de vergelijking eerder gemaakt: de lidstaten van de EU lijken op Odysseus die zich aan de mast laat vastbinden, om de zang van de sirenen te kunnen weerstaan.”

U noemde het ook een vergadering van Anonieme Alcoholisten: de EU-lidstaten houden elkaar op het goede spoor, qua begrotings­beleid, qua rechts­staat...

“Precies. En de populisten willen die beperkingen doorbreken. Er bestaat een oud citaat van Louis Tobback (gewezen socialistisch minister en partijvoorzitter, red.), ik parafraseer even: ‘De democratie verdraagt geen leegte, want als die leegte zich toont, is daar al snel de sterke man om het allemaal op te lossen.’ Veel mensen verlangen weer naar een sterke man, zoals in de jaren dertig. De leegte van de democratie toont zich vandaag in de vele zekerheden die zijn weggevallen. Dan gaan sommige mensen op zoek naar een nieuwe elite die zekerheid kan bieden.”

Is het Vlaams Belang een partij die op dat verlangen naar zekerheid inspeelt?

“Er is een verschil tussen partijen die het gat in de democratie zien en erin springen, en partijen die het gat heel bewust willen creëren. Dat is het verschil tussen iemand die brand roept omdat hij denkt dat het brandt en iemand die brand sticht omdat hij hoopt dat ze hem zullen vragen om te komen blussen. In die zin is er toch een enorm verschil tussen mijn hoofdpersonage Frantz Van Dorpe en pakweg Dries Van Langenhove. Ik wil Van Dorpe de belediging van die vergelijking niet aandoen.”

Hoe kijkt u naar de discussie over de rol van Vlaams Belang in het beteugelen van de radicalisering op rechts? Moet voorzitter Tom Van Grieken oproepen tot rust, zeker nu er duidelijk een gewelddadige dreiging van rechts uitgaat?

“Dat is niet de juiste strategie, volgens mij. Zorgen dat de extremen het niet halen: dat is het omgekeerde van waar Van Grieken voor staat. Minis­ter-president Jan Jambon heeft ooit gezegd dat voor N-VA met die Van Grieken nog te praten valt. Dat is een misvatting die juist voeding geeft aan de extremen. Uiteraard moet Van Grieken oproepen tot kalmte, in de huidige omstandigheden. Maar een beroep doen op de extremen om extremen te bestrijden is uiteindelijk futiel. Zo werkt het niet. Dries Van Langenhove zit niet toevallig bij Vlaams Belang. Met zo iemand ga je niet in dialoog.”

'Ik vind dat een liberale partij het gerust mag toegeven als de groene partij een goed idee heeft. Dat uitvergroten van nuance­verschillen is overbodig.' Beeld Thomas Sweertvaegher
'Ik vind dat een liberale partij het gerust mag toegeven als de groene partij een goed idee heeft. Dat uitvergroten van nuance­verschillen is overbodig.'Beeld Thomas Sweertvaegher

Ik vrees dat je met zo iemand niet echt in dialoog kúnt, niet constructief van gedachten kunt wisselen.

“En juist daarom is hij naar voren geschoven als dé man die de partij nu nodig had, voor deze tijd. Een man die flirt met nazisme en antisemitisme. Dat zegt genoeg. Sommigen zullen mij het beeld kwalijk nemen, maar voor mij is Vlaams Belang de kanarie in de koolmijn. Als je merkt dat die een probleem krijgt, is dat een teken dat je niet mag negeren. Maar je moet hem niet vragen wat het probleem is en hoe je het moet oplossen, want dat weet die kanarie niet. Hij toont je alleen het probleem. Idem voor Vlaams Belang: met nihilisten kun je niet constructief in dialoog.”

Wat met de kiezers van Vlaams Belang? En, vandaag, met de supporters van Jürgen Conings? Hoe moeten we met die groepen omgaan?

“Wat niet helpt, is terug­roepen of -schelden. Je moet hun gedrag veroordelen, zonder hen als mens te verwerpen. Dat is een moeilijke oefening – democratie vecht nu eenmaal met één hand op de rug gebonden. Maar het politieke en maatschappelijke midden moet wel zonder schroom aangeven waar de grens ligt. Om naar de jaren dertig terug te keren: het is de katholieke kerk die Rex-leider Léon Degrelle de wacht heeft aangezegd, toen hij echt een bedreiging werd voor de stabiliteit van het land. Dat is wat ik onze middenpartijen, en iedereen met gezag, wil zien doen: duidelijk maken dat zij óók boos zijn, en bezorgd en bang. Mensen die de boel willen samenhouden, hebben óók recht van spreken. En ze zijn met veel meer.”

Heeft de mainstream te lang gedacht dat ze de extreme kiezer kon terug­winnen door zelf een beetje van het Vlaams Blok/­Belang over te nemen? En is die partij zo alleen maar groter geworden?

“Dat is het helemaal. Het is een oneerbiedige uitspraak die ik ooit ergens las, maar ik ben het er wel mee eens: als je shit aanraakt met je handschoen, dan hangt je handschoen vol shit en zal de shit er niet als een handschoen gaan uitzien – ‘The gloves get shittier, but the shit never gets any glovvier.’ Middenpartijen hebben constant de boodschap gegeven dat ze de kiezers van het Vlaams Belang wel begrepen, maar het enige gevolg is geweest dat de extremen aan kracht hebben gewonnen. De grenzen van de tolerantie worden almaar verlegd. Denk ook aan de fractie in het Europees Parlement waar de N-VA deel van uitmaakt: daarin zitten partijen, onder meer uit Polen, die de rechtsstaat willen ondergraven en expliciet inspelen op antisemitisme.”

Heeft de N-VA daarmee de Rubicon over­gestoken, naar de kant van de extremen?

“Als een andere partij dat had gedaan, zou de Vlaamse pers nooit geaarzeld hebben om die radicaal-rechts of extreem­rechts te noemen. Het is allemaal niet in één keer gebeurd, maar beetje bij beetje is de N-VA inderdaad de Rubicon over­gedobberd, zeg maar.”

Ondertussen zijn de klassieke partijen, waar­onder de uwe, politieke dwergen geworden. Hoe raakt Open Vld, of een andere partij, daar ooit weer uit?

“Om te beginnen is er iets grondigs fout gelopen bij de laatste regeringsvorming. Die heeft lang geduurd, omdat de klassieke partijen maar bleven vasthouden aan het idee dat de N-VA per se deel moest uitmaken van die regering. Dat was een vergissing. Een land dat niet bestuurd wordt, daar gaat een democratie aan ten onder. Dan krijg je die leegte waar Louis Tobback het over had. Je mag dat gat niet laten vallen door een formatie zo lang te laten aanslepen.”

Men had sneller moeten schakelen naar een regering zonder N-VA?

“Sowieso. De onbestuurbaarheid van België zit ingebakken in het wereldbeeld van die partij. En de nihilisten rechts daarvan, bij Vlaams Belang, hebben sowieso baat bij onbestuurbaarheid. Ik zet hen niet op dezelfde lijn als Vlaams Belang, maar N-VA was in de Zweedse regering toch de vegetariër die mee aan het hoofd van de slagerij stond. Bij de laatste regeringsvorming is zelfs dat niet meer gelukt. En dat is funest, want dan valt er een gat. Dat zag je in de jaren dertig en dat zag je nu: mensen zijn bang van leegte, crisis en het gevoel dat het ergste nog moet komen. Onbestuurbaarheid is geen optie.”

Hoe moeten de midden­partijen zich dan her­uitvinden, want straks dreigen ze in de buurt van de kies­drempel te eindigen?

“De maatschappij is fundamenteel veranderd: de manier waarop we winkelen, onze bankzaken beheren, werken – noem maar op. Alle zekerheden zijn verdwenen. Alleen de politiek blijft vastgeroest zitten in allerlei systemen die de indruk geven dat politici zich een aparte klasse wanen, die in een wereld leven waar andere regels gelden – waar je sneller gevaccineerd wordt, aan cumul mag doen, wél nog zekerheden hebt… Dat is niet goed, want het is koren op de molen van de populisten. De democratie is niet altijd even mooi, maar je moet voortdurend proberen om het warm water opnieuw uit te vinden.”

Hoe doe je dat?

“Om het met Freud te zeggen: de middenpartijen lijden aan het narcisme van de kleine verschillen. Ik vind dat een liberale partij het gerust mag toegeven als de groene partij een goed idee heeft. Dat uitvergroten van nuance­verschillen is overbodig, en niet aantrekkelijk voor de kiezer. Ik denk dat progressieve frontvorming mogelijk is. Zeker op lokaal niveau, zoals in Mechelen – waar Groen en Open Vld elkaar in één stads­lijst hebben gevonden. Dat is veel geloofwaardiger dan per se al die partijpolitieke spelletjes te willen blijven spelen. Je doet het politieke midden geen plezier door alles in oude mentaliteiten te blijven opdelen.”

Uw naam is een paar keer gevallen in het kader van de plannen voor politieke vernieuwing rond onder meer Sihame El Kaouakibi en Karel Van Eetvelt.

“Ik ben zeer puriteins op alles wat met geld te maken heeft, zeker met overheidsgeld, dus als de verhalen over Sihame kloppen, dan heb ik daar uiteraard geen enkele sympathie voor. Maar de vernieuwing die zij vertegenwoordigde bij Open Vld – daar sta ik nog altijd achter. Ik hoop maar dat de partij na deze affaire niet de verkeerde conclusies trekt en alleen nog maar met mensen uit de eigen stal naar de verkiezingen trekt.”

U bent niet tegen witte konijnen.

“Op jezelf terugplooien is nu een serieus risico. Daarom vind ik het ook boeiend om in dialoog te gaan over politieke vernieuwing, ook met mensen van andere partijen. Ik ben ook kritisch voor mijn eigen partij. Als er een portret in uw krant wordt gemaakt van mijn voorzitter Egbert Lachaert, is er vaak maar één Open Vld’er die met naam en toenaam commentaar geeft, en dat ben ik. De rest doet het anoniem.”

En toch wilt u in 2024 in het Europees Parlement verkozen worden.

“Sowieso. De tweede maandag van juni 2024 leg ik de eed af in het Europees Parlement. Noem dat maar mijn hoogmoed, om nog even naar de titel van mijn boek te verwijzen. Alles wat ik doe – columns schrijven, achter de schermen van de politiek werken, de strategische discussie over de partij – komt daarin samen, en ik wil verkozen worden. Ik word weleens vergeleken met de Nederlandse historicus Luuk Van Middelaar, die ook achter de schermen heeft gewerkt en nu alleen nog over politiek schrijft, en dat is een mooi compliment, maar ik heb een ander temperament.”

U lijdt aan politieke knaldrang?

“Zoiets, ja. Ik heb de ambitie om mee dingen te veranderen. Ik zou het kunnen, dus waarom zou ik het niet mogen ambiëren? Ik heb de arrogantie om te denken dat ik een rol kan spelen bij het rechttrekken van de partij – zeker nu we de premier leveren, hebben we een kans. Daar wil ik mij voor engageren. Als dat niet lukt, ga ik iets anders doen, dat spreekt vanzelf. Want in 2024 ben ik 48, dan is het mijn laatste kans. Maar ik wil het.”

De partij zal u eerst een goede plek op de lijst moeten geven.

“Dat klopt. Maar wie mij wil tegenhouden, zal van goeden huize moeten zijn.”

Vincent Stuer, ‘Hoogmoed. Van Verdinaso tot verzet’, Borgerhoff & Lamberigts, 312 p., 27,99 euro.   Beeld rv
Vincent Stuer, ‘Hoogmoed. Van Verdinaso tot verzet’, Borgerhoff & Lamberigts, 312 p., 27,99 euro.Beeld rv
Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234