Zondag 02/10/2022

Vlaanderen is multicultureel en zal dat blijven

De suggesties van Abou Jahjah, voorzitter van de Arabisch Europese Liga, om van Arabisch de vierde landstaal te maken en om met een allochtonenpartij op te komen, hebben niet de steun van de allochtone gemeenschap. Wel legt hij de vinger op een aantal reële wonden en moet er gewerkt worden aan participatie van nieuwe Belgen.

Dyab Abou Jahjah, voorzitter van de Arabisch Europese Liga, schoof onlangs een mogelijke strategie naar voren om de positie van de allochtonen te verbeteren: de erkenning van het Arabisch als vierde landstaal en de oprichting van een allochtonenpartij in Antwerpen. In het Knack-interview maakte hij hiervan geen prioritaire strijdpunten. Maar dat zouden ze wel kunnen worden als de emancipatie van allochtonen nog lang op zich laat wachten. De suggestieve cover van Knack sloeg in. De indringende foto van een gemaskerde Palestijnse activist, het woord 'tijdbom' en de verwijzing naar 'de eisen van de allochtonen in België' zorgden echter voor een onverkwikkelijke associatie. Het leek even alsof de sociaal-economische en politieke eisen met moslimfundamentalistische 'bedreigingen' werden verward. Zondag in De zevende dag zette Knack-journalist Joël De Ceulaer dat recht. Met zijn correcte observatie dat Jahjahs standpunten intellectueel meer hout sneden dan die van Philip Dewinter, joeg hij deze zelfs weg uit de studio.

Jahjah spreekt met radicale stem en zo'n stem wordt gehoord. Helaas wordt hij nu geciteerd alsof hij plots de woordvoerder van de allochtone gemeenschap zou zijn. Dat klopt niet. Als senator van Turkse origine bestrijd ik bijvoorbeeld zijn reactionaire standpunt over vrouwen en vele allochtone vrouwen doen dat met mij. Ook Jahjahs homofobe stellingnames deel ik niet. Het is duidelijk dat hij de diversiteit binnen de migrantenbevolking miskent. Wie of wat vertegenwoordigt hij overigens met zijn taalvoorstel, als je weet dat de Marokkanen bij ons overwegend Berbers spreken? Ook de Italianen (nog steeds de grootste groep vreemdelingen in dit land), Turken en vele anderen hebben geen boodschap aan zijn suggestie. De meeste allochtonen spreken al een officiële taal van dit land of willen dat leren. De Vlaamse regering investeert meer en meer in taalonderricht voor immigranten, maar de vraag is nog steeds groter dan het aanbod.

Voor de nieuwkomers mag alleszins niet dezelfde fout gemaakt worden als voor de 'eerste generatie'. Zij werden beschouwd als 'gastarbeiders', die hier wel kwamen werken, maar voor hen was geen verdere sociale integratie voorzien. Als groenen pleiten wij voor een serieuze investering in de mogelijkheden om als allochtoon te kunnen participeren. Aan dat stimulerende onthaalbeleid moeten een aantal sociale rechten worden gekoppeld. Jahjahs suggestie om van het Arabisch de vierde landstaal te maken, is provocatief en tactisch onverstandig. Dat vergeten we best. Iets anders is de moedertaal ondersteunen als een levende taal. Zo kan er een plaats worden voorzien voor cursussen Turks en Arabisch in het secundair en hoger onderwijs, zoals voor Spaans en Italiaans.

Een eigen moslimpartij oprichten is een democratisch recht, maar strategisch is het een slecht idee. Het werd al vaker geopperd. Gelukkig kwam er tot nog toe weinig van in huis. Zo werd de deelname van de lijst Noor aan de verkiezingen te Brussel in 1999 een flop. Het druist regelrecht in tegen het concept van integratie in een multiculturele samenleving. In een gezonde democratie worden partijen gevormd op grond van verschillende projecten voor de samenleving. Allochtoon zijn is geen ideologie. Een eigen moslimlijst zou juist de etnische breuklijnen verscherpen, waardoor het steeds minder mogelijk is van een 'samenleving' te spreken. Misnoegde allochtonen zouden beter volop meewerken aan participatie in de bestaande democratische partijen. Alleen op die manier kunnen op het politieke niveau sterke bruggen worden gebouwd.

Vandaag zetelen al enkele politici van allochtone afkomst in het parlement. Wij stellen met tevredenheid vast dat we daar wel degelijk het verschil kunnen maken. Voor allochtonen belangrijke dossiers klimmen door onze aanwezigheid hoger op de politieke agenda. Denk aan de antidiscriminatiewetgeving, de geplande wijziging van de antiracismewet, moslimbegraafplaatsen, stemrecht of regularisaties van mensen zonder papieren. Essentieel is dat wij daarbij ook allerhande gevoeligheden op het terrein beter kunnen vertolken.

Mensen als Abou Jahjah verwijten ons alibi-allochtonen te zijn zonder achterban. In 1999 haalde ik op de senaatslijst nochtans 18.330 voorkeurstemmen, van allochtonen en autochtonen. Ondertussen staan we dagelijks in contact met die achterban van Belgen en migranten. Helaas ontbreekt een sterk allochtoon middenveld. Dat heb ik als parlementslid snel ondervonden. Tijdens de debatten over het migrantenstemrecht in de Senaat hebben we gestreefd naar een betere samenwerking met het prille allochtone middenveld. Toch blijft het contact niet gemakkelijk. Daar moeten alle betrokkenen werk van maken.

Abou Jahjah legt zonder twijfel de vinger op een aantal wonden. Daarom is zijn boodschap interessant. Waarnemers hebben te weinig aandacht voor de verbittering en verzuring die zich binnen de allochtonengemeenschap aan het ontwikkelen is. De sociale achterstelling raakt maar niet weggewerkt. In Vlaanderen is er een nieuwe apartheid in de maak. Er komt een nieuw schooljaar aan, en opnieuw zullen talrijke allochtone leerlingen geweigerd worden. Het tekort aan gelijke kansen treft migranten zowel in onderwijs, werkgelegenheid als huisvesting. Zoiets is dodelijk voor hun motivatie om voortdurend zelf stappen tot integratie te zetten. Dat partijen hun standpuntbepaling, bijvoorbeeld over het migrantenstemrecht, al te zeer afstemmen op de verzuring van het 'eigen volk', is kortzichtig en gevaarlijk. Vandaar is de kans reëel dat de allochtonen vroeg of laat op een eigen 'Blok' zullen kunnen stemmen. De dynamiek die zo op gang komt, zal uiteindelijk in de kaart spelen van het echte Vlaams Blok.

We hebben geen nood aan een migrantenpartij, wel aan ambitieuze actieplannen om de levenskwaliteit van Belgen en migranten onderaan de sociale ladder drastisch te verbeteren. Geruggensteund door migrantenverenigingen die de prioritaire sociaal-economische noden van allochtonen politiek mee vertalen. Het migrantenstemrecht is geen wondermiddel, maar vormt een extra hefboom. Maximaal investeren in degelijk onderwijs voor allen een andere. Enkel zo kan de verdieping van de kloof tussen gemeenschappen worden omgebogen en de 'tijdbom' onschadelijk gemaakt.

De jongste maanden was het in Vlaanderen en onze buurlanden bon ton af te geven op de multiculturele samenleving en haar allerlei intrinsieke gebreken toe te schrijven. Ik weiger te geloven dat samenlevingsproblemen onoplosbaar zijn. Ik doe een dringende oproep de aandacht van de multiculturaliteit opnieuw naar de sociale verhoudingen in onze samenleving te verleggen. Daar ligt de bron van de meeste samenlevingsproblemen. Abou Jahjah had in De zevende dag gelijk toen hij stelde dat allochtonen zich niet hoeven aan te passen aan 'de Vlaamse waarden en normen', want die bestaan niet. Enkel de wet is een objectief gegeven. Terecht werd ook gewezen op het feit dat veel mensen met een vreemde achtergrond geen 'migranten' zijn. Vele allochtone jongeren zijn hier geboren en zullen hier blijven. Een behandeling als tweederangsburgers is niet langer vol te houden.

Hoe men ook tegen de multiculturele samenleving aankijkt, Vlaanderen is multicultureel en zal dat blijven. Het zou daarom niet slecht zijn dat ook een aantal Vlamingen zich in hun multiculturele samenleving beginnen te integreren. Even noodzakelijk is dat democratische politici zich er niet toe laten verleiden etnische breuklijnen op te kloppen, en beseffen dat de multiculturele samenleving nog niet voltooid is. Wat de 'samenlevingsproblemen' betreft, is meer nodig dan symptoombestrijding. Zoiets vergt moedige beslissingen en middelen. Enkel op die manier kan het tijdbomscenario dat Abou Jahjah voorspiegelt, worden afgewend.

Meryem Kaçar is senator voor Agalev.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234