Zaterdag 25/06/2022

ReportageNiet-begeleide minderjarigen

‘Voor elke jongen voor wie ik het verschil probeer te maken, staan er tientallen anderen op een wachtlijst’

Journalist Dimitri Thijskens met twee van de vijf Afghaanse jongens van wie hij de voogd is. Beeld Tine Schoemaker
Journalist Dimitri Thijskens met twee van de vijf Afghaanse jongens van wie hij de voogd is.Beeld Tine Schoemaker

De regering heeft beslist om zestig extra voogden voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen aan te werven en om de Dienst Voogdij gevoelig te versterken. Journalist Dimitri Thijskens, zelf voogd van vijf niet-begeleide minderjarigen, duidt waarom die extra middelen broodnodig zijn.

Dimitri Thijskens

In september vorig jaar dient Mohamed* in het Klein Kasteeltje in Brussel een verzoek om internationale bescherming in na een helse tocht door Europa: hij is elf maanden eerder gevlucht vanuit Afghanistan. Mohamed is nog maar 16 jaar en komt in een observatiecentrum terecht. Daar wordt zijn situatie bekeken, hij wordt al snel naar een opvangcentrum van het Rode Kruis doorverwezen. Onmiddellijk wordt hij ingeschreven op school. Maar hij blijft met heel wat muizenissen zitten: zijn asielprocedure ligt voorlopig stil, want er is nog geen voogd.

***

“In principe zou er voor die jongeren onmiddellijk een voogd aangesteld moeten worden”, zegt Pieterjan Schurmans, sociaal deskundige bij de Dienst Voogdij, die valt onder de bevoegdheid van Justitie. “Die kan dan meteen inschatten hoe de jongere zich voelt en of er geen speciale noden zijn. In theorie is dat ook de bedoeling, maar in de praktijk moeten de meeste jongeren nu twee à drie maanden wachten. Wij hebben op dit moment een chronisch tekort aan voogden. Er staan 865 niet-begeleide minderjarige vreemdelingen (NBMV) op de wachtlijst, van wie 421 Oekraïners en 302 Afghanen. 45 van hen zijn -15-jarigen, die nog in de eerste fase van de opvang zitten. Zij zouden in het verleden aangepaste opvang hebben gekregen en voorzien zijn van een voogd.”

Enerzijds zijn er werknemers-voogden. Zij hebben een dertigtal jongeren onder hun hoede en werken voor het Rode Kruis of voor Caritas, waar ze een vast loon krijgen. Daarnaast zijn er zelfstandige voogden: typisch gaat het dan om mensen die met prepensioen zijn en die een tiental jongeren onder hun hoede hebben. Tot slot zijn er de vrijwilligers, die dit naast hun job doen. Zij kunnen maximaal vijf voogdijen opnemen. Per jongere krijgen ze een vergoeding van 720 euro per jaar, die fiscaal vrijgesteld is. Ze volgen een gespecialiseerde opleiding van één week en worden gescreend via een gesprek met de Dienst Voogdij.

***

Eind december lees ik in mijn mails dat er op dat ogenblik nog meer dan honderd minderjarigen wachten op een voogd. Ik heb net het eerste gedeelte van mijn opleiding als vrijwillige voogd achter de rug. Meteen krijg ik twee jongeren toegewezen, onder wie Mohamed. Zo snel mogelijk maak ik een afspraak in het opvangcentrum voor een eerste gesprek. Mohamed reageert argwanend: nog maar eens een nieuw gezicht, wat komt die nu weer doen? En in dat eerste gesprek passeren bovendien tal van ingewikkelde onderwerpen de revue. Zo worden de verschillende taken van de voogd overlopen: naast het welzijn van de jongere betekent dat ook heel wat administratieve rompslomp.

Denk maar aan het halfjaarlijks verslag voor de vrederechter, het regelen van het ziekenfonds, het groeipakket, het doorgeven van de woonplaats aan het Commissariaat-Generaal en Vreemdelingenzaken. En de grenzen worden meteen afgebakend: ik mag als voogd nooit zorgen voor de opvang van Mohamed en ik mag ook geen cadeautjes meebrengen. Mohamed krijgt ook te horen dat hij op elk moment kan terugkeren naar Afghanistan als hij hier in België niet zou aarden. “Denk je nu echt dat ik voor mijn plezier naar hier gekomen ben?”, luidt zijn logische reactie.

Zo wordt meteen duidelijk wat mijn moeilijkste opdracht als voogd zal zijn: het vertrouwen winnen. Mohamed weet niet wie hij wel of niet kan vertrouwen, hij heeft onderweg naar België al veel meegemaakt. Daarom is het essentieel om snel contact te leggen met de familie. Maar ook daarbij wil hij zeker nog niet het achterste van zijn tong laten zien, vaak wordt onderweg gezegd dat ze daarover helemaal niks mogen zeggen.

***

“De voogd speelt een centrale rol in het leven van de jongere”, zegt Schurmans. “Dat is de enige die in het hele traject aan de zijde van de jongere zal staan, tot hij meerderjarig wordt. Zelfs als hij moet verhuizen naar een ander opvangcentrum of naar een pleeggezin zal de voogd steeds dezelfde blijven. Tenzij er een conflict zou opduiken. Dan kan eventueel een andere voogd worden aangesteld.”

Zulke voogdijen kunnen in bepaalde gevallen dus meer dan tien jaar duren. “Daarom is het belangrijk dat deze mensen voldoende ondersteund worden. Door een gebrek aan personeel is het voor de Dienst Voogdij moeilijk om dat op een goede manier te doen”, zegt Schurmans. Hij moet momenteel tachtig verschillende voogden opvolgen, goed voor meer dan vierhonderd jongeren. Niet voor niets werd er de afgelopen weken actie gevoerd om deze situatie aan te klagen.

***

In het begin ga ik minstens elke twee weken langs bij Mohamed. Stilaan groeit er een vertrouwensband. Zeker vanaf het moment dat allerlei praktische dingen worden geregeld, zoals het afsluiten van een bankrekening – nog zoiets wat heel wat voeten in de aarde heeft – en de bijhorende bankkaart. Of de afspraak die moet vastgelegd worden bij de Dienst Vreemdelingenzaken voor een eerste interview.

Ook daarop bereid ik Mohamed voor met de hulp van een pro-Deoadvocaat. Mohamed heeft zich altijd sterk gehouden, maar als het over zijn familie gaat, vloeien de eerste tranen. En dan groeit het besef dat hier ook gewoon een jongen van 16 jaar zit en geen NBMV, asielzoeker, gelukszoeker, profiteur of welk ander containerbegrip dan ook. Het is trouwens ook de taak van de voogd om langs te gaan op het oudercontact. Op school doet Mohamed het heel goed, hij spreekt zelfs al een aardig mondje Nederlands.

Een eerlijke kans

Net als alle andere niet-begeleide minderjarige vreemdelingen wil een jongen als Mohamed gewoon een eerlijke kans in het leven. En om hem die te geven, speelt de voogd een cruciale rol. Die zal voor de pupil opkomen in goede en kwade dagen. Dat kan simpelweg al door af en toe een whatsappje te sturen om te vragen hoe het met hem gaat. “Meer dan 80 procent van deze jongeren zal uiteindelijk een plaats krijgen in onze samenleving. En daarom is het belangrijk dat we proberen om hen zo snel mogelijk te integreren”, legt Schurmans uit.

Op alle niveaus worden er veel inspanningen geleverd, met uitstekende leerkrachten in het OKAN-onderwijs, excellente sociale begeleiders in de opvangcentra en een uitstekende ondersteuning bij het Rode Kruis en bij de Dienst Voogdij. Maar op alle niveaus is er ook een gebrek aan middelen. Elke euro die wordt uitgegeven aan jonge (of oudere) asielzoekers lijkt in het huidige politieke klimaat wel een euro te veel.

Over de talrijke goede voorbeelden vernemen we dan ook weinig. De Dienst Voogdij heeft momenteel 3.281 jongeren onder zijn hoede, waarvan er heel wat al snel aan het werk gaan of in een mum van tijd Nederlands leren. Ook achteraf dragen zij hun steentje bij aan onze maatschappij. Denk bijvoorbeeld aan Mo, die naar België is gekomen als minderjarige asielzoeker en zopas zelf voogd is geworden. Of aan de begeleiders in de opvangcentra met een asielverleden, die nu hun lotgenoten willen helpen bij hun eerste stappen in ons land. Of nog aan de jongens die vorig jaar gingen meehelpen met de opruimingen na de overstromingen in Wallonië.

Maar de enige manier waarop niet-begeleide minderjarigen in de media komen, is bij eventuele vechtpartijen. De stem van de 99 procent andere jongeren zoals Mohamed, die gewoon hun best doen om zich zo goed mogelijk te integreren in onze samenleving, horen we zelden tot nooit.

Verdubbeling van het budget

Minister van Justitie Vincent Van Quickenborne (Open Vld) heeft wel geluisterd naar de mensen in het veld. Hij besliste vorige week vrijdag om 6,6 miljoen euro extra te investeren aan middelen in de Dienst Voogdij, bijna een verdubbeling van het huidige budget. “Daarmee willen we in de eerste plaats 60 extra werknemers-voogden aannemen”, klinkt het op het kabinet-Van Quickenborne. “Bovendien zullen we ook 23 extra personeelsleden aanwerven op de Dienst Voogdij, bovenop de 27 die er nu al werken. En er zal extra budget komen voor bijkomende tolken en extra vrijwillige en zelfstandige voogden.”

Ben Segers, parlementslid van Vooruit die dit dossier van heel nabij opvolgt in de Kamer en er al herhaaldelijk vragen over stelde, reageert voorzichtig positief. “Ik heb wel gemerkt dat er bij het kabinet-Van Quickenborne geluisterd wordt naar de noden en dat er ook gehandeld wordt. Maar het is nu wel belangrijk dat er snel geschakeld wordt. Er zijn nu al honderden Oekraïners die op een voogd wachten. Voor hen is de situatie extra precair omdat zij niet in collectieve opvangstructuren zitten en er dus zo snel mogelijk voogden moeten langsgaan bij de families waar ze opgevangen worden. Zij moeten met die kinderen praten om zicht te krijgen op de leefsituatie. Geen enkel kind mag van de radar verdwijnen.”

Schurmans hoopt dan weer dat deze extra investering duurzaam zal zijn. “Het is goed dat er extra personeel komt. Maar ik hoop ten eerste dat dit snel kan. Vorige keer heeft het anderhalf jaar geduurd voordat deze nieuwe mensen ook effectief aan de slag waren. En ten tweede hoop ik dat deze extra inspanningen structureel blijken. Zo kunnen we na deze Oekraïnecrisis bijvoorbeeld inzetten op straatkinderen, die nu helemaal aan onze aandacht ontsnappen. Daarvoor kunnen de extra werknemers-voogden ingezet worden.”

***

Mohamed voelt zich intussen veel beter in zijn vel en straalt al een gezonde dosis zelfvertrouwen uit. Zijn eerste interview bij Vreemdelingenzaken is nu achter de rug. En we zijn ook langsgeweest bij het Rode Kruis om hem te helpen met het terugvinden van zijn broer, die hij onderweg naar België is kwijtgeraakt. Nog maar eens doet hij zijn pijnlijke verhaal, dat moet zowat de tiende keer zijn. Elk detail wordt weer op de weegschaal gelegd.

Vanaf nu focust hij zo goed en kwaad hij kan op zijn toekomst in België. Want over een jaar volgt misschien wel het belangrijkste moment in zijn nog jonge en toch al woelige leven: het Commissariaat-Generaal van Vluchtelingen en Staatlozen zal na een interview van een viertal uur beslissen of hij al dan niet in ons land mag blijven. Ook op dat sleutelmoment zal ik naast hem zitten om hem moreel te steunen, daar kan hij nu al op rekenen.

Het was mijn bedoeling om het voorlopig bij twee voogdijen te houden, maar door het nijpende tekort en de positieve eerste ervaringen heb ik me laten overhalen om nog drie extra voogdijen op te nemen, allen Afghaanse jongens tussen 8 en 17 jaar. Zij wachten al het langst op een voogd. Het doet me des te meer beseffen waarom die extra middelen zo noodzakelijk zijn. Want voor elke jongen voor wie ik het verschil probeer te maken, staan er tientallen anderen op een wachtlijst.

* Mohamed is een fictieve naam.

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234