Zaterdag 28/05/2022

Voormalig VRT-hoofdredacteur en éminence grise van de Wetstraat Jos Bouveroux over werk & leven

'Ik vrees dat de Vlaamse media de Angelsaksische weg zijn ingeslagen'

Veertig jaar nadat hij voor het eerst hemd en das kocht om Het journaal voor te lezen maakt Jos Bouveroux zijn comeback op het scherm. Met een docureeks over de federale staat België, over twee weken op Canvas, keert Bouveroux terug naar zijn natuurlijke habitat, de Wetstraat. Na elf jaar als hoofdredacteur van de nieuwsdienst van de VRT. Een icoon van de openbare omroep en van de vaderlandse journalistiek, over toen en nu: 'Er zijn steeds meer media, maar ze brengen allemaal ongeveer hetzelfde.' Door Brecht Decaestecker en Walter Pauli

Geen modern espressotoestel, maar een betrouwbare, ouderwetse koffiezet. Uit een radio op de vensterbank klinkt Klara. Tientallen oude videocassettes schuren tegen elkaar op een kast, een bureaustoel en een oude montagetafel. "Jarenlang is dit mijn orgel geweest", vertelt Tony Verbruggen, wanneer hij, speciaal voor de foto, een paar rollen pellicule drapeert over een toestel dat ruikt naar de oertijd van de televisie, toen beelden met schaar en lijm achter elkaar werden gekleefd.

Samen met Jean-Pierre Coppens maakt Verbruggen al jaren het jaaroverzicht voor de VRT. In september kregen ze een derde partner in crime. Na bijna twaalf jaar als hoofdredacteur hield Jos Bouveroux (61) het voor bekeken bij de nieuwsdienst. De voorbije maanden werkte het trio aan Het onvoltooide land, een tv-serie van vier afleveringen die over twee weken op Canvas te bewonderen zal zijn. Voor het programma ging Bouveroux op zoek naar het antwoord op de vraag waarom België de voorbije veertig jaar is geëvolueerd naar een federale staat. Dat deed de voormalige Wetstraatrat aan de hand van archiefmateriaal en interviews met coryfeeën uit de vaderlandse politiek, maar ook door magistrale, in high definition gefilmde reconstructies van opstanden en betogingen.

Bouveroux vindt dat hij met Het onvoltooide land zijn magnum opus heeft gemaakt. "Ik ben begonnen als Wetstraatjournalist ten tijde van het Egmontpact", vertelt hij. "Na de ondertekening van het Sint-Michielsakkoord ben ik hoofdredacteur geworden. Ik heb de hele periode van staatshervormingen als journalist meegemaakt. De materie heeft me altijd bijzonder gefascineerd. Zowat alle journalisten waren tegen dat Egmontpact. Enkel Sus Verleyen, Hugo Camps en ik waren toen voor."

In september bent u afgetreden als hoofdredacteur. Waarom?

Jos Bouveroux: "Ik had me voorgenomen tien jaar hoofdredacteur te zijn. Uiteindelijk werd het elf jaar. Toen de verschillende nieuwsdiensten samensmolten, vond men dat er iemand van de oudere generatie mee aan boord moest. Ik was de enige van die generatie die overbleef. Ik heb toegezegd voor een extra jaar, maar ik had enorm veel zin om opnieuw programma's te maken. Ten tijde van het ontslag van Yves Leterme begon ik meteen rond te bellen, ook al was ik hoofdredacteur. Dat zit in je bloed, in je genen. Op zo'n moment wil je het fijne van de situatie weten."

U bent van de generatie die men de 68'ers noemt. De eerste onhandelbare generatie. Tegelijk behoorde u tot de laatste generatie journalisten bij de VRT die geacht werd een politieke kleur te hebben. Klopt dat?

"Ja. Ik kreeg de kleur van de Volksunie op mij gekleefd. Door mijn familiale afkomst. En omdat ik een overtuigd federalist was. Ik vond de Volksunie een pluralistische partij. Bovendien was het in die tijd onmogelijk om met mijn katholieke achtergrond de overstap te maken naar een socialistische of liberale partij. Dat was een brug te ver. De Volksunie was jong en rebels. De partij trok ook niet-flaminganten aan. Hugo Schiltz, Nellie Maes, Willy Kuijpers... Dat waren interessante figuren."

Waarom werd u niet één van hen en ging u niet zelf in de politiek?

"Mijn ouders hebben mij dat altijd afgeraden. Een deel van mijn familie had in de oorlog gecollaboreerd en heeft daarvoor een zware rekening betaald (zijn oom Theo Brouns VNV-gouwleider van Limburg werd in 1946 terecht gesteld, bdc/wp). Mijn ouders zeiden: 'Pas op met politiek. Blijf liever langs de zijlijn.' Bovendien had ik nooit in één partij kunnen functioneren. Ik vind in elke democratische partij wel iets dat mij aanspreekt."

In de politiek was u een beetje zoals Bert Anciaux geweest?

"Ja, met dat verschil dat ik meer gelachen dan geweend zou hebben. (lacht)"

Wat sprak u aan in de journalistiek?

"Mij oom was correspondent voor Het Nieuwsblad in Limburg. Hij was ook mijn voogd, omdat mijn vader jong gestorven was. Zijn kantoor was recht tegenover de drukkerij van Het Belang van Limburg. Als kleine jongen liep ik daar voortdurend binnen. Ik had ook veel sympathie voor de eenzame strijd van mijn oom, die als Nieuwsblad-correspondent vocht tegen dat grote Belang van Limburg."

Waarom kwam u dan niet bij een krant terecht?

"Aanvankelijk was dat ook mijn bedoeling, maar tijdens onze opleiding politieke en sociale wetenschappen in Leuven kregen we les van Karel Hemmerechts (voormalig directeur informatie bij de openbare omroep, BDC/WP). Die zei ons: 'Je kunt deelnemen aan het examen van de openbare omroep, maar slagen zul je de eerste keer toch niet.' Ik deed mee en was tot mijn verbazing toch geslaagd. Ik, een snotneus van 22, mocht meteen Het journaal op televisie voorlezen. Vandaag zou dat onmogelijk zijn. Ik moest een wit hemd, een das en een maatpak kopen, wat voor mij een shock was. Ik kwam terecht tussen coryfeeën als Maurice De Wilde, Jan Bauwens en Omer Grawet. Ik hield er compleet andere politieke ideeën op na dan zij. Ik wilde voortdurend tegen de schenen van het establishment schoppen. Na één jaar bij de televisie had ik zoveel ruzie met mijn toenmalige bazen dat ze mij als straf naar de radio verbannen hebben. (lacht) Op de redacties konden toen hevige debatten uitbreken. Je had in die jaren regelmatig Palestijnse vliegtuigkapingen. Diep in mij had ik sympathie voor die Palestijnen. De oudere generatie was hevig pro-Israël. Ook de socialisten. Ook het Egmontpact sneed als een mes door de redactie. Vandaag komt dat soort echt politiek verhitte discussies nauwelijks nog voor."

Is dat een goede of een slechte zaak?

"Op een redactie zou er best wat gediscussieerd mogen worden, maar de tegenstellingen tussen mensen zijn nu minder groot geworden. Wij waren kinderen van de Koude Oorlog. Voor het minste werden we gebrandmerkt als communisten, handlangers van Moskou, betaalde Sovjetcommentatoren... De tijd was anders. Je móést een kamp kiezen, terwijl we dat niet wilden. Ik was geen Sovjetpropagandist. Ik vond de inval in Praag in 1968 even verschrikkelijk als de Amerikaanse inval in Vietnam. Maar ik ben wel, toen ik al bij de openbare omroep werkte, gaan betogen tegen de inval in Vietnam. (scandeert) Ho-Ho-Ho Chi Min! Ho-Ho-Ho Chi Min! Dat begrepen administrateur- generaal Paul Vandenbussche en de rest van de oudere generatie niet."

Ziet u nog genoeg passie bij jongere journalisten? Zijn er nog genoeg die meer willen dan alleen 'stukjes maken'?

"Het woord medelijden is niet juist gekozen, maar de werkdruk in de mediasector is zodanig toegenomen dat jongere collega's van hot naar her moeten rennen. Ze krijgen nauwelijks nog de kans om zich te verdiepen in een dossier. Ze moeten voor de start van een kernkabinet klaarstaan voor een quote bij het binnenkomen en ze moeten ook een quote hebben bij het buitenkomen. Vroeger konden wij het ons permitteren om met tv- en krantencollega's tussen de middag te gaan eten en ondertussen meningen uit te wisselen en analyses van de situatie te bespreken. Ik had tijd om mij te informeren. De concurrentie was minder groot. De snelheid is enorm toegenomen. Omwille van de website en de sms-alerts moet je voortdurend maken dat je de eerste bent. In Actueel maakten wij vroeger analyses. Nu moet alles een vlotte babbel met de presentator zijn. Vroeger trok ik me soms terug om in mijn eentje in alle stilte na te denken over wat ik zou schrijven en op de radio zou vertellen. In het huidige open landschap van de nieuwsredactie krijg je niet meer voldoende tijd en mogelijkheden om na te denken. Daarom wil ik ook niet met stenen naar de huidige generatie gooien. Ik besef hoe moeilijk zij het hebben."

Nieuws moet nu meteen bekendgemaakt worden, zowel op websites, radio en tv. Gaat dat soms niet ten koste van de waarheid? Van de feiten?

"Af en toe wordt een fout gemaakt, maar dat was vroeger niet anders. Wat een groter probleem wordt, is het aandeel van de criminaliteitsberichtgeving in de journaals op radio en tv. Dat is momenteel té hoog. Niet elk incident moeten we geven. Niet elk verkeersongeluk moet in een nationaal journaal. We doen het nu ook zo vaak net omdat we het vroeger niet deden. Ik heb nog eens opgesnord wat we destijds op de radio verteld hadden toen Freddy Horion een gezin had omgebracht. Dat klonk zo: 'In Sint-Amandsberg bij Gent heeft een man een volledig gezin uitgemoord. De dader is aangehouden.' Twee lijntjes. C'était tout."

VRT-journalist Jef Lambrecht zei in Humo: 'We beleven een explosie van anekdotische journalistiek. Hoe verschrikkelijk het leed ook voor de nabestaanden, eigenlijk zijn de moord op Joe Van Holsbeeck en die op een Antwerpse buschauffeur faits divers.'

"Dat gaat te ver. De lat ligt op dit moment wat te laag, maar de moord op een jongeman omwille van een mp3-speler heeft een bepaalde maatschappelijke betekenis. Je moet dat brengen. Alles heeft te maken met de hoeveelheid aandacht die je daaraan besteed. Breng je te veel, dan wordt het storend. Tijdens de affaire-Dutroux ben ik er nog drie dagen in geslaagd om de namen van de verdachten uit het nieuws te houden. Daarna moest ook ik capituleren."

Waarom moesten die uit het nieuws blijven?

"Ik stam uit een tijd waarin bijna nooit namen van daders genoemd werden. En al zeker niet van verdachten. Nu wordt te pas en te onpas met namen van verdachten gegooid. De media hebben de naam van Kim De Gelder onmiddellijk bekend gemaakt. Ik heb zelf een zoon met psychiatrische problemen. Voor de ouders van Kim De Gelder moet dat verschrikkelijk geweest zijn."

Is die evolutie nog tegen te houden?

"Ik vrees dat we de Angelsaksische weg zijn ingeslagen, door de druk van kijk- en luistercijfers. Die is enorm toegenomen sinds de komst van vtm. We mogen niet terug naar het verleden. Alles wat maatschappelijk belang heeft moeten we brengen en duiden. Nieuws is niet enkel wat belangrijk is, maar ook wat belangwekkend is. Alleen schieten we nu af en toe wat door. En door de eengemaakte redacties hoor je nu overal hetzelfde. Ik kan begrijpen dat je bij álle media moest openen met een quote als 'we've got him' toen Saddam Hoessein gevangen werd. Maar nu hoor ik op radio en tv en lees ik in kranten en op websites overal hetzelfde. Er zijn vandaag veel meer media, maar ze brengen allemaal ongeveer hetzelfde."

Ondertussen is de reorganisatie tot een eengemaakte nieuwsredactie bij de VRT achter de rug, maar u pleitte bij uw benoeming tot hoofdredacteur in 1996 al om de de muren tussen de verschillende nieuwsdiensten af te breken.

"Klopt. Ik vond het waanzinnig dat ik moest rondbellen naar politici om te weten wat er gebeurde terwijl een verdieping lager een tv-collega van mij hetzelfde deed. Die man zei dan tegen mij: 'Ik heb alles net al aan Gui Polspoel uitgelegd.' Dat verschillende kranten dat doen, begrijp ik, maar toch niet mensen van hetzelfde huis? Ik vond het evident dat we informatie zouden uitwisselen. Dat is nog iets anders dan één en dezelfde journalist die zowel radio als tv moet maken. Dat gaat me wat ver."

Omdat het een ander vak is om een luisteraar dan wel een tv-kijker goed te bedienen?

"Ja. Onze opdracht bestaat eruit om goede radio en goede tv te blijven maken. We mogen geen eenheidsworst creëren. Elk medium heeft zijn eigen kleur en ritme. Als we dat uit het oog verliezen, zijn we fout bezig, maar dat gevaar loert wel om de hoek. Lap je de ongeschreven wetten van een medium aan je laars, dan maak je geen goede tv of radio meer. En dan zul je luisteraars en kijkers verliezen."

Heeft de VRT de redacties te vroeg willen laten samensmelten, als je ziet hoe vaak het bord 'Even geduld' bovengehaald moest worden?

"We wisten dat de technologie de achilleshiel was. Journalisten zijn geen techneuten. Als die mensen ons zeggen dat alles oké is, dan kunnen wij dat twee, drie of vier keer vragen. Als ze je vier keer 'ja' antwoorden, dan zeg je als journalist: 'Oké, dan doen we het.' Op de radio liep alles al snel in het honderd. Toen heb ik als hoofdredacteur beslist om er bij elke uitzending opnieuw een technicus bij te halen. Op dat moment begonnen de problemen bij televisie. Toen was het al te laat. De stap naar digitalisering was al gezet. We konden en kunnen niet meer terug."

Irriteert de kritiek van Koen Meulenaere in Knack daarover?

"Hij overdrijft. Dat is ook de bedoeling van zijn column. Het is nooit prettig om dat te lezen, maar hij legt de vinger wel op een zere wonde."

Yves Leterme maakt vorige vrijdag een slechte beurt in Voor eens & Voor altijd, toen hij chagrijnig 'geen commentaar' bleef zeggen. We kunnen ons niet voorstellen dat Jean-Luc Dehaene hetzelfde zou overkomen.

"Toppolitici weten hoe ze de media moeten bespelen, hoe ze moeten overkomen. Jean-Luc Dehaene wist hoe hij na een nederlaag moest uitleggen dat hij geen nederlaag geleden had. Is Leterme een toppoliticus? Hij heeft een topscore gehaald. Zijn 800.000 voorkeurstemmen waren er bijna evenveel als het miljoen van Tindemans. Was Tindemans een toppoliticus? Achteraf bekeken heb ik mijn twijfels. Die heb ik ook bij Leterme. Ik zie hem als een soort tweede Tindemans. Iemand die zeer hoge persoonlijke scores haalt maar op politiek vlak te weinig empathie heeft."

Voor eens & voor altijd is geen programma van de nieuwsdienst maar wel van Woestijnvis, de grootste amusementsfabriek van de VRT. Terwijl je het gevoel krijgt dat er steeds minder ruimte voor politiek mag zijn in de programma's van de nieuwsdienst vreten al die andere programma's zich vol aan de politiek. En ze scoren er ook mee.

"Die evolutie bekijk ik ook met stijgende verbazing. Ik zou het geen slechte zaak vinden als de nieuwsdienst zou nadenken over een programma in de stijl van dat van Tom Lenaerts en Michiel Devlieger. De tijd is voorbij dat de nieuwsdienst zich enkel met harde politieke feiten mag bezighouden. De nieuwsdienst heeft ook een taak om zich met brede, maatschappelijke evoluties bezig te houden, zolang je dat maar vanuit een journalistieke insteek doet. Debat, woord en wederwoord, kritische interviews,... Dat zijn de sterktes van de nieuwsdienst. Die moet je uitspelen. En daar mag een vleugje humor bij, alstublieft. Ook politiek kan soms grappig zijn."

U lijkt wat een uitzondering, maar als je interviews met Walter Zinzen of Johan Depoortere leest, valt het op dat de VRT er niet lijkt in te slagen zijn oud-coryfeeën van bitterheid te vrijwaren. Hoe komt dat toch?

"Ik heb met Het onvoltooide land de kans gekregen om een programma te maken dat ik al lang wilde maken. Maar het klopt dat men te weinig respect heeft gehad voor met name de oudere buitenlandjournalisten. En dat zij te weinig ruimte gekregen hebben. Dat betreur ik met u, en samen met u constateer ik bij hen een zekere verbitterdheid. De VRT had het op dat vlak beter kunnen doen. Maar ik heb Johan Depoortere een mooi voorstel gedaan om dit jaar in schoonheid te eindigen door een grote reportage te maken over de val van de Muur, twintig jaar na datum. Dat heeft hij geweigerd."

U hebt de periode voor Bert De Graeve als CEO gekend. U hebt hem meegemaakt, maar ook Tony Mary, Piet Van Roe en nu Dirk Wauters. Er wordt weleens gefluisterd dat het tijdperk voor De Graeve vandaag teruggekeerd is. Vindt u dat ook?

"Het is onmiskenbaar dat de politiek opnieuw meer greep probeert te krijgen op de VRT. Toen we in een diep dal zaten, heeft de politiek beslist om zich weg te trekken van de VRT. Nu zijn we zo succesvol geworden dat de politiek opnieuw zin heeft om zich meer te moeien. De nieuwe Vlaamse regering en de nieuwe minister van Media zullen moeten zoeken naar een nieuw evenwicht. Het is niet goed als één zender enorm sterk is. Het was niet goed toen vtm zo sterk was en het is niet goed nu de VRT opnieuw zo sterk is. Temeer omdat ook kranten het moeilijk hebben en het internet een rol is gaan spelen. Bijvoorbeeld alleen al door het feit dat wij beelden hebben die we op het internet kunnen zetten terwijl sommige krantenbedrijven die beelden ook graag zouden hebben. Je voelt op je kousenvoeten aan dat de Staten-Generaal van de Media een aanzet was om te zoeken naar dat nieuwe evenwicht."

Is de wissel tussen Tony Mary en Dirk Wauters aangestuurd door politici die opnieuw meer greep op de VRT wilden hebben?

"Die wissel had veel te maken met de komst van een nieuwe Vlaamse regering waarin de CD&V het opnieuw voor het zeggen kreeg. Zij hadden het gevoel niemand meer te hebben in dit huis."

Was paars te gulzig geweest?

"Ja. Vroeger was de CD&V de hofleverancier van de gedelegeerd bestuurder. Nu hadden ze een periode gekend waarin noch de voorzitter van de raad van bestuur noch de gedelegeerd bestuurder uit hun kringen kwam. Bij de wissel van de macht hebben ze ervoor gekozen Tony Mary aan de kant te schuiven en iemand te kiezen die zij vertrouwden. Dat werd Dirk Wauters."

Toen Tony Mary langs alle kanten werd aangevallen, is het college van hoofdredacteurs zeer stil gebleven.

"Wij hadden signalen gekregen uit allerhoogste bron, die tegen ons zei: 'Pas op, er zal geschoten worden, zorg dat je dekking zoekt.' We voelden aan dat het vertrouwen in Tony Mary weg was. Niet enkel bij CD&V, maar ook bij sp.a en Open Vld. Toen wisten we hoe laat het was en hebben we laten gebeuren wat gebeurd is. We hadden Tony Mary daarvoor al een keer gered. Toen de nieuwe beheersovereenkomst gemaakt werd, zou de raad van bestuur meer te zeggen krijgen. Dat vonden wij onrechtvaardig. We meenden dat Tony Mary een punt had en hebben een open brief gestuurd aan de Vlaamse parlementsleden. Bij de val van Mary wisten we dat hij door niemand meer gesteund werd."

Wat gaat u nu zelf doen, nu uw magnum opus klaar is?

"(lacht) Eerst zal ik nog meehelpen met het jaaroverzicht. Ik heb nog één project in de schuif liggen waarvan ik hoop dat ik het volgend jaar mag maken. En op 1 januari 2011 ga ik met pensioen."

Het aandeel van de criminaliteit is momenteel té hoog. We moeten niet elk incident geven. En niet elk verkeersongeluk moet in een journaal

n Jos Bouveroux (r.) op de eengemaakte nieuwsdienst van de VRT: 'We wisten dat de technologie de achilleshiel was.'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234