Maandag 15/08/2022

'Vroeger dacht ik dat de nulmeridiaan door mijn achterste liep'

rock

exclusief interview met zangeres patti smith

Patti Smith is wellicht een van de invloedrijkste vrouwen in de rock-'n-roll. Ze gaf punk een IQ mee, was een rolmodel voor Courtney Love, en leden van zowel U2, R.E.M. als Sonic Youth schuiven haar naam naar voor als de reden om zelf met een groep te beginnen. Nu blikt de zangeres voor het eerst terug op haar carrière met een dubbele verzamel-cd. 'Ik sta nog steeds achter mijn ideeën van vroeger, maar er zijn veel dingen die ik nu heel anders zou doen.'

Londen / Eigen berichtgeving

Bart Steenhaut

Charlotte Street in Londen. De straat is onsterfelijk sinds Lloyd Cole er een nummer over componeerde, maar de designwinkels en restaurantjes die er sindsdien uit de grond zijn gerezen, geven niet meteen blijk van een hoog rock-'n-rollgehalte. Toch wordt hier vandaag opnieuw een beetje muziekgeschiedenis geschreven, want Patti Smith heeft dit plekje uitgekozen om er over Land (1975-2002) te praten, de retrospectieve die ze zopas heeft uitgebracht. De laatste jaren praat de New Yorkse zangeres niet meer zo vaak met de pers en een gesprek onder vier ogen leek tot voor kort ongeveer net zo evident als een gezellig onderonsje tussen Arafat en Sharon. Maar Smith blijkt uitstekend geluimd, is buitengewoon vriendelijk en trakteert spontaan op een kopje cappuccino. Een kwarteeuw geleden schopte ze wild om zich heen als een van de aanvoerders van de Amerikaanse punkbeweging, en ook vandaag loopt ze er nog steeds als een sloddervos bij. Maar de jaren hebben haar milder gemaakt. Op een paar jaar tijd verloor ze haar beste vriend (de bekende fotograaf Robert Mapplethorpe), haar broer en haar echtgenoot, de gitarist Fred Smith. "Het spreekt vanzelf dat ik sinds mijn beginperiode een enorme evolutie heb doorgemaakt. Ik voel meer medeleven dan vroeger en heb ook niet langer het gevoel dat de nulmeridiaan door mijn achterste loopt. Maar evenmin wil ik me verontschuldigen voor het werk dat ik vijfentwintig jaar geleden heb uitgebracht. Al is het natuurlijk wel zo dat ik veel van de dingen die ik toen op papier zette, nu heel anders zou formuleren."

Zijn er aspecten aan de jonge Patti Smith waar u zich nu niet meer mee kunt vereenzelvigen?

Patti Smith: "Ik sta nog steeds achter veel van de ideeën die ik toen had. Ik werkte toen in een fabriek waar ik voortdurend met de nek werd aangekeken omdat ik boeken las en scherp omlijnde politieke ideeën had. Dus als ik nu de tekst van 'Piss Factory' voordraag, kan ik me nog steeds haarscherp herinneren hoe ik me toen voelde. Je moet begrijpen dat veel van de songs die ik destijds schreef een gevolg waren van vragen die ik me toen stelde. En op de meeste daarvan heb ik intussen een passend antwoord gevonden. Het nummer 'Gloria' is een goed voorbeeld. Daarin zit de regel 'Jesus died for somebody's sins / but not mine'. Dat was niet meer dan een manier om me af te zetten tegen georganiseerde religie. Ik eiste het recht op om zelf de verantwoordelijkheid op te nemen voor mijn beslissingen, en dat niet aan een of andere wazige god de vader over te laten. Wat niet wil zeggen dat ik geen respect had voor Christus als revolutionair. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, trek in zijn bestaan dus niet in twijfel."

U hebt altijd al extreme reacties uitgelokt. De fans plaatsen u op een voetstuk, de anderen lusten u rauw.

"En het gekke is dat zowel de enen als de anderen naar mijn optredens komen kijken. Daar heb ik ook geen moeite mee. Artiesten moeten hun liefde, hun respect verdienen. Ik verwacht dus niet dat iedereen vol bewondering aan mijn voeten valt. In Amerika gebeurt het trouwens regelmatig dat ze me - letterlijk - van het podium proberen te kegelen. Maar ik ben niet snel geïntimideerd. Onlangs riep iemand nog dat ik beter thuis in de keuken zou gaan staan. Maar wat moet ik daar in godsnaam doen?"

Misschien bent u wel een uitstekende kok?

"(lacht) Het punt is gewoon dat men vaak van een foute veronderstelling uitgaat. Toen ik me in '79 uit de muziekindustrie terugtrok, ging men er gemakshalve van uit dat ik een huisvrouw was geworden en mijn artistieke ambities had opgeborgen. Dat was allerminst het geval. Als artiest zijn je roeping is, blijf je dat ook. Je mag Jean Genet in de gevangenis stoppen, hij zal altijd een schrijver blijven. Een revolutionair verloochent zijn gedachtegoed niet omdat hij achter de tralies zit. Ik heb me te pletter gewerkt in de jaren tachtig. Ik ging weer studeren, las boeken, ververste luiers en schrobde toiletpotten schoon. En ik werd moeder, wat je ook niet moet onderschatten, want we hadden geen kindermeisje in huis. Dat was een bewuste beslissing, trouwens, al hebben we toen zwarte sneeuw gezien. Ik wilde niet dat we omhooggevallen rocksterren zouden worden, vond het belangrijker dat onze kinderen in een gewoon middenklassegezin konden opgroeien."

Dat klinkt allemaal behoorlijk normaal, burgerlijk zelfs, zeker voor iemand die uit de punkbeweging komt.

"(lacht) Men denkt vaak dat ik een enorme relschopper ben, maar dat is niet zo. Ik beschouw mezelf ook niet als een ster en wil dus evenmin zo behandeld worden."

Wat vinden uw kinderen van uw platen? Snappen ze waarom u destijds muziek bent beginnen maken?

"Ik vermoed dat ze de ideeën die in mijn songs verwerkt zitten wel ondersteunen, maar het feit blijft dat ze me in de eerste plaats toch als hun moeder beschouwen. In de jaren tachtig waren ze zich nauwelijks bewust van mijn werk. Ze zagen hun moeder en vader thuis wel eens muziek maken, maar al bij al hebben ze toch een vrij traditionele opvoeding gekregen. Niet dat ze conventionele ouders hadden, maar we wáren er wel altijd voor hen. Ik wilde ook niet dat ze zouden opgroeien met het idee dat we specialer zouden zijn dan andere ouders. (denkt na) Mijn kinderen interesseren zich nauwelijks voor het soort muziek dat ik maak. Erger nog: mijn jongste dochter is veertien en schaamt zich dood wanneer ik in de buurt ben. Ze heeft me verboden op haar school te komen en vind het zelfs vervelend wanneer ik naast haar over straat wandel."

En daar hebt u geen moeite mee?

"Neen. Mijn kinderen zijn heel pienter, maar ze hebben ook al heel wat tragedies moeten verwerken. Ze zijn hun vader kwijt, terwijl ze zielsveel van hem hielden. (stilletjes) Het was ook een hele lieve, aangename man. Ach, ik wil gewoon een goede moeder zijn. Het stoort me dus niet dat mijn muziek hen onverschillig laat en dat ze geen boodschap hebben aan de boeken die ik schrijf."

Zorgen ze er soms voor dat u zich als een oude, gedemodeerde tante gaat voelen?

"Absoluut! Ik bén ook verschrikkelijk ouderwets. Het is goed dat ze zich soms mateloos aan me ergeren, want ik ben behoorlijk streng. Maar als ze kunnen bewijzen dat ik hen kan vertrouwen, krijgen ze ook heel veel vrijheid. Ik ben conservatief in de zin dat ik geen hippe kleren draag en het niet pik wanneer ze onbeleefd tegen me zijn of vloeken in mijn bijzijn. Al hun vriendjes vinden me een rare mevrouw bij wie de tijd al jaren stil is blijven staan. Weet je, de dag van vandaag hebben kinderen geen echte kindertijd meer. Ze hebben MTV, lezen alle denkbare tijdschriften en worden dus van jongs af aan opgeleid om zo snel mogelijk tot consumenten uit te groeien. De tieners van vandaag liggen wakker van hun imago, willen koste wat het kost Nike of Tommy Hillfiger dragen, dure, trendy kleren."

U hebt als tiener nooit belang gehecht aan hoe u eruit zag?

"Neen, daar had ik allemaal lak aan. Ik vertikte het zelfs om mijn haar te kammen en wilde me ook helemaal niet wassen. Het enige wat me interesseerde, was boeken lezen en door de velden hollen. Mijn belangrijkste ambitie was: Peter Pan worden, eeuwig een kind blijven. Ik besef wel dat de tijden intussen veranderd zijn en ik doe ook wel mijn best om me in te leven in de leefwereld van mijn kinderen. Maar terzelfder tijd probeer ik toch een duidelijke moeder-kindrelatie in stand te houden. Tegenwoordig streven ouders ernaar om de beste vrienden van hun eigen kinderen te zijn en hippe dingen met hen te doen. Dat interesseert me allemaal niet. Mijn kinderen hebben al vrienden."

Wel een beetje vreemd dat ze niet mogen vloeken. Uw nummers bevatten anders ook nogal wat schuttingstaal. Na de concerten die ik van u gezien heb, moest je je mond ook telkens met zeep spoelen.

"Da's waar. Maar ik heb nog nooit een vies woord uitgesproken terwijl mijn moeder het kon horen. Wanneer ze naar mijn optredens komt kijken, waarschuw ik haar vooraf dat het als dichteres mijn taak is om ten volle gebruik te maken van mijn moedertaal, en dus ook van de minder fraaie passages in haar woordenschat. Dat vindt ze allemaal best, zolang ik me thuis maar netjes gedraag. Een goed principe, als je het mij vraagt. Ik weet dat ik in mijn werk zeer confronterend ben, al zit er altijd een duidelijk idee achter. Je zult me niet gauw de straat op zien gaan om iemand verrot te schelden."

U vindt agressie dus enkel als kunstvorm interessant?

"(lacht) Zoiets, ja. Als er een kind in de klas zit dat met iedereen op de vuist gaat, is het geen oplossing om dat joch te isoleren. Dan moet je ermee gaan praten, luisteren naar wat hem dwars zit. Want misschien blijkt wel dat hij thuis mishandeld wordt en dat hij denkt dat iedereen een rothekel aan hem heeft. Weten wat er gaande is, blijft altijd de eerste stap naar een oplossing. Hetzelfde geldt voor het conflict in het Midden-Oosten. Ik blijf hopen dat de volgende generaties de klok geen honderd jaar terug zullen draaien. Toen vond men racisme en nationalisme heel vanzelfsprekend. In de sixties hebben we heel hard gevochten voor een verdraagzame wereld, maar als ik zie hoe Europa resoluut verrechtst, hou ik mijn hart vast. Voor mij is nationalisme iets dat enkel in het voetbalstadion thuishoort. Tijdens de wereldbeker mag je negentig minuten lang de nationalist uithangen. Maar daar moet het dan ook bij blijven."

Vervolg op pagina 36

'Ik weet dat ik mijn werk confronterend is, maar je zult me niet gauw op straat iemand verrot zien schelden'

Vervolg van pagina 33

Nochtans denk ik dat u, al was het maar omdat u zelf in New York woont, na 11 september haast dagelijks met nationalisme geconfronteerd wordt.

"Ja, dat is zo. Kijk, ik ben ook een Amerikaanse en ik hou zielsveel van mijn land, zelfs van de wetten die er van toepassing zijn. Alleen stuit de hoge eigendunk van de Republikeinen me enorm tegen de borst. Die vinden zichzelf beter dan de rest en gaan ervan uit dat iedereen zich naar hun regels moet schikken. Dat vind ik nogal aanmatigend, eerlijk gezegd."

En mag u dat tegenwoordig nog luidop zeggen?

"Het ligt inderdaad gevoelig, maar zolang men me niet achter de tralies draait, verdedig ik mijn ideeën. Ik maak gebruik van het recht op vrije meningsuiting om kritiek te geven op mijn eigen regering, al voel ik me belemmerd door de angst van de mensen in mijn eigen land. Sinds de aanslagen hebben de mensen schrik. Hun gebrek aan onderwijs draagt er nu toe bij dat hun standpunten nog enggeestiger zijn geworden dan voordien. Daardoor is Bush erin geslaagd het defensiebudget te verhogen en de aandacht af te leiden van mensenrechten en milieu. De rol die de Amerikaanse regering in het Midden-Oosten speelt, is ook dubbelzinnig. Volgens mij kan er alleen maar vrede in die regio komen als je met alle betrokkenen rond de tafel gaat zitten, dus ook met de terroristen, want met hen staan of vallen alle onderhandelingen. Zolang er groepen zijn die zich uitgesloten voelen, zullen ze acties blijven ondernemen en offeren ze desnoods hun eigen leven op. Daar kun je niet licht overheen gaan, lijkt me. Eerlijk gezegd, ik snap niet hoe Amerika ooit aan zo'n idioot van een president is geraakt."

Iets anders: sterren als Courtney Love, Michael Stipe en Bono schuiven u in interviews steevast naar voor als een van hun grote voorbeelden. Hoort u uw eigen invloed in hun muziek?

"Nauwelijks, maar ik ga er ook niet naar op zoek. Ik vind het wel een grote eer, want ik weet hoezeer ik vroeger zelf aan mijn eigen idolen gehecht was. Iemand als Michael Stipe is inmiddels een van mijn beste vrienden geworden. Hij heeft me enorm geholpen in een periode dat ik het ontzettend moeilijk had. Toen Fred net gestorven was, kwam Michael als een wildvreemde mijn leven binnengestapt. Ik had hem nooit eerder ontmoet, maar het eerste wat hij deed was al mijn ziekenhuisfacturen betalen. Ongelofelijk, eigenlijk. Het leek wel alsof er plots een engel voor de deur stond. Blijkbaar had mijn muziek hem als tiener door een zwarte periode geholpen en hij voelde heel erg de behoefte om iets terug te doen. Dat vond ik geweldig. Zelf ben ik destijds ook platen beginnen maken omdat de songs van Jimi Hendrix, Bob Dylan en Smokey Robinson me overeind hadden gehouden. Dat wilde ik zelf ook bereiken. Wanneer iemand me dan achteraf komt vertellen dat Horses zijn leven heeft veranderd, hou ik daar dus een goed gevoel aan over. Dat wil zeggen dat ik mijn taak volbracht heb."

Steeds meer songwriters schrijven hun teksten op de computer, maar om de een of andere reden lijkt u me eerder het ambachtelijke type dat nog met pen en papier werkt.

"Euh, ja. Ik weet niet eens hoe je een computer aan moet zetten. Hopeloos is het. Ik heb er ook een eeuwigheid over gedaan om mijn pen in te ruilen voor een typemachine. En zelfs daar heb ik nog steeds problemen mee. Onlangs dacht ik dat het ding stuk was, tot mijn dochter me erop wees dat de stekker niet eens in het stopcontact zat. Kun je nagaan."

U mag dan zelf wel niet veel belang aan uw kleding hechten maar het is bekend dat u wel een grote invloed hebt gehad op een van de belangrijkste Belgische modeontwerpsters: Ann Demeulemeester.

"Ik heb momenteel zelfs een jasje van haar aan. Ook zij is intussen een echte vriendin geworden. In de jaren zeventig kwam Ann als jong meisje naar mijn optredens kijken. Daar heeft ze inspiratie opgedaan om een ander soort kleren te gaan ontwerpen. En nu maakt ze dingen die ik zelf heel graag wil hebben. Ann is ontzettend lief voor me. Als ik in België optreed, komt ze altijd langs. Zodra ze dan ziet dat ik weer eens dezelfde afgedragen kleren aan heb, fluistert ze me toe dat het tijd wordt voor iets nieuws en geeft ze me een van haar jasjes, terwijl ik weet dat die dingen vreselijk veel geld kosten. Ik heb nu zes Ann Demeulemeester-jasjes in verschillende staten van ontbinding. Het eerste stinkt intussen een beetje en hangt nog nauwelijks aan elkaar. Dat ga ik binnenkort eens aan een of ander rock-'n-rollmuseum cadeau doen."

Land (1975-2002) is verschenen bij Arista/BMG Ariola.

'De enige plaats waar nationalisme thuishoort, is het voetbalstadion. Daar mag je negentig minuten geloven dat je beter bent dan de rest'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234