Dinsdag 05/07/2022

Vrolijk spelen in het labyrint

Hugo Bousset staat eenzijdig aan de kant van het lichte

door Bart Vervaeck

Hugo Bousset

Meulenhoff/Kritak, Amsterdam/Leuven, 159 p., 598 frank.

De nieuwe essaybundel van Hugo Bousset bestaat uit dertien stukken. Het laatste essay bevat veertien korte beschouwingen - géén dertien, want Bousset vindt dat systemen zichzelf moeten ondermijnen. In de zevende korte beschouwing lees je: "In het centrum van dit essay plaats ik iets dat geen centrum wil zijn," en dan gaat het over de lege plek als centrum bij Dirk van Weelden. In het openingsessay luidt het dat de roman een ui is, die bestaat uit rokken rond een lege kern. Bousset zoekt niet naar een grondidee van waaruit een boek verklaard kan worden. Hij is gefascineerd door de vele lagen die elkaar kruisen en die een eenduidige lezing onmogelijk maken.

Toegepast op zijn eigen boek wordt de schil van de ui gevormd door het eerste en het laatste essay. De lege kern is het zevende essay, 'De valkuil van Voskuil'. Daarin verwijt Bousset Voskuil dat hij literatuur reduceert tot de probleemloze weergave van een ongeproblematiseerde werkelijkheid. De literaire technieken van Voskuil zijn zo naïef dat ze die realistische pretenties nooit kunnen waarmaken. Voskuil is de man die wel gelooft in vaste kernen, en die daarom door Bousset in het midden van de ui wordt geplaatst. Het midden is een illusie, een valkuil. Dicht bij dat midden plaatst Bousset schrijvers als Connie Palmen en Nicolaas Matsier, die volgens hem ook in de val trappen van de vaste realiteit en de literaire weerspiegeling. Hij contrasteert Palmen met Reugebrink, die in een lijfelijke taal de mechanismen van de hysterie en de ontroering ten tonele voert. Hij gaat niet recht naar de zogenaamde kern, maar verwijlt bij plooien en littekens. Juist daardoor suggereert hij meer en is zijn roman ontroerender dan de hysterische ego-inflatie van Palmen. Matsier bezondigt zich volgens Bousset aan de "eenvoudige reconstructie" van een voorbije tijd en ruimte (het ouderlijke huis). Daartegenover plaatst de essayist Nooteboom en Perec, die laten zien dat elke ruimte voortdurend verandert en vol is van eerdere ruimten. In de hotelkamer nu zie je duizenden vroegere kamers. En in die metamorfoserende blik zit geen hiërarchie: er is geen 'echte' kamer die later door allerhande 'gefantaseerde' kamers opgevuld zou worden. Wat wij zien, is verraderlijk. Die verraderlijkheid van de blik wil Bousset in teksten én beelden terugvinden. Daarom heeft hij waardering voor de essays en romans van Eric de Kuyper. Net als de foto's van Sally Mann werpen zij een steelse blik op dingen die de naïeve kijker nauwelijks ziet of die hij verboden acht.

De combinatie van verschillende auteurs in één essay is een constante in dit boek. Zo confronteert Bousset Monika van Paemel met György Konrád. Uiteraard verkiest hij Konráds meerzinnigheid en politieke ambivalentie boven de politieke correctheid en de besloten romanwereld van Van Paemel (al blijft Bousset merkwaardig vriendelijk voor deze adellijke dame). Vaak zijn dergelijke confrontaties meteen botsingen van kunstvormen. Zo vergelijkt Bousset de neurotische puber uit Wessel te Gussinklo's roman De opdracht met de "pestilenties van de zenuwen" op een schilderij van Magritte. In de vergelijking van Ivo Michiels met Arnon Grunberg gebruikt Bousset de film en de muziek als bindteken. Zowel Sissi als Figuranten zijn romans rond een film en tonen het leven als een fictioneel rollenspel. Bij Michiels is dat nadrukkelijker én optimistischer geregisseerd, bij Grunberg is het zwarter en chaotischer. Dat zie je ook weerspiegeld in hun stijl, een "vrolijke Weense wals" bij Michiels, een "zwoele Argentijnse tango" bij Grunberg.

Het leven als fictie, dat duikt herhaaldelijk op in deze essays. Bij Dirk van Weelden is die fictionalisering "bevrijdend en vrolijkmakend", bij zijn sparringpartner Javier Marías donker en somber. Het leven als rollenspel is een oud zeer van de dandy, die onophoudelijk theater speelt. In zijn vergelijking tussen Herman Teirlinck en Stanislaw Witkiewicz laat Bousset zien dat de dandy kiest voor een leven zonder centrum en zonder een vast geloof maar wel vol mogelijkheden en verzinsels. De grens tussen echt en vals verdwijnt. Het ene is de metamorfose van het andere.

De ultieme vorm van die metamorfose is de zelfopheffing, die Bousset bestudeert in het werk van Peter Verhelst en Jeanette Winterson. Beide auteurs zien een tekst als een eindeloos proces van gedaanteverwisselingen. Zoals je bij een ronddraaiende danser elke illusie van een vast middelpunt kwijtraakt, zo moet je ook bij de roman die illusie verliezen. Beide auteurs zijn geobsedeerd door lichamelijke mutaties waarin systemen zichzelf onderuithalen.

Zo'n systeem is ook deze bundel. De bevlogen lichtheid is zo duidelijk aanwezig, als instrument voor de analyse én als criterium voor de evaluatie, dat het na een tijdje niet meer echt licht genoemd kan worden. Dat zie je bijvoorbeeld in het laatste essay, waarin veel stukjes rond een nogal opzichtige engelensymboliek gerangschikt worden. Je ziet het voorts in de al grote aandacht voor het speelse die af en toe samengaat met de verwaarlozing van het ernstige. "Je kunt ook vrolijk spelen in het labyrint," zegt Bousset en dat credo brengt hij voortdurend in de praktijk, bijvoorbeeld wanneer hij het heeft over "die speelse kosmopolitische geest" van Nooteboom of "de vrolijke Venetiaanse eenwording" in De kleurenvanger van Verhelst. Onder het tapijt verdwijnen het getob, de zwaarwichtige, melancholieke bespiegelingen van Nooteboom en de zwartgallige, door de dood geobsedeerde versmeltingsdrift bij Verhelst.

Zozeer staat alles hier in het teken van de lichtheid dat je meer dan eens de indruk krijgt dat de essayist er wat door verblind werd. Wie, zoals Bousset, alleen het lichte ziet in Grunberg, kan die auteur grappig en hilarisch noemen, maar evengoed is Grunberg een zeur vol sentimentaliteit die niet voor Palmen hoeft onder te doen. Bij Matsier ziet Bousset dan weer niet hoezeer de huiselijkheid en de 'echte' jeugd gerelativeerd en geproblematiseerd worden. Het komt erop neer dat nogal wat teksten niet zozeer geanalyseerd als wel getypeerd worden. In een aantal essays mis ik de onvoorspelbaarheid en veelkantigheid die Bousset nochtans zo roemt. Hij staat nogal eenzijdig aan de kant van het lichte.

Vaak is dat ook de kant van het korte. Bousset stelt zich meer dan eens tevreden met een paar paragraafjes puntig geformuleerde bedenkingen en vragen, die niet echt recht doen aan de auteur die hij zo bespreekt. Ik vind de parafrase van vijf verhalen uit De grenzen van woestijnen, een bundel van Stefan Hertmans, al te oppervlakkig en vooral: al te zeer ingegeven door de typische clichés van de engel, het zelfvernietigende kunstwerk, enzovoort. Dat gevoel van reductie tot steeds weerkerende thema's krijg ik ook bij de oefeningen in vrije associaties die Bousset ten beste geeft naar aanleiding van foto's en tekeningen.

Dat alles neemt niet weg dat deze bundel veel interessante inzichten bevat en dat hij met veel verve en inzet geschreven is. Mijn kritiek bevestigt eigenlijk wat Bousset wil: openheid, confrontatie van visies. Ik heb me niet verveeld tijdens het lezen van dit boek, ik ben het meestal eens met de voor- en afkeuren van Bousset en ik heb vaak verrassend opgekeken bij de confrontaties van auteurs en kunstvormen. Daarbij geeft Bousset zich in zijn essays bloot door persoonlijke belevenissen in zijn interpretaties te verweven. Een en ander maakt van Bevlogen lichtheid een meer dan lezenswaardig boek. Maar voor een criticus is het nooit goed, zelfs niet al zouden ze alle dertien goed zijn.

Volgens Bousset is de roman een ui, die bestaat uit rokken rond een lege kern

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234