Vrijdag 19/08/2022

Waarom de indianen Europa niet veroverd hebben

Over de oorzaak van de economische ongelijkheid in de wereld zijn wetenschappers het nog altijd oneens. Gewezen wordt op de ontwikkeling van mercantilisme, technologie en kapitalisme in het Westen, factoren die zeker een directe oorzaak vormen van de huidige ongelijkheid. Maar waarom waren het niet de indianen, de Afrikanen of de aboriginals die deze zaken ontwikkelden? In Zwaarden, paarden en ziektekiemen. Waarom Europeanen en Aziaten de wereld domineren graaft de Amerikaanse fysioloog en evolutiebioloog Jared Diamond diep in ons schriftloze verleden, op zoek naar een antwoord. Zijn besluit: 'De geografie bepaalde het verloop van de geschiedenis.'

door Griet Vandermassen

Jared Diamond

Uit het Engels vertaald door Conny Sykora/Vertaalbureau Biotekst Het Spectrum, Utrecht, 465 p., 1.395 frank.

Sinds Zwaarden, paarden en ziektekiemen, dat oorspronkelijk verscheen in 1997, de Pulitzer Prize voor geschiedenis won, kan het succes ervan niet meer stuk. Ondertussen verscheen het boek in achttien talen. In Amerika loopt het aantal verkochte exemplaren op tot meer dan een miljoen, iets wat de auteur mij bevestigt. Wat maakt zo'n dik boek tot een gigantische bestseller? Het is toegankelijk geschreven, zeker, maar dat verklaart niet veel. Belangrijker is dat Jared Diamond een geheel nieuw licht op de wereldgeschiedenis werpt. Door 13.000 jaar terug te gaan in het verleden, tot de tijd waarin de hele mensheid nog leefde als jager-verzamelaars en geen enkel volk een voorsprong had op een ander, slaagt hij erin de wortels van de verschillende ontwikkeling van volkeren bloot te leggen. Geen kleine prestatie, te meer omdat Diamond put uit tal van andere disciplines, waaronder epidemiologie, antropologie, archeologie, linguïstiek, genetica en moleculaire biologie. Zwaarden, paarden en ziektekiemen is een boeiende, interdisciplinaire analyse van de vraag waardoor de geschiedenis voor de verschillende volkeren een verschillende wending nam. Voor een fysioloog en evolutiebioloog lijkt een dergelijk project niet vanzelfsprekend. Of toch?

Jared Diamond: "Als je er dieper over nadenkt is het niet zo vreemd. Technische feiten uit de biologie, de linguïstiek en de genetica kunnen veel patronen van de wereldgeschiedenis blootleggen. Door onderzoek van moderne talen kunnen we de linguïstische kaart van duizenden jaren geleden en daarmee ook de toenmalige verspreiding van volkeren reconstrueren. Vele biologen en andere natuurwetenschappers doen dergelijke technische informatie op, historici niet. Bovendien is mijn vergelijkende benadering van maatschappijen en continenten ook de werkwijze van de evolutiebiologie. Om de verschillen tussen de vogelgemeenschappen van België en Finland te begrijpen, kan ik niet bij wijze van experiment de Belgische exemplaren uitroeien en vervolgens bestuderen welke soorten zich opnieuw ontwikkelen. Ik ben aangewezen op een natuurlijk experiment: het vergelijken van beide landen met elkaar. Dezelfde aanpak geldt voor de geschiedenis. Weinig historici hanteren echter die vergelijkende methode en slechts een nog kleiner aantal werkt interdisciplinair. De meeste interdisciplinair werkende wetenschappers zijn geen historici. Voor mijn boek kreeg ik veel hulp van archeologen. Zij staan er doorgaans positiever tegenover dan historici."

U bent niet de eerste die de vraag naar de wortels van de wereldgeschiedenis stelt. De meeste andere economische geschiedenissen gaan echter minder diep. Hun verklaringen vragen zelf weer om een verklaring.

"De meeste zijn eurocentrisch en beperken zich tot de ontwikkelingen sinds de opkomst van het schrift 5000 jaar geleden. Dat is te laat om de oorzaak van de Euraziatische dominantie te achterhalen. In 3000 v. Chr. hadden de Euraziatische samenlevingen al een enorme voorsprong op de rest. Ze kenden al 5000 jaar landbouw, ze hadden steden, metalen werktuigen en wapens. De oorzaak van hun overheersende positie ligt dus in het schriftloze verleden voor 3000 v. Chr. Wie daar niet zoekt, komt niet tot een diepgaand begrip van de geschiedenis.

"Natuurlijk ligt de directe verklaring van de Europese onderwerping van de pre-Columbiaanse indianen voor de hand. De Spanjaarden beschikten over wapens en paarden. Bovendien brachten ze door hun lange landbouwtraditie dodelijke ziektekiemen met zich mee waaraan 95 procent van de indianen bezweek. Maar waarom waren het niet de indianen die Europa binnenvielen?"

Die vraag, meent u, kunnen we door de kennis van de voorbije twee decennia beantwoorden. Uw antwoord luidt dat de grote lijnen van de geschiedenis door de geografie te verklaren zijn.

"Inderdaad. De continenten verschillen in talloze omgevingskenmerken die de ontwikkeling van menselijke samenlevingen beïnvloeden. Het deel van Eurazië dat wij het Nabije Oosten noemen had het geluk zich geografisch in een buitengewoon gunstige positie te bevinden, waardoor de landbouw er al in 8500 v. Chr., snel na het einde van de laatste ijstijd, ontstond. Daardoor verkreeg Eurazië een grote voorsprong op de rest van de wereld, want zelfstandige voedselproductie leidt tot een sedentair bestaan, tot een dichtere bevolking, tot voedseloverschotten en daarmee tot de mogelijkheid niet-boerende specialisten te onderhouden. Die houden zich dan bezig met de verdeling van de voedseloverschotten en met de organisatie van de steeds groter wordende samenleving.

"Een van de cruciale factoren was het mediterrane klimaat, dat selecteert ten gunste van grootzadige eenjarige planten, die probleemloos domesticeerbaar zijn. Daarnaast beslaat Eurazië verreweg het grootste oppervlak met een mediterraan klimaat ter wereld, wat zorgt voor een grote diversiteit aan planten- en diersoorten. In het Nabije Oosten leefde het grootste deel van de belangrijkste domesticeerbare grote zoogdieren: geit, schaap, varken en koe. De breedte van de oost-westas van Eurazië en de lage klimatologische en geografische barrières zorgden voor een snelle verspreiding van de landbouw, en later van de technologie, naar het westen en het oosten. Ruwweg bepalen vier categorieën van verschillen de snelheid waarmee en de mate waarin landbouw en beschaving zich ontwikkelen en verspreiden. Ze variëren aanzienlijk van continent tot continent: aanwezigheid van domesticeerbare planten en dieren, beschikbare oppervlakte, klimatologische en geografische barrières en mate van isolatie.

"Een kleinschalig natuurlijk experiment illustreert die invloed van het milieu op economie, technologie en sociale en politieke organisatie treffend: de geschiedenis van Polynesië. Ten oosten van Nieuw-Guinea liggen duizenden Polynesische eilanden. Ze verschillen van elkaar in grootte, mate van isolatie, klimaat, hoogte, geologische en biologische hulpbronnen en vruchtbaarheid. Vanaf 1200 v. Chr. werden ze gekoloniseerd door boeren en vissers van Nieuw-Guinea. Deze ene stichtingspopulatie brengt 3000 jaar later totaal verschillende maatschappijen voort. Op kleine eilanden met weinig voedselpotentieel bleven de kolonisatoren boeren. Op subantarctische breedte was de Polynesische landbouw onmogelijk en keerden ze terug naar een jager-verzamelaarbestaan. Op grote, vruchtbare eilanden ontstonden protorijken. Sociale verschillen werden groter en politieke organisatie complexer naarmate de bevolkingsdichtheid steeg. De mate waarin grondstoffen beschikbaar waren legde de materiële cultuur beperkingen op. Kortom, Polynesië levert een overtuigend voorbeeld van de milieuafhankelijke diversificatie van menselijke gemeenschappen. Wat daar gebeurde, gebeurde ook op de continenten."

Niet alle culturele variatie vindt haar verklaring in geografische factoren. De bekeringsdrang van christendom en islam was bijvoorbeeld van grote invloed op de wereldgeschiedenis.

"Ik beschouw de wereldgeschiedenis als een ui, waarvan de moderne wereld de schil vormt en waarvan we de verschillende lagen moeten afpellen op zoek naar historisch begrip van de ultieme oorzaken. Natuurlijk blijft nog een massa vragen onopgelost. De missioneringsdrang van christendom en islam is vaak aangehaald als belangrijk voor het verloop van de geschiedenis. Ik betwijfel dat. Volkeren veroveren andere volkeren altijd als zich een voordelige mogelijkheid aanbiedt en ze zoeken altijd een excuus voor hun veroveringsdrang. Ik ben het er wel mee eens dat culturele factoren, evenals individuen, een belangrijke rol kunnen spelen. Dat zijn de zogeheten 'wilde kaarten' die de geschiedenis zo onvoorspelbaar maken. Ik laat de vraag open of de geografie van even groot belang was voor de evoluties binnen de continenten als voor de verschillen in ontwikkeling tussen de continenten."

U poneert a priori dat dat laatste niets van doen heeft met intelligentieverschillen. Probeert u politiek correct te zijn?

"Dat was niet mijn bedoeling. Ik ontdekte enkel dat veronderstelde verschillen in IQ niet de verklaring vormen. Mensen zijn overal even intelligent, maar de omgeving schenkt hun niet altijd dezelfde mogelijkheden. Natuurlijk zijn er biologische verschillen tussen volkeren, zoals de huidkleur, maar die verklaren niet waarom het ene volk metalen werktuigen ontwikkelde en het andere het bij stenen werktuigen hield. De enige manier waarop biologische verschillen tussen volkeren de wereldgeschiedenis beïnvloedden, is dat sommige eigenschappen resistentie tegen infectieziekten inhouden. Zo zijn mensen met bloedgroep A erg ontvankelijk voor pokken, terwijl degenen met het sikkelcelgen resistent zijn tegen malaria. In België heeft vrijwel niemand dat gen. Toen de Belgen Kongo koloniseerden, bezweken velen aan malaria."

Toch vindt u dat Papoea's intelligenter zijn dan westerlingen. U ziet een mogelijke oorzaak in de harde leefomgeving, die alleen de intelligentsten spaart. Dat zou betekenen dat de omgeving fundamenteler is dan u beweert.

"Wat ik schrijf over Papoea's is louter speculatief, gebaseerd op mijn eigen ervaringen tijdens mijn 36-jarige onderzoek naar de evolutie van vogels in Nieuw-Guinea. Ik vermeld dat in het eerste hoofdstuk omdat ik onmiddellijk duidelijk wil maken waarom ik de gebruikelijke racistische interpretaties verwerp. Dat doe ik door te zeggen dat Papoea's duidelijk verre van dom zijn, dat ze naar mijn indruk zelfs intelligenter zijn. Dat kan ik niet bewijzen. Niemand heeft trouwens al zwart op wit het bestaan van biologisch bepaalde intelligentieverschillen tussen rassen bewezen. In elk geval zijn die verschillen geenszins nodig om het patroon van de wereldgeschiedenis te verklaren."

Denkt u dat beschaving automatisch ontstaat als aan voldoende voorwaarden voldaan is?

"De beschaving ontwikkelde zich op plaatsen met een overvloed aan domesticeerbare planten en dieren. Op plaatsen met slechts een beperkt aantal ervan hadden mensen niet de kans haar onafhankelijk te ontwikkelen, doordat anderen sneller waren en het eenvoudiger was haar over te nemen, of doordat de meer ontwikkelde volkeren hen onder de voet liepen. Stel je voor dat Europa een eiland was geweest in plaats van een deel van Eurazië. Zou de landbouw zich er ooit ontwikkeld hebben? Waarschijnlijk wel, want Europa bezat wilde schapen, wilde runderen en wilde rogge. In werkelijkheid gebeurde het niet omdat er in het Nabije Oosten veel meer domesticeerbare soorten waren. De landbouw ontstond daar en verspreidde zich snel naar Europa.

"Er zijn echter ook moeilijker te snappen voorbeelden van zaken die op sommige plaatsen wel en op andere niet ontstaan. Het voornaamste voorbeeld is het schrift, dat slechts op drie plaatsen onafhankelijk tot stand kwam: in het Nabije Oosten, in China en in Mexico. Waarom ontwikkelden de Inca's, die in Peru toch een groot rijk hadden opgebouwd, geen schrift? Zij lijken evenveel kans te hebben gehad als de Mexicaanse indianengemeenschappen. Toeval of niet? Ik weet het niet."

Bent u niet beschuldigd van geografisch determinisme?

"Sommige historici hebben die beschuldiging geuit, maar ik vind hen erg naïef. Je kunt toch niet ontkennen dat de geografie wel degelijk een groot verschil maakt? Daarnaast negeer ik geenszins de rol van de menselijke creativiteit. Indien we die niet hadden, zouden we nu nog altijd in het stenen tijdperk leven."

Hoe staan historici tegenover uw boek?

"De meesten hebben het niet gelezen. Historici bestuderen ontwikkelingen die beperkt zijn in ruimte en tijd. Als je een specialist in het 18de-eeuwse Frankrijk een vraag stelt over 3500 v. Chr., dan antwoordt die: 'Dat is niet mijn domein.' Arnold Toynbee ondernam een poging tot synthese en faalde. Historici leidden hieruit de zinloosheid van syntheses af. In plaats daarvan moeten we besluiten: syntheses zijn waardevol, op voorwaarde dat ze goed worden uitgevoerd. Nu beschikken we over de nodige informatie daartoe. Ik heb het geluk vijftig jaar na Toynbee te schrijven."

'De wereldgeschiedenis is als een ui, waarvan de moderne wereld de schil vormt en waarvan we de verschillende lagen moeten afpellen op zoek naar begrip van de ultieme oorzaken'

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234