Dinsdag 18/01/2022

Waarom de WTC-torens zo snel instortten

Het is het laatste 9/11-taboe: wat als het niet de terroristen waren die de Twin Towers neerhaalden, maar wel de gebrekkige brandveiligheid? Een eerste onderzoek en een documentaire, die allebei vorige week uitkwamen, geven geen sluitend antwoord op de waaromvraag. Maar Sally Regenhard, de moeder van een gesneuvelde brandweerman die een campagne begonnen is voor strengere voorschriften bij de bouw van wolkenkrabbers, windt er geen doekjes om. 'Als mijn zoon dood is, is dat niet de schuld van de terroristen maar het gevolg van een brand in een toren die nooit had mogen worden gebouwd.'

GERT VAN LANGENDONCK

Aan het eind van de rampenfilm The Towering Inferno uit 1974, wanneer de brand in een fictief hoogste gebouw ter wereld eindelijk is geblust, schudden brandweercommandant Steve McQueen en architect Paul Newman elkaar de hand en beloven ze plechtig dat ze voortaan zullen overleggen om veiliger wolkenkrabbers te bouwen. Steve McQueen heet in New York Vincent Dunn, gewezen brandweercommandant van de FDNY, en Paul Newman is Leslie Robertson, de ingenieur die de Twin Towers bouwde. Maar in het echte leven moeten ze elkaar nog de hand schudden.

Vincent Dunn is de man die al jaren waarschuwt dat de brandweer onmogelijk een grote brand in een moderne wolkenkrabber van het WTC-type zou kunnen blussen. "Bij de brandweer heeft iedereen dat altijd geweten, maar de ingenieurs wilden het publiek niet aan het schrikken brengen", zegt Dunn tegen De Morgen.

Leslie Robertson is de man die zich de rest van zijn leven zal moeten afvragen of de beslissingen die hij meer dan dertig jaar geleden nam, hebben bijgedragen tot de dood van zo'n 2.800 mensen op 11 september. Dat zijn kantoor op de 48ste verdieping uitzicht heeft op het puinruimen op ground zero, maakt het er voor Robertson niet gemakkelijker op.

"Ground zero blijft een zeer pijnlijke plaats voor mij", zegt Robertson in de documentaire Why The Towers Fell, die vorige week op de openbare omroep PBS werd uitgezonden. "Ik heb er waarschijnlijk een grotere emotionele band mee dan wie dan ook. Ik kan niet ontsnappen aan de mensen die daar gestorven zijn."

De nabestaanden hebben maar weinig medelijden met Robertson. Ze kennen hem als de man die altijd beweerd heeft dat het WTC ontworpen was om de impact van een Boeing 707 (toen het grootste passagiersvliegtuig) te kunnen weerstaan. Dat was ook zo. Alleen hadden ze er destijds geen rekening mee gehouden dat er ook brandstof in zo'n vliegtuig zou zitten. "Voor zover ik weet", gaf Robertson in de documentaire toe, "is in het geval van de 707 de brandstof niet meegenomen in de berekeningen en ik zie ook niet in hoe dat had gekund."

Nu wordt algemeen aanvaard dat het de brand, en niet de klap van de twee Boeings 747, was die de torens heeft doen instorten. Het vorige week uitgekomen rapport van Fema, het federale bureau voor crisisbeheer, bevestigt dat nog eens, maar het stelt tegelijk dat de jetbrandstof alleen de indirecte oorzaak was. De brandstof brandde immers vrij snel op. Wat bleef branden, en wat uiteindelijk de dragende structuur van de torens dodelijk heeft verzwakt, waren het kantoormateriaal, de vracht aan boord van de vliegtuigen, de papieren, de meubels... Kortom: een huis-tuin-en-keukenbrand, weliswaar groot in omvang, maar op zich niet uitzonderlijk. Hoe komt het dan dat die gewone brand niet kon worden geblust?

Het Fema-rapport reikt enkele antwoorden aan. Onder normale omstandigheden zijn wolkenkrabbers erop voorzien dat een brand zichzelf blust voor hij structurele schade kan aanrichten. Brandwerend materiaal beschermt de draagbalken lang genoeg tegen de hitte tot de brand zich verplaatst heeft naar een andere hoek van het gebouw omdat er niets meer overblijft om op te branden. Er zijn sproeisystemen die automatisch geactiveerd worden. Ondertussen zijn de kantoorbedienden rustig en bedaard het gebouw aan het verlaten langs goed beschermde noodtrappen.

Op 11 september heeft niets van dat alles gewerkt. Vermoed wordt dat het brandwerende materiaal door de klap is weggeblazen, waardoor de draagbalken blootgesteld werden aan de vlammen. (Sinds de aanslag van 1993 werd er gewerkt aan het verdubbelen van de brandwerende laag. Die waren verder gevorderd in de noordertoren dan in de zuidertoren, wat kan verklaren waarom de zuidertoren eerst is ingestort, hoewel hij het laatst werd geraakt.) De sproei-installaties (die pas 25 jaar na de bouw van het WTC werden aangebracht) hebben nooit gewerkt, wellicht omdat rondvliegend puin de waterleidingen naar de sproeiers en de brandkranen heeft doorgesneden. En de trappen boden geen enkele bescherming tegen de vlammen en de rook omdat de trappenhal in plaats van met betonnen muren was afgescheiden met gyproc, die op de getroffen verdiepingen werd weggeblazen en de weg naar beneden versperde.

In de PBS-documentaire werd aangetoond hoe dun die muren wel waren. Het bewijs werd geleverd door het verhaal van Jan Demczur, een van de ruitenwassers van het WTC die samen met anderen vast was komen te zitten in een van de liften: ze konden ontsnappen door met Demczurs zwabber door de muur te breken.

Zeggen dat de nabestaanden niet onder de indruk zijn van het Fema-rapport is een understatement. "Het is een schande voor Amerika", fulmineert Sally Regenhard in een sappig Brooklyns accent. Regenhard is de bezielster van de Skyscraper Safety Campaign, een groep van 9/11-nabestaanden die gezworen hebben niet te rusten tot ze de volledige waarheid weten. "Het rapport trekt geen conclusies", zegt ze tegen De Morgen. "Het geeft alleen excuses waarom ze niet tot op het bot zijn gegaan."

Inderdaad geeft het rapport geen sluitend antwoord op de vraag waarom de torens zijn ingestort. Ja, het brandblussysteem heeft over de hele lijn gefaald, maar het is onmogelijk om met zekerheid te zeggen of de torens er nog hadden gestaan, mocht alles naar behoren hebben gewerkt. Wat Regenhard bijzonder kwaad maakt, is dat een van de excuses is dat er onvoldoende ruw materiaal voorhanden was om te onderzoeken. En laat dat nu net de aanleiding zijn geweest voor de oprichting van de Skyscraper Safety Campaign. Nog onder burgemeester Rudy Giuliani besloot de stad New York om alvast 175.000 van de naar schatting 300.000 ton WTC-staal te verkopen aan landen als India, China, Maleisië en Zuid-Korea, waar de eerste ladingen al zijn aangekomen. Vorige maand heeft een zakenman in Los Angeles een fonds opgericht dat de rest van het staal wil opkopen, om te verhinderen dat 9/11-bewijsmateriaal terechtkomt in Aziatische lepels en vorken, bruggen of nieuwe wolkenkrabbers.

"Als er een vliegtuig neerstort, gooien we de brokstukken toch ook niet weg?", zegt Regenhard. "Waarom heeft de stad het WTC-staal zo snel willen verkopen? Zonder die materiële bewijzen zullen we mogelijk nooit te weten komen waarom de torens zijn ingestort. Maar misschien zijn er mensen die liever hebben dat die vragen onbeantwoord blijven."

Regenhards persoonlijke motivatie is de dood van haar zoon Christian, een 28-jarige stagiair-brandweerman die op 11 september sneuvelde. "Maar toen ik die dag uit mijn raam de torens zag instorten, heb ik bij mijzelf onmiddellijk de bedenking gemaakt dat dit niet had mogen gebeuren. Toch niet in Amerika. Ik wist niets van bouwvoorschriften en brandveiligheid, maar de voorbije acht maanden heb ik heel veel bijgeleerd. De Twin Towers waren van meet af aan dodelijke vallen. Het is een misvatting dat al die mensen zijn gestorven omdat terroristen met twee vliegtuigen in de torens zijn gevlogen. Mijn zoon is dood omdat er een brand is uitgebroken in een gebouw dat nooit had mogen worden gebouwd. De brandweer heeft geen schijn van kans gehad om de brand te blussen. De hele wereld moet dat weten."

Regenhard heeft de woede in zich van iemand die een persoonlijk verlies te verwerken heeft. Ex-brandweercommandant Vincent Dunn, expert in het bestrijden van branden in wolkenkrabbers, is iets gematigder in zijn oordeel. "Kijk, in eerste en laatste instantie zijn de terroristen verantwoordelijk voor het instorten van de torens. Als zij er geen vliegtuigen tegenaan hadden gevlogen, was er niets gebeurd. Het Fema-rapport is niet slecht: het toont aan dat de instorting een combinatie van factoren is geweest: de impact van de vliegtuigen, de brand die daar het gevolg van was en het falen van het brandblussysteem. Maar ik ga een stap verder. Ik zeg dat de manier waarop de torens zijn ontworpen een van de factoren is die hebben bijgedragen tot het instorten ervan."

Dunn is de man 'die het altijd gezegd heeft', maar nooit gehoor vond. In 1995 schreef hij voor een vakblad een artikel dat vandaag leest als een draaiboek voor 11 september. "Het stond er allemaal in: dat het radiosysteem niet zou werken, dat het brandwerende materiaal rond de stalen balken niet dik genoeg zou zijn, dat de brandweer sowieso machteloos staat bij dergelijke gigantisch grote vloeroppervlakten. Ik heb daar toen geen enkele reactie op gekregen, maar sinds 11 september wordt het overal aangehaald als een visionair stuk."

Dunn was niet de enige en ook niet de eerste die het probleem ter sprake bracht. De brandweercommandant ten tijde van de bouw van het WTC, John T. O'Haghan, schreef in 1976 een boek, High Rise Fire and Life Safety, waarin hij waarschuwde tegen het opgeven van betonnen omhulsels rond de draagstructuur ten voordele van het veel goedkopere asbest en ander brandwerende producten.

"Je moet je de volgende vraag stellen", zegt Dunn: "Zijn architecten en ingenieurs vrienden van de brandweer? Staan wij aan dezelfde kant? Nee: architecten willen totale vrijheid om hun concept uit te voeren, en ingenieurs hebben de taak om een gebouw voor zo weinig mogelijk geld op te trekken. De zorg van de brandweer is om mensenlevens te redden. Dat impliceert dat wij niet zouden mogen luisteren naar wat architecten en ingenieurs zeggen op het vlak van brandveiligheid. Maar de realiteit is dat de regels worden aangepast aan de wensen van de aannemers. En dat architecten en ingenieurs torens zijn gaan bouwen waarop de brandweer niet het minste vat meer heeft."

Dunn gelooft stellig dat oudere torens zoals de Empire State Building of de Chrysler Building nooit zouden zijn ingestort. Het is een theorie die enige geloofwaardigheid ontleent aan het feit dat in 1945 een B25-bommenwerper in dichte mist tegen de Empire State Building vloog zonder dat er structurele schade werd aangericht. "Het WTC was uniek in de zin dat de dragende kolommen zich aan de buitenkant bevonden, en dus als eerste beschadigd werden toen de vliegtuigen er tegenaan vlogen. Er is maar één ander gebouw in Amerika dat zo gebouwd is, de Sears Tower in Chicago, en ik hoop dat ze er nooit nog zo een bouwen."

De oudere torens zijn opgetrokken rond een robuuste centrale draagstructuur van staal in beton. In het precomputertijdperk waren ingenieurs er bovendien nooit helemaal zeker van hoeveel gewicht de structuur kon dragen, en dus bouwden ze een veiligheidsfactor in waardoor het gebouw twee keer het berekende gewicht kon torsen. "In de nieuwe torens is tot op de kilo berekend hoeveel gewicht de structuur moet kunnen dragen. Er is geen enkele veiligheidsmarge meer." Het naar de buitenkant verplaatsen van de draagstructuur in de WTC-torens werd destijds bejubeld als een technisch mirakel, maar de reden om dat te doen was heel banaal: centrale kolommen namen vloeroppervlakte in die niet te gelde kon worden gemaakt. "De dominante krachten bij de bouw van het WTC en van alle torengebouwen sindsdien waren maximale vloerruimte en een minimale kostprijs", zegt Dunn. "Veiligheid was nooit een dwingende factor."

Zelfs na een monumentale gebeurtenis als 9/11 lijkt de kans klein dat brandweermannen en ingenieurs de handen in elkaar zullen slaan. In de ingenieurswereld overheerst de stelling dat het feit dat de Twin Towers zo lang overeind zijn gebleven, bewijst dat het ontwerp degelijk was.

"De torens hebben de impact van de vliegtuigen goed doorstaan. Dat is op zich opmerkelijk", zegt Matthys Levy, structureel ingenieur en coauteur van het boek Why Buildings Fall Down, tegen De Morgen. Hij geeft toe dat het een 'gewone' brand was die de torens deed instorten, "maar men mag niet uit het oog verliezen dat de omstandigheden allesbehalve gewoon waren. De inslag van de vliegtuigen heeft het brandwerende materiaal weggeblazen en het sproeisysteem beschadigd. Dat was niet iets dat je kon voorzien."

Levy denkt niet dat 9/11 heel veel zal veranderen aan de manier waarop wolkenkrabbers worden gebouwd. "Mogelijk zullen er aanpassingen gebeuren op het vlak van toegankelijkheid voor de brandweer en evacuatieprocedures. Maar we gaan niet de bouwreglementen aanpassen om een gebeurtenis van dat type te weerstaan. Dat is gewoon niet realistisch."

Zo denkt Sally Regenhard er niet over. "De families zullen niet rusten tot alles aan het licht is gekomen over wat er op 11 september is gebeurd", zegt ze. "Wij eisen een volledig onderzoek en een hervorming van de bouwvoorschriften en van de procedures voor brandbestrijding en de evacuatie uit hoge gebouwen. En we eisen dat de brandweer inspraak krijgt in de manier waarop wolkenkrabbers worden gebouwd."

Er is deze week al enige vooruitgang geboekt. Het Amerikaanse Congres buigt zich momenteel over een verzoek om 16 miljoen dollar uit te trekken voor een nieuw, diepgaand onderzoek naar het instorten van de torens. En Dunn en andere experts zijn uitgenodigd voor een vergadering met een nieuwe taskforce, die zal bestuderen hoe torengebouwen veiliger kunnen worden gemaakt. Maar Dunn is niet erg optimistisch: "Ik heb al te vaak gezien hoe goede voornemens een stille dood sterven zodra de aandacht verslapt en het probleem naar de commissies is verwezen."

Als Leslie Robertson op de vergadering van de partij is, zal Dunn in elk geval niet aarzelen om hem de hand te schudden. "We hebben elkaar nooit ontmoet, maar ik heb hem een paar keer op televisie gezien. Hij zag er heel triest uit. Ik heb medelijden met de man. Stel je in zijn plaats: hij zal voor eeuwig en altijd door het leven gaan als de man die de torens heeft ontworpen die zijn ingestort."

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234