Woensdag 29/06/2022

InterviewClaire Tillekaerts

‘Waarom doet een mens verder? Ik had kinderen, ik wilde niet zeggen: nu zul je het zonder mij moeten klaren’

Claire Tillekaerts: ‘Van het glazen plafond heb ik zelf nooit last ­gehad. Met ongepaste gedragingen heb ik dan weer wel te maken gehad.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
Claire Tillekaerts: ‘Van het glazen plafond heb ik zelf nooit last ­gehad. Met ongepaste gedragingen heb ik dan weer wel te maken gehad.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Haar opvolger is ondertussen bekend, maar tot eind juni zal Claire Tillekaerts (65) nog de topvrouw zijn van Flanders Investment & ­Trade. Een afscheidsinterview, van de ­vogelgriep tot glazen plafonds. ‘Ik ga toch ook niet in bikini naar een kerk?’

Sofie Mulders

Alsof we het ervoor gedaan hebben. Wat natuurlijk niet zo is. De datum voor dit gesprek was begin januari al vastgelegd, want in de uitpuilende agenda van CEO Claire Tillekaerts kun je onmogelijk last minute een plek veroveren. En net nu is het kernkabinet van de Vlaamse regering aan het beslissen wie haar opvolger wordt begin juli. Want dan gaat zij met pensioen. Verhoogde staat van paraatheid dus bij Flanders Investment & Trade (FIT). De naaste medewerkers van Tillekaerts trachten hun passen in de gang discreet te versnellen, zijzelf zal ons gesprek meerdere keren moeten onderbreken om te ­telefoneren. Eerst met de woordvoerder van minister-president Jan Jambon. Even later met zijn kabinetschef.

BIO * 65 jaar, geboren en opgegroeid in Gent * studeerde rechten, was in haar studententijd de eerste vrouwelijke voorzitter van het Liberaal Vlaams Studentenverbond * werd in 2006 algemeen directeur en in 2012 CEO van Flanders Investment & Trade * werd in mei 2020 voorzitster van de Regentenraad van de Nationale Bank * is lid van de raad van bestuur van o.a. Proximus, Universiteit Gent, Nationaal Orkest van België, de Warande * is de partner van componist en dirigent Dirk Brossé en heeft twee dochters uit vorige relaties, Aurore en Camille * staat bekend als feministe en voorvechtster van vrouwenrechten

Het moet rond 15.45u zijn dat ze na die ­tweede telefoon weer aan tafel komt zitten. “Zo”, zegt ze. Meer niet. Ook haar gezicht verraadt niet wat ze denkt. Zelfs nu, op het einde van haar carrière, blijft Tillekaerts rigoureus haar neutraliteit bewaken. “Is het beslist?”, vraag ik. Ze knikt. Joy Donné is de man aan wie ze in juli dit Agentschap voor Internationaal Ondernemen zal overdragen. Ze start haar computer op. Eerst wil ze haar personeel inlichten per mail. Pas daarna stuurt haar woordvoerster het persbericht de buitenwereld in.

Net zoals de drie andere kandidaten die nog in de running waren voor deze functie, is Donné een cabinetard. Hij was kabinetschef van Jan Jambon toen die minister van Binnenlandse Zaken was, en is N-VA-Kamerlid.

U hebt zich toch altijd uitdrukkelijk ­gepositioneerd als apolitiek in uw functie?

“Absoluut.”

Uw opvolger is expliciet verbonden aan een politieke partij en een kabinet.

“Kijk, dit is een zware wervingsprocedure, je moet echt wel voldoende kennis hebben over internationaal ondernemen om bij de eindlaureaten te horen. Ik ga ervan uit dat die procedure objectief verlopen is. Er werken trouwens wel meer mensen voor de Vlaamse of federale overheid die een kabinetsverleden hebben en hun werk uitstekend doen.

“Ik heb ook een politieke overtuiging. Maar ik vind wel dat je in de functie van ambtenaar ­onafhankelijk en politiek neutraal moet zijn. En moet je het beleid uitvoeren, welke partij je ­minister ook vertegenwoordigt. Ik heb dat altijd luid verkondigd, en ik meen het ook. Anders is het onwerkbaar. Dus laten we de nieuwe CEO vooral een kans geven om te zien wat hij ervan maakt.”

U hebt een politieke overtuiging, zegt u, maar dat heeft bijna iedereen. Dat is toch nog iets anders dan een partijkaart op zak ­hebben.

“Dat weet ik niet. Ik zou de ambtenaren en ­leidend ambtenaren met partijkaart geen eten willen geven. Wie zegt trouwens dat ik er geen heb?”

Hebt u er een?

“Dat ga ik niet aan uw neus hangen.” (lacht)

Claire Tillekaerts werd in 2006 algemeen directeur van Flanders Investment & Trade, oftewel het Vlaamse Agentschap voor Internationaal Ondernemen. In 2012 werd ze CEO. In al die ­jaren zal ze negentig buitenlandse missies hebben afgelegd, die haar naar alle hoeken van de wereld hebben gebracht. Vaak in het gezelschap van politieke, economische, prinselijke of koninklijke vertegenwoordigers. Het internationaal ondernemerschap van Vlaamse bedrijven bevorderen en buitenlandse investeringen in Vlaanderen aantrekken, dat was haar opdracht. Een die ze consciëntieus heeft uitgevoerd. Vijftien uur per dag werken was haar gemiddelde, weekends inbegrepen.

U moet in al die jaren zo veel gezien en ­gehoord hebben wat betreft politiek, geo­politiek, achterkamertjespolitiek. Gaan we het ooit allemaal lezen in uw memoires?

“Nee. Men ontbloot de kroon niet. En de rest evenmin. (glimlacht) Wie zou er ook geïnteresseerd zijn in de verhalen van een oude vrouw?”

Enkele cijfers over FIT: het agentschap heeft een honderdtal kantoren over de hele wereld, heeft 323 mensen in dienst, en de jaarlijkse middelen bestaan uit 46,5 miljoen euro werkingsbudget en 11,7 miljoen subsidiebudget. “Vindt u dat veel? Ik heb in de loop der jaren 20 procent van ons personeel moeten afstoten, en ons budget is nog hetzelfde als in 2014, terwijl we bijna tien jaar verder zijn. Ik kan u ook vertellen dat mijn collega’s in Wallonië 32 miljoen meer hebben, en het budget van mijn Nederlandse collega’s elf keer dat van ons is. Uit een internationale studie blijkt dat als je 1 euro investeert in een agentschap zoals het onze, dat 87 euro aan ­bijkomende export oplevert, en 384 euro aan bijkomend bruto binnenlands product. Dat is een stevige return on investment, me dunkt.”

U zult zestien jaar bij FIT gewerkt hebben. Zijn de laatste zes jaren niet de woeligste ­geweest? De aanslagen in Brussel van 2016, de brexit begin 2020, enkele maanden later Covid-19 en nu de oorlog in Oekraïne.

“O, maar in de jaren ervoor hebben we bijvoorbeeld de financiële crisis en de vogelgriepcrisis meegemaakt. Om het even wat er internationaal gebeurt, het zal altijd een impact hebben op dit agentschap. Niet alleen op economisch vlak.

“Als CEO ben je ook verantwoordelijk voor de mensen die je tewerkstelt in je buitenlandse ­kantoren. Ik heb er altijd een erezaak van ­gemaakt om met iedereen die voor FIT werkt, in Vlaanderen en in het buitenland, een ­persoonlijke band te hebben.

“Ik kan u zoveel voorbeelden geven van gebeurtenissen waardoor medewerkers in precaire situaties terechtkwamen. Bij de kernramp van Fukushima in 2011 zaten mijn mensen in radioactief gebied. Bij schermutselingen met de roodhemden in Thailand in 2010 zaten ze opgesloten in de ambassade. Ons kantoor in Caïro ligt vlak bij het Tahrirplein, waar in 2011 de ­Egyptische revolutie begon. En sinds de militaire dictatuur in Myanmar riskeren burgers er ­gewoon doodgeschoten te worden op straat.”

Hoe gaat u om met die verantwoordelijkheid?

“Er is een speciale emergency-app voor al onze mensen, zodat ze dag en nacht iemand van ons kunnen bereiken. Ik ben zelf een van die noodnummers.”

Dus als een medewerker in het buitenland ­serieus in de problemen komt en dat nummer belt, komt die bij u terecht?

“Ja. Dat lijkt me maar normaal. Kijk, in de eerste plaats moet een CEO leidinggeven. Dat wil zeggen: een duidelijke visie en missie hebben, doelstellingen vooropstellen en die proberen op de meest efficiënte manier te bereiken. Maar daarnaast ben je ook de eindverantwoordelijke, en moet je zorgen dat je van alles op de hoogte bent. Niet op het vlak van micro-management, maar als je mensen en hun gezin uitstuurt naar andere landen, vaak geen gemakkelijke landen, valt dat onder jouw verantwoordelijkheid. Net als het lokale personeel.”

Ik heb begrepen dat jullie eraan denken om het FIT-kantoor in Rusland te sluiten?

“We hadden drie kantoren in Rusland, en we hadden al beslist om twee ervan te sluiten – een in Sint-Petersburg en een in Nizjni Novgorod. En nu onze Vlaams Economische Vertegenwoordiger in Moskou enkele dagen geleden ­persona non grata is verklaard, zullen we ­Moskou uitsluitend bevolken met lokaal ­personeel. De vraag is ook of je nog moet ­i­nvesteren in verschillende kantoren in ­Rusland, terwijl er de volgende vijf à tien jaar niet echt economische weelde zal heersen.”

Wat vindt u van de vijf economische ­sanctiepakketten die de EU sinds februari heeft opgelegd aan Rusland?

“Dat is een politieke beslissing op Europees niveau waarover ik me niet zal uitspreken. Ik heb mijn persoonlijke mening en mijn hart bloedt, maar ik heb mij vanaf het begin zeer neutraal opgesteld over deze oorlog. Dat wordt van mij verwacht. Precies om mijn mensen in Rusland te beschermen. We hebben bij FIT dus altijd heel low profile gecommuniceerd. De Vlaamse bedrijven die investeerden in Rusland of naar daar exporteren, hebben we wel geïnformeerd over de sancties, maar daar is het bij gebleven.

‘Ik ben zeer zelfkritisch. Ik hoop dat ik een steentje in de rivier heb verlegd. Maar meer dan dat is het ook niet.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Ik ben zeer zelfkritisch. Ik hoop dat ik een steentje in de rivier heb verlegd. Maar meer dan dat is het ook niet.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Dat de sancties ook een impact zullen hebben op Vlaamse ondernemingen, spreekt voor zich. We komen uit een zware covidcrisis die al een serieuze disruptie tot gevolg had voor de aan- en uitvoer, en nu krijgen we daar ook een gebrek aan grondstoffen bij.”

Ook ethiek speelt mee. Dat Antwerpen nog altijd Russische diamanten mag invoeren, terwijl de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk dat al verboden hebben, doet bij sommigen de wenkbrauwen fronsen.

“Maar de VS of het VK hebben niet het wereldcentrum van de diamanthandel in handen. Kijk, het is heel eenvoudig. Als wij morgen zeggen dat de Russische diamant niet meer naar hier mag komen, gaan ze overmorgen naar Mumbai of Dubai.”

Steven Van Hecke, hoofddocent Europese en vergelijkende politiek aan de KU Leuven, zei daarover in De Tijd: ‘Wie die redenering ­consequent volgt, kan evengoed wapens ­leveren aan Moskou: als wij ze niet leveren, vinden de Russen elders wel een bereidwillige fabriek waar ze hun militaire aankopen kunnen doen.’

“Daar ben ik het niet mee eens. We gaan diamanten toch niet vergelijken met wapens? Bij mijn weten kun je niemand vermoorden met een diamant.

“Ik vind dat je goed moet nadenken over de maatregelen die je treft: welke economische ­impact zullen ze hebben op het land waartegen je de sancties neemt, én op degene die de ­sancties uitvaardigt? Want als zich hier een ­gigantische recessie ontwikkelt, mensen ­werkloos worden en nog meer mensen dan nu onder de armoedegrens raken, zal het de schuld zijn van de ­politiek die dergelijke ­maatregelen heeft genomen.

“Vanuit menselijk standpunt vind ik het een normale reactie om te zeggen: we stoppen alle mogelijke handel met degene die de agressie pleegt. Ik zou die reactie ook hebben. Maar we kunnen het ons niet permitteren om alleen emotioneel te reageren. Nooit.”

We focussen nu op Rusland, maar er zijn nog handelspartners die het niet al te nauw nemen met mensenrechten of die bevolkingsgroepen onderdrukken, zoals Saudi-Arabië, China, Iran, Israël. Zodra de hoogdringendheid van een politieke situatie is weggeëbd, lijkt het toch weer business as usual.

“Je moet kijken naar wat voor soort handel je drijft met dergelijke regimes. U kunt mij er niet van verdenken de grootste fan van Saudi-Arabië te zijn. Maar Vlaanderen levert daar vooral medische technologieën en materialen die de hele bevolking ten goede komen. Ook in China leveren wij bij mijn weten geen materiaal dat meehelpt aan de onderdrukking van bevolkingsgroepen. Nog eens: je mag niet alles op een hoop gooien. De ratio moet altijd primeren. Bovendien: moeten we dan nog handel drijven met een land waar de doodstraf nog bestaat? Of met een land waarin bepaalde staten nog de doodstraf uitvoeren?

“Kijk, wij kunnen aan onze bedrijven geen verbod opleggen om te exporteren naar land A, B of C. Het is onze bevoegdheid niet. Als het al verboden moet worden, is dat een politieke beslissing. Het behoort tot de vrijheid van een bedrijf om zijn handelspartners te kiezen en de focus te leggen waar zij denken succes te hebben. Het enige wat wij kunnen en mogen doen, is bedrijven inlichten over de mogelijke ethische of deontologische risico’s die verbonden zijn aan handel drijven met bepaalde landen.”

Dit is een afscheidsgesprek, dus willen we het ook hebben over de persoonlijke drijfveren van Claire Tillekaerts. Op haar Facebookpagina, en heel vaak ook in interviews, laat ze geen kans onbenut om vrouwenrechten onder de aandacht te brengen. Zelf komt ze op dat vlak uit een bevoorrecht milieu, vertelt ze. Haar ouders, geboren in de jaren 1920, hadden allebei een job en vonden de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw niet meer dan normaal. Maar toen Tillekaerts zelf begon te werken en daarna moeder werd, besefte ze pas dat ze in tegenstelling tot de meeste mannen een dubbele rol moest opnemen: én werken, én voor de kinderen zorgen.

‘Als wij morgen zeggen dat de ­Russische diamant niet meer naar hier mag komen, gaan ze ­overmorgen naar Mumbai of Dubai.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Als wij morgen zeggen dat de ­Russische diamant niet meer naar hier mag komen, gaan ze ­overmorgen naar Mumbai of Dubai.’Beeld Thomas Sweertvaegher

“Ik zeg niet dat alle vrouwen tewerkgesteld moeten zijn in harde sectoren. Ik zeg zelfs niet dat alle vrouwen moeten werken. Waar ik wel de nadruk op leg, is dat er van in de kleuterklas gehamerd moet worden op die gelijkwaardigheid, en dat aan alle jongens en meisjes dezelfde kansen worden geboden. Kiezen ze dan nog voor genderstereotiepe sectoren, allemaal prima, zolang ze maar hetzelfde vertrekpunt hebben gekend. En daar wringt het schoentje. De sociale druk is enorm. Een vrouw die buitenshuis werkt, krijgt nog altijd de vraag hoe ze dat combineert met het gezin. Het is een cliché, maar het is de waarheid: aan een man vraagt men dat niet.”

Hebt u hier geen evolutie in gezien de ­voorbije decennia?

“Ik vind dat het achteruitgaat. De slagzin van Simone de Beauvoir geldt nog steeds: bij een crisis, of het nu een economische of politieke crisis is, worden de eerste pijlen altijd gericht op vrouwenrechten. En een man die ervoor kiest om huisman te zijn, wordt door ons nog altijd als een slappeling bekeken. Blijkbaar zit dat ingebakken in onze cultuur.

“Bovendien wordt onze bevolking heel divers en krijgen ook andere ideeën over de autonomie van een vrouw hier voet aan wal. Men heeft aanvankelijk ook veel te weinig de nadruk gelegd op het feit dat hier de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw wordt nagestreefd, waardoor nieuwkomers zijn blijven vasthouden aan de principes die ze kenden.

(op dreef) “Komaan, iets meer dan de helft van de universiteitsstudenten zijn vrouwen, maar dat zie je niet weerspiegeld in de tewerkstelling. En al zeker niet in het ondernemerschap. Nog geen 20 procent van de start-ups wordt opgericht door een vrouw. Hoe kan dat? Als je voor een bepaalde studie kiest, doe je dat toch ook omdat je daar je beroep van wilt maken? Maar voor vrouwen wordt die lijn onderbroken als ze kinderen krijgen. Nogmaals: ik heb geen probleem met vrouwen die willen thuisblijven bij de kinderen, maar het moet een eigen keuze zijn. Geen opgedrongen keuze, door de maatschappij of door hun partner.

“Vrouwen die niet mogen studeren wat ze willen, of tegen het glazen plafond botsen voor een leidinggevende positie omdat ze een vrouw zijn, ik vind dat heel erg. Dus nee, je gaat mij nooit horen zeggen dat het glazen plafond niet bestaat. Ook al heb ik er zelf nooit last van gehad. Misschien heeft dat met mijn olifantenvel te maken. Met ongepaste gedragingen heb ik dan weer wel te maken gehad.”

Hoe ging u daarmee om?

“Als je jong bent, is het compleet verlammend. Er bestaat geen training voor. Je wordt er plots mee geconfronteerd en er bestaat geen draaiboek dat uitlegt wat je moet doen opdat je er niet in meegesleurd wordt. Toen ik wat ouder werd, hebben mijn assertiviteit en mijn directe communicatie geholpen om snel uit zo’n situatie te komen. Maar ik heb gemakkelijk praten, niet iedereen is van nature zo assertief. Bovendien heb ik nooit moeten vrezen voor mijn job als een man mij ongepast benaderde.”

Vindt u het goed dat er zoveel aandacht is voor wat we vandaag MeToo noemen?

“De slinger slaat misschien weleens te ver door, maar ik vind dat niet erg. Zo gaat het bij elke fundamentele verandering. Na verloop van tijd zal zich dit wel stabiliseren. En dan wordt het hopelijk normaal om te beseffen dat je je macht niet kunt gebruiken om vrouwen in een ongewenste positie te brengen.”

U hebt ooit wel wat kritiek gekregen omdat u tijdens een handelsmissie een hoofddoek had gedragen tijdens het bezoek aan een moskee.

“Ik ga toch ook niet in een bikini naar een katholieke kerk? Ook op het feit dat ik in Iran een hoofddoek droeg, kwam er kritiek. Ik begrijp ten zeerste de revolte van de vrouwen daar die hun hoofddoeken afgooien en er helaas door in de gevangenis belanden. Ik zou het ook doen. Maar volgens de wetten van dat land is zonder hoofddoek buitenkomen nu eenmaal een strafbaar feit. En ik mag niet tussenkomen in het strafrecht van een land, ook al ben ik het er niet mee eens. Bovendien ben ik op zulke momenten in functie, en heb ik dan zeker geen commentaar te geven op hun wetten. Dat is de essentie van diplomatie.”

‘Waarom doet een mens verder? Ik had kinderen, ik wilde niet zeggen: nu zul je het zonder mij moeten ­klaren, ik trek de stekker eruit.’ Beeld Thomas Sweertvaegher
‘Waarom doet een mens verder? Ik had kinderen, ik wilde niet zeggen: nu zul je het zonder mij moeten ­klaren, ik trek de stekker eruit.’Beeld Thomas Sweertvaegher

Verontwaardiging opwekken omdat ze een hoofddoek draagt tijdens een handelsmissie zal Claire Tillekaerts binnenkort niet meer doen, want over twee maanden is er dus dat pensioen. Wanneer ik haar vraag hoe ze terugblikt op haar carrière, moet ze even nadenken. ­“Verbaasd”, zegt ze dan. “Ik ben een heel ­andere kant uitgegaan dan ik ooit had gedacht. En zeker dan mijn vader had gedacht.”

Welke toekomst had uw vader voor ogen voor u?

(glimlacht) “Mijn broer dokter en ik apotheker. Toen ik hem vertelde dat ik advocaat ging worden, zei hij: ‘Maar hoe ga je dat kunnen combineren met kinderen?’ Vergeet niet dat hij van 1922 was. Bovendien was mijn vader een zeer bezorgde en zorgzame man, daar kwam het vooral vandaan. Maar hij heeft mij zeker niet tegengehouden om rechten te studeren. Mijn broer is trouwens ook advocaat geworden. Hij heeft gekozen voor de magistratuur, maar dat wilde ik niet. Na twintig jaar gewerkt te hebben als advocaat, in combinatie met zes jaar assistentschap aan de universiteit van Gent, heb ik op mijn vijftigste mijn carrière helemaal omgegooid en kwam ik naar FIT. Toch een beetje ­risky business. Maar ik heb er geen seconde spijt van gehad.”

‘Verbaasd’, antwoordde u daarnet, maar blikt u ook tevreden terug?

“Ik ben zeer zelfkritisch. Er zijn altijd dingen die ik beter had kunnen doen. Maar al bij al denk ik wel dat ik het beste van mezelf heb gegeven. En dat het resultaat gezien mag worden. Ik hoop dat ik een steentje in de rivier heb ­verlegd. Maar meer dan dat is het ook niet.”

Op Internationale Vrouwendag dit jaar postte u op Facebook een uitspraak van de Amerikaanse rechter en voorvechtster van vrouwenrechten Ruth Joan Bader Ginsburg: ‘If you want to be a true professional, you will do something ­outside yourself. Something to repair tears in your community. Something to make life a ­little better for people less fortunate than you. That’s what I think a meaningful life is: living not for oneself, but for one’s community.

“Absoluut. Wat mij boeide in de advocatuur, was mensen helpen. Wat mij boeide bij FIT, is het algemeen belang. Wij bouwen mee aan de welvaart van Vlaanderen, en daar wordt iedereen beter van. Voor mij is het belangrijk om te voelen dat ik iets nuttigs aan het doen ben. Dat zal ook na mijn pensioen niet veranderen. Ik blijf mijn mandaten uitoefenen. Vrijwilligerswerk doen staat ook op mijn to-dolijst. Ik vrees dat tijd dus toch een issue zal blijven.” (lacht)

Het leven heeft haar niet gespaard, en die woorden komen zelfs niet in de buurt van hoe je haar beproevingen het beste kunt omschrijven. In 1991 overleed haar eerste man onverwacht, in 2003 werd bij haar borstkanker geconstateerd, en in 2013 werd Aurore, een van haar twee dochters, het slachtoffer van een roofmoord tijdens de Gentse Feesten. Een mens zou voor minder breken, en wellicht is dat ook met Claire Tillekaerts gebeurd, maar telkens raapte ze zichzelf weer op en deed ze na verloop van tijd weer door. Hoe komt dat, vraag ik haar. “Zo zit ik nu eenmaal in elkaar. En zo ben ik opgevoed. Wilskracht. Puur op wilskracht.”

Uw partner, dirigent-componist Dirk Brossé, zei in een interview vorig jaar: ‘Het leven is zo krachtig en zo vitaal dat we niet anders kunnen dan verder te doen.’ Bent u het daarmee eens?

“Nee. Dat interview heb ik duidelijk niet ­nagelezen voor het werd gepubliceerd. (lacht) Waarom doet een mens verder? Meestal zijn er zaken die je daartoe aanzetten of dwingen. Waarmee ik niet wil zeggen dat ik geen begrip heb voor mensen die wel de handdoek in de ring gooien. Maar ik had kinderen, ik wilde niet zeggen: nu zul je het zonder mij moeten klaren, ik trek de stekker eruit. En dan zijn er verschillende manieren om met je pijn om te gaan. Ik heb altijd heel veel mentale afleiding gevonden in mijn werk. Het heeft mij geholpen om mijn leed los te laten en energie op te bouwen.”

Dirk gaat nog niet met pensioen?

“Zeker niet. Zijn droomdood is in elkaar stuiken op een podium. Ik hoop dat ik dan tenminste niet in de zaal zit. Nee, hij wil nog lang doorgaan, en ik respecteer dat. Je zit volgens mij toch niet in een relatie om elkaars dromen om zeep te helpen. Of elkaar te veranderen.”

U gaat nu iets afgeven waaraan u zestien jaar met hart en ziel hebt gewerkt.

“O, maar ik ga afzien, hoor. Het zal een emotionele periode worden. Maar ik heb er bewust voor gekozen om te stoppen, ook al had ik nog twee jaar kunnen doordoen. Ik denk dat het tijd is. Vroeger had ik er geen last van, maar ik word de laatste jaren erg moe van het reizen. Tien jaar is ook genoeg voor een CEO, vind ik. Een frisse wind op tijd is goed voor een huis. Ik heb altijd heel hard gewerkt, met veel overtuiging en plezier, maar nu ga ik het toch even rustiger aan doen.”

(kijkt door de ramen van haar kantoor, met een fantastisch uitzicht op Brussel) “Het is zo’n mooi weer geweest de voorbije dagen. Maar de ramen van mijn kantoor kunnen niet open. Te ­gevaarlijk, omdat het zo’n hoog gebouw is. Ik kijk ernaar uit om thuis eindelijk in mijn tuin te kunnen zitten als de zon schijnt. En naar de ­merels te luisteren.”

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234