Maandag 16/05/2022

AchtergrondGeestelijke gezondheid

Waarom het wel degelijk belangrijk is dat kranten schrijven over hoe het beter gaat met Jens Dendoncker

Dendoncker liet zich vorig jaar in december opnemen op een psychiatrische afdeling. ‘Ik heb de tijd genomen om van mijn donkere gedachten verlost te raken.’ Beeld ID/Thomas Sweertvaegher
Dendoncker liet zich vorig jaar in december opnemen op een psychiatrische afdeling. ‘Ik heb de tijd genomen om van mijn donkere gedachten verlost te raken.’Beeld ID/Thomas Sweertvaegher

Getuigenissen van bekende koppen over hun mentale problemen helpen om het stigma daarover op te lichten. Zo zetten mensen sneller de stap naar hulpverlening, zeggen experts. Maar kunnen we iedereen die daar nood aan heeft wel helpen?

Pieter Gordts

‘Komiek Jens Dendoncker laat zich na klein jaar weer zien.' Een klein berichtje in de hoek van de krant gisteren lijkt erop te wijzen dat het weer de juiste kant uitgaat met de komiek. “Ik heb mijn tijd genomen om van mijn donkere gedachten verlost te raken en alles een plek te geven”, zei hij aan Het Laatste Nieuws. “Ondertussen gaat het weer goed met mij, elke dag voel ik me beter. Met dank aan mijn vriendin Lauren, zij is mijn grootste steun.”

Dendoncker komt van ver. Vorig jaar in december liet hij via zijn sociale media weten dat hij zich liet opnemen op een psychiatrische afdeling omdat hij kampte met angsten. “Ik word nu bijzonder goed bijgestaan door een team van psychologen, therapeuten en verplegend personeel”, schreef hij toen op zijn Instagram-pagina.

Veel meer inkijk in de jongste maanden wil Dendoncker voorlopig niet geven. Al is de verwachting dat de komiek dat later misschien wel doet. Hij is immers altijd erg open geweest over de problemen waar hij mee worstelde, van de epilepsieaanvallen die hij kreeg tot de suïcidegedachten waar hij op een bepaald ogenblik mee worstelde. Ook is Dendoncker het gezicht van de Rode Neuzen-actie van VTM, die het stigma over geestelijke gezondheid probeert te bestrijden.

Bekende koppen

Helpt dat eigenlijk, als bekende gezichten zo open over mentale problemen praten? Ja, zeggen experts. “Vooral de boodschap dat ze goede hulp gekregen hebben, is belangrijk”, zegt Frieda Matthys, professor psychiatrie (UZ Brussel). “Te vaak denken mensen nog verkeerdelijk dat hun probleem niet ernstig genoeg is om in aanmerking te komen voor hulp.”

“Uit onderzoek blijkt dat contact met mensen die psychische problemen hebben en beseffen dat zij net als wij zijn het best werkt”, zegt Kirsten Catthoor (Psychiatrisch Ziekenhuis in Stuivenberg), die een doctoraat maakte over het stigma rond psychiatrie. “Alleen: zo’n eenmalig contact is onvoldoende. Eigenlijk moeten mensen regelmatig met zulke verhalen in contact komen, zoals een roker die ook meer dan één keer moet horen dat roken niet gezond is.”

Catthoor is ervan overtuigd dat verhalen zoals dat van Dendoncker helpen, al wijst ze op een ongewenst neveneffect. “Vaak komen er ook andere, negatieve commentaren. Reacties als: ‘Waar zeurt iemand met zo’n comfortabel leven toch over?’” Dat bleek recent nog maar eens, toen enkele atleten op de Olympische Spelen lieten verstaan te kampen met mentale problemen. Ook toen reageerden enkele mensen ontstemd. “Terwijl we dat wel aanvaarden van iemand die chemotherapie ondergaat en daardoor sommige zaken niet meer kan”, zegt Catthoor.

Capaciteitsprobleem

Kortom, een klein krantenberichtje kan mensen overtuigen om zelf de stap naar hulpverlening te zetten. De pijnlijke waarheid is echter dat we niet iedereen die hulp zoekt die kunnen bieden. Daarvoor kampt de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) nog te veel met wachtlijsten.

“Stel je voor dat je patiënt in het ziekenhuis te horen krijgt dat hij kanker heeft, maar pas over zeven maanden geholpen kan worden”, zegt professor psychologie Filip Raes (KU Leuven). “Dat zouden we toch niet aanvaarden? Toch is dat de boodschap die veel mensen in ons land nog elke dag krijgen als ze hulp zoeken voor geestelijke problemen.”

Zelf ziet Raes dat probleem vooral opduiken in de kinder- en jeugdpsychiatrie. Matthys ziet het “jammer genoeg overal in de geestelijke gezondheidszorg”.

Volgens Koen Lowet van de Vlaamse Vereniging van Klinisch Psychologen mogen we het niet zo veralgemenen. “Vaak geldt dat hoe gespecialiseerder de zorg die iemand zoekt, hoe langer de wachtlijst is”, zegt hij. “Daarom is het zo belangrijk dat mensen zo vroeg mogelijk hulp zoeken. Wie vroeg hulp zoekt, maakt meer kans om een hulpverlener te vinden. Wie langer wacht, heeft meestal gespecialiseerde hulp nodig en vindt die moeilijker.”

Meer aandacht

Echt opvallend zijn de conclusies niet. Het probleem van wachtlijsten keert met de regelmaat van de klok terug in nieuwsberichten. “Hoe dat komt? De GGZ heeft altijd een beetje achteropgehinkt”, zegt Lowet. “Al lijkt het nu wel dat de samenleving almaar meer vraagt om er aandacht aan te besteden. We zien met zijn allen dat het aantal burn-outs stijgt, bijvoorbeeld.”

Stilaan lijkt die aandacht er te komen. Denk aan het budget dat de federale regering vrijmaakte om een bezoek aan de psycholoog goedkoper te maken – ook al zijn daar nog veel vragen bij te stellen. Zulke initiatieven worden door iedereen in de sector op goedkeurend geknik onthaald, maar applaus is er nog lang niet te horen. Daarvoor blijft het nog te veel bij losse initiatieven.

“Als ik spreek over investeringen, dan bedoel ik niet de extra psycholoog die elk Centrum voor Geestelijke Gezondheidszorg erbij gekregen heeft”, zegt Matthys. “Daarmee gaan we de wachtlijsten niet wegwerken.” Lowet: “De vorige federale regering investeerde 22,5 miljoen euro in de GGZ. Deze regering maakt 150 miljoen euro vrij. Dat is nog altijd maar een fractie van wat er nodig is.”

Wie vragen heeft over zelfdoding, kan terecht op Zelfmoordlijn op het gratis nummer 1813 of op www.zelfmoord1813.be.

Meer over

Nu belangrijker dan ooit: steun kwaliteitsjournalistiek.

Neem een abonnement op De Morgen


Op alle artikelen, foto's en video's op demorgen.be rust auteursrecht. Deeplinken kan, maar dan zonder dat onze content in een nieuw frame op uw website verschijnt. Graag enkel de titel van onze website en de titel van het artikel vermelden in de link. Indien u teksten, foto's of video's op een andere manier wenst over te nemen, mail dan naar info@demorgen.be.
DPG Media nv – Mediaplein 1, 2018 Antwerpen – RPR Antwerpen nr. 0432.306.234